Enschede, GEERT VAN DEN BOS Een merkwaardige parallel is er met het evangelieverhaal omtrent Jezus van Nazareth, van wie Edward Schillebeeckx zegt zo veel te houden. Ook Jezus werd ten onrechte tot de misdadigers gerekend. En de aanleiding voor zijn vriend Judas, één van de twaalf leerlingen, om Hem over te leveren aan hen die Hem wilden liquideren, was het onbetamelijk geachte gedrag van een als zondares bekendstaande vrouw, dat Jezus zich liet welgevallen. Toen Jezus het brood had genomen, de dankzegging had uitgesproken en het brood had gebroken en aan zijn leerlingen gegeven, had hij er bij gezegd: ‘Neemt, dit is mijn lichaam’, waarmee hij onder andere bedoeld moet hebben: ‘Mijn lichaam dat door de vrouw werd gezalfd met het oog op mijn begrafenis.’ De Weinreb-affaire lijkt zo inderdaad op een hedendaags evangelieverhaal, waarin Henriëtte Boas zeker ook een hoofdrol speelt: ‘Voorwaar, Ik zeg u, overal waar het evangelie verkondigd zal worden, over de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft.’ (Mk. 14:9)