Onderwijs als antwoord op uitzichtloosheid

Weg van de schroothoop

Tara Westover werd een sensatie met haar boek over opgroeien zonder onderwijs. De gebreken van haar kindertijd maken duidelijk waarom we kinderen naar school sturen.

De jonge Tara Westover © courtesy Tara Westover

Toen Tara Westover elf jaar was had ze een opstandige gedachte, een die betrekking had op haar onderwijsloopbaan – of beter gezegd: het gebrek daaraan. Voor de meeste jongeren betekent rebelleren losbreken uit een vast stramien: spijbelen, bijvoorbeeld, of van huis weglopen. Een tree hoger op de ladder van verzet staat school geheel en al verlaten en daarmee een ‘drop-out’ worden. Voor Westover vroeg verzet juist om het tegenovergestelde. Haar ultieme opstand was een ‘drop-in’ te worden.

Tara Westover groeit op in het afgelegen berglandschap van Idaho. Haar ouders, mormonen, zijn zogeheten ‘survivalists’: altijd bezig met voorbereiding op het Einde der Tijden, waarvan ze geloven dat zij die zullen overleven dankzij diepe vroomheid en gedegen voorbereiding. Terwijl haar leeftijdgenootjes over het schoolplein rennen, is Westover in de weer met perziken inmaken om het gezin in leven te houden wanneer bijbelse plagen de rest van de mensheid zullen teisteren. Vader Westover geeft ondertussen het gezinsbudget uit aan het aanleggen van een wapenarsenaal, zodat toekomstige plunderaars effectief kunnen worden geweerd.

Geloof in de letterlijke waarheid van de bijbel gaat gepaard met diep wantrouwen tegen de rest van de wereld, en dus zweren de Westovers contact met officiële instanties af. Kinderen worden niet ingeschreven bij het bevolkingsregister, auto’s worden niet verzekerd en reguliere geneeskunde is taboe. Dokters proberen je alleen maar zieker te maken en onderwijzers zijn ‘spionnen van de illuminati’ die jonge geesten proberen te verzieken met, zoals vader Westover het zijn dochter al vroeg inwrijft, ‘socialistische ideeën afkomstig uit Californië’.

En dus gaan de zeven kinderen Westover niet naar school. In plaats daarvan helpen ze hun vader met zijn handel in oud ijzer of met losse bouwklussen in de omgeving. Tara, de jongste, staat ook haar moeder bij die zich opwerpt als clandestiene vroedvrouw en kruidengenezer. Moeders klantenkring bestaat uit de bredere gemeenschap van gelovigen die huisarts, hospitaal en reguliere kraamzorg mijden. Liever laten ze bevallingen over aan Gods wil en ervaring die van vrouw op vrouw wordt doorgegeven. Bij geboorten komt extra stress kijken: die van de vroedvrouw die vreest dat er wat misgaat met moeder of kind. Bij gebrek aan formele accreditatie dreigt er de mogelijkheid van gevangenisstraf wegens dood door schuld.

Dit is de verwachte toekomst voor Tara: meegaan met moeder net zo lang tot ze zelf bevallingen kan begeleiden. Een leven in dienst van kroost wacht dan, haar eigen dat ze uiteraard zal krijgen en de andere kinderen die ze zal helpen ter wereld te brengen, op hoop van zegen. Op een zeker moment, als Tara ruziet met haar vader over geld dat ze met een bijbaantje in de stad verdient, oppert haar moeder dat het wellicht tijd is om het huis uit te gaan, een man te zoeken en te gaan baren. Dat is wat haar moeder zelf ook deed op die leeftijd. Er ontspint zich de volgende dialoog tussen moeder en dochter:

Tara: ‘Jij trouwde op je zestiende?’

Moeder: ‘Doe niet zo raar, je bent geen zestien.’

Tara: ‘Jawel, ik ben zestien.’

Moeder: ‘Je bent op z’n minst twintig. Toch?’

Stilte.

Tara: ‘Ik ben in september zestien geworden.’

Dokters proberen je alleen maar zieker te maken en onderwijzers zijn ‘spionnen van de illuminati’ die jonge geesten verzieken

Moeder bijt op haar lip. ‘Oké, dan kun je blijven. Blijkbaar waren we het vergeten. Moeilijk bij te houden hoe oud jullie zijn.’

Over dit volgens alle burgerlijke standaarden absurde gezinsleven, verstoken van het dagelijkse ritme dat onderwijs aan een kinderleven geeft, schreef Westover een boek dat een directe bestseller werd: Educated: A Memoir (‘Leerschool’ heet de Nederlandse vertaling die verscheen bij uitgeverij De Bezige Bij). Dit is een van de sleutelzinnen, waarin Westover zichzelf als elfjarige herinnert: ‘Mijn interesse werd intenser met ieder afstompend uur dat ik op het autokerkhof doorbracht, totdat ik op een dag een bizarre gedachte had: dat ik me in moest schrijven bij de openbare school.’

Het is geen spoiler om het resultaat te verklappen van Westovers innerlijke drang om onderwijs te volgen (ook het omslag van Educated geeft het weg). In de strijd tegen een wereld van diploma’s, examens en titels trekken de Westover-ouders aan het kortste eind. Uiteindelijk komt hun dochter via kronkelwegen tussen de muren terecht. Ze leert zichzelf wiskunde, grammatica en natuurwetenschap, met oude boeken die ze in de kelder vindt. Ze doet staatsexamen en verwerft een plek op Brigham Young University, een mormoonse universiteit in Idaho. Vanuit daar gaat ze naar de Universiteit van Cambridge en naar Harvard. In 2014 haalt Westover een doctoraat in de intellectuele geschiedenis aan Cambridge. Vier jaar later verschijnt Educated.

Westovers boek staat al meer dan een jaar in de Amerikaanse bestsellerlijsten en momenteel op plaats 2 in die van The New York Times. Uiteraard is dat een getuigenis van de kwaliteiten van het boek: het is meeslepend geschreven, biedt inkijk in een wereld die anders gesloten blijft en haakt aan bij een thema dat het hoe dan ook goed doet op de (Amerikaanse) boekenmarkt: een wordingsgeschiedenis, against the odds. (Op nummer 1 bij The New York Times staat Becoming van Michelle Obama.)

Op zichzelf is Westovers boek al een bewijs voor het nut van onderwijs. Zonder haar universitaire opleiding was Educated nooit verschenen. Omdat er geen educatie was om over te schrijven, natuurlijk, maar ook omdat zonder aangeleerde schrijfvaardigheden en de vertrouwdheid met het boek als vertelvorm het bijzonder lastig zou zijn geweest om werk te publiceren. Westovers succes is hét antwoord op de opmerking die haar vader een van haar broers in het gezicht slingert als die overweegt om onderwijs te gaan volgen. ‘Je wordt het hoofd van een gezin. Hoe kun je een vrouw en kinderen onderhouden met boeken?’

De tragiek die in die uitroep besloten ligt, het onbegrip van de man van één boek voor het feit dat er oneindig veel boeken worden geschreven waar duizenden hun brood mee verdienen, is wat Educated voortstuwt. Het legt de basis voor het uittochtverhaal dat Westover heeft geschreven, weg van de berg in Idaho naar, op dit moment, New York voor een leven met een Twitter-account waarop staat dat ze hondenliefhebber is en een plaats in de lijst van de honderd meest invloedrijke personen die Time Magazine ieder jaar maakt, met warme aanbevelingen van Bill Gates. De prijs die Westover hiervoor heeft betaald is hoog: ze heeft gebroken met haar familie.

Toch is er meer nodig dan de grote literaire en dramatische motieven om het uitzonderlijke succes van Westovers boek te verklaren. In zijn uitleg in Time Magazine waarom Westover een stem is die ertoe doet, wijst Bill Gates op een dieper antwoord: Educated is geen politiek boek, maar raakt aan de belangrijke scheidslijnen in ons land: rode versus blauwe staten, stad versus platteland, universitair opgeleid versus niet.’ Wat Gates in zoveel woorden zegt is dat Westover twee dingen doet: de universele waarde van onderwijs aantonen en laten zien hoe onderwijs een politiek gevoelige scheidslijn is geworden.

Deel twee van Westovers boek, waarin haar thuissituatie een decor is waar ze naar terugkeert tijdens universitaire vakanties, onderstreept waarom onderwijs voor velen een welkome ontsnappingsroute is. Een van de problemen waar Amerika mee kampt is een braindrain op het platteland. Wie weg kan, gaat en komt meestal niet meer terug. En dat heeft niet alleen met economische kansen te maken.

Terug van de universiteit trekt Westover haar laarzen met stalen neuzen weer aan om gevaarlijk werk te doen in de schroothandel van haar vader, werk dat ze moet doen om het straks niet meer te hoeven doen (ze heeft geld nodig om haar collegegeld te betalen). Maar thuis wacht ook fysiek geweld en seksisme, met name uitgeoefend door een van haar broers, Shawn, in wiens ogen ze een verrader is die denkt dat ze beter is dan de rest. Tijdens een Thanksgiving-diner vernedert en mishandelt Shawn haar waar de rest van de familie, plus een vriend die Westover aan tafel heeft uitgenodigd, bij is. Haar ouder staan erbij en kijken ernaar.

Op een later moment sleept Shawn haar over het asfalt en breekt haar pols op het moment dat ze in haar vuile werkkleren weigert een winkel binnen te gaan waar diezelfde vriend op dat moment ook is. De definitieve breuk met haar vader en moeder, zo vertelde Westover in interviews, werd veroorzaakt niet door het huis te verlaten om te gaan studeren, maar doordat ze zich openlijk uitsprak over wat haar thuis overkwam. ‘Het ergste dat je in ons gezin kon doen was de waarheid spreken’, zei ze tegen The Guardian.

Wat Westovers memoires laten zien is dat morele en economische verheffing samen op gaan;linkerpagina: © Stephen Voss / Redux / HH
Ze krijgt het aan de stok met haar agressieve broer. Haar gezicht zit onder de smeer, waarop Shawn haar voor ‘nigger’ uitmaakt

Westovers verhaal is helaas geen uitzondering. In 2013 zette The Atlantic in een artikel uiteen hoe het leven van jonge vrouwen in ruraal Amerika anders is. Jonger trouwen, slechtere toegang tot gezondheidszorg en meer blootstelling aan huiselijk geweld, was de samenvatting van verschillende wetenschappelijke onderzoeken (deels gedaan door Brigham Young University) die The Atlantic presenteerde. Uit cijfers van het Amerikaanse Bureau voor Juridische Statistiek blijkt dat vrouwen onder de 34 wonend op het platteland in huishoudens met lage inkomens het grootste risico lopen op geweld in de privésfeer. Wat Westover aan mishandeling heeft moeten ondergaan is treurig om te lezen. Tegelijkertijd past het in een statistisch patroon. Haar boek legt een weinig benoemde waarheid bloot over waarom een samenleving kinderen naar school stuurt. Geweld, en de economische uitzichtloosheid die daar deels aan ten grondslag ligt, kunnen op verschillende manieren worden bestreden. Onderwijs, en een kans zelf een leven uit te stippelen, als het moet weg van de ellende thuis, is er een van.

Na de verkiezing van Donald Trump is er een nieuwe discussie op gang gekomen over hoe te spreken over de verschillen tussen de kansrijke en kansarme gebieden in de VS. Niemand wil de vergissing herhalen van Hillary Clinton die het electoraat van haar tegenstander afdeed als een stel deerniswekkende figuren. Er is ruimte ontstaan voor boeken en artikelen die blootleggen wat er omgaat in het deel van Amerika dat niet tot de progressieve stadsgemeenschappen behoort. Ze zijn geschreven vanuit een wens te begrijpen (Strangers in their Own Land, van Arlie Hochschild), de vooruitstrevende klasse wakker te schudden (Listen Liberal van Thomas Frank), of de armoede en sociale discfunctionaliteit in vergeten Amerika te laten zien (J.D. Vance’s Hillbilly Elegy).

Ook White Working Class: Overcoming Class Cluelessness in America van Joan Williams hoort in dit rijtje thuis. Williams, een rechtswetenschapper uit Californië, schreef haar boek uit ergernis over het gebrek aan besef van wat de Trump-kiezers drijft. Haar boek is een aanval op de vooroordelen van hoogopgeleid Amerika over hoe de rest van de samenleving denkt. In een van de hoofdstukken richt ze zich op de liberale mantra dat onderwijs de oplossing is voor werkloosheid en economische achterstand, en uiteindelijk voor een stem op Trump. ‘De nadruk op onderwijs’, schrijft ze, ‘heeft alleen zin voor de kinderen van de professionele klasse. Het is de voorwaarde voor het reproduceren van de sociale status van hun ouders.’

In een gesprek met Ewald Engelen voor De Groene Amsterdammer legde Williams het grote probleem van Amerika als volgt uit: ‘Je pakt niet zomaar je boeltje op om naar Californië te verhuizen omdat daar wel werk zou zijn. En dat is ook wat het traditionele antwoord van de elite op de klachten over doorgeslagen globalisering zo krenkend maakt. Meer en beter onderwijs gaat geen banen terugbrengen. “Worden zoals wij” – dat is wat de elite daar eigenlijk mee zegt, alsof de elite de maat der dingen is – wrijft alleen maar meer zout in de wonden.’

Westover blijft in haar boek weg van deze discussie. Maar juist haar feitelijke herinneringen aan opgroeien in ‘een cultuur van paranoia en fundamentalisme’ laten zien dat er ook een andere manier is om naar het verschil tussen de twee Amerika’s te kijken. In een van de vakanties waarin Westover thuiskomt van de universiteit om voor haar vader te werken, krijgt ze het aan de stok met haar agressieve broer. Westovers gezicht zit onder de smeer, waarop Shawn haar voor ‘nigger’ uitmaakt. De rest van de vakantie blijft hij haar zo noemen. Het herinnert Westover eraan dat deze term vaker gebruikt werd in haar jeugd, door vader en broers, en dat ze als kind geen idee had van de precieze betekenis ervan. Slavernij, racisme, de burgerrechtenbeweging bestonden niet als onderwerp bij haar thuis. Maar inmiddels heeft Westover op de universiteit vakken Amerikaanse geschiedenis gevolgd en wordt ze woedend als haar broer zo spreekt.

‘Noem me niet zo’, zegt Westover. ‘Je hebt geen idee wat het betekent.’

‘Natuurlijk wel’, antwoordt de broer. ‘Je hele gezicht is zwart, like a nigger.’

Een vergelijkbare situatie, waarin kennis individuen tegenover elkaar plaatst, doet zich voor tijdens Westovers eerste semester op Brigham Young University. Ze zit in de collegezaal en begrijpt een bijschrift bij een foto in haar boek niet. Gevraagd om de tekst voor te lezen, is Westover eerlijk en vraagt ze naar de betekenis van het woord dat ze niet kent. Er valt een pijnlijke stilte. De professor is geïrriteerd. ‘Na de les ging ik direct naar de computerruimte om het woord “holocaust” op te zoeken’, schrijft Westover in Educated.

Deze anekdote, een van de meest veelzeggende uit Westovers boek, toont nog een reden waarom onderwijs belangrijk is. Zonder onderwijs ontstaat er geen morele gemeenschap waarin overeenstemming bestaat over wat aanvaardbaar en wat onaanvaardbaar is. Onderwijs verwaarlozen betekent kinderen bij voorbaat buitensluiten van die gemeenschap. Westover wordt misprijzend aangekeken vanwege haar onwetendheid over de jodenvervolging. Het verwijt is niet dat van een gebrek aan feitenkennis, maar dat ze geen deel lijkt uit te maken van de gemeenschap die een opvatting deelt over wat die feiten betekenen. Het is een van de momenten in Westovers boek waarop het duidelijk wordt dat er maar één manier is om een verstikkende cultuur van complottheorieën, racisme en religieus dogma te ontstijgen.

Meer en beter onderwijs brengt op zichzelf geen fatsoenlijk betaald werk terug op plekken waar het verdwenen is, zo constateert Joan Williams terecht, maar wat Westovers memoires laten zien is dat morele en economische verheffing samen opgaan. Wat Tara Westover achterlaat dankzij onderwijs is tegelijkertijd armoede en onwetendheid. En als onderwijs haar ogen opent voor giftige consequenties van onwetendheid en haar tegelijkertijd de kans biedt iets anders te doen dan oud ijzer verwerken, waarom zou dat dan ook niet voor haar broer gelden? En als die logica opgaat voor kinderen van een gezin, waarom dan niet op het niveau van heel Amerika?

Westover keert niet meer terug naar Idaho, net zoals de meeste hoogopgeleiden uit de lagere economische klasse niet terugkeren naar waar ze geboren zijn. De onderliggende vraag is wat er voor nodig zou zijn voor iemand als Westover om wel terug te keren, en haar talenten en verdiensten ten goede te laten komen aan een gemeenschap die daar baat bij zou hebben. Meer gelijkgestemden misschien, of in ieder geval minder types zoals haar broer. In beide gevallen helpt meer en beter onderwijs daar wel degelijk bij.

Wie nooit meer weggaat waar hij vandaan komt is Westovers vader. Hij beschouwt zichzelf als uitverkoren en gered, maar zit uiteindelijk gevangen. Hij runt zijn schrootbedrijf met gevaar voor eigen leven en dat van anderen. Veiliger werktuig is duur. Zijn weigering om bij de talloze ongelukken die zich voordoen een ambulance te bellen, lijkt net zo goed voort te komen uit wantrouwen tegen de medische stand als uit de angst voor een doktersrekening. Een van de redenen waarom hij woedend reageert als Tara of een van haar broers overweegt naar school te gaan is puur economisch. Hij spreekt over zijn kinderen als zijn ‘crew’. Hun opleiding betekent zijn verlies van arbeidskrachten. Het is uiteindelijk de economische achterstand die opleidingsachterstand voortbrengt. De oplossing betekent de formule omgekeerd teruglezen. Het enige dat kan voorkomen dat kinderen die zijn geboren in omstandigheden die lijken op die van Tara en haar broers kunnen ontsnappen is, andermaal, onderwijs.

Waarmee niet gezegd is dat een samenleving alleen gered kan worden van polarisatie en verkapte klassenstrijd door iedereen op het pad richting een doctoraat aan een topuniversiteit te sturen. Wel stuurt Westover de discussie over de vraag of onderwijs een antwoord biedt op de uitzichtloosheid die veel Amerikanen ervan overtuigde dat de huidige bewoner van het Witte Huis hun problemen zou oplossen. Als ‘opgeleid’ betekent oprechte verontwaardiging voelen bij racistisch taalgebruik, in staat zijn morele lessen uit het verleden te trekken en een cyclus van armoede en destructieve achterdocht te doorbreken, waarom zou dat dan niet de maat der dingen moeten zijn?