Rotterdam pakt klokkenluider aan

Wegkijken op een brandgevaarlijke zolder

Vorige week boekte de Rotterdamse ambtenaar die de misstanden bij een moskee-internaat aan de kaak stelde een overwinning. Volgens de rechter had hij ten onrechte strafontslag gekregen. Maar zijn werkgever – de gemeente Rotterdam – zint op wraak.

Medium anp 21177194c

Afgelopen vrijdag zaten ze weer tegenover elkaar, de gemeente Rotterdam en haar voormalige werknemer Martijn. Deze keer voor de Algemene Bezwaarschriftencommissie van de gemeente. De grote roze olifant die bij de vorige zitting nog in de kamer stond, was nu verdwenen. Martijn was niet meer de ambtenaar die weg moest omdat hij in 2012 niet met het nieuwe computersysteem overweg kon, zoals de gemeente toen nog betoogde. ‘Hoe kan het dat meneer bij eerdere beoordelingen op alles goed tot zeer goed scoorde en een jaar later op alles slecht tot zeer slecht?’ wilde de voorzitter van de commissie toen nog van de gemeente weten. Martijn is sinds twee weken uit de kast als de klokkenluider van de misstanden bij het illegale meisjesinternaat in de Polderstraatmoskee.

Sinds anderhalf jaar bevindt zijn leven zich in een gitzwarte parallelle werkelijkheid waarin hij onder grote druk staat, zijn naasten tegen wil en dank meesleept en er gaandeweg steeds meer alleen voor staat. Een wereld waarin hij moet verzwijgen klokkenluider te zijn om niet al direct strafrechtelijk buitenspel en uit functie gezet te worden vóór het eigenlijke doel, het aanhangig maken van een misstand, goed en wel gerealiseerd is. Alle initiatieven voor de bescherming van klokkenluiders ten spijt.

Inmiddels gaat het er tussen de partijen openlijk over of het lekken van vertrouwelijke informatie voldoende reden is om de ambtenaar te ontslaan. De bodemprocedure loopt gewoon door nadat de voorzieningenrechter de avond ervoor in het parallel lopende kortgeding het strafontslag van de ambtenaar onrechtmatig heeft verklaard omdat hij naar haar mening inderdaad serieuze misstanden aan het licht heeft gebracht en omdat een klokkenluider bescherming verdient.

Medium anp 21177209

Maar die bescherming kent grenzen. De advocaat die ook bij het kortgeding de gemeente Rotterdam vertegenwoordigde, gaat bij de bezwaarcommissie onverstoorbaar door. ‘Er zijn nieuwe stukken ingebracht buiten de daarvoor gestelde termijn en de gemeente heeft tijd nodig om die te bestuderen’, betoogt mr. Van Kempen. ‘Mede in verband met de aankomende vakantieperiode verzoeken wij daarom de zitting met zes weken te verdagen.’ De Bezwaarschriftencommissie stribbelt nog even tegen, maar komt na een korte schorsing toch tot de conclusie dat een verdaging van zes weken onvermijdelijk is. Het oppakken van een normaal leven wordt voor Martijn, die al sinds november 2012 gedwongen thuis zit, weer met zes weken opgeschort.

De weigering van het strafontslag is wel een eerste positieve wending die er bijvoorbeeld voor zorgt dat de bijstandsuitkering van Martijn die het gevolg is van zijn strafontslag, spoedig weer zal worden omgezet in zijn ambtenarensalaris. Het zal zijn gezin met drie jonge kinderen weer wat lucht geven, maar het is een schrale troost. Veel liever was hij gewoon weer aan het werk gegaan, maar daar moet de gemeente niets van weten. De ambtenaar heeft voor zijn collega’s een ‘acuut onveilige’ situatie gecreëerd door uit de school te klappen en heimelijk vergaderingen op te nemen, betoogt de gemeente Rotterdam. Hem wordt bovendien het niet volledig meewerken met het interne onderzoek naar het lekken van vertrouwelijke informatie verweten. Dat al deze verwijten samenhangen met zijn rol als klokkenluider van een inmiddels door verschillende instanties erkende misstand doet er niet toe. Met deze man wil de gemeente niet verder.

Marcels collega’s geven aan dat het een dossier is waar hij beter zijn vingers niet aan kan branden

In de zomer van 2011 gaat Martijn, sinds 2008 inspecteur bij de afdeling Toezicht Gebouwen van de gemeentelijke dienst Stadsontwikkeling, na een notitie van een collega van de brandweer langs bij een in slechte staat verkerend schoolgebouw dat in gebruik is als moskee. Volgens de collega van de brandweer is in het pand in de Polderstraat in stadsdeel Feijenoord iets mis met een brandwerende scheidingswand. Als Martijn daar is aangekomen blijkt het gebouw behalve een gebedsruimte ook een restaurant, een kapper en een winkel te huisvesten. Op zolder stuit Martijn op een slaapzaal met 25 gedekte stapelbedden en achter een schot nog eens 35 opgestapelde, eveneens gedekte matrassen, dekbedden en kussens. De stapelbedden staan zeer dicht op elkaar en er zijn geen goede vluchtwegen. Hij vraagt aan de aanwezige beheerder of er mensen slapen in de moskee en hoort dat er soms meisjes slapen. De opgestapelde matrassen zijn slechts reservematrassen. Afgaand op de papieren verwachtte Martijn in het pand alleen een moskee aan te treffen. Voor geen van de andere functies is er een vergunning.

Terwijl de inspecteur door het gebouw loopt, wordt er door de aanwezige heren druk in het Turks getelefoneerd. Even later verschijnt er een man aan de poort die zich voorstelt als raadslid van de deelgemeente Feijenoord. Het blijkt Serdar Çiçek te zijn, deelraadslid van de pvda. Hij vertelt Martijn dat er bij dit pand niet handhavend dient te worden opgetreden omdat het politiek gevoelig ligt. Wethouder Hamit Karakus zou ervan weten en het bestuur van de deelgemeente zou tijdens etentjes met het moskeebestuur hebben toegezegd ervoor te zorgen dat er een vergunning komt voor nieuwbouw. Tot dat rond is, zou er gewoon even niet gehandhaafd moeten worden.

Martijn is nog jong, midden dertig, maar als bouwinspecteur inmiddels wel wat gewend. Veel mensen zien hem als de boeman die over regeltjes komt zeuren. Maar hij vindt het vreemd dat er een politicus wordt opgetrommeld om hem vriendelijk de les te lezen. Martijn vindt de situatie in de Polderstraatmoskee ‘zorgwekkend en gevaarlijk’, verklaart hij ruim tweeënhalf jaar later bij de voorzieningenrechter als hij eindelijk bij een onafhankelijke instantie zijn verhaal mag doen. Hij spreekt bij terugkomst op kantoor na die eerste inspectie direct met collega’s over de situatie. Zij weten dat er in het pand aan de Polderstraat al jaren zaken gebeuren die niet op schrift staan en geven aan dat het een dossier is waar hij beter zijn vingers niet aan kan branden. Martijn is verrast door de reacties en besluit uit te zoeken hoe het zit met het gebouw en het gebruik ervan.

Hij valt van de ene verbazing in de andere. Al jaren wordt een onveilige situatie gedoogd omdat het bestuur van de moskee graag nieuwbouw zou realiseren maar het bestemmingsplan dat niet toestaat. Er zijn wat halfslachtige aanvragen voor nieuwbouw op de locatie gedaan, maar die werden op het stadhuis afgewezen of niet eens in behandeling genomen. Bij een instelling die in de procedure zit van een vergunningaanvraag, bijvoorbeeld voor nieuwbouw, kan het handhaven tijdelijk worden opgeschort. Bij dit illegale moskee-internaat wordt de vergunningaanvraag voor nieuwbouw al sinds 2004 afgewezen en dan ook onterecht niet gehandhaafd. Aan het benodigde onderhoud van het gebouw gebeurt in de tussentijd weinig tot niets. Een dwangsom die wordt opgelegd voor het herhaaldelijk negeren van de opdracht tot het uitvoeren van benodigd onderhoud wordt nooit betaald. Dat de gemeente de vele nieuwe functies in het gebouw gedoogt, staat niet op papier. Het pand wordt dan ook niet getoetst op de strengere eisen die aan een pand worden gesteld als het wél een vergunning heeft voor een restaurant en internaat.

‘Ik ging nog een keer terug met een collega’, aldus Martijn voor de voorzieningenrechter. ‘Ze zeiden dat ze de reservematrassen hadden weggegooid en dat ik me geen zorgen meer hoefde te maken. Maar ik wilde toch even zelf kijken. Al die matrassen lagen nu uitgespreid op de grond. Alle gedekt en klaar voor gebruik. Ik dacht alleen maar: niemand weet hoeveel kinderen hier verblijven. Wat als er brand uitbreekt in het restaurant beneden en de brandweer komt? Weet iemand dan waar die kinderen liggen?’ Hij ziet minstens 160 paar kinderschoenen staan en denkt aan de brand in een Volendams café die veertien kinderen het leven kostte, vertelt hij. Elke bouwinspecteur kent de mogelijk fatale gevolgen van het laten voortduren van een onveilige situatie. Hij maakt foto’s van de slaapzaal en de bedjes in andere ruimtes en een filmpje waarop onder meer te zien is dat tientallen meisjes, sommigen niet ouder dan een jaar of zeven, op de grond zitten, gebogen over boeken.

De juridische collega die mee is, is het met Martijn eens dat de situatie zorgwekkend is. Terug op kantoor schrikt ook zijn direct leidinggevende van de foto’s. In een e-mail die later in bezit komt van NRC Handelsblad schrijft de leidinggevende dat het tijd wordt om te gaan handhaven op het Polderstraatdossier. Tot ontsteltenis van Martijn wordt er in de weken daarop echter weer geen actie ondernomen. Hij dient opnieuw een verzoek in tot handhaven.

‘Er werd mij opgedragen selectief te handhaven, omdat de PvdA in Feijenoord anders stemmen zou verliezen’

Aan het eind van de zomer zijn er op aandringen van de dienst Toezicht Gebouwen twee bijeenkomsten tussen ambtenaren van Stadsontwikkeling en ambtenaren van de deelgemeente Feijenoord onder wier verantwoordelijkheid het pand aan de Polderstraat valt. Ook hier krijgen Martijn en zijn leidinggevende te horen dat de zaak politiek gevoelig ligt. De ambtenaren hebben van het bestuur van de deelgemeente, voor de helft bestaande uit pvda’ers van Turkse afkomst, te horen gekregen dat men nieuwbouw wenst, en dat daar een vergunning voor moet komen en dat pas daarna dient te worden gehandhaafd.

Maar Martijn heeft al lang geconstateerd dat het verkrijgen van een vergunning voor nieuwbouw op die plek niet realistisch is. Tijdens het door hem zonder medeweten van zijn collega’s op band opgenomen overleg, dat ruim een jaar later ter beschikking komt van NRC Handelsblad en RTV Rijnmond, zouden ambtenaren zeggen dat er met opzet niks aan onderhoud van het gebouw gedaan wordt om het stadhuis onder druk te zetten om snel met een nieuwbouwvergunning te komen. Daarnaast wordt gesuggereerd dat het dossier gevoelig ligt omdat de nieuwbouw voor de pvda-deelraadsleden een verkiezingsbelofte is aan de achterban. ‘Dat de veiligheid van die kinderen het drukmiddel was om nieuwbouw voor elkaar te krijgen, dat vond ik nogal wat’, zegt Martijn bij de voorzieningenrechter. ‘Er werd mij gewoon verteld wat voor advies ik uit moest brengen. Advies dat hun ter wille was. Omdat het moskee-internaat er sowieso zou komen, wat ik er ook van vond. Omdat er toezeggingen waren van Karakus. Maar zo werkt het niet. Ik vond de druk die er op mij werd uitgeoefend om niet te handhaven in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur. Er werd mij opgedragen selectief te handhaven, omdat de pvda in Feijenoord anders stemmen zou verliezen.’

Medium anp 21177194

‘Waarom nam u de besprekingen op?’ vraagt de voorzieningenrechter. ‘Dat wordt u door de gemeente zwaar aangerekend. Zij ziet het als niet-integer gedrag van een ambtenaar. Uw collega’s voelen zich niet meer veilig.’ Martijn verklaart dat hij het deed vanwege de eerdere signalen van integriteitsschending op dit dossier. ‘Omdat er in achterkamertjes andere dingen gezegd werden dan er op papier in dit dossier gebeurde. Er werd mij zelfs expliciet te kennen gegeven wat er werkelijk gebeurde niet op papier te zetten’, aldus Martijn. ‘Als ik die integriteitsschending zou rapporteren, dan zouden ze achteraf kunnen zeggen dat ze het nooit zo gezegd hadden. Ik wilde vastleggen dat mij door de deelgemeente werd opgedragen om niet te handhaven.’ Terwijl Martijn alleen maar vastberadener wordt om wel op het dossier te gaan handhaven of in ieder geval iets op schrift te stellen over het langdurig gedogen van de nieuwe functies, krabbelt zijn direct leidinggevende terug en wordt de inspecteur te verstaan gegeven verder ‘geen problemen te maken’.

Omdat hij bij de Polderstraatmoskee geen volledige inspectie mag uitvoeren en niet mag handhaven, verzoekt hij najaar 2011 van het dossier af te worden gehaald. Martijn: ‘Omdat ik wel wist naar wie ze zouden wijzen als het daar mis zou gaan.’ Na meerdere pogingen de zaak aanhangig te maken binnen de eigen dienst maakt hij ook een afspraak bij de Gemeentelijke Ombudsman (de gom), voormalig officier van justitie Anne Mieke Zwaneveld. Zij doet een vooronderzoek waarbij ze ook zelf een kijkje neemt bij de moskee. Ze schrikt van de situatie daar omdat ze amper tussen de stapelbedjes door kan lopen, maar rapporteert uiteindelijk in maart 2012 dat er geen acuut brandgevaar is en dat ze niet inzichtelijk heeft kunnen krijgen dat er verkleving is tussen het moskeebestuur en de deelraad of dat er sprake is van integriteitsschendingen.

‘Het pand is inmiddels brandveilig verklaard door de collega die het van u overnam en ook de gom ziet geen mogelijkheden tot ingrijpen’, zegt de rechter bijna twee jaar na dato tegen Martijn. ‘Waarom legde u zich daar niet bij neer?’ Martijn: ‘Omdat zij misschien niet gezien hadden wat ik had gezien. Niet gehoord wat ik had gehoord bij die vergaderingen. Als de veiligheid van meer dan honderd meisjes de inzet is bij een politiek spel, moet ik dan maar mijn mond houden?’

‘Een complot heb ik niet gevonden. Wilde meneer een oplossing of gewoon zijn zin doordrijven?’

Op 10 november 2012 verschijnt in NRC Handelsblad het eerste artikel over onzichtbare kinderen in illegale, mogelijk brandonveilige moskee-internaten en de lakse houding van de lokale overheid. Er wordt niet gerept over een klokkenluider en het gaat over veel meer zaken dan alleen de Polderstraatmoskee, maar er wordt geciteerd uit vertrouwelijke documenten en bij de afdeling Toezicht Gebouwen kijkt iedereen direct naar Martijn. Als enige wil hij niet antwoorden op de vraag of hij documenten naar de pers heeft gelekt. Hij wordt geschorst, de gemeente doet aangifte bij de politie van het lekken van vertrouwelijke informatie en na de afronding van het interne onderzoek volgt in de zomer van 2013 het voornemen tot strafontslag.

De Gemeentelijke Ombudsman heeft Martijn laten weten dat ze niks meer voor hem kan doen, maar omdat ze wel van mening is dat hij oprecht een misstand wil aankaarten en daardoor in de problemen komt, besluit ze – voor het eerst in de geschiedenis – aan een ambtenaar de gemaakte kosten voor juridische bijstand te vergoeden uit een in 2011 speciaal daarvoor opgericht gemeentelijk fonds.

De stukken in NRC Handelsblad en de uitzending van RTV Rijnmond waarin Martijn onherkenbaar in beeld komt met zijn verhaal brengen veel te weeg. Er worden Kamervragen gesteld over illegale moskee-internaten, de veiligheid van de kinderen daar en waarom elke vorm van toezicht er ontbreekt. Eind februari 2013 kondigt minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan dat hij met een wetsvoorstel zal komen waarin het toezicht wordt geregeld op alle moskee-internaten in Nederland. Hij geeft aan de zorgen te delen die zijn geuit over de fysieke en emotionele veiligheid van de kinderen. Met de gemeenten die de inmiddels 25 gesignaleerde legale en illegale moskee-internaten huisvesten, is afgesproken het toezicht zo snel mogelijk te laten aanvangen.

Op het stadhuis van Rotterdam wordt de druk zo hoog opgevoerd om de bestuurscultuur in stadsdeel Feijenoord onder de loep te nemen dat de deelraad instemt met een onderzoek door Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (bing). Niet lang nadat Martijn te horen heeft gekregen dat het ambtenarensalaris dat hij op dat moment nog ontvangt zal worden stopgezet en hij en zijn gezin spoedig in de bijstand zullen belanden, komt het bing-rapport uit, dat vernietigend uithaalt naar de bestuurscultuur in de deelgemeente Feijenoord. Volgens het rapport is er sprake van integriteitsschending, machtsbederf, cliëntelisme en oneigenlijke druk. Het rapport bevestigt ook dat handhaving bij de Polderstraatmoskee wordt tegengehouden door een permanent vage status van de aanvraag voor een nieuwbouwvergunning. pvda-deelraadslid Serdar Çiçek is de eerste die opstapt. Het voltallige bestuur volgt een dag later.

Maar op 28 januari 2014 betoogt mr. Van Kempen, de advocaat van de gemeente, voor de voorzieningenrechter dat Martijn de enige ambtenaar van Toezicht Gebouwen is die in al die jaren oneigenlijke druk heeft ervaren. De directe collega van Martijn die het Polderstraatdossier eind 2011 van hem overneemt en die ook aanwezig is, zegt dat hij nooit enige druk heeft ervaren, van het moskeebestuur noch van de deelgemeente. Hij verklaart het pand niet lang na de overname van Martijn brandveilig en sluit het dossier: ‘Het pand voldeed aan de eerdere eisen. Wij kijken puur bouwkundig. Brandgevaar door gebruik is aan de brandweer en die was al langs geweest.’

Martijn zou graag de bandopnamen laten horen waarin hij naar zijn mening wel degelijk onder druk wordt gezet om niet te handhaven. Maar mr. Van Kempen adviseert de rechter niet te veel waarde te hechten aan wat er gezegd wordt in de opnamen, omdat het slechts informele overlegjes waren. ‘Maar het was toch de bestuurscultuur die heerste in Feijenoord’, werpt de rechter tegen. ‘Dat is toch later bevestigd in het bing-rapport?’ Van Kempen vindt van niet. Men was bezig met het aanvragen van een vergunning voor nieuwbouw. Dat ging goed komen en ís later ook goed gekomen.

‘Wat als er brand uitbreekt beneden en de brandweer komt? Weet iemand dan waar die kinderen liggen?’

De rechter gelooft het allemaal niet: ‘Maart 2013 werd de aanvraag voor nieuwbouw wederom afgewezen en pas in april 2013 is er een vergunning voor het internaat verstrekt’, zegt ze. ‘Dat is allemaal pas gebeurd ná de stukken in NRC Handelsblad en de uitzending van RTV Rijnmond. Is er niet júist veel op het dossier gebeurd omdát de klokkenluider ruchtbaarheid aan de zaak gegeven had?’ Van Kempen denkt dat het handelen van Martijn geen enkel versnellend effect heeft gehad. ‘Besluitvorming is stroperig, en dat moet ook. De overheid moet pragmatisch zijn en een ambtenaar moet het bestuur faciliteren, niet eigenhandig handelen. Er is gezocht naar een complot, maar ik heb het niet gevonden. De meisjes zijn nooit in gevaar geweest. Wilde meneer een oplossing of gewoon zijn zin doordrijven?’

Volgens de gemeente was het ‘volstrekt onnodig en zeer beledigend voor zijn collega’s’ dat Martijn naar de media stapte en hen liet citeren uit de overlegjes. Van Kempen: ‘Je kunt best discussiëren over de wenselijkheid van moskee-internaten, maar het is niet aan een ambtenaar om het debat te sturen. Het was een leuke discussie in de media, hoor. En ja, dan staat Den Haag op zijn achterste benen en wordt er ingegrepen. Maar er was geen misstand! Werd er al jarenlang niet gehandhaafd? Het zal allemaal wel, maar de enige integriteitsschending waar we hier mee te maken hebben is die van meneer de inspecteur. Er was geen enkele rechtvaardiging om naar de media te stappen.’

Op de dag dat Martijn bij de rechter zijn strafontslag aanvecht, verschijnt er een artikel in het Algemeen Dagblad waarin de klokkenluider wordt neergezet als een moslim hatende christen die zich meer zorgen maakt over mogelijke islamitische indoctrinatie bij het internaat dan over de veiligheid van de kinderen. Het steekt Martijn, zegt hij tegen de rechter: ‘Ja, ik ben belijdend christen, maar dat neemt niet weg dat ik overal hetzelfde handhaaf. Ik heb ook een kinderdagverblijf in een kerk gesloten. Ik heb een instelling gesloten die gerund werd door mensen uit mijn eigen kerkgemeenschap. Het is geen willekeur gericht op moslims.’

Tien dagen later doet de voorzieningenrechter uitspraak in het voordeel van de bouwinspecteur. Hij was gerechtigd naar de media te stappen. ‘Gelet op het jarenlange stilzitten van de deelgemeente en onvoldoende actie van de kant van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam is de voorzieningenrechter van oordeel dat er voor de inspecteur geen alternatieve weg openstond om de geconstateerde onregelmatigheden te bestrijden’, aldus de voorzieningenrechter. Maar zij oordeelt ook dat Martijn fouten heeft gemaakt: het maken van geheime geluidsopnamen tijdens de ambtelijke overleggen en de verstrekking hiervan aan de media zonder toestemming van de betreffende ambtenaren beoordeelt ze – mede gelet op de schadelijke gevolgen hiervan zoals een gevoel van onveiligheid bij collega’s – laakbaar en niet noodzakelijk voor de openbaarmaking van de gestelde integriteitsschendingen. ‘Deze gedragingen moeten als plichtsverzuim worden aangemerkt, maar rechtvaardigen naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen onmiddellijk strafontslag.’

Het strafontslag is voorlopig teruggedraaid, maar daarmee is Martijns disciplinaire ontslag allesbehalve van de baan. Aan de vernieuwde klokkenluidersregeling die sinds 2010 van kracht is, heeft Martijn niet veel. Die beschermt de ambtenaar alleen zolang hij de misstand intern aankaart. De bodemprocedure die Martijn voert om zijn ontslag aan te vechten, loopt dan ook gewoon door en is dus weer met zes weken verdaagd.

De fanatieke medewerkers van de gemeente Rotterdam, die bij elke zitting aanwezig zijn en van wie sommigen directe collega’s van Martijn waren, duiken na de zitting op hun advocaat. Goed gedaan, mr. Van Kempen. Als de paar toegewijde journalisten die de zaak volgen, teleurgesteld over een verspilde ochtend, door de regen weer naar hun redacties zijn vertrokken, zoekt Martijn met zijn advocaten de weg naar buiten. Hij is zichtbaar vermoeid en moet meteen weer door. Naar het politiebureau. Voor verhoor. Er hangt hem ook nog een gevangenisstraf en een geldboete van mogelijk tienduizenden euro’s boven het hoofd voor het lekken van vertrouwelijke stukken. De gemeente trekt haar aangifte tegen hem niet in. ‘Nu zeker niet!’ zegt mr. Van Kempen bij de voorzieningenrechter. ‘We hebben nu een bekentenis.’

De jongens en meisjes in moskee-internaten kunnen weer veilig slapen, de klokkenluider voorlopig nog niet.


Om zijn privacy te beschermen is de naam van Martijn fictief

Beeld: (1) Een moskee-internaat voor jongens in Rotterdam, gefotografeerd in oktober 2012 (Robin Utrecht/ANP). (2) Studie en onderdak in een moskee-internaat (Robin Utrecht/ANP).