Ik stel de vraag aan de orde waarom het Weinreb-rapport niet heeft geleid tot een proces om zijn veroordeling te herzien en of daar nu, na de publicatie van Marres, niet alsnog alle reden voor is. Iedere veroordeling is een verwijt en dat verwijt is gericht op de verantwoordelijkheid van de dader. Verantwoordelijkheid is de consequentie van de vrijheid van overtuiging, wil en handelen die de dader had. Daar was voor de jood Weinreb tijdens de bezetting geen sprake van. Als de kritiek op het Weinreb-rapport destijds serieus was genomen, zou een gerechtelijk onderzoek zijn uitgelokt. Dat kan nog steeds. Er moet een einde komen aan het geruzie over de al dan niet juistheid van een rechterlijk vonnis. Dat vereist het vertrouwen in de rechtstaat. Vol goede moed over de uitkomst van zo'n herzieningsproces verkondig ik dat de verguizing van Weinreb zich tegen de kampioenen, van wie mevrouw Boas de spreekbuis is, van de collaborerende Nederlandse overheid van toen zal keren middels het door henzelf in werking gestelde zondebok-mechanisme: uw verwijten komen voort uit uw eigen schaamte.