Weg met de zuurstokken

De jeugdliteratuur heeft een nieuwe impuls nodig. Geen zoete, commerciële thema’s voor de Kinderboekenweek, maar mooie kinderboeken graag.

Medium boek spin op sokken met

In een tijd dat één op de zes kinderen te zwaar is en dat op kinderen gerichte snoepreclames onder vuur liggen is ‘Aan tafel!’ een van de meest ongelukkige Kinderboekenweekthema’s ooit. Natuurlijk, we leven in een commerciële wereld en de CPNB is een boekenlobby- en promotieclub die kinderen en ouders moet aanzetten tot het kopen van boeken. Dus verleid je kinderen tot lezen met een grote pot snoep. Vanuit marketingoogpunt klinkt het allemaal heel logisch en weldoordacht. En met al die talloze, speciaal bij het thema vervaardigde lekkere, zoete titels en een recordaantal van 443.000 exemplaren van het door Jan-Paul Schutten geschreven Kinderboekenweekgeschenk De wraak van het spruitje, zal de boekenverkoop weer uitstekend zijn.
Het snoepthema bevestigt vooral het in kinderboekenland overheersende gevoel dat het literaire kinderboek zijn beste tijd heeft gehad. Dat voor het eerst in de geschiedenis een recordaantal van tien kinderboeken met een Griffel is bekroond, zal dat gevoel niet wegnemen. Wie alle geprezen titels kritisch beschouwt zal het eens zijn met Ted van Lieshout, die onlangs in een interview stelde dat enkele jaren geleden de literaire maatstaf van de Griffels is losgelaten. Van Lieshout, dit jaar 25 jaar dichter, auteur, illustrator en bevlogen gids in zijn eigen onvolprezen Papieren Museum, winnaar van de Theo Thijssenprijs en kersverse Griffelwinnaar met zijn kinderdichtbundel Spin op sokken, is niet de enige die hardop zegt dat de Nederlandstalige jeugdliteratuur in ernstige crisis verkeert. Met hem somberde de Vlaamse Gouden Uil-jury vorig jaar over de bedroevende kwaliteit van de kinderboekenoogst. Dit jaar was diezelfde jury hoorbaar gepikeerd over het totale gebrek aan mediabelangstelling voor Het geheim van de keel van de nachtegaal van winnaars Peter Verhelst en Carll Cneut – een meesterwerk vergeleken met het door media-aandacht overspoelde Alleen maar nette mensen van volwassen Uil-winnaar Robert Vuijsje.
Dit jaar werd ook Querido-redacteur Jacques Dohmen huilend uitgezwaaid: met het verdwijnen van zijn grensoverschrijdende manier van werken zou het uitgeven van ‘literatuur zonder leeftijd’ wel eens definitief voorbij kunnen zijn, zo werd gesuggereerd. Dit jaar ook verscheen van vooraanstaand oud-kinderboekencritica Bregje Boonstra Wat een mooite! Hoogtij in het kinderboek in acht portretten, waarin zij stelt dat ‘één ding duidelijk is: het jeugdliteraire gouden eeuwtje is voorbij’. De CPNB besloot De Gouden Zoen voor het beste 12+-boek stilletjes af te schaffen, hetgeen tot woede leidde en Van Lieshout en collega Hans Hagen inspireerde tot het instellen van een alternatieve (protest)prijs.
Tot slot was er in mei de Annie M.G. Schmidt-lezing van gelauwerd kinderboekenschrijver Sjoerd Kuyper: een hartstochtelijke noodkreet. Kuyper constateerde dat niemand kinderboeken nog serieus neemt. ‘Alles is in het afvoerputje verdwenen’, klonk zijn wolvengehuil, inclusief zijn bijna vijftig kinderboeken. Immers, het in ere houden van goede kinderboeken past niet in ‘het nieuwe uitgeven’. Uitgevers zijn volgens Kuyper verworden tot commerciële uitbuiters die tegenwoordig hun kinderboekenschrijvers en illustratoren de tien procent royalties laten delen, zodat de ‘kunstenaars’ van weleer anno 2009 ‘rondhoereren’, zich laten temmen door ‘avi-sjit en -fuk’ en hun geld verdienen met het schrijven van leuke serietjes in plaats van literatuur.
‘De schrijver maakt wat de uitgever vraagt, de uitgever maakt wat de boekhandel vraagt, de boekhandel verkoopt wat de klant vraagt en de klant vraagt wat de media hem voorschrijven te vragen.’ En dat is volgens Kuyper dus geen goed kinderboek, want ook de media deugen niet. Recensies van kinderboeken worden steeds korter. Pauw & Witteman weten sowieso niet wat literatuur is. En ook andere televisie- en radioprogramma’s laten zich leiden door de waan van de dag.
Zeker, tot voor kort hoefden auteurs en illustratoren hun royalties nog niet te delen. Dat ze dat nu wel moeten doen is schandalig. En ja, de winnaar van de ‘P.C. Hooftprijs voor jeugdliteratuur’ (Theo Thijssenprijs) krijgt aanzienlijk minder media-aandacht dan de winnaar van de ‘echte’ P.C. Hooftprijs. En inderdaad, in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw bloeide en groeide het literaire kinderboek tot ongekende hoogten en waren wellicht meer mensen geïnspireerd bezig met de emancipatie van het literaire kinderboek dan nu: toenmalig Querido-directeur Ary Langbroek en Jacques Dohmen, recensenten als Bregje Boonstra, Aukje Holtrop en Lieke van Duin, auteurs als Imme Dros en Wim Hofman, en zelfs auteurs voor volwassenen als Nicolaas Matsier en Willem van Toorn maakten deel uit van die grote emancipatiebeweging.
Maar behoort die tijd al wel tot ‘vroeger’? Zes van de acht door Boonstra geportretteerde ‘gouden’ Nederlandse auteurs in Wat een mooite! publiceren nog steeds nieuw werk. Is die vermeende gouden eeuw dan wel zo definitief voorbij als wordt gesuggereerd? En worden grote Vlaamse talenten niet al te gemakkelijk buitengesloten? Zoals Bart Moeyaert, Els Beerten, Carll Cneut, Klaas Verplancke en Gerda Dendooven? Horen we in Nederland niet toch ook nieuwe, jonge interessante stemmen? Van Floortje Zwigtman, Simon van der Geest en Jaap Robben bijvoorbeeld?
Eigenlijk ontbreekt afstand in jaren om te stellen dat het Nederlandse gouden eeuwtje van de kinderliteratuur voorbij is. Misschien zitten we nog steeds midden in een groeiperiode en is er slechts sprake van een tijdelijke dip, óók bij onze auteurs. In de Angelsaksische wereld verschijnen immers momenteel genoeg prachtige boeken. Van John Green, Meg Rosoff, Jenny Valentine, Steven Herrick… Is de kinderboekenwereld daar minder commercieel en minder gericht op snelle behoeftebevrediging dan hier? Zijn de media daar minder hype-gevoelig?
Bovendien moet niet worden vergeten dat ook de wereld van de volwassen literatuur onder druk staat. Ook daar waart het bestsellervirus rond en is zo’n kwart van de titels die verschijnen overbodig: verloren schrijfkunst, verloren inkt en dus verloren geld voor alle betrokken partijen. Geld dat inderdaad beter was besteed aan meer mooie herdrukken. Waarom gewacht met een herdruk van Van Lieshouts Gebr. tot hij de Theo Thijssenprijs won? Een boek in unieke dagboekvorm, waarin zo intens, oprecht en kernachtig wordt geschreven over afscheid nemen, over broederliefde en wat dat eigenlijk is, een boek waarbij je moet lachen en huilen om het menselijk onvermogen tot wezenlijke communicatie: zo’n boek is op zichzelf toch al voldoende reden om het altijd in de schappen te houden?

Maar laten we stoppen met het verheerlijken van vroeger. Kunst was niet populair, en kunst is niet populair. Er zijn altijd zoete keukenmeidenromans geweest. En er zijn altijd ‘dolle’ series geweest. Het betere kinderboek was voor een elite en is voor een elite.
Dus laten we onze literaire kinderzegeningen tellen: de reeks jeugdliteraire prijzen die de laatste vijftig jaar het daglicht zagen, prachtige kinderboekenwinkels, de Stichting Lezen, talloze volwaardige websites over jeugdliteratuur, Richard Thiels up-to-date kinderboekenweblog, de jongerenkrant Kidsweek met daarin jeugdboekrecensies, óók over de literaire hoogstandjes, het onvolprezen kinderkunsttijdschrift BoekieBoekie, subsidies voor jong en oud talent… En tot slot Ted van Lieshout: een bevlogen kinderboekenactivist, een strijder die de huidige problemen aan wil pakken. Illustratief voor Van Lieshouts activistenrol was – na de commotie rond Kuypers Schmidt-lezing – het organiseren van de succesvolle Middag van het Kinderboek, op 12 september, om uitgevers en auteurs met elkaar in gesprek te krijgen. Illustratief voor zijn rol als groot kunstenaar is zijn nieuwe, fraai uitgegeven bundel Hou van mij, met daarin bijna alle gedichten vanaf 1984 en veel kleurrijk beeld: een kijk- en leesfeest voor alle leeftijden.
Maar hoe talrijk de zegeningen ook zijn, dat de jeugdliteratuur een nieuwe impuls nodig heeft valt niet te ontkennen. Laten we daarom met Van Lieshout vooruit kijken om te veranderen en te verbeteren. Gebruik de leerplicht en de moderne techniek om literatuur voor iedereen toegankelijk te maken. Laat Plasterk een kader scheppen voor in het basis-, middelbaar- en beroepsonderwijs, zodat docenten weten wat ze hun leerlingen aan (kinder)literatuur kunnen en moeten bieden, en de klant niet langer alleen vraagt wat de media hem voorschrijven, maar ook wat het onderwijs hem enthousiast adviseert. Plaats vervolgens volle kasten met ‘titels voor altijd’ in klaslokalen. Doe dat ook in boekenwinkels. Laat redacteuren hun auteurs leren schrappen en laat uitgevers daarin het goede voorbeeld geven (minder titels). En laat de CPNB nooit meer zo’n zoet, commercieel thema als dit jaar verzinnen. Geen zuurstokken, maar mooie kinderboeken graag. Nieuwe en oude: ze zijn er nog genoeg.

Binnenkort een bespreking van twee vergeten herdrukken: Josje van Sjoerd Kuyper en De laatste tovenaar van Hans Andreus