Weg van oorlogen

Er is één constante in de verhouding tussen het Westen en de probleemgebieden in de wereld van de islam.

Wij, Europa, Amerika, de Navo krijgen er genoeg van. Bijna tien jaar na de verwoesting van de Twin Towers, met een uitzichtloze oorlog in Afghanistan, een schijnoverwinning in Irak, een ‘Arabische lente’ die zich dagelijks verder tot een chaos ontwikkelt, een burgeroorlog in Libië, massamoorden in Syrië, nog het een en ander, komen we langzamerhand tot de conclusie dat de moderne westelijke macht niet toereikend is om deze om zich heen grijpende ordeloosheid op welke manier dan ook de moderniteit binnen te loodsen. De westelijke kiezers willen geen gesneuvelden meer, geen miljarden die in bodemloze putten verdwijnen. Ze geloven niet meer in de volgende militaire experimenten, de wederopbouwmissies die vastlopen in verzet, onwil en corruptie. De westelijke kiezers naderen het ogenblik van hun eigen revolutie, de totale weigering om zich nog met die overzeese problemen te bemoeien.

Misschien is het een wonder dat het zo lang heeft geduurd. In de oorlogen in Irak en Afghanistan zijn omstreeks zesduizend Amerikaanse soldaten gesneuveld en er zijn honderdduizend of meer burgerdoden gevallen. Dit laatste is een schatting, ze worden niet geteld. Er zijn enorme verwoestingen aangericht en van het stichten van de voorbeeldige democratieën die George W. Bush en zijn neoconservatieve entourage hadden beloofd, is niets terechtgekomen. Deze vruchteloze avonturen hebben Amerika intussen een duizend miljard dollar gekost. De grote Europese bondgenoten zijn aan het einde van hun uithoudingsvermogen. Duitsland zal aan het einde van het jaar beginnen met het terugtrekken van zijn 4900 man, en Frankrijk gaat hetzelfde doen, 'in overeenstemming met het Amerikaanse tijdschema’.

Op 22 juni heeft president Obama de nieuwe strategie voor Afghanistan uitgelegd. Tegen het einde van de zomer van 2012 moeten alle troepen van de surge, de tijdelijke versterking met 33.000 man waartoe hij in 2009 besloot, zijn teruggetrokken. Er blijven dan nog 66.000 man over. Of die strijdmacht dan de situatie aan zal kunnen, wat de Taliban ervan denken, hoe de verhouding met Pakistan zich zal ontwikkelen, over die onzekerheden liet de president zich niet uit. Het is nu tijd voor nation building at home, zei hij. We moeten ons concentreren op het herstel van de American Dream.

Hij begint de massale, zich dagelijks verder uitbreidende weerzin tegen de oorlog te begrijpen, en vooral er de consequenties uit te trekken. Het eerste teken daarvan was de weigering van Washington om de leiding te nemen in de strijd tegen kolonel Kadhafi. Daar hebben de Fransen een soort voortouw genomen en Washington beperkt zich tot hulp bij de bewapening en financiering. Amerika 'geeft leiding in de achterhoede’, schreef The New Yorker. Daarmee wordt een ander probleem van de president aangegeven. Misschien wordt Kadhafi door zijn terughoudendheid aangemoedigd om vol te houden. En in ieder geval zal deze kenschets het Republikeinse kamp welkom zijn. Daar is ieder argument welkom om hem af te schilderen als een aarzelaar, een lafaard, een flip-flopper.

Dit alles bemoeilijkt Obama bij het ontwerpen en uitvoeren van een nieuw beleid, maar aan de feitelijke situatie verandert het niets. Een groeiende meerderheid van het Amerikaanse volk is oorlogsmoe. Volgens een vorige week door het Pew Research gehouden enquête vindt 56 procent dat de troepen zo vlug mogelijk uit Afghanistan moeten worden teruggetrokken en 39 procent is van mening dat het beter is om te wachten tot de toestand daar is gestabiliseerd. Is daar een kans op? Nee. Alle berichten uit de regio wijzen op het tegendeel. President Karzai blijft een grillige halfbondgenoot. Als de Amerikaanse troepen nu misschien binnen afzienbare tijd het land hebben verlaten, is de kans groot dat daar weer oeverloze burgeroorlogen uitbreken, waarvan niemand kan zeggen hoe ze zullen eindigen. Zonder hulp van Pakistan, dat in zijn grensgebied radicale strijders geheime gastvrijheid geeft, wordt een goede afloop in Afghanistan voor onmogelijk gehouden. En kernmogendheid Pakistan zelf is een staat in labiel evenwicht.

Dit is de situatie aan onze fronten. In de afgelopen tien jaar is bewezen dat we daar de oorlog op de verkeerde manier hebben gevoerd. Surges, het inzetten van drones, de onbemande vliegtuigjes, opbouwmissies, het bevorderen van democratische verkiezingen, de gigantische offers die het Westen heeft gebracht, het heeft allemaal niet geholpen. En het is duidelijk: onze politieke leiders weten geen betere oplossingen. Nu worden de kiezers in het Westen geconfronteerd met hun eigen economische crisis en beslopen door een gevoel van politieke radeloosheid. Er ontstaat in dit deel van de wereld een nieuwe situatie die voortkomt uit het begrijpelijke verlangen om niet meer door de uitzichtloze overzeese problematiek te worden lastiggevallen. Westers isolationisme begint onvermijdelijk te worden.