Iran is niet van nucleaire ambities af te brengen

Weggesanctioneerd

De pogingen om Teheran af te houden van een eigen atoombom lijken definitief mislukt.

Een mooi gebaar, maar volkomen zinloos. Zo luidt het vrijwel unanieme oordeel van deskundigen over het «laatste bod» van de EU-3 (Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland) aan Iran. De pogingen om Teheran af te houden van een eigen atoombom lijken definitief mislukt.

De tekst van het voorstel is niet openbaar gemaakt, maar Europese diplomaten lieten de hoofdlijnen eind vorige week naar de media lekken. Hun «alomvattende» plan komt hierop neer: in ruil voor het opgeven van zijn project voor uraniumverrijking (lees: kernwapenprogramma), zijn steun aan de Libanese Hezbollah en zijn inmenging in Irak wordt Teheran beloond met een volledig herstel van di plomatieke en economische betrekkingen met het Westen, handelsvoordelen, uitwisseling van technologie en «veiligheidsgaranties» van de EU en de Verenigde Staten.

Dat laatste onderdeel is pikant omdat Iran sinds de jaren tachtig figureert op de Amerikaanse lijst van «schurkenstaten» en door Washington in 2001 samen met Noord-Korea en Saddams Irak werd bestempeld tot «as van het kwaad». Volgens sommige waarnemers gaat het slechts om de garantie dat Iran bij de ontwikkeling van vreedzame kernenergie niet afhankelijk zal zijn van één bepaalde splijtstofleverancier, te weten Rusland. Als Iran zijn splijtstof ook uit het Westen kan betrekken zal een «gesloten» splijtstofcyclus, waarin het land zelf alle stadia van de productie van verrijkt uranium controleert, niet meer nodig zijn. Het betekent tevens dat de productie van een eigen bom buiten bereik blijft.

Nog voordat het plan afgelopen weekeinde kon worden overhandigd, had Teheran het al afgewezen. Volgens anonieme Iraanse diplomaten bevat het niets nieuws vergeleken bij de voorstellen die de EU twee jaar geleden aan het begin van de eerste onderhandelings ronde deed. Volgens Europese diplomaten is dat wel het geval: het voorstel erkent voor het eerst Irans «onvervreemdbaar recht op ontwikkeling, productie en gebruik van kernenergie voor vreedzame doeleinden». Daar staat onverminderd tegenover dat Iran zijn uraniumverrijking voor «onbepaalde tijd» moet opschorten en dat gaat de Iraanse regering te ver.

Alles wijst erop dat de aangekondigde hervatting van het Iraanse verrijkingsprogramma deze week gewoon doorgaat. Daarmee lijkt een eind te zijn gekomen aan de tweejarige onderhandelingen tussen Iran en de EU, waarbij de Verenigde Staten als stille vennoot van de Europeanen optraden. Aan goede wil van Europese zijde heeft het al die tijd niet ontbroken. Het «laatste bod» is zelfs goed doordacht: het komt tegemoet aan de wens van Iran om na decennia van stagnatie zijn economie uit het slop te halen, ondersteund door een vreedzaam kernenergieprogramma en een genormaliseerde handel met het Westen. Het komt ook tegemoet aan de nieuwe president Ah madinejad, die onder meer is gekozen omdat hij economische groei in het vooruitzicht stelde.

De Iraanse afwijzing kan maar één ding betekenen: Teheran wil een eigen bom. Het is namelijk ondenkbaar dat het land een gesloten kerncyclus wil opzetten met louter vreedzame bedoelingen, schrijven de Clingendael-analisten Ute Seela en Sergei Boeke in het augustus-nummer van de Internationale Spectator. Zo’n cyclus is niet zomaar peperduur, hij is «economisch ruïneus» voor een land dat niet minstens acht kerncentrales heeft draaien om de kosten eruit te halen. Iran heeft er slechts één en die is ook nog in aanbouw: de opwekkingscentrale nabij Bushehr, waarvoor Rusland de brandstof zal leveren.

Volgens Seela staat de Iraanse ambitie om een bom te maken buiten kijf, zeker in het licht van de voorgeschiedenis. Het land heeft meer dan twintig jaar het Internationaal Atoomagentschap om de tuin geleid terwijl het werkte aan een eigen kernwapenprogramma, waarvan de wortels wellicht zelfs teruggaan tot de tijd van de sjah. Ute Seela: «Het lag in de lijn der verwachtingen dat Teheran ook dit laatste voorstel van de EU-3 zou afwijzen, zoals het alle voorgaande voorstellen van vergelijkbare strekking heeft afgewezen. Het heeft ook al heel lang gegronde motieven om de bom te willen.» Het dieptepunt in die voorgeschiedenis was de achtjarige oorlog tegen Irak, waarin Saddam Hoessein, de agressor, werd gesteund door een onheilige alliantie van Arabische geldschieters, Amerikaanse inlichtingen diensten en Chinese, Russische en Franse wapenleveranciers.

Los daarvan, meent de Israëlische militair historicus Martin van Creveld, biedt de actuele strategische positie van Iran redenen te over om een eigen bom te willen. Martin van Creveld: «Iran heeft net als Noord-Korea en andere landen ontdekt dat een kernwapen onmisbaar is om overeind te blijven tegenover de VS. Hoe wil je een vierhonderd kilo zware gorilla anders tot staan brengen? Iran is nu al twee jaar door het Amerikaanse leger omsingeld en dan heeft het ook nog als nucleaire buren Israël, Rusland en China. Als ik Iraniër was, zou ik net zo hebben gehandeld als Teheran de afgelopen twee jaar heeft gedaan. Praten, praten, en intussen aan een eigen kern wapen werken. Ik begrijp ook niet waarom we ons daarover zo druk zouden moeten maken. Het land doet niemand kwaad en het verhaal dat Teheran in het geheim Hezbollah aanstuurt, is onzin. Hezbollah is een authentieke Libanese groepering en beperkt zich tot regionale activiteiten. Internationaal gezien niks om je ongerust over te maken.»

Seela maakt zich wel zorgen om de gevolgen, om te beginnen het proliferatierisico dat er in het slechtste geval toe kan leiden dat terroristen een Iraanse bom in handen krijgen. Seela: «En andere landen rond de Golf zullen er ook een reden in zien om een eigen bom te willen. Ik denk met name aan het weinig stabiele Saoedi-Arabië. Het hoeft er niet toe te leiden dat ze die gaan gebruiken. De Koude Oorlog is per slot van rekening ook koud gebleven, wat erop wijst dat we mogen rekenen op het rationeel handelen van overheden. Maar dat hoeft niet het geval te zijn als die wapens in andere handen terechtkomen.»

Seela hoopt dat de onderhandelingen met Iran op de een of andere wijze kunnen worden voortgezet, met als voornaamste inzet de Iraanse economische ontwikkeling: «Dat is toch de sleutel tot een blijvende opening van Iran voor het Westen. De EU zal, met de bij gedraaide Amerikanen in het kielzog, in ge sprek moeten blijven met Iran. Je moet je natuurlijk niet laten piepelen door het regime, maar er is geen alternatief. Ook niet als het Interna tionaal Atoomagentschap de kwes tie-Iran binnenkort mocht door verwijzen naar de Veiligheidsraad, wat nog maar zeer de vraag is. Als de kwestie de Veiligheidsraad haalt, zullen harde maat regelen tegen Iran ongetwijfeld worden geblokkeerd door de permanente leden Rusland en China.»

Het enige middel dat Washington dan rest is oorlog voeren, wederom zonder internationale steun en ditmaal tegen een vijand die vele malen sterker is dan Irak. En dat is het laatste waarop het Amerikaanse volk zit te wachten. In de Internationale Spectator schrijven Seela en Boeke dat de onderhandelingen zich met Amerikaanse steun zo lang konden voortslepen omdat ook de Amerikanen in dezen voor het blok staan. Ze zien wel in dat hun louter negatieve benadering van Iran de afgelopen 25 jaar geen effect heeft gehad, maar ze kunnen ook niet terug zonder aanzienlijk internationaal gezichtsverlies te lijden. De auteurs citeren een uitspraak die naar verluidt van president Bush zelf afkomstig is: «We vertrouwen op anderen omdat we onze eigen invloed op Iran hebben weg gesanctioneerd.»

Volgens Van Creveld hebben de Verenigde Staten hun geloofwaardigheid verspeeld en is verder onderhandelen met Teheran met of zonder «veiligheidsgaranties» van Washington gedoemd te mislukken: «Wat stelt een veiligheidsgarantie van de Amerikanen nou voor? De Verenigde Staten zijn zelf het grootste gevaar voor de vrede. Overal ter wereld waar ze interveniëren, slepen de Amerikanen hun kernwapens met zich mee. Van elk conventioneel Amerikaans wapensysteem is altijd ook een nucleaire versie voorhanden die desgewenst onmiddellijk kan worden ingezet. In hun officiële veiligheidsdoctrine van 2002 behouden de Verenigde Staten zich zelfs het recht voor die wapens ‹preventief› in te zetten. Het enige gevaar in de wereld van vandaag komt van het Witte Huis.»