Wel een mak, geen schotel

Een land zonder geheugen, het heeft wel iets ontwapenends – en het verschaft de inwoners ervan, de in aanstekelijke onnozelheid ronddollende dragers van een vergeten cultuur, allerlei mogelijkheden die andere volkeren niet hebben. Hun chauvinisme, bijvoorbeeld, is immers spontaan en heeft louter op hun eigen voortreffelijkheid betrekking; het kan zich niet verschuilen achter boegbeelden van grote voorgangers. Hun onbesuisde keuzes voor helden worden net zo snel weer vergeten als die helden zelf.
Vergelijk het met die roman van Umberto Eco, waarin een man aan het woord is die al zijn herinneringen kwijt is. Die kan, merkt de auteur vergenoegd op, nu iedere nacht zijn vrouw ontmaagden – én zichzelf. Zo is bij ons het ene jaar Pim Fortuyn de grootste Nederlander aller tijden en weet men twee jaar later niet meer wie hij was. Voor talrijke eigentijdse politici is Spinoza de voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, waar de paar filosofen die hem lazen toch van opkijken. En lees of beluister de ongeremde discussies over de positie van de islam in een seculiere democratie. Wij Nederlanders hebben daar de beste en de subtielste geschriften over, die al een eeuw deel uitmaken van ons erfgoed – en ze gaan over de rol van het hoofddoekje, het islamitisch recht, ja, zelfs over de ruimte die de fonograaf in de islam wordt toebedacht. Sommige van die geschriften – ik heb het over de Verspreide Geschriften/Gesammelte Schriften van Snouck Hurgronje, zes delen in zeven banden – zijn oorspronkelijk zelfs op verzoek van ons parlement geschreven.
Maar weten die parlementariërs veel: de meesten van hen hebben een mening over de materie, en dan kan het heel onplezierig zijn je ook nog op de hoogte te moeten stellen, al was het maar van de antwoorden die je voorgangers op vergelijkbare vragen kregen.
Geen Nederlandse intellectueel die een lezing houdt, of hij citeert Johan Huizinga. Dat was, iedereen is het erover eens, onze grootste historicus – en dat moet verklaren waarom zijn verzamelde werken al meer dan dertig jaar niet meer leverbaar zijn: iedereen kent ze van buiten. Sommige van zijn boeken kun je gemakkelijker in het Italiaans betrekken dan in het Nederlands. Homo Ludens is er leverbaar met een inleiding van, jawel, Umberto Eco.
En die andere grote historicus van de vorige eeuw, de historicus die uit een echtpaar bestond? Jan en Annie Romein: niets van leverbaar, De Lage Landen bij de zee zo min als Erflaters van onze beschaving. Op het breukvlak van twee eeuwen is een veel gebezigde uitdrukking, maar dat het een boek is moet de bezoeker aan een boekwinkel maar gokken – want beschikbaar is het niet. De eeuw van Azië, je moet het zoeken, Byzantium, ’t is niet te vinden. Wij hebben Geert Mak als vertolker van onze geschiedenis voor iedereen; maar dat hij in een traditie staat en in de negentiende eeuw, tot diep in de twintigste, vooraf werd gegaan door G.D.J. Schotel, geen mens die er benul van heeft. Wel een mak, geen schotel.
Het pijnlijkst vind ik dit, de magnifieke ‘Historische Bibliotheek voor Exacte Wetenschappen’ die driekwart eeuw terug verscheen – met, eerste voordracht voor een herdruk, Beth’s inleiding op de niet-euclidische meetkunde in historisch perspectief, en, ex aequo, Dijksterhuis’ behandeling van de elementen van Euclides. Dat zijn schitterende boeken en gewichtig genoeg om er ook nerds een geweten mee te slaan.