Welke maatstaf?

Aan de ontbijttafel bij het openslaan van zijn ochtendkrant verslikte Arbeiderspersbaas Ronald Dietz zich vorige week in z'n cornflakes. ‘Maatstaf verliest subsidie’, luidde de kop boven een bescheiden krantebericht, weggepropt op een der kunstpagina’s. Het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds heeft besloten dat vanwege het belabberde niveau van jaargang ‘98 Maatstaf niet langer subsidie wordt verleend, zo viel op te maken uit het bericht. Dietz: 'Van de onheilstijding ben ik niet eens op de hoogte gesteld. Het is toch niet fraai dat ik zoiets uit de krant moet vernemen?’

Dietz had het totaal niet verwacht. Hij was er juist van uitgegaan dat z'n blad er in de ogen van het Produktiefonds kwalitatief gezien op vooruit was gegaan. Want in de beoordeling van september ‘97 hadden ze nog gezegd dat de redactievoering 'verbeterd’ was en dat Maatstaf werkte vanuit 'een duidelijk concept’. Hoe kon de mot er dan zo snel insluipen? Volgens de commissie van het fonds is Maatstaf zowel qua inhoud als qua vormgeving 'ongeïnspireerd’. Dietz: 'Er klopt niets van. We zijn met dezelfde club en nog altijd bruisen we van energie.’ Dat van die vormgeving is hem een raadsel. 'We zijn onlangs bekroond door de jury van de tentoonstelling De vijftig best vormgegeven boeken in het Stedelijk Museum.'¶Tijdschriften als De Gids, Raster en De Revisor, die door de commissie onder loftuitingen bedolven werden, blinken volgens Dietz alleen maar uit in wat hij literaire archeologie noemt. 'Als je een nummer maakt over Hermans scoor je bij het Fonds. Als je zoals wij filosofisch-maatschappelijke thema’s behandelt, werkt dat tegen je.’ Dietz wil wel toegeven dat veel van zulke themanummers aan de magere kant bleven. Maar dat komt volgens hem omdat een aantal medewerkers 'de gewoonte heeft niet op tijd in te leveren’. Dietz: 'In ieder geval verschijnen wij nog. Optima, dat nog wel subsidie krijgt, is in '98 maar twee keer uitgekomen.'¶Maatstaf gaat volgens Dietz bezwaar aantekenen tegen de beslissing van het Fonds. Mocht dat niets uithalen, dan vreest hij voor het voortbestaan van de ooit zo onmisbare literaire boodschapper.