Uitbesteden en aanbesteden

Weggegooid geld

Na de zogeheten Affaire van Schokland moet de regering zich eens de vraag stellen of al die zich als creatief afficherende adviesbureaus wel zo creatief zijn, en of ze niet doen waar de ambtenaren eigenlijk voor ingehuurd zijn.

In het voorjaar verzuchtte een woordvoerder van een minister in de wandelgangen van de Tweede Kamer: ‘Vroeger gingen we met een nieuwe minister in de eerste maanden na zijn aantreden ook het hele veld en allerlei belangrijke spelers langs, maar dan niet met al die camera’s, bussen, toeters en bellen eromheen.’ Lennart Booy en Erik van Bruggen van het bureau bkb, dertigers die zichzelf aanprijzen als bedenkers van menig creatief concept en ambitieuze campagnestrategie, waren toen nog druk doende voor pvda-partijgenoot minister Bert Koenders van Ontwikkelingssamenwerking de dag rondom het Akkoord van Schokland voor te bereiden. Wil Kuiters van het Bureau Kuiters uit Sassenheim, zichzelf eveneens aanprijzend met woorden als creatief en concept, werkte nog met een glimlach aan de Kindertop voor CU-minister Rouvoet van Jeugd en Gezin. Het Haagse bureau TheLabs, dat op zijn website ook zegt te zoeken naar creatieve en ‘ongewone’ oplossingen, was voor pvda-minister Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie de bustour langs alle veertig probleemwijken nog aan het regelen. En ook de afsluitende Town Hall Meeting van het gehele nieuwe kabinet, na honderd dagen geluisterd te hebben naar de Nederlandse burger, moest toen nog plaatsvinden.

Inmiddels zijn al die evenementen achter de rug en was er vorige week de Affaire van Schokland. Een affaire die welhaast net zo veel facetten kent als het Akkoord van Schokland waarmee het allemaal begon.

De affaire draait om de manier waarop minister Koenders de opdracht voor het organiseren van de happening op 30 juni op het voormalige Zuiderzee-eiland Schokland heeft gegund aan het bureau bkb van drie partijgenoten, van wie Booy en Van Bruggen door hun Niet-Nixverleden de bekendsten zijn. Op Schokland werden die laatste dag van juni door veel organisaties vele akkoorden ondertekend om de Millenniumdoelen, gericht op het bestrijden van onder meer honger en armoede, hiv en milieuvervuiling, dichterbij te brengen. Die akkoorden hebben titels als ‘Tot zover Darfur’, ‘Goedkoop vrouwencondoom’, ‘Energie uit biomassa’ en ‘Baas in eigen portemonnee’. Waarbij die laatste welhaast ironisch lijkt, omdat Koenders juist waar het ’t beheer van zijn ministeriële portemonnee betreft problemen heeft gekregen door er te veel eigen baas over te spelen.

Gezien het bedrag van 750.000 euro dat met alle toeters en bellen op Schokland gemoeid was, verordonneert Europese regelgeving dat de opdracht openbaar aanbesteed had moeten worden. Dat had Koenders niet gedaan. Direct klonk het verwijt dat hier sprake was van ‘vriendjespolitiek’.

Het politieke zomerstormpje dat opstak, is inmiddels weer geluwd. Koenders moest er wel voor van vakantie terugkomen en erkennen dat hij het akkoord met het bureau bkb van zijn partijgenoten niet had moeten tekenen, ook al hadden zijn ambtenaren daarop aangedrongen.

In de korte tijd dat de Affaire van Schokland speelde, is behalve het verwijt van vriendjespolitiek nog een aantal andere kwesties naar buiten gekomen. Een daarvan is de bij insiders bekende spanning op het ministerie aan de Haagse Bezuidenhoutseweg tussen cda-minister Maxime Verhagen, die de baas is op Buitenlandse Zaken, en de bij hem inwonende pvda-minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking. Die spanning is mede terug te voeren op het herhaaldelijk aandringen van toen nog Tweede-Kamerlid Koenders op een parlementair onderzoek naar de besluitvorming in Nederland rondom het politiek steunen van de oorlog in Irak door het kabinet-Balkenende II waartegen zijn partij oppositie voerde. Met tegenzin heeft Koenders moeten accepteren dat in het huidige regeerakkoord de afspraak is gemaakt dat dit kabinet, waarvan zijn partij wél deel uitmaakt, zo’n onderzoek niet zal instellen.

Dat uitgerekend een cda-kamerlid vragen stelde over de aanbesteding bij de dag rondom het Akkoord van Schokland, heeft olie op het in het ministerie smeulende vuurtje gegooid. Juist dat ministerie speelt deze maand een belangrijke rol bij de ingrijpende beslissing of Nederlandse troepen ook na de zomer van 2008 nog in de zuidelijke Afghaanse provincie Uruzgan moeten blijven. Waren de kamervragen over Schokland onderdeel van een groter geheel om Koenders’ positie te verzwakken? Het leek misschien op een komkommertijdaffaire, maar er is wantrouwen gezaaid en binnen een coalitie kan juist dat diep wortelen.

Uit de Affaire van Schokland is nog iets gebleken. Koenders is niet de enige minister die zich niet aan de Europese aanbestedingsregels houdt. Ook de Kindertop van minister Rouvoet en de bustour van minister Vogelaar langs de veertig probleemwijken werden onderhands gegund, terwijl ook voor deze happenings bedragen over de toonbank gingen die het maximale bedrag overstegen van 137.000 euro waaronder openbare aanbesteding niet verplicht is. Er blijkt sprake te zijn van ministeriële ongehoorzaamheid die, net als veel burgerlijke ongehoorzaamheid, het gevolg is van de regelgeving die in de praktijk onwerkbaar blijkt te zijn door alle rompslomp die ze met zich meebrengt. Een bestuurder die een dezer zomerdagen los rondliep beaamde dat volmondig. Toch is de kans groot dat de Affaire van Schokland zal leiden tot juist dat waar het uit voortkomt: meer toezicht, mogelijk zelfs nog meer regelgeving.

Wat door de Affaire van Schokland ook naar buiten is gekomen, zijn de bedragen die met de bustouren, town hall meetings, kindertops en happenings op voormalige eilanden gepaard gaan. Schokland kostte 750.000 euro, de Kindertop (exclusief de tour van Rouvoet door het land) 280.000 euro, de bustour van Vogelaar 595.000 euro en de afsluitende bijeenkomst voor het hele kabinet 270.000 euro. Daar komen nog de kosten bij voor de capriolen die andere ministers hebben uitgehaald om in de eerste maanden na hun beëdiging te luisteren naar de burgers en draagvlak te creëren in het land.

De vraag die tot nu toe op tafel lag, was of al dat geld wel volgens de Europese aanbestedingsregels is uitgegeven. Maar over de vraag of dat geld goed is besteed, gaat de discussie niet. Op de eigen website van het onder vuur liggende bureau bkb lijken ze zich daar in hun verdediging van het bedrag van driekwart miljoen euro wel op te richten. Hun antwoord legt precies bloot waar het allemaal om te doen is geweest: er waren veel mensen op Schokland op die dertigste juni en de happening kreeg veel media exposure.

Als dat de graadmeter is, dan hebben de bureaus waar Rouvoet en Vogelaar mee in zee gingen het ook goed gedaan. Minister Rouvoet werd bij zijn eerste bezoek in het land omstuwd door vooral camera’s, iedereen heeft hem zien jumpen met de jeugd en de Kindertop haalde zowat elk journaal en elke krant. Ook minister Vogelaar had menig mediamoment tijdens haar tour. Zoals ook de afsluitende Town Hall Meeting in Utrecht waar het hele kabinet aanwezig was, uitgebreid op televisie te volgen was.

Maar sinds wanneer is media exposure een graadmeter voor het goed besteden van publiek geld? Sinds wanneer horen het luisteren naar wat er in het land leeft en het draagvlak zoeken niet meer impliciet bij de kerntaken, sterker, bij het wezen van een politicus en dus van de ambtenarij die hem, mocht hij minister worden of zijn, bijstaat bij het voeren van zijn beleid?

Of om op de woordvoerder uit de eerste alinea terug te komen: sinds wanneer hoort het organiseren van de kennismaking, in de nieuwe functie van minister, met al diegenen die er volgens die minister op zijn beleidsterrein toe doen niet meer tot de kerntaken van de ambtenarij? Of, als het om Koenders en het Akkoord van Schokland gaat: is het zoeken van medestanders om de Millenniumdoelen te bereiken niet gewoon dagelijks werk voor hem en zijn ambtenaren? Anders gezegd: de affaire over het aanbesteden zou nooit zijn ontstaan als die taken niet zouden zijn uitbesteed.

Om de bedragen die aan Schokland en de Kindertop zijn uitgegeven te kunnen plaatsen, even een uitstapje naar de wetenschap. Nederland afficheert zich graag als kennisland. Eind juli hebben drie generatiegenoten van Booy en Van Bruggen te horen gekregen dat ze een European Young Investigators Award hebben gewonnen voor hun onderzoek. Toen ze zich voor deze Europese subsidie inschreven, werd hun verteld dat er zoveel gegadigden zouden zijn dat ze ongeveer drie procent kans maakten om tot de gelukkigen te behoren. Bij de subsidieaanvraag stond vermeld dat ze per onderzoeksvoorstel maximaal 250.000 euro per jaar kunnen krijgen, te besteden aan salarissen en onderzoek, en dat voor maximaal vijf jaar. Voor het bedrag dat bkb kon besteden voor één dag op Schokland kan één van hen dus drie jaar lang een onderzoeksprogramma draaien.

Van de Kindertop is een dvd’tje gemaakt dat alle deelnemers toegestuurd hebben gekregen. Het dvd’tje laat zien dat het die dag vooral leuk moest zijn. Het is de nieuwe trend: politiek die hand in hand gaat met entertainment. Een boodschapje hier, een bustochtje daar, een rappertje erbij, even een camera erop, veel media exposure en klaar is Kees.

Den Haag moet zich afvragen of al die zich als creatief afficherende adviesbureaus wel zo creatief zijn, of ze niet doen waar de ambtenaren eigenlijk voor ingehuurd zijn en of al dat leuks wel de oplossing is voor het probleem dat het pretendeert aan te pakken: het dichten van de kloof met de kiezer.
……………………………………………………………………………………………………………………….

Rechtse maoïsten, revolutionaire middenklasse

De urenlange televisie-uitzendingen en toeristische uitstapjes met beroemdheden als Sean Penn suggereren het tegenovergestelde, maar Hugo Chávez begint naar eigen zeggen haast te krijgen. Het door zijn aanhangers gedomineerde parlement zette onlangs zichzelf buitenspel. Achttien maanden lang krijgt de president op belangrijke terreinen de vrije hand. Doel is versneld socialistische hervormingen door te voeren en bovenal de volledige olieproductie te nationaliseren.

Ook zijn geduld met de linkse bondgenoten raakt op. Dat is een nogal gemêleerd gezelschap: van de Communistische Partij van Venezuela tot de Beweging voor Directe Democratie en de Revolutionaire Middenklasse. Eind 2006 riep Chávez in een toespraak op tot het opbouwen van een nieuwe Verenigde Socialistische Partij van Venezuela. Die moet volgens de president een einde maken aan de versplintering binnen links. ‘De partijen die willen voortbestaan mogen dat, in hun eentje, maar zij moeten vanzelfsprekend mijn regering verlaten. Ik wil maar met één partij samen regeren. Want iedere dag komen er meer partijen, een hele kudde van partijen. Laten we het volk niet verdelen. Laten we het juist meer verenigen.’

Een flink aantal groeperingen gaf al te kennen niets in de nieuwe eenheidspartij te zien. De versplintering van Venezolaans links blijft dus nog wel even. Zeker gezien de keur aan (voormalige) linkse partijen die sowieso tegen Chávez zijn. Het bontst maakt Bandera Roja het, een maoïstische club met een voorliefde voor de gewapende strijd. Die steunt het rechtse kamp uit onvrede over Chávez’ ‘neoliberale koers’.