Films uit het Midden-Oosten

Weg van de ellende

De films van jonge regisseurs uit het Midden-Oosten gaan vooral over liefde en seksualiteit.

Als het groot en hard is
Stop het dan in je kont
Als het klein en zacht is
Geniet dan van de aanblik

Een vies liedje? Zeg dat wel. Een vies Arabisch liedje zelfs, gezongen door een aantal Libanese mannen in Crazy for You van de jonge filmmaker Akram Zaatari uit Beiroet. In deze documentaire vertelt een drietal jongens tot in detail hoe zij hun meisjes zo ver krijgen om zich over te geven aan de geneugten van de seks. Nou ja, geneugten. Voor de jongens is dat het geval, voor de dames is er echter weinig lol te beleven: «Ik neukte en neukte en neukte haar. Toen ik twee keer was klaargekomen, had ik geen zin meer. Maar toen wou zij nog. Ze krabde mijn borst open en ik zei tegen haar dat ze zich moest gedragen. » De verhalen over hun amoureuze veroveringen zijn op het wrede af. En dat is precies wat Zaatari wil laten zien met zijn film: «We hebben in Beiroet veel sociale problemen die we moeten aanpakken. Een daarvan is de verhouding tussen mannen en vrouwen. » De Libanese regisseur was een week lang in Amsterdam met een groep filmmakers uit het Midden-Oosten.
Het uitwisselingsprogramma Nouvelle Arabe, opgezet door de stichting Filmzaken voor de Nederlandse Film en Televisie Academie (nfta), toonde afgelopen week in De Balie afstudeer- en debuutfilms van jonge regisseurs uit Egypte, Libanon, Jordanië en de Palestijnse gebieden. Midden-Oostendeskundige en diplomaat Marcel Kurpershoek kwam de eer toe om ter inleiding van dit Arabische filmfestival een lezing te houden over «de sociale, politieke en culturele context waarin de films tot stand zijn gekomen». Van de films zelf snapte hij volgens de jonge filmmakers echter helemaal niets. Kurpershoek hield voor een publiek van studenten, ambassadeurs (Libanon, Egypte en Saoedi-Arabië), professor Nasr Abu-Zayd uit Leiden en de Egyptische schrijver Raouf Mousa'ad-Basta een pittige lezing waarin hij onder meer de Egyptische regering aanviel op het feit dat ze het intellectuele en morele terrorisme in eigen land toelaat: «Religieuze fanatici kunnen pogingen ondernemen om schrijvers als Nagib Mahfouz te vermoorden en jagen onafhankelijke, islamitische denkers als Nasr Abu-Zayd het land uit.» Ook verwees hij naar de gewelddadige protesten die twee weken geleden uitbraken onder studenten van de religieuze Azhar universiteit naar aanleiding van het boek van de Syrische auteur Haidar Haidar. Vervolgens deed Kurpershoek de gewaagde uitspraak dat «de Arabische wereld veel gemakkelijker de sympathie van de westerse pers voor zich zou winnen als deze, overeenkomstig de Israelische gemeenschap, politieke transparantie zou nastreven». Ten slotte uitte hij zijn teleurstelling over de Libanese films die alleen alledaagse onderwerpen behandelden zoals bodybuilding, liefde en seksualiteit. «Is dit een ironisch commentaar op een land waar 150.000 mensen recentelijk zijn gedood in een burgeroorlog?» Daarmee gooide hij de knuppel in het hoenderhok.
De Midden-Oostenexpert kreeg de gehele delegatie filmmakers over zich heen. In de discussie die ontstond, stelde Zaatari: «Ik wil juist geen spectaculaire oorlogsfilms maken, ik wil me met de problemen van het huidige Libanon bemoeien. De nieuwe generatie wil na alle ellende iets voor zichzelf doen.»
«Precies», beaamde de Libanese regisseuse Nadine Labaki, «waarom mogen we geen normaal leven leiden?» Kurpershoek legde uit dat je eerst het verleden moet doorgronden wil je op de juiste manier de toekomst tegemoet treden: «Als er bij ons in Nederland een half miljoen mensen doodgaan als gevolg van een burgeroorlog, zouden wij dan films maken over het veroveren van meisjesharten? Praat over de geschiedenis, maak er documentaires over, ga in je geest na waar de wortels van die oorlog liggen. Jullie moeten een voorbeeld nemen aan Zuid-Afrika en een waarheidscommissie instellen. Anders blijft de nieuwe generatie vastzitten in oude fouten.»
De Palestijnse filmmaker Raed Al-Helou merkte op: «Ik word elke dag geconfronteerd met geweld. Maar als ik net als mijn Libanese collega’s de kans kreeg om andere onderwerpen te filmen, zou ik dat veel liever doen.» Professor Abu-Zayd suste de verhitte discussie enigszins door fijntjes op te merken dat we hier te maken hebben met een typisch conflict tussen verschillende generaties: «We moeten niet vergeten dat zodra je je in de Arabische wereld individualistisch opstelt en een eigen mening verkondigt, je al kritisch bezig bent.» Kurpershoek nam vervolgens gas terug en bekende: «Ja, je moet het me maar niet kwalijk nemen, ik heb last van een beroepsdeformatie, mijn dagelijks werk gaat over conflicten.» Tot opluchting van iedereen liep de avond met een sisser af. Na afloop merkte de Midden-Oostenspecialist ietwat beteuterd op: «Wil je een keer een discussie ontlokken, nemen ze het weer veel te persoonlijk op.»