Weggesmeten decor dans

Tomaat in perspectief, tot en met 27 februari 1995 in het Theater Instituut Nederland, Herengracht 168, Amsterdam.
De Illias is vanaf 7 november tot eind dit jaar te zien in het Transformatorhuis Toneelgroep Amsterdam. Aanvang: 19.30 uur.
U moet absoluut gaan kijken naar de tentoonstelling die het Theater Instituut Nederland (aan de Amsterdamse Herengracht) heeft gemaakt over de Actie Tomaat. Een kwart eeuw geleden gooiden jonge mensen onrijp fruit, ongevaarlijke rookbommen en inwisselbare teksten naar het gevestigde toneel. Dat er uit die chaos van 1969 nog zoiets als een expositie is voortgekomen, mag een godswonder heten. De bedenkers (Gwen van Iersel en Dennis Meyer) en vooral de ontwerper (Jan Klatter) hebben weinig meer gedaan dan de rotzooi uit die rare herfstmaanden van 1969 mooi rangschikken. De bezoeker wordt geconfronteerd met knipsels, foto’s, pamfletten en andere overblijfsels.

Het aangename van de expositie is misschien wel het ontbreken van regie. Enige lijn zat er in de Actie Tomaat ook niet. Het was een frontale aanval zonder tactiek of strategie. De tentoonstelling, die onder de deftige titel Tomaat in perspectief gebukt gaat, doet geen enkele poging om dat te verhullen. De vorm van de expositie is op een rustgevende manier zeer dwingend: een doolhof van doorzichtige kasten, gebouwd uit ongelakt hout en glasplaten. Je kunt er mooi in verdwalen.

  1. Afgelopen week werd bekend dat Toneelgroep Amsterdam de regisseur van haar openingsvoorstelling - een bewerking van Homerus’ Illias - heeft vervangen. Peter Oosthoek regisseerde deze produktie voor het nieuwe toneelhuis van de groep, een voormalige fabriekshal. Oosthoek zou door de acteurs zijn weggestuurd, Titus Muizelaar en Gijs de Lange hebben de onderneming van Cecil B. de Mille-formaat (gigantisch decor, dertig acteurs en actrices) overgenomen. De mededeling over deze dramatische wisseling van de wacht werd door veel ruis omgeven. Er was wat plichtmatig commentaar van een ‘woordvoerder’ (Haagse teksten). Op mijn zondagse televisiescherm werden vervolgens enkele decorstukken in een container gesmeten. Een technicus van het gezelschap meldde aan Hanneke Groenteman (in het programma De plantage) dat het wrakhout slechts een fractie van het weggegooide decor betrof. Men had intussen voor een 'intiemer concept’ gekozen. Einde verhaal. Einde verhaal? Ik ben een ruimdenkend mens. Zo huldig ik het standpunt dat gesubsidieerde kunst onder meer bestaat om de mislukkingen en experimenten mogelijk te maken die in het commerciele circus ondenkbaar zijn. Aan deze relatieve luxe hangen echter mijns inziens wel een paar voorwaarden. Verantwoording en openbaarheid horen daartoe. Dus vraag ik: waar was Gerardjan Rijnders, artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, toen de mislukking van het Transformatorhuis-project duidelijk werd? Waarom zat hij zondagmiddag niet bij Hanneke Groenteman, om uitgebreid uit te leggen waar het is misgegaan, wat er nog is geprobeerd, waarom uiteindelijk voor deze oplossing is gekozen? Theatermakers plegen op dit soort vragen te antwoorden dat het publiek daar niet in is geinteresseerd. Dat zal best. The proof of the pudding is in the eating. Kijk, dat Rijnders niet meteen zelf die regie heeft overgenomen, dat snap ik. Hij is zelf met een voorstelling bezig (ironisch genoeg voor de door hem zo verfoeide schouwburglijst). Maar Rijnders is wel eindverantwoordelijk - zowel voor de beslissing om naar dat Transformatorhuis te gaan, als voor de wisseling van de wacht bij die Illias produktie. Ik vond het al tamelijk raar dat niet hij maar Oosthoek de openingsproduktie in de nieuwe zaal ging regisseren. Maar Rijnders’ vrijwel totale afwezigheid toen in de afgelopen week zich die kleine tragedie afspeelde, dat heeft me nog veel meer verbaasd. Volgens mij moet volledige en publieke verantwoording bij het mislukken van theaterprodukties een subsidievoorwaarde zijn. Ik begin daar steeds calvinistischer in te worden. Bij het zien van dat weggesmeten decor schoot door me heen: voor dat geld hadden twee boeiende werkplaatsprodukties gemaakt kunnen worden. Minstens!