Het vuilnis van Mexico-Stad

Weggooien is zonde, chilangos!

Om het gigantische afvalprobleem aan te pakken heeft Mexico-Stad allereerst een mentaliteitsverandering nodig © Shutterstock

Wat het beste helpt om het afvalprobleem aan te pakken is duidelijk maken dat afval geld kan opleveren. In Mexico-Stad zetten verschillende initiatieven in op hergebruik van materialen.

Tingelingeling! Tingelingeling! Het doordringende geklepper van de koperen bel overstemt zelfs het heftige straatlawaai zodat geen mens de boodschap kan missen: de vuilniswagen staat op de hoek van de straat. Een voor een komen buurtbewoners naar buiten en zeulen hun afvalzakken en -bakken naar de wagen om ze in te leveren bij de vuilnismannen. Die kijken er met een kritische blik naar, nemen het meeste afval in ontvangst maar sturen ook steevast een of twee burgers met een standje weg: ‘Het is maandag, dus vandaag geen organisch. Kom morgen maar terug.’

De vuilnismannen verdrinken bijna in de viezigheid, niet alleen aan de achterkant van hun wagen maar ook in de muil zelf die even later het afval verplettert en opslokt. In de meeste gevallen krijgen alleen de chauffeurs en hooguit een of twee helpers een salaris. De bestuurder verdient zo’n 350 euro in de maand, waarvan hij dik vier euro moet afdragen aan zijn vakbond. Een betaalde helper vangt de helft, en moet ook zijn quotum aan de bond betalen.

Het overgrote deel van de vuilophalers bestaat echter uit ‘vrijwilligers’ die leven van wat fooien en van wat ze uit het afval vissen en verkopen. Die baantjes zijn veelal ‘erfelijk’: iemand krijgt zo’n ‘functie’ omdat zijn vader of oom of oudere broer die ook had. En natuurlijk moet ervoor betaald worden. Maar in een klassenmaatschappij als de Mexicaanse, waar meer dan de helft van de bevolking in armoede leeft, is er nooit een tekort aan mensen die bereid zijn zich in te kopen en dan het smerige werk gratis te doen. In tegenstelling tot de doorsneeburger weten zij dat je aan afval kunt verdienen.

De wagens staan zo’n half uur flink te stinken voor ze zich verplaatsen naar de volgende hoek. De ingeleverde vuilniszakken worden prompt opengescheurd, ook al is dat soms al gedaan. De vuilnismannen selecteren staand in het afval. Ze gooien etensresten in de daarvoor bestemde bakken, karton wordt in grote pakken bijeengebonden en gaat op het dak van de wagen, plastic flessen verdwijnen in aparte zakken. Aan de zijkanten van de wagen hangen zakken waarin ze spullen stoppen die gerecycled kunnen worden en die ze dus kunnen verkopen.

Sinds 2017 moeten burgers verplicht organisch en niet-organisch scheiden. De meeste mensen weten het inmiddels wel: als je niet scheidt neemt de vuilnisman bij de wagen het niet aan. Officieel is het strikt geregeld: dinsdag, donderdag en zaterdag organisch, maandag, woensdag en vrijdag niet-organisch, en zondag grofvuil. Maar in de praktijk komt daar meestal niet veel van terecht. Slechts een op de twintig chilangos, zoals de inwoners van Mexico-Stad worden genoemd, scheidt zelf zijn afval. Ruim negentien miljoen inwoners doen het dus niet. Van de bijna dertienduizend ton die de stad dagelijks produceert (de op een na grootste afval producerende stad in de wereld) wordt maar driehonderd ton gerecycled. Er staat ook geen enkele sanctie op het niet naleven van de regels.

De meeste flatgebouwen hebben niet eens de vereiste drie bakken in groen, oranje en grijs.

Bij ons staan ze er wel, klaagt een conciërge in de wijk Condesa, maar de bewoners gooien toch alles gewoon door elkaar. Zelfs in betere buurten dan Condesa werken de burgers niet echt mee. Integendeel, moppert een chauffeur naast zijn wagen: ‘Mensen worden nog steeds vaak kwaad als we zeggen dat ze hun afval moeten scheiden.’ En dus nemen ze tegelijk organisch en niet-organisch mee. ‘Want als we het niet doen blijft het op straat liggen stinken.’

Afval simpelweg op straat gooien blijft ook een onuitroeibare gewoonte. Containers voor bouwpuin worden in de kortste keren bedolven onder een dikke laag stinkend vuilnis. Zwerfafval op straat leidt elk jaar tijdens de regentijd (zes maanden lang) tot overstromingen doordat het vuilnis de putten verstopt en hele straten onder water komen te staan.

Voor alles wat je niet zelf wilt doen, vind je in Mexico echter altijd wel iemand die het voor een fooi voor je doet. Niet iedere burger loopt graag met zijn vuilniszak naar de hoek van de straat en dus is er in Mexico-Stad een leger van zo’n tienduizend zogenaamde ‘vrijwilligers’, die met kleine wagentjes langs de deuren gaan om het afval op te halen tegen een geringe vergoeding. Zij maken een eerste selectie en halen de dingen voor hergebruik en het plastic eruit, dat ze verkopen.

‘Mensen worden nog steeds vaak kwaad als we zeggen dat ze hun afval moeten scheiden’

Mexico-Stad produceert een excessieve hoeveelheid afval: 1,6 kilo per persoon per dag, tegen een gemiddelde in heel Mexico van 1,3 kilo (ongeveer net zoveel als Nederland). De gemeente beschikt over een kleine negenduizend straatvegers, 2600 vuilniswagens met 6500 chauffeurs en nog eens meer dan tienduizend kleine afvalwagentjes. De grote wagens hebben ‘haltes’ op meer dan 7500 punten in de stad. De meeste vuilniswagens met hun diesels die op de straathoeken staan te ronken, zijn meer dan vijftien jaar oud.

Een hardnekkig probleem dat maar niet opgelost wordt is dat van de gratis plastic tasjes. Mexico-Stad ‘consumeert’ zo’n twintig miljoen plastic tasjes per dag, waarvan maar vijf procent geschikt is voor hergebruik. In sommige supermarkten vragen de inpakkers de klanten soms of ze hun inkopen niet liever in een kartonnen doos willen meenemen, dat is al een hele verbetering. De inpakkers bij de kassa’s zijn doorgaans bejaarden die voor een bescheiden fooi je spullen keurig verdelen over een handvol tasjes: groente bij groente, vlees bij vlees, et cetera. Het resultaat is dat vrijwel iedere klant met een overdaad aan tasjes de zaak verlaat.

Een jaar of acht geleden besloot het gemeentebestuur het verstrekken van gratis plastic tasjes te verbieden. Dat verbod duurde nauwelijks een paar dagen, na een opstand van supermarkteigenaren die hun omzet bedreigd zagen omdat vrijwel geen klant met een eigen tas naar de winkel bleek te komen. Op dit moment hebben slechts drie van de 32 Mexicaanse staten het verstrekken van gratis plastic tasjes verboden.

De Mexicaanse hoofdstad zit bovendien met een enorme vuilerfenis uit het verleden waar nauwelijks naar wordt omgekeken. De Bordo Poniente, aan de noordrand van de stad, was de grootste vuilnisbelt van Latijns-Amerika en een van de grootste van de wereld tot hij in december 2011 definitief gesloten werd omdat hij de grenzen van zijn capaciteit had bereikt. De enorme bergen afval die een hoogte van twaalf meter bereikten, werden platgewalst en zouden bedekt worden met een dikke laag gravel met als resultaat een baksteenkleurige woestijn, een soort onbegrensde tennisbaan. Voortvarend ging dat niet, want pas vijf jaar na de sluiting werd ermee begonnen.

Hier dumpte de stad 26 jaar lang zijn afval. De Bordo Poniente heeft een omvang van liefst 375 hectaren, wat neerkomt op zo’n 560 voetbalvelden bij elkaar. Er ligt 74 miljoen ton afval, bijna net zoveel als heel Nederland in een jaar produceert. De vuilnisbelt was spontaan ontstaan: in 1985 diende het terrein als ‘tijdelijke opslag’ van het puin van de aardbeving die grote delen van de stad verwoestte. De belt blijft een buitensporige vervuiler van Mexico-Stad, want hij produceert nog steeds meer dan 1,5 miljoen ton methaangas per jaar, twee keer zoveel als alle koeien in Nederland en net zoveel als de vervuiling van een miljoen auto’s.

Al dertig jaar lang ontsnapt dat gas uit 250 ventilatieputten die de belt laten ademen en explosies moeten voorkomen. Ook telt het terrein acht kunstmatige meren vol giftige vloeistoffen die een enorme stank veroorzaken en in de droge tijd grote hoeveelheden fijnstof de lucht in sturen.

Toen de belt gesloten werd kreeg een Spaans-Mexicaans consortium de concessie voor 25 jaar om de boel te saneren en het methaangas te exploiteren voor het opwekken van elektriciteit. Dat mooie plan is echter nog steeds niet verder gekomen dan een project op papier.

In 2017 kondigde de regering van de stadstaat Mexico-Stad het ambitieuze beleidsplan Basura Cero (Vuilnis Nul) af en gunde de bouw van enkele verwerkingsinstallaties op Poniente Basura aan het Franse bedrijf Veolia. Ook werd een aanbestedingsprocedure gestart voor bedrijven die een biogasfabriek wilden neerzetten en het gas wilden gebruiken voor het opwekken van energie. Die zou genoeg moeten zijn voor de totale straatverlichting in de megastad.

De vorig jaar gekozen gouverneur Claudia Sheinbaum heeft de plannen voor de bouw van de enorme installaties echter resoluut terzijde geschoven. De benodigde investeringen van zeshonderd miljoen dollar zouden een onverantwoord hoge schuldenlast voor de stad met zich meebrengen. De aanbesteding van de biogasfabriek ligt stil, ook vanwege technische problemen met de locatie, vlak bij het nieuwe megavliegveld van de hoofdstad, dat door de nieuwe president López Obrador inmiddels eveneens is afgeblazen.

Mexico-Stad produceert dagelijks genoeg afval om het hele Azteken-stadion mee te vullen

Om het afvalprobleem serieus aan te pakken heeft Mexico-Stad om te beginnen een mentaliteitsverandering nodig. Wat het beste helpt is het bewustzijn dat afval geld kan opleveren. In het groot voor het opwekken van energie, in het klein door te betalen voor het inzamelen van bijvoorbeeld plastic flessen. Je ziet steeds vaker mensen door de stad lopen met een flinke zak die onderweg naar huis blikjes en flesjes oprapen en meenemen. De consumptie van frisdranken is nergens zo groot als in Mexico (hier wordt meer Coca-Cola per hoofd van de bevolking gedronken dan in de Verenigde Staten) en je breekt overal je nek over de lege literflessen. Een petberg heb je zo bij elkaar geharkt.

Lampenkap van plantaardig ‘leer’, door Ecoplaso © Ecoplaso

Steeds meer kleinschalige initiatieven proberen op het hergebruik van materialen in te spelen. Ecolana bijvoorbeeld, een van de winnaars van de Clean Energy Challenge: What Design Can Do, heeft dit simpele gegeven gebruikt als uitgangspunt voor het opzetten van een netwerk van verzamelpunten waar mensen heel specifiek te recyclen afval kunnen inleveren: kartonnen verpakkingen, batterijen, pet, plastic tasjes, papier et cetera. Het bedrijfje heeft al een aantal grote ondernemingen zoals de Walmart-supermarkten, Liverpool-warenhuizen of apothekersketen Farmacias Similares aan het plan gebonden, die hebben in hun vestigingen sinds kort bakken voor nauw omschreven afval geplaatst. Ecolana heeft een netwerk van verzamelcentra op een onlinekaart gezet. Burgers kunnen hier opzoeken naar welk punt zij het beste welk afval kunnen brengen en ze kunnen ook nieuwe verzamelpunten aanmelden. Op deze wijze krijgen de verzamelpunten schoner afval, wat het recyclen vereenvoudigt. En de organisatie heeft vaste (betalende) afnemers voor het geselecteerde afval zodat de recycling ervan is gegarandeerd.

Een andere Mexicaanse winnaar, Ecoplaso, heeft zich op het organisch afval gestort. Het is een start-up van vier oud-studentes biotechnologie, die in hun laatste jaar aan de universiteit als studieopdracht ‘begonnen met het thema van organisch afval als basis voor de productie van biologisch afbreekbare wegwerpborden en -bekers’, zegt Barbara Arteaga, die het bedrijf leidt. Hun grondstoffen zijn de schillen van groenten en fruit. Inmiddels legt het bedrijf zich vooral toe op de productie van vezels voor een stof die veel lijkt op leer. Je zou het plantaardig of vegetarisch leer kunnen noemen. Ecoplaso heeft directe afspraken met restaurants en cafetaria’s voor het ophalen van hun organisch afval.

Biogrün probeert de verkwisting van voedsel te beperken. Via een simpele app op je telefoon kun je leren hoe je voedsel het best lang kunt bewaren en zo kunt voorkomen dat het de vuilnisbak in moet. Of hoe je je eigen groenten kunt verbouwen op elke mogelijk plek die je hebt in de tuin, op je dakterras of balkon, waarbij je als ‘mest’ het afval van je eerder genuttigde eigen groenten en fruit gebruikt.

Weggooien is zonde, is een typisch Nederlandse uitdrukking, waarvan de essentie nog niet naar Mexico-Stad lijkt te zijn overgewaaid. De nieuwe projecten kunnen ertoe bijdragen dat ook de chilangos gaan beseffen dat hun afval niet tot in de eeuwigheid op een berg moet liggen rotten, maar dat er geld aan verdiend kan worden.

Gouverneur Sheinbaum heeft inmiddels aangekondigd drastisch te willen bezuinigen op de vuilophaal in Mexico-Stad. Die kost nu 130 miljoen euro per jaar en dat moet de helft worden. Bovendien moet er een modern systeem van afvalverwerking komen en moet hergebruik voorrang krijgen: ‘Nu verdienen privébedrijven grof aan het afval. Het kan niet zo zijn dat de stad zo’n kapitaal uitgeeft aan een vorm van afvalverwerking die niet duurzaam is. Het is niet iets wat je in zes jaar (haar termijn – cz) voor elkaar krijgt, maar we gaan beginnen met de eerste investeringen om het hergebruik omhoog te krijgen.’

De stad produceert dagelijks genoeg afval om het complete Azteken-stadion, het grootste stadion van het land, mee te vullen. Met het sluiten van de vuilnisbelten is geen oplossing voor het afvalprobleem gevonden. De gemeente betaalt nu de omliggende staten om haar vuil op te vangen, maar in de Estado de México en Morelos komt het ook ouderwets op belten terecht. Het probleem is niet opgelost maar verplaatst. Bovendien leidde het sluiten van de Bordo Poniente tot een fikse toename van het aantal illegale dumpplaatsen en nog meer zwerfvuil op straat.

Mexico-Stad heeft dus geen vuilnisbelten meer waar het afval simpelweg wordt gedumpt. Of misschien toch wel, want wat heet ‘definitief’ gesloten in Mexico? Na de laatste verwoestende aardbeving van 2017 lieten de autoriteiten van de stad duizenden tonnen puin van ingestorte gebouwen op de gesloten Bordo Poniente storten. Dat was wederom een noodsituatie waarin het selecteren van het puin geen prioriteit had: steen en beton, meubels, huishoudelijke apparaten, asbest, verf, olie en andere schadelijk stoffen; het kwam allemaal op dezelfde hopen terecht. De keuze van de Bordo Poniente was een domme beslissing: volgens tal van specialisten waren er voldoende alternatieve locaties om het puin ‘tijdelijk’ te dumpen.

Santa Fe is het Manhattan van Mexico-Stad, een nieuwe wijk van luxueuze wolkenkrabbers en architectonische nieuwlichterij, waar de rijken hun appartementen en de multinationals hun kantoorpanden kopen. Ze gaan dan wel wonen op wat in de jaren zeventig van de vorige eeuw als voorganger van de Bordo Poniente ‘de grootste vuilnisbelt van Latijns-Amerika’ was. Het terrein werd in 1984 door de gemeente onteigend om een nieuwe economische zone te ontwikkelen. Saneren was geen woord dat de gemeente kende. De belt werd simpelweg platgewalst en bedekt met aarde, zonder alle organische troep eruit te halen. Dat leidt tot op de dag van vandaag tot verzakkingen en kleine spontane explosies van methaangas. Officieel geldt er een waarschuwing vanwege de accumulatie van biogas in Santa Fe, maar geen hond die zich daar iets van aantrekt.