Profiel: Thom Karremans

Weifelende legerleider

«Jullie moeten hoognodig orde op zaken stellen in je leger», bromde Bob Stewart, de gewezen Britse VN-commandant in Bosnië, toen hem werd verteld dat overste Thom Karremans en andere bij de val van Srebrenica betrokken Nederlandse officieren waren bevorderd. Anders dan het Niod-rapport, dat overloopt van begrip voor de benarde positie van de Dutchbat-commandant, meent Stewart dat Karremans in Srebrenica heeft gefaald.

Niet vanwege het glas slivo dat hij zich na de val van de enclave in handen liet drukken. Ook niet vanwege zijn «weinig mediagenieke optreden» (Niod) op de persconferentie in Pleso, waar hij oververmoeid reageerde op de kersverse gebeurtenissen. Karremans faalde als militair omdat hij de enclave met alle middelen had moeten beschermen. VN-resolutie 836 spreekt ondubbelzinnig over «het gebruik van geweld (…) om indringers af te slaan». Dat hij vasthield aan de illusie van onpartijdigheid maakte hem ongeschikt als officier, aldus Stewart. «Een soldaat moet bevelen opvolgen, tenzij hij wordt weerhouden door ernstige gewetensbezwaren. Een officier moet bevelen interpreteren en eventueel veranderen als de omstandigheden daarom vragen.»

De overste Karremans maakte drie fouten. Ten eerste nam hij de Servische aanval veel te laat serieus; hij rekende er niet op dat hij echt zou moeten vechten. Ten tweede droeg hij in de beslissende fase het bevel over de Nederlandse observatieposten aan zijn ondergeschikten over, met als gevolg dat de ene na de andere post werd verlaten. Ten derde gaf hij geen gehoor aan de oproepen van zijn VN-superieuren Janvier en Hobillard om tijdig blocking positions in te nemen; indien de Serviërs die posities hadden aangevallen en daarbij Nederlandse slachtoffers hadden gemaakt, had Unprofor alsnog massale luchtsteun moeten bieden.
Toen hij met dat glaasje in de hand stond, had Karremans zichzelf al gedegradeerd tot «onderhandelaar bij Mladic», zoals het Niod schrijft. Wegens darmkrampen had hij het bevel overgedragen aan zijn majoor Franken. De bevelsketen was uiteengevallen: «Veel hing af van het improviserend vermogen van individuele Dutchbatters. Majoor Franken trad vooral op als beslisser en regulator.» Dat neemt niet weg dat hij ook toen veel meer had kunnen doen om de vluchtelingen te redden. In zijn boek Srebrenica, who cares? (1998) schreef Karremans dat hij de middelen noch de tijd had om de moslims te verdedigen.
Volgens de Amerikaanse journalist David Rohde, die zich jarenlang verdiepte in de kwestie-Srebrenica, had hij moeten bluffen. «Hij had alle vluchtelingen moeten toelaten in de compound van Potocari en die uitroepen tot beschermd VN-gebied. Hij had de satelliettelefoon moeten pakken en zijn superieuren, de media, de hele wereld moeten informeren over de situatie. Zijn boodschap aan de Serviërs had moeten zijn: tot hier en niet verder, wij beschermen met onze levens deze vluchtelingen. Karremans en Franken brachten alle signalen over moordpartijen terug tot de gedachte dat dit niet waar kon zijn of niet kon gebeuren. Dan hoef je ook niet op te treden.»

Hoe komt het dat Thomas J.P. Karremans (Apeldoorn, 1948) niet wist wat vechten is? Hij doorliep met goed resultaat de kma en kreeg zijn vuurdoop in 1979-80 als pantserinfanterist bij de Unifil-blauwhelmen in Libanon. In de jaren tachtig hield hij zich bezig met wapenbeheersing op het Navo-hoofdkwartier in Bergen. Zijn eerste ervaring met Bosnië deed hij op in 1991 als verbindingsofficier bij de EG-waarnemingscommissie, waarna hij volgens schema doorstroomde naar een bataljonscommando in Assen. Kortom, een voorbeeldige carrière. Het probleem is dat het kleine, door de machtsverhoudingen van de Koude Oorlog afgeschermde Nederlandse leger allesbehalve voorbeeldige militairen aflevert.
Bij zijn benoeming tot commandant van Dutchbat III in 1994 bezwoer opperbevelhebber Couzy dat Karremans «de juiste man op de juiste plaats» was, maar achter de schermen bestond grote twijfel. Zodra bekend werd dat de Luchtmobiele Brigade naar Bosnië ging, was al overwogen om Karremans bij het onderdeel weg te halen. Bij een rollenspel tijdens een oefening in Duitsland bleek hij niet stressbestendig. Hij was bovendien onlangs gescheiden en uit zijn evenwicht. Zijn superieuren vroegen advies aan Couzy, maar die vond dat ze er zelf het best over konden oordelen.
Naderhand heeft Couzy geprobeerd de schuld van Karremans’ benoeming in de schoenen van zijn tweede man Van Baal te schuiven. Het was hoe dan ook een fout, zegt een Nederlandse diplomaat die in 1991 met Karremans samenwerkte. «Karremans was aan de beurt, maar hij was volstrekt ongeschikt. Een integere maar eeuwig weifelende man, typisch iemand die onder druk niet functioneert. Hij was ook nog eens bijzonder gesloten. Een dieptragische figuur. Het tekent hem dat hij zijn manschappen door het Niod-rapport gerehabiliteerd acht, maar zichzelf niet. En het is tekenend voor de landmachtcultuur dat hij na afloop een mooie post in Washington kreeg.»
Zoals hij op oefening in Duitsland func tioneerde, zo functioneerde hij volgens het Niod-rapport ook in Srebrenica: «Franken en Karremans vulden elkaar aan. Karremans als de man die analyseerde en rapporteerde aan de hogere echelons en Den Haag; Franken als doener die de beslissingen voor de dagelijkse leiding nam.» Maar waar komt die bunkermentaliteit vandaan, waardoor de Nederlanders toen het erop aankwam alleen aan hun eigen hachje dachten? Het Niod wijst erop dat Karremans, generaal Van Breemen en andere betrokken officieren een gemeenschappelijke ervaring delen, namelijk hun verblijf in Libanon.
Het rapport specificeert die ervaring niet, maar Unifil-veteranen laten er geen twijfel over bestaan. De tandeloze, met een zeer beperkt mandaat tussen Israeliërs, Palestijnen en christenmilities opererende blauwhelmen hadden opdracht «vooral aan hun eigen veiligheid te denken», aldus een ex-Libanonganger. «Bij elke bijzondere omstandigheid kreeg ik het ontluisterende bevel ‹Helm op en in de bunker zitten›.»

De Nederlanders waanden zich in Srebrenica in eenzelfde positie, zegt Ed Standaerd, Libanon-veteraan en voorzitter van de Identiteitsgroep Vredesmachten, die regelmatig contact met Karremans heeft. «Dutchbat was geïsoleerd en onvoldoende bewapend. Boordschutter Van Renssen is niet voor niets gesneuveld door een kogel in zijn nek; zijn geschutspositie op de pantserwagen was van achteren onbeschermd. En hoe vaak heeft Karremans vergeefs luchtsteun aangevraagd? Als je van hogerhand en van buitenaf systematisch in de steek wordt gelaten, denk je op den duur alleen nog maar aan je eigen overleven en dat van je manschappen.»