Weinreb (1)

In De Groene Amsterdammer van 13 oktober uit Henriëtte Boas kritiek op een artikel van René Zwaap over mijn recentelijk verschenen studie Willem Friedrich Weinreb (Leiden, Internationaal Forum) en vooral op mijn in dat boek verkondigde opvatting dat Weinreb als onschuldig aan verraad beschouwd dient te worden. Boas formuleert een aantal vragen die de bedoeling hebben Weinreb in een ongunstig daglicht te stellen en meent dat ik heb verzuimd die te beantwoorden. Deze vragen gaan echter over twee aspecten die niet met verraad te maken hebben, namelijk de ‘Sperren’ - dat waren lijsten van Weinreb die de deelnemers een tijd voor deportaties vrijwaarden - en de zedenzaak waarin hij na de oorlog verwikkeld raakte. Hoewel ik de kwestie van deze lijsten niet behandeld heb, wil ik toch de eerste vraag beantwoorden. Weinreb vroeg honderd gulden voor registratie op zijn eerste lijst om verschillende redenen, zoals dat sommige mensen graag wilden betalen omdat ze meer vertrouwen hadden in iets dat geld kostte, maar hij plaatste arme mensen gratis op de lijst. Hij gebruikte het geld onder andere om onderduikers bij te staan. Valse persoonsbewijzen bijvoorbeeld waren duur.

Dat Boas zo'n vraag stelt, laat zien dat ze niet op de hoogte is. En haar verwijzingen naar de zedenzaak zijn niet relevant. Vermoedelijk is Weinreb als alternatieve genezer opgetreden, wat toentertijd verboden was, maar sinds een wetswijziging van een paar jaar geleden is toegestaan.
Boas meent ook dat ik de rol van W.F. Hermans in het beschuldigen van Weinreb ten zeerste overschat. Waar ze dit vandaan haalt, weet ik niet. Men treft in mijn boek één opstel aan over de polemiek van Hermans tegen Weinreb en twee opstellen over het Weinreb-rapport. Dit bevooroordeelde rapport had uiteraard een fundamentele invloed, terwijl Hermans het grote publiek bespeelde.