GroenLinksers verzetten zich tegen de ingeslagen koers

Weg met het linnentasjes-imago

Na de Statenverkiezingen kon GroenLinks opgelucht ademhalen: er volgde geen afstraffing na steun aan de Kunduz-missie. Maar de worsteling van de partij met zichzelf is nog niet voorbij. Deel een van een tweeluik.

‘NIEMAND BEGRIJPT meer wat pacifisme is’, zegt een getergde spreker. Zijn gezicht wordt geprojecteerd op een groot scherm achter hem. Zou hij zich daarvan bewust zijn? Hij heeft een diepe frons tussen de ogen en klemt het spreekgestoelte met beide handen vast. Uit de donkere zaal staren elfhonderd leden van GroenLinks, zijn partij, de partij waarvoor hij zich al zo lang het vuur uit de sloffen loopt, hem aan.

Het is 5 februari, zaterdagochtend. De spreker verdedigt een motie waarin hij het partijcongres verzoekt afstand te nemen van de politiemissie naar de Afghaanse provincie Kunduz. Anderhalve week eerder gaf de Tweede-Kamerfractie van GroenLinks daaraan juist haar steun. Tijdens het beladen debat over de missie zette fractievoorzitter Jolande Sap de fractieleiders van de PVDA en de SP, beiden tegen de missie, weg als onverantwoordelijke cynici. Cynisme over het geteisterde Afghanistan vond zij al te makkelijk. GroenLinks daarentegen nam haar verantwoordelijkheid en voerde een idealistische internationale politiek, aldus de fractieleider. Nog maar een maand daarvoor had de fractie Jolande Sap naar voren geschoven als de opvolgster van Femke Halsema. De leden werd daarover niets gevraagd. Toen Sap ook nog eens met haar cynisme-uitspraak op de proppen kwam, schoot dat menig GroenLinkser, gehecht aan pacifisme en antimilitarisme, in het verkeerde keelgat.

'Wij tegenstanders van de missie zijn niet cynisch’, vervolgt de spreker. Op het projectiescherm lijkt de groef boven zijn neus zich te verdiepen. 'Wij hebben óók een passie voor Afghanistan.’ Hij zet zijn woorden kracht bij met een geheven arm.

'Boe!’ klinkt het uit de zaal. De spreker reageert als door een wesp gestoken. Hij schiet naar voren, buigt zich over het spreekgestoelte en priemt met zijn vinger de zaal in. 'Zo reageren jullie altijd. Alsof ík degene ben die cynisch is’, roept hij.

Als even later Jolande Sap het woord neemt om het congres uit te leggen waarom haar fractie-minus-één (oud-PSP'er Ineke van Gent stemde tegen) de Kunduz-missie steunde, komt ze aanvankelijk aan spreken niet toe. Een applaus van Noord-Koreaanse allure valt haar ten deel; het ene na het andere lid staat op. Niet Sap, maar de getergde spreker heeft wat uit te leggen. De motie van afkeuring wordt door driekwart van de leden verworpen. Een veel mildere motie van 'treurnis’, die de gelederen gesloten houdt, redt het wél. Op dit congres is geen ruimte voor de binnen GroenLinks veelgehoorde vrees dat de toezeggingen die Jolande Sap van Mark Rutte himself kreeg - aan de keukentafel thuis bij haar fractiemedewerker - slechts waarde hebben op papier. 'Ze zou nog toegestemd hebben als Rutte had beloofd dat voortaan de zon in het westen opkomt’, verzucht een GroenLinkser.

Nu, een maand later, kan de partijtop opgelucht ademhalen. Het is gelukt. Tijdens de Provinciale-Statenverkiezingen van vorige week bleef GroenLinks de klap van de kiezers bespaard. De partij gaat naar verwachting in de Eerste Kamer zelfs van vier naar vijf zetels, waardoor ze een belangrijke rol kan spelen bij het blokkeren van wetsvoorstellen van het minderheidskabinet van CDA en VVD. Is dit opnieuw een stapje richting regeringsmacht? Hoe 'klaar voor de toekomst’ - zoals de verkiezingsslogan tijdens de laatste Tweede-Kamerverkiezingen luidde - is de partij eigenlijk? Wat is de koers? En hoe staat het ervoor met de interne verdeeldheid?

VANAF DE INSTEMMING met de Kunduz-missie sprak De Groene Amsterdammer met vele kleine en grote spelers binnen GroenLinks. Het beeld dat daaruit oprijst is dat van een onrustige partij, verwikkeld in een voortdurende transitie naar een nieuw gedachtegoed waarvan niemand precies lijkt te weten hoe het eruitziet. Een open partij die debat hoog in het vaandel heeft staan, maar waar tegelijk stevige discipline heerst. Een partij ook met een sociaal-democratische en een liberaal-vrijzinnige kant, die soms lastig samengaan.

Volgens politicoloog André Krouwel, die de ontwikkelingen in de partij volgt, is GroenLinks een vrij elitaire club die steeds meer op D66 is gaan lijken. 'Oud-links, niet arbeiders-links. Het zijn de gegoede burgers, dikke auto voor de deur, mensen die het goed hebben en daardoor zogenaamd groen kunnen zijn. Sociologisch gezien staan ze volledig los van de onderklasse van Nederland. Van de partijen waaruit GroenLinks voortkwam had alleen de CPN een band met de arbeiders. Die is al heel snel doorgesneden’, aldus Krouwel.

Jonge GroenLinks-stemmers zal Krouwels verwijzingen naar een van de oude 'bloedgroepen’ in de partij weinig zeggen. De kans is klein dat ze zich herinneren dat in 1989 de vier kleine linkse partijen PSP, CPN, PPR en EVP het 'Groen Links akkoord’ (sic) sloten en gezamenlijk meededen aan de Tweede-Kamerverkiezingen. In 1990 volgde de officiële oprichting van de partij. Hun geheugen gaat wellicht terug tot Paul Rosenmöller, onder wiens leiding GroenLinks vanaf 1994 uitgroeide tot voornaamste oppositiepartij tegen de paarse kabinetten. En met resultaat: bij de verkiezingen van 1998 haalde GroenLinks een record van elf zetels. Maar het meest zullen de jongere GroenLinksers de partij associëren met de vrijzinnige oriëntatie van Femke Halsema, de tijd waarin de partij zich concentreerde op onderwerpen als zelfontplooiing en de rechtsstaat.

En daar ging het volgens André Krouwel mis: 'Rosenmöller was een echte leider die de taal van de vakbondsjongens had geleerd in de haven. Hij zou een brede coalitie aan linkse stemmen hebben kunnen trekken, en de slag van elitair-links naar arbeiders-links hebben kunnen maken. Op een gegeven moment peilden wij 24 zetels voor GroenLinks onder zijn leiding. Als GroenLinks een brede partij wil zijn, een volkspartij, dan is Femke Halsema een verpersoonlijking van het verkeerde links. De progressieve, rijke burgers vormen een paar procent van de bevolking. Als je een grote partij wil zijn, dan moet je buiten die elitaire groep je kiezers halen. Nu is GroenLinks de voelsprieten met de samenleving aan het verliezen. Het wordt steeds meer een elitaire club denkers.’

Volgens een nieuwe generatie GroenLinksers is elitarisme geen probleem. GroenLinks is veranderd, volgens Jesse Klaver, met zijn 24 jaar het jongste Kamerlid van de partij: 'Ik behoor tot een generatie die zakelijkheid voorstaat.’ Het linnentasjes-imago is wat hem betreft verleden tijd. Ter bewijs leunt Klaver - gekleed in strak gesneden blauw pak met gestreepte das - achterover en wijst naar zichzelf. Klaver zet zijn gedachten uiteen op een dinsdagavond in zijn werkkamer in het Tweede-Kamergebouw. Hij heeft net een spoeddebat over bezuinigingen op een Amsterdamse sociale werkplaats achter de rug. Een onderwerp dat hem ligt. Klaver, die ervaring opdeed als voorzitter van CNV Jongeren, heeft onder meer Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onderwijs in zijn portefeuille - belangrijke onderwerpen voor een progressieve partij. 'GroenLinks is een partij waar vooral hoger opgeleiden op stemmen, maar dat is niet de groep waar ik me druk over maak. Ik wil me juist inzetten voor iedereen voor wie de dingen niet goed geregeld zijn.’

Klaver - intellectueel sterk beïnvloed door Halsema - zet de progressieve koers van de partij voort. En dat betekent bijvoorbeeld pleiten voor hervorming op de arbeidsmarkt, zoals een kortere WW en minder stevige ontslagbescherming: 'Het gaat mij er niet om dat werkgevers hun personeel makkelijker moeten kunnen ontslaan. Wat ik erg vind is dat sommige groepen een heel hoge ontslagvergoeding kunnen verwachten en andere niets. Ik wil ervoor zorgen dat dat geld naar scholing gaat, zodat mensen makkelijker nieuw werk vinden na ontslag. Ik wil hun employability vergroten.’

De veranderingen waar Klaver over spreekt zijn ook te zien bij Dwars, de jongerenafdeling van de partij. Op het partijcongres viel voorzitter Eline van Nistelrooij op vanwege haar uitbundige steunbetuigingen aan de Kamerfractie. Een gesprek met de 21-jarige student bestuurskunde maakt duidelijk dat de jongerenafdeling net als de partij zelf flink is veranderd. Was Dwars ooit een anarchistisch clubje dat vooral tegen de gevestigde politiek ageerde, inmiddels lijkt ze sterk op andere politieke jongerenafdelingen, zoals de Jonge Democraten (D66) of de JOVD (VVD): geoliede netwerkclubs waarvan lidmaatschap dient als opstapje naar een carrière binnen de partij. Van Nistelrooij spreekt over de partij alsof ze een ervaren Kamerlid is - het resultaat van grondige mediatraining. Ze kent de oneliners waarin de boodschap van GroenLinks is verpakt: 'Wij zijn de partij met beste ideeën voor de toekomst.’

Hoe dun de scheidslijn tussen partij en jongerenafdeling is, blijkt wanneer de missie naar Kunduz ter sprake komt. De voorzitter gebruikt hetzelfde idioom als partijleider Jolande Sap. Ook Van Nistelrooij zegt zich 'verantwoordelijk’ te voelen voor de Afghaanse bevolking en heeft 'een aantal nachten slecht geslapen’ toen Dwars zich achter de missie schaarde. In de dagen rond het Kunduz-besluit speelde de strijd binnen GroenLinks zich bij Dwars in het klein af. Van Nistelrooij: 'Wij staan als bestuur achter de missie, maar veel van onze leden hebben daar moeite mee. We moeten dus goed ons best doen te verantwoorden waarom we de missie moeten steunen.’ Dat zijn bepaald geen woorden van een dwarse jongerenafdeling. 'De tijd dat we tegen de partij schopten enkel om te kunnen schoppen, is voorbij’, aldus de Dwars-voorzitter.

Het verzet tegen de koers van de partijtop komt niet van de jongeren, maar van Kritisch GroenLinks, een groep die voornamelijk wordt bevolkt door partijleden van het eerste uur. Oud-senator Leo Platvoet en Paulus de Wilt, wethouder in het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West, behoren tot de voortrekkers. Beiden zijn afkomstig uit de PSP en waren betrokken bij de oprichting van GroenLinks. Platvoet als onderhandelaar en eerste partijvoorzitter, Paulus de Wilt als aanjager van de zoektocht naar nieuwe leden. De Wilt vertelt graag dat hij nummer één op zijn lidmaatschapskaart heeft staan.

'De liberale agenda van Halsema was een belangrijke aanleiding om ons te organiseren. Maar ook het gebrek aan partijdemocratie en interne discussie’, zegt Leo Platvoet. 'De achterkamertjes zijn bij ons vervangen door keukentafels. Wat is het verschil?’ zegt Paulus de Wilt.

We zitten aan de eettafel in Platvoets huiskamer in Amsterdam-Oost; de Amstel stroomt om de hoek. Een paar straten hier vandaan woont Jolande Sap en ook Femke Halsema woont in de buurt. Amsterdam-Oost is een GroenLinks-bolwerk: de partij is er met zeven van de 29 zetels de tweede partij in de deelraad. De PVDA heeft maar één zetel meer. Aan de muur hangen platenhoezen en een lijst met daarin de beroemde toespraak van Martin Luther King. I Have a Dream staat in grote zwierige letters boven een foto van de vermoorde dominee.

Kritisch GroenLinks houdt zo nu en dan bijeenkomsten waar enkele tientallen leden op afkomen. Op congressen probeert de groep de partijleden te mobiliseren om de koers bij te stellen. Zo lukte het om in 2008 in het nieuwe beginselprogramma een amendement over de democratisering van de economie opgenomen te krijgen. Leo Platvoet: 'We zeiden niet dat de productiemiddelen in handen van het proletariaat moesten komen, die termen gebruiken we niet meer, maar we wilden wel een inperking van de macht van bedrijven.’

Het gebrek aan partijdemocratie bleek volgens De Wilt op het jongste congres: 'Kort, snel, voornamelijk bedoeld als manifestatie waarin de partijleider nog eens wordt toegejuicht. Als er al debat is, dan is dat tegenwoordig puur op emotie.’ Neem de manier waarop europarlementariër Judith Sargentini haar verhaal hield. Ze koppelde de noodzaak Nederlandse agenten naar Kunduz te sturen aan de beelden van een steniging die ze zag op YouTube. 'Natuurlijk krijg je zo het congres plat’, zegt De Wilt. 'Maar de discussie hoort natuurlijk te gaan over of wij met zo'n politietrainingsmissie hier iets aan kunnen veranderen.’

In tegenstelling tot wat velen binnen de partij beweren zeggen Platvoet en De Wilt geen achterhoedegevecht te voeren. Tachtig procent is volgens hen tegen de Kunduz-missie, en een kleiner percentage, maar zeker een meerderheid, heeft twijfels bij het liberaal getinte sociaal-economisch beleid. Staven kunnen ze die bewering niet. 'Bij de leden van de partij voelen we ons thuis’, zegt Platvoet. 'Maar de partijtop heeft een lijn ingezet die niet deugt. Jesse Klaver zei onlangs dat hij liever twee liberalen op Sociale Zaken had dan socialisten. Dat vind ik erg.’

De partij herbergt meer andersdenkenden. Neem bijvoorbeeld Ruard Ganzevoort, die nummer vijf staat op de lijst voor de Eerste Kamer. Het moet vreemd lopen wil hij niet voor GroenLinks in de senaat terechtkomen. Ganzevoort is tevens voorzitter van De Linker Wang, een groep binnen GroenLinks die voortkomt uit het christelijk-sociale gedachtegoed van EVP en PPR. 'Behalve de vrijzinnig-liberale traditie heeft GroenLinks een belangrijke levensbeschouwelijke vleugel. Die is veel groter dan veel mensen denken’, zegt Ganzevoort. Ook bij De Linker Wang, waar zoals de naam reeds doet vermoeden het pacifisme nog sterk aanwezig is, heerst scepsis over de missie in Kunduz. Een van de bestuursleden stapte op en stemde demonstratief PVDA bij de Statenverkiezingen. En de aanstaande senator, hoe denkt die over de missie? 'Ik ken de details natuurlijk niet zo goed als de Tweede-Kamerfractie’, zegt hij, 'maar ik kan me voorstellen dat ik tegen gestemd zou hebben.’

Dick Pels, directeur van het Wetenschappelijk Bureau van de partij, heeft niet veel op met Kritisch GroenLinks en het christelijk-sociale denken. Op één punt deelt hij echter de zorgen van deze stromingen: 'Er is echt iets blijven liggen in de vrijzinnige koers die GroenLinks vaart. Je levert je uit aan de naïviteit van het vrijheidsideaal als je de duistere keerzijde ervan niet ernstig neemt.’

Als directeur van het Wetenschappelijk Bureau werkt Pels aan wat hij een nieuw 'moreel project’ voor GroenLinks noemt: 'Vrijheid alleen is niet genoeg. Emancipatie leidt niet per se tot goed gedrag. Vrijheid kan makkelijk doorslaan naar hufterigheid en egocentrisme. Dat vraagt om een beschavingsoffensief, maar dan zonder betweterig paternalisme. Dat is de uitdaging voor GroenLinks: opnieuw leren moraliseren, het ideaal van een beter leven formuleren, zonder te vervallen in klassieke bevoogding.’ Pels doopte zijn ideaal 'vrijzinnig paternalisme’. Een gevoelige woordkeuze, zo geeft hij toe: 'Het partijbestuur vond het een prikkelend idee maar was bang voor de kritiek dat GroenLinks paternalistisch wordt. Of ik niet een ander woord kon verzinnen, was de vraag. Toen dacht ik: ik heb beet.’

In tegenstelling tot Platvoet en De Wilt heeft hij juist zijn hoop gevestigd op Jesse Klaver, die het sleuteldossier voor Pels’ koersbijstelling in handen heeft: Sociale Zaken en Werkgelegenheid: 'Jesse is op zoek naar dezelfde dingen als ik. Het sociaal-democratische verhaal van bestaanszekerheid voor iedereen is niet genoeg. Bij het bieden van materiële zekerheid horen ook beschavingsidealen. Alleen bestaanszekerheid wordt al snel een reactionair, kleinburgerlijk verhaal.’ Met deze boodschap wil Pels de partij het post-Halsema-tijdperk in sturen. En, ook niet onbelangrijk, het maakt GroenLinks weer interessant voor de sociaal-democraten binnen de partij, hoopt hij. 'Vrijzinnig paternalisme is een meer sociaal verhaal, en dat past ook beter bij het leiderschap van Sap.’

Het is de vraag of GroenLinks zo ooit veel meer dan tien Tweede-Kamerzetels in de wacht zal slepen, meent politicoloog André Krouwel. Met een intellectuele ideologie alleen redt de partij het niet: 'Laten ze eerst maar eens op de proppen komen met een functionerende strategie. Dat die er niet is heeft Kunduz wel bewezen. Mark Rutte heeft GroenLinks volledig ingepakt. De partij moet een aantal stevige alternatieven formuleren op belangrijke terreinen als energiepolitiek, buitenlandpolitiek en economie. Ze moet daar de juiste mensen bij zoeken die bereid zijn zeer vuile handen te maken met een heel praktische, doordachte politiek. Doet ze dat niet, dan is ze gedoemd klein te blijven.’


Macht en missies

Militaire missies zijn traditioneel lastig voor GroenLinks. Partijtop en leden botsen doorgaans hard over eventuele steun. Opvallend is dat GroenLinks er niet voor terugdeinst haar steun in te trekken.

1991 Partij (voor) en fractie (tegen) botsen over het sturen van patriot-raketten naar Israël, dat bedreigd wordt door Saddam Hoessein.

1992 Fractie stemt in met deelname aan de VN-missie in Bosnië. Partijdiscussie over humanitaire interventie boven antimilitarisme. De interventionisten winnen.

1999 Fractie steunt de Navo-bombardementen op Servië. Na 78 dagen trekt de fractie de steun in onder druk van de partijraad. Het zal de laatste dag van de bombardementen blijken te zijn.

2001 Fractie steunt de inval in Afghanistan voorwaardelijk. Nadat burgerdoden zijn gevallen komen lokale afdelingen, Statenleden, senatoren en Dwars in opstand. Op 13 november schort GroenLinks de steun voor aanval op. Die dag valt Kaboel.

2003 Er dreigt een inval in Irak. Vóór de verkiezingen stelt lijsttrekker Halsema niet te willen meewerken aan een kabinet dat daaraan steun biedt. Het CDA - dat militair ingrijpen wél ziet zitten - wint de verkiezingen. GroenLinks belandt toch weer in de oppositiebanken.

2011 Grote verdeeldheid over de politietrainingsmissie naar Kunduz. De partijraad is tegen. De fractie zwicht voor toezeggingen van het kabinet: de missie is strikt civiel, getrainde agenten vechten niet tegen de Taliban, de cursusduur wordt verlengd en agenten zullen leren lezen en schrijven.