Welbewust ingewikkeld en eigenwijs leven

De bohémien is verdwenen. Als hij al bestaat noemt men hem een ‘loser’.
De bohémien is iemand die zich per definitie afwendt. Hij is asociaal. Hij doet waar hij zin in heeft, kleedt zich zoals hij zelf wil (of niet wil, als het maar warm is), hij leeft niet erg gezond en hij is niet zozeer wars van artisticiteit als wel van artistieke pretenties. Hij keert zich eveneens af van de heersende mode.
Ik ken nog een paar bohémiens. Toevallig zijn beiden dichter en schilder. Beiden zijn - en daarin zijn ze niet meer zo bohémien - enigszins verbitterd. Niet omdat ze geen kansen hebben gekregen - ze hebben de kansen moedwillig aan zich voorbij laten gaan - maar omdat ze te heftig worden geconfronteerd met de hopeloosheid van hun bohémienbestaan.
Ik zal u vertellen over een van hen. Hij steelt - of krijgt - van die grote, goedkope Hema-plakboeken. Daarin schrijft hij met de hand zijn gedichten. Erg mooie gedichten, vind ik. Hij tekent er soms iets bij: een naakte vrouw, een hond, een vogel. Onlangs vond hij een stapel glossy’s, Linda’s, Glamours, Jackie’s, dat werk. Hij nam die stapel mee naar huis en schilderde de pagina’s wit met restanten muurverf. Dat zijn nu zijn 'schetsboeken’ geworden.
De reden dat hij verbitterd is, is dat hij nergens terecht kan met zijn werk. Geen galerie wil zijn smerige tekeningen hebben, geen uitgever zijn gedichten. Niet wegens gebrek aan kwaliteit, maar de redacteuren bij uitgevers zeggen: 'Tik je werk nu eens uit, je hebt zo'n onduidelijk handschrift.’ En de notarisvrouw van de galerie zegt: 'Maak nu eens een paar mooie passe-partouts om je tekeningen.’
'Daar gaat het toch niet om’, zegt onze bohémien.
En ondertussen ziet hij als geen ander wat er wel wordt uitgegeven en wat er wel in de galeries hangt.
Natuurlijk heb ik geprobeerd via mijn dochter en andere relaties iets voor deze dichter te doen, maar dat mislukte totaal. Eerst kwam hij niet bij de uitgeverij opdagen en toen hij wel kwam opdagen, lukte het hem met iedereen binnen twee minuten ruzie te krijgen - om niets. De reden van de ruzie was gelegen in het feit dat hij, nadat hij zijn eigen gedichten welluidend had voorgelezen, zei: 'Is dit niet veel beter dan de gedichten van XX die jullie hier uitgeven en wat domweg troep is.’ 'Nou, wij vinden die gedichten ook mooi’, had een redacteur keurig gezegd, wat onze bohémien als een belediging had ervaren, want als je zijn gedichten mooi vond, dan kon je onmogelijk die gedichten van XX ook mooi vinden. Of zoals hij zei: 'Als je Boutens een groot dichter vindt, kun je niet opeens Bloem ook een groot dichter vinden.’
De bohémien - hij heeft gisteren drie dozen met damesschoenen gekocht op het Waterlooplein, God weet waarom - is, als hij niet verzuurd is, buitengewoon onderhoudend.
Ik bewonder hem en iedere keer weer denk ik: is hij niet veel artistieker dan ik. Zijn zijn verhalen niet veel beter dan de mijne. En zijn zijn gedichten niet van grote kwaliteit?
Ik denk het wel. Maar niemand zal dat ooit goed kunnen vergelijken, want hij verdwijnt in het niets.
Het grootste gedeelte van zijn talent stopt hij in een manier van welbewust ingewikkeld en eigenwijs leven.
Straks sterft de bohémien. Geen bibliotheek die zijn werk dan heeft. De sociale dienst zal al die dozen met papieren die ze in zijn vieze huis vinden bij het grofvuil zetten. Ik denk zelfs niet dat de tekeningen die hij heeft gemaakt, zullen worden herkend als tekeningen. Een opkoper wil misschien die doos met losse damesschoenen wel hebben.
Ik schrijf dit stukje omdat mij, toen ik hem gisteren zag, een gevoel van schaamte overviel.