Vladimir Poetins «verticale macht» werkt niet

Wel macht, geen idee

Op papier is Poetin, die volgende week Nederland bezoekt, een machtig staatshoofd. In heel Rusland heerst zijn «verticale macht». Maar het werkt niet, ook niet buiten de door terreur getroffen Kaukasus.

KOERSK/MOSKOU – Lokale politiek is in Koersk uit den boze. In de provincie Koersk, qua oppervlakte iets kleiner dan Nederland, kijkt iedereen naar boven: naar de top in Moskou. Ook de communisten van de KPRF in dit district, dat sinds de val van de Sovjet-Unie deel is van de zogeheten «rode gordel», spreken het woord van hen wier brood ze eten.

Die houding spoort met een oude traditie in Rusland, dat in nood altijd op die ene patroon in het Kremlin gokt, maar is intussen ook wettelijk verankerd. De gijzeling van de school in Beslan door Tsjetsjeense rebellen in september 2004 is voor president Poetin aanleiding geweest het staatkundige model, dat in de experimenteel democratische jaren van zijn voorganger Boris Jeltsin was opgebouwd, resoluut op zijn kop te zetten. Sinds Beslan worden regionale en lokale bestuurders niet meer door de burgers gekozen, maar door het Kremlin voorgedragen aan de plaatselijke volksvertegenwoordigingen. In het nationale parlement de Doema is geen plaats meer voor districtsvertegenwoordigers, maar alleen voor partijpolitieke afgevaardigden. De voorwaar den waaraan politieke partijen moeten voldoen zijn bovendien zo opgeschroefd dat nog maar weinig partijen de horde kunnen nemen om kandidaten te stellen. En er komt een extra en vooral apolitieke Maatschappelijke Kamer voor de dialoog met de uitvoerende macht, al zijn de eerste 42 burgers die hierin van hogerhand zijn benoemd geen gewone burgers maar hotemetoten.

De «verticale macht» die president Poetin zijn kiezers in 2000 beloofde als wapen tegen chaos en terrorisme is nu af. Tot in de kleinste uithoeken kan het centrum de boel controleren.

In Koersk heeft gouverneur Aleksandr Michailov de consequenties van deze omwenteling begrepen. Michailov, in september 54 jaar geworden, was in 2000 verrassend gekozen. Via het justitiële apparaat had het Kremlin de doldwaze gouverneur Roetskoj, voormalig vice-president (1991) van en muiter (1993) tegen Jeltsin, op de valreep van de kandidatenlijst laten schrappen. Maar het volk van Koersk koos toch liever de eigen communist Michailov dan de man van Moskou. Dit najaar zou zijn eerste ambtstermijn zijn verlopen. Wellicht dat Poetin een alternatieve kandidaat voor hem liet warmlopen. Daarom maakte Michailov, nadat hij zijn lidmaatschap van de KPRF al eerder in de ijskast had gezet, begin 2005 een gangetje naar Canossa om eventuele problemen voor te zijn. Nederig vroeg hij Poetin om «vertrouwen». Michailov kreeg het per kerende post, waarna hij even deemoedig een verzoek indiende om lid te mogen worden van de presidentiële partij Verenigd Rusland. Ook dat mocht. Over de communisten in Koersk maakt Moskou zich sindsdien geen zorgen.

Volgens zakenman Konstantin Komkov, voor malig medewerker van de regionale gouverneur, is die vergevingsgezindheid van het Kremlin logisch. De centrale macht houdt van rust. «Roetskoj organiseerde hier een kader revolutie. In vier jaar ontsloeg hij tweehonderd rayonhoofden en evenveel topambtenaren. Michailov heeft er pas vijf ontslagen. Roetskoj had geen administratieve bronnen, geen radio, televisie of kranten. Michailov heeft ze bijna allemaal onder controle. Poetin zal zo’n echte patroon niet snel lozen. De afgelopen vijf jaar heeft Michailov zich hier maar een paar keer voor de televisie laten interviewen. Hoe kan ik de stagnatie beter illustreren?» aldus Komkov.

Minder politieke meningsverschillen in stad en land, iedereen lid van dezelfde partij – het lijkt dé oplossing. Maar leidt het ergens toe?

In de Kaukasus is de verticalisering van de macht eind jaren negentig begonnen. Bijna alle bestuurders zijn er sindsdien vervangen en worden er nog sterker aangelijnd dan elders. De gevolmachtigde van Poetin daar – Dmitri Kozak, die zelfs als Poetins opvolger wordt genoemd omdat hij keurig balanceert tussen de twee strijdende kampen in het Kremlin, de geüniformeerden van de gewapende machten en de liberalen van de markteconomie – heeft er meer macht dan de zes collega-prefecten in de militaire zones van het Verre Oosten, Siberië, de Oeral, de Wolga-regio, Centrum en het Noordwesten. Maar zelfs buiten brandhaard Tsjetsjenië is die sterke arm niet effectief. De organisatie van de gijzeling in Beslan was voor de terroristen een fluitje van een cent. De gewapende opstand twee weken geleden in Naltsjik, de hoofdstad van de islamitische deelrepubliek Kabardino-Balkarië, kwam niet onverwacht. Verderop in Karatsjevo-Tsjerkessië of Adygej rommelt het nu eveneens. De verticale macht heeft er eerder destabiliserend dan stabiliserend gewerkt.

In minder heethoofdige gebieden zijn de gevolgen van deze doelbewuste depolitisering op het oog minder spectaculair, maar niettemin ook groot. Zelfs in Koersk. De communiste Valentina Jermolenko, lid van het provinciale parlement, de Obdoema, theoretiseert de verticaal zo: «Politiek hoort op lokaal niveau niet thuis. Politiek gaat over strategie, over de lijn van de staat. Rusland eist van bestuurders snelle reacties op concrete problemen.» In Beslan en Naltsjik heeft deze volgzame houding er afgelopen jaar mede toe geleid dat de plaatselijke autoriteiten juist níet onmiddellijk optraden. Het leninistische spreekwoord «vertrouwen is goed, controle is beter» zit hun in de genen. Men wachtte liever op commando’s van boven omdat eigengereid handelen altijd kan worden bestraft. Maar dat heeft burgemeester Aleksandr Bojev van het vijftig kilometer noordoostelijk van Koersk gelegen dorp Svoboda niet van de wijs gebracht. Ook hij ziet niets in politiek gedoe: «Politiek brengt de slechtste mensen boven, mensen met ambities die hun beloftes niet waarmaken.»

Beiden hebben het niet alleen over terrorisme, rampen of andere staatsbelangen. Politiek gaat volgens hen zelfs niet meer over het sociale beleid, hoewel dat juist op hun niveau moet worden uitgevoerd en hen dus met de lasten opzadelt. De regering van Poetin heeft dat begin dit jaar gedaan door de privileges in natura voor bejaarden en invaliden (gratis medicijnen en openbaar vervoer) af te schaffen en om te zetten in baar geld. Wet 122, waarmee deze «monetarisering» van de sociale sfeer is afgekondigd, is een typisch voorbeeld van verticale macht. In de ivoren toren is een plan uitgebroed en vervolgens naar beneden gekieperd.

Burgemeester Bojev van Svoboda: «Mijn boekhouder huilde toen hij een tekort van een half miljoen roebel zag opdoemen. We hebben de erfpacht en de belasting voor de fabriek moeten verhogen.» Het is dat Svoboda als geboortedorp van de heilige Serafim Sarovsky een van de belangrijkste bedevaartsoorden van Rusland is en dat de nationaal-religieuze filmregisseur Nikita Michalkov (van onder meer Oerga, Burnt by the Sun en De barbier van Siberië) er geld investeert. En het klooster bouwt een luxe hotel voor pelgrims, inclusief een presidentiële suite voor de vrome Loedmilla Poetina en haar man. Zonder deze religieuze investeringen zou Bojev het razende volk al lang voor zijn deur hebben staan.

In het ingenieursstadje Koertsjatov, waar een kerncentrale van het type Tsjernobyl negentig procent van de lokale begroting dekt en een kwart van de provinciale, heeft de verticale macht wel mensen kwaad weten te krijgen: er wonen achthonderd tsjernobyltsi, mannen die in 1986 betrokken zijn geweest bij de ontmanteling van de kerncentrale in Oekraïne en waarvan de helft ziek naar Koertsjatov is teruggekeerd. Wethouder Vadim Jeletskich van Sociale Zaken, zelf ooit werkzaam in de kerncentrale als mathematicus, heeft ze maar afgekocht. «De regering kent de lokale verhoudingen niet. Wat je ook van Stalin en Chroesjtsjov denkt – goed of fout – ze kenden de plaatselijke toestand. De huidige staatsleiding komt nooit buiten de tuinring van Moskou of het centrum van Sint-Petersburg. Moskou draait op olie en gas. Dat is optische rijkdom. Rusland heeft na vijftien jaar nog steeds geen zakenleven en geen staatsleven: dat is de kern van het probleem van Poetin. Deze regering begint iets, maar nooit wordt hier beleid tot het einde doordacht en uitgevoerd. Alles wordt naar beneden afgewenteld.»

Is dit louter te herleiden tot de autoritaire verlangens van Poetin en zijn entourage? Nee, aldus Vladimir Slatinov, politicoloog aan de universiteit van Koersk: «Tijdens Jeltsin was de macht der gouverneurs bijna onbegrensd, zelfs over de staatsveiligheidsdienst FSB, de belastingdienst en het openbaar ministerie. Het was een feodaal systeem. Toenmalig gouverneur Roetskoj was er openlijk van overtuigd dat hij een landheer was, dat het district zijn private handel was. Al zijn managers waren leiders of adjudanten van clans. Eind jaren negentig stond de staatkundige eenheid van Rusland dus op het spel. Poetin begon met de benoeming van gevolmachtigde vertegenwoordigers in de zeven militaire regio’s. Financiële centralisatie volgde. Beslan was uiteindelijk niet meer dan een alibi voor de laatste stap om gouverneurs en parlement te stroomlijnen. Er was al over nagedacht, want het Kremlin verloor nogal veel gouverneursverkiezingen. Poetin kan het jeltsinisme pas sinds Beslan volledig liquideren.»

Toch werkt de verticalisering niet. «Het centrum toont vooral zijn onmacht», aldus Slatinov. «De paradox van Poetin is dat hij in zijn tweede termijn louter prutswerk heeft geleverd. Zijn knoeien met de privileges en de bestuurlijke hervormingen wijzen erop dat er nog steeds geen professionele bureaucratie in Rusland bestaat. Premier Fradkov is niet meer dan een toezichthouder. Alles is nu gecentraliseerd en alles gaat nu fout.»

Die diagnose is al pijnlijk. Treuriger is het dat er amper perspectief is op verbetering. De depolitisering van het lokale bestuur en de verticalisering van het beleid – precies het omgekeerde van het subsidiariteitsbeginsel – kunnen op termijn zelfs de legitimiteit van de president ondermijnen. Want met gouverneurs als marionetten raakt ook de terugkoppeling (in het Russisch obratnij svjaz) binnen de verticaal in het ongerede. «Hun lot wordt nog meer onderwerp van schaduwpolitiek in de coulissen dan vroeger. De lokale elites weten zich daardoor bedreigd en zullen proberen het spel te verplaatsten: naar de lokale parlementen, de laatste politieke markt die nog bestaat», voorspelt politicoloog Slatinov.

Zij het dat dit spel in de nu gerealiseerde «geleide democratie» nog duisterder wordt. Anders gezegd: meer heimelijke corruptie en meer geweld. Het klinkt cynisch maar het is volgens zakenman Komkov realiteit: «Verkiezingen waren de slagroom op de taart. De lokale elite kon dan invloed kopen. Elke plaats in de Obdoema kostte ongeveer 75.000 dollar, het merendeel om arme gebieden te fêteren en zo stemmen te ronselen. Verkiezingen waren economisch van belang: voor de kasstromen.» Door ook die verkiezingen te verticaliseren kwijnt zelfs dit laatste beetje feedback weg, aldus Komkov.

De risico’s daarvan zijn groot. Hoe minder politiek draagvlak op lokaal niveau, des te afhankelijker wordt een gouverneur van steun uit het centrum. Maar hoe verder weg hij resideert, des te minder belangstelling datzelfde centrum voor zijn regio kan opbrengen. In de woorden van voorzitter Aleksandr Anpilov van de provinciale Doema in Koersk, nog altijd communist: «Wij dragen 68 procent van onze belastingen af aan Moskou. Maar het centrum bepaalt waarheen dat geld gaat: naar de geliefde of naar de minder geliefde regio’s. Van objectieve criteria is geen sprake. De macht denkt die niet nodig te hebben. Want de gepensioneerden komen toch bij ons klagen. De macht staat met zijn rug naar het volk.»

Dat is al gevaarlijk genoeg. Maar er komt nog iets bij. Het Kremlin weet niet wat het wil met de ongebreidelde macht die het zichzelf in de schoot heeft geworpen, behalve dan de economie «herverdelen» ten gunste van hen die loyaal zijn. Gevolg? «Het einde van de geleide democratie» die Poetin juist heeft omarmd, aldus Aleksandr Aoezan, directeur van de denktank Publiek Contract te Moskou. Dat nu is pas echt link.

Het project-Poetin leek vijf jaar geleden ook om andere dan staatkundige redenen rationeel. Door de democratie aan de leiband te leggen zou er energie vrijkomen voor de broodnodige hervormingen. Zoals een doorzichtig stelsel van banken die niet bij het minste of geringste zouden omvallen, een interne markt die niet van mistige barter deals aan elkaar hing en dus zou uitnodigen tot investeringen in andere industrieën dan de energiesector en de wapenbranche, en een professioneel leger waardoor dienstplichtigen niet hoefden onder te duiken om aan de pesterijen van de sergeant te ontkomen.

Het project-Poetin zou moeten leiden naar een land waarin het kapitaal de politiek niet meer in zijn zak zou hebben en, omgekeerd, de politiek zich autonomer van het kapitaal kon manifesteren. Dankzij de toevloed van olie dollars lijkt Poetin op weg. Moskou is booming. Maar achter de Tverstraat – waar dames in BMW-cabrio’s af en aan rijden voor Armani-muiltjes van duizend euro en net afgestudeerde employees van olieconcerns of dienstverleners met sushi ontbijten – is daarvan nauwelijks iets te merken.

Zeker, de grote magnaten hebben zich teruggetrokken in hun hok: oliebaron Michaïl Chodorkovsky van Joekos gedwongen in een cel in Tsjita nabij de Mongoolse grens; diens voormalige zakenpartner Roman Abramovitsj – die vorige maand zijn oliebedrijf Sibneft voor tien miljard euro heeft verkocht aan staats gasbedrijf Gazprom – vrijelijk onder de eskimo’s van Tsjoekotka, waar hij van het Kremlin gouverneur moet blijven, of op de tribune van voetbalclub Chelsea. Maar die willekeur is eerder een uiting van troebele verhoudingen dan van heldere.

Gazprom is hiervan een curieus symbool. Het bedrijf is nu vier jaar in handen van een vertrouweling van Poetin. Diens chef-staf Dmitri Medvedev leidt er de raad van commissarissen, zoals zijn tweede man Igor Setsjin dat doet bij het olieconcern Rosneft. Gazprom beschikt over zestig procent van al het aardgas in Rusland. Dat is ruim tien keer meer dan waarop Shell in de hele wereld kan bogen. Hoewel de winst dit jaar is gestegen – niet gek voor een concern dat, in deze tijd van prijsrecords, eenderde van de consumptie van Europa levert, zijn de reserves van Gazprom bijna twintig keer minder waard dan die van Shell. Dat komt niet alleen doordat het tweederde van zijn aardgas in Rusland moet dumpen voor een prijs die vijf keer lager is dan de wereldprijs. Het heeft ook te maken met het feit dat Gazprom een hoofdprijs is in het spel om de macht en een politieke hefboom om Europa stil te houden.

Of Poetin meer met deze blote macht wil, is echter onduidelijk. Econoom Aoezan concludeert dan ook dat het Kremlin geen eigen idee heeft, hoewel het de bevolking permanent om geduld vraagt in afwachting van betere tijden. Normaal gesproken zijn er drie soorten autoritair bestuur: 1. Het regime dat particulier bezit garandeert, desnoods met geweld, ter wille van economische groei. Sinds de Joekos-affaire weten we dat Poetin niet kiest voor deze Pinochet-variant. 2. Het bewind dat een sociaal minimum zeker stelt om het volk te gerieven en intussen zijn eigen gang te gaan. Daar leek het aanvankelijk op. Maar na de afschaffing van de privileges in natura is deze populistische variant niet meer aan de orde. 3. Het regime dat alles investeert in de gewapende macht omdat buitenlandse agressie daartoe dwingt. Die vijand is er niet, hooguit in eigen land. Het autoritaire bewind heeft «geen stabiele variant van een sociaal contract gevonden», aldus Aoezan.

Dat nu is volgens hem contraproductief. Over tweeënhalf jaar staan er immers presidentsverkiezingen op de rol. Constitutioneel mag Poetin zich niet meer kandideren als staatshoofd. In de schaduw draait de strijd reeds op volle toeren. Maar in het volle licht wil niemand staan, op de drieste schaker Gari Kasparov na.

Velen in Moskou gokken er daarom op dat Poetin een list zal laten uitdenken zodat hij zichzelf vertrouwen kan vragen om op een of andere manier aan te kunnen blijven. Dat is een kansrijke optie. Mits Poetin de middenklasse niet op de kast jaagt, bijvoorbeeld omdat de oliedollars opdrogen wegens gebrek aan productie en export.

Aleksandr Podrabinek, eind jaren tachtig betrokken bij de samizdat en nu verantwoordelijk voor het zieltogende mensenrechtenblad Prima-News: «Ik denk niet dat verkiezingen per definitie betere bestuurders opleveren. Maar de burgers hebben dan tenminste zelf de keuze een slechte te kiezen. Nu kunnen ze alleen de straat nog op. En dat is in onze geschiedenis altijd een garantie voor bloed vergieten geweest. Alle vectoren wijzen dus in de richting van een constellatie à la Brezjnev.»

Honderden kilometers zuidelijker in Koersk spreken ze al in die taal. Burgemeester Bojev verzucht: «Ik ben de Brezjnev van Svoboda.» Want svoboda betekent vrijheid.