Het grenshospitium en de kansloze asielzoeker

Welkom

Het vreemdelingenbeleid van staatssecretaris van Justitie Aad Kosto (PvdA) oogstte begin jaren negentig veel kritiek, omdat het zeer repressief en inhumaan zou zijn. Dat is ook de teneur van dit artikel van Eveline Brandt en Anil Ramdas. ‘Pardon, grenshospitium? Dat is een eufemisme voor “gevangenis”.’

Medium kosto aad

Nee, een gevangenis mag het niet heten. Het heeft immers geen tralies. En er staat geen hek omheen. Wel heeft het uiterst smalle, ‘uitbraakveilige’ raampjes. En een geluidswal van vijf meter hoog. Dus heet het nieuwe opvangcentrum voor kansloze asielzoekers een ‘grenshospitium’. De architecten: ‘Ja, wij zijn idea-listen!’

Komt Kosto wel of komt-ie niet? En zo ja, zou hij dan weten hoe laat hij moet opdraven? De leden van het Amsterdams Solidariteits Komitee Vluchtelingen weten het in ieder geval niet. Zij worden over beide zaken in het ongewisse gelaten, en dus wordt het wat moeilijk om een protestactie te organiseren. Terwijl daar toch alle reden toe is, op 6 april, wanneer het grens-hospitium voor asielzoekers in Amsterdam-Zuidoost wordt geopend.

Pardon, grenshospitium? Wat is dat voor een kostoïaans neologisme? Dat is een eufemisme voor ‘gevangenis’. Een postmoderne gevangenis wel te verstaan, een gevangenis die zich bevindt in het schemergebied tussen vrijheids-beneming en detentie maar geen gevangenis mag heten. Met grote blijdschap geven wij, Aad Kosto en Vrouwe Justitia, kennis van een architectonisch wonderkind. En we noemen het: grenshospitium.

De opvangruimte voor kansloze asielzoekers op Schiphol-Oost is niet meer. Nooit meer beelden op het NOS-Journaal van de stapelbedden en de bekende pingpongtafel met eindeloos tafeltennissende asielzoekers. Justitie kon niet op tegen het karakter van de voormalige vertrekhal Schiphol-Oost – die asiel-zoekers bleven maar vertrekken. Eerst gewoon door de deur, later door het raam en over het dak. In de nacht van 19 op 20 maart ontsnapten er weer negentien, waarop werd besloten de tent met onmiddellijke ingang te sluiten. Iets -eerder dan gepland, want pas op 7 april zou er immers ‘vervangende woonruimte’ komen bij het in gebruik nemen van het grenshospitium. Dit nieuwe -opvangcentrum, dat direct naast de Amsterdamse jeugdgevangenis is gelegen, krijgt een heel ander karakter dan zijn voorganger. Meer dat van een ontvangsthal.

Maar het is géén gevangenis. Er zijn immers geen tralies? Wel raampjes van slechts dertig centimeter breed en een hoge muur (annex ‘geluidswal’) eromheen. We willen het eigenlijk ook wel eens van binnen zien, kunnen we misschien een rondleiding krijgen? Nee, zegt de voorlichter van het grens-hospitium, we krijgen hier een punthoofd van de pers. Nu worden we toch echt nieuwsgierig. Voor tien tot twaalf miljoen gulden wordt er een ‘semi-hotel-achtige’ voorziening neergezet, die met geheimzinnigheid wordt omgeven en in alle stilte even snel zal worden geopend, vraag niet hoe laat. En we lezen er nauwelijks iets over – die pers waar ze zo’n punthoofd van krijgen schrijft het kennelijk niet op.

‘Ik snap niet dat er niet eerder bij iemand een belletje is gaan rinkelen’, zegt Trijntje Munters van VluchtelingenWerk. Zij staat zeer huiverig tegenover Kosto’s grenshospitium, al beseft ze wel dat het nauwelijks erger kan dan Schiphol-Oost. De voormalige huisvesting voor kansloze asielzoekers kende geen privacy, was brandonveilig en met onvoldoende medische voorzieningen was het totaal ongeschikt als opvangcentrum. Munters was er jaren kind aan huis als begeleider van asielzoekers en kan de situatie daar uittekenen. ‘Er is een trap naar de eerste verdieping; boven aangekomen was rechtsaf de opvangruimte en linksaf een restaurant. Daar komt veel klm-personeel dineren aan sjiek gedekte tafels. De restaurantbezoekers konden bij binnenkomst de asielzoekers niet zien en omgekeerd. Twee jaar geleden is er eens een “zwaaiactie” geweest: door demonstratief te gaan zwaaien naar de asielzoekers wilden de actievoerders duidelijk maken dat daar mensen zaten’, vertelt Munters.

Soms zaten er wel veertig mensen, het maximumaantal dat kon worden ondergebracht in de vijf slaapkamers met elk acht bedden. Verdere voorzieningen die moesten worden gedeeld waren één toilet, één badkamer en een ruime woonkamer – mét pingpongtafel. Helemaal aan het begin van de gang was de verblijfsruimte van de marechaussee, waar altijd twee of meer bewakers aanwezig waren. De asielzoekers hadden in totaal de beschikking over een oppervlakte van zo’n dertig bij vijftien meter, schat Munters, en de spanningen konden daar soms hoog oplopen. Op een keer zaten er in het opvangcentrum 32 mannen en één zestienjarig meisje. Drie weken lang zat zij alleen op een kamer die ze niet kon afsluiten. Om dergelijke onhoudbare situaties in de toekomst te voorkomen kwam er een ‘vrouwenkamer’ met een slot op de deur. Direct naast de kamer van de marechaussee, met wie kon worden gecommuniceerd middels een babyfoon. Mannen en vrouwen sliepen voortaan gescheiden, óók echtparen.

De marechaussee op Schiphol-Oost had verschillende methoden om orde te houden. Aan de muur in hun kamer hingen foto’s of naambordjes van de vluchtelingen, waarachter indien nodig een letter kon worden geprikt. Zo kregen sommige ‘vluchtgevaarlijken’ de letter n, van ‘niet op het balkon’. De g stond voor ‘gips’ en was gereserveerd voor personen die iets hadden gebroken bij een vluchtpoging. Zo iemand moest af en toe naar de dokter voor controle, en de g diende als geheugensteuntje. Wat ook vooral niet mocht worden vergeten was het terugvragen van de scheermesjes; een asielzoeker die een mesje kwam halen, kreeg een s achter zijn naam en een kwartier scheertijd voordat het werd teruggevraagd. In die korte tussentijd kon hij dan net geen zelfmoord plegen. Wilde iemand een vuurtje, dan kon hij of zij bij het ‘aanstekerluikje’ van de marechaussee terecht. Even kloppen, en dan kwam er een hand door het luikje met een aansteker aan een touwtje. De ervaring had de bewakers namelijk geleerd dat het verhitten van wat haarlak op het kunststofraam een gat opleverde waar een vluchteling net doorheen kon. Hoe het aanstekerregime in het grenshospitium eruit gaat zien is nog niet duidelijk.

Direct nadat de ruimte op Schiphol-Oost in gebruik was genomen, spande VluchtelingenWerk twee processen aan tegen de staat om te protesteren tegen deze vorm van detentie. Nee hoor, zei Justitie, het is helemaal geen detentie. Ze kunnen er toch uit? Ze kunnen door de voordeur – de hele wereld staat voor hen open. Ze mogen alleen niet door de achterdeur ons land in. Maar de Hoge Raad bepaalde in december 1988 dat het wel degelijk detentie was en dat daarvoor geen wettelijke basis bestond. De deur van Schiphol-Oost moest direct open, en de mensen die er op dat moment verbleven werden overgebracht naar een asielzoekerscentrum.

Toen ging alles opeens razendsnel, want binnen twee weken was er een wet. Een noodwet dan wel, maar voldoende wet om voorlopig uitkomst te bieden. En zo kon het gebeuren dat in januari 1989 Schiphol-Oost weer open ging – en de deur weer dicht.

En Justitie zag dat het goed was. En de noodwet werd wet in september 1991. Hé, dat is vreemd, was dat pas in september? Maar het nieuwe grenshospitium gaat toch volgende week open? Dan is er snel gebouwd! Of was Kosto misschien stiekem alvast…? Acht, wat is stiekem, Justitie begon in 1988 gewoon al uit te kijken naar een locatie voor een geschiktere opvangruimte, voor een ‘semi-hotelachtige voorziening’ in justitieel jargon. Toen die was gevonden, werd er maar vast een architect gezocht. En toen die in februari 1991 was gevonden, kon met het ontwerpen worden begonnen. En ach, waarom nog langer getreuzeld, dan kan die eerste paal er ook al wel in, die wet komt er toch wel door. En mocht die onverhoopt toch worden verworpen, dan zoeken we gewoon een andere bestemming voor het gebouw. Er kunnen altijd nog andere gevangenen in.

En zo werd een postmodern gebouw geboren. Terwijl Kamerleden er nog over twistten of asielzoekers wel konden worden opgesloten, was de architect al bezig de gordijnstoffen uit te zoeken en de kleuren van de muren te bepalen.

Grenshospitium. Trijntje Munters lacht schamper om de hilarische naam. ‘Intern hebben we bij VluchtelingenWerk een fles wijn uitgeloofd voor een passender naam, maar we zijn tot nu nog niet verder gekomen dan gevangenis’, zegt ze. ‘Schiphol-Oost was te klein en te benauwd, maar dat had tenminste nog iets kneuterigs. Dit nieuwe gebouw vind ik veel beklemmender, daar voelde ik me veel meer opgesloten toen ik er ging kijken. Met van die James Bond-deuren die achter elkaar dichtgaan, en zoemende hekken. Welcome to Holland. Het is zo hermetisch afgesloten dat een verblijf daar ook veel definitiever lijkt. En daar gaan ze dan gezinnen met kinderen in stoppen! Wij gaan uitzoeken of dat wel in overeenstemming is met de Universele Verklaring van de Rechten van het Kind. Zo niet, dan gaat VluchtelingenWerk bij de komst van het eerste gezin procederen.’

De mensen van VluchtelingenWerk krijgen twee spreekkamers in het hospitium maar ze mogen er niet vrij rondlopen. Ze moeten maar afwachten wie er op hun spreekuur durft te komen en waar hun folders terechtkomen. Verder komen er in het gebouw nog enkele advocaten, voor wie drie spreekkamers zijn gereserveerd, en natuurlijk de bewakers. O nee, ‘bewakers’ heb je alleen in een huis van bewaring. In het hospitium zijn er ‘vreemdelingenbegeleiders’. Die zijn vast goed tegen hun taak opgewassen want ze hebben hiervoor allemaal gewerkt in huizen van bewaring. Bovendien zijn zij vanaf 1 maart druk bezig in Amsterdam-Zuidoost; zij leren Frans, krijgen lessen zelfverdediging en worden anderszins voorbereid op hun nieuwe baan. De vreemdelingenbegeleiders zitten nog met één probleempje, want hoe heten zij in het Engels? Voorlopig kunnen zij zich maar het best introduceren met het zinnetje: ‘I am your host.’ Een fles wijn voor degene die met een passende naam komt.

Officieel is het terrein van het grenshospitium een stukje ‘onafhankelijk Nederland’, een verlengde van Schiphol en daarom internationaal gebied. Worden er in het hospitiumwinkeltje (dat is er) dan ook tax-free producten verkocht aan de kanslozen? Wij vragen het de architect, maar die weet het niet.

De architect is met z’n tweeën: de opdracht van de Rijksgebouwendienst ging via Ursum Unitbouw te Wognum naar Bureau Fakkel en Van Ruitenburg, en Eduard Fakkel en Nico van Ruitenburg hebben samen het hospitium ontworpen. Zij blijken twee vriendelijke mannen van in de veertig, die ons gastvrij ontvangen bij een van hen thuis in Krimpen aan de IJssel. Op het toilet hangt een kalender van de Novib – ‘Gast aan tafel’ staat erop.

De architecten hebben zich wel even bezonnen eer zij begonnen. ‘Je bent immers niet iemand die alleen maar steentjes op elkaar stapelt’, zegt Fakkel. ‘Architect is een moeilijk te benoemen functie. Je bent kunstenaar, filosoof, maar ook bouwer en wetenschapper. Soms moet je afwegingen maken, en dan kan tussen de filosoof en de bouwer wel eens een conflict ontstaan. Maar wat is hier nu het alternatief? Óf ze gaan van Schiphol rechtstreeks de illegaliteit in, óf je bouwt een grenshospitium. Als je daarvoor kiest, doe je je uiterste best om dat zo humaan mogelijk te doen.’

Van Ruitenburg: ‘Wij zijn idealisten. De marechaussee van Schiphol-Oost voorspelde dat dit gebouw binnen twee weken aan puin ligt. Maar onze -verwachting is dat er minder kans is op excessen zoals op Schiphol-Oost, omdat de mensen niet meer als muizen in een te klein kooitje worden opgesloten.’

Nee, de mensen worden nu opgesloten in een gouden kooi, een mooie gevangenis.

Fakkel: ‘Ik kan dit gebouw niet als een gevangenis zien, daarvoor zijn er veel te veel verschillen.’

Noemt u eens wat van die verschillen?

‘In een gevangenis is overzicht een van de belangrijkste zaken. Dat -betekent dat er rechte gangen moeten zijn, zodat in één oogopslag een hele afdeling kan worden overzien. Bij een hospitium is het veiligheidscriterium veel -minder belangrijk, je zou hooguit kunnen spreken van een beveiligingsvriendelijke opzet. Wij hebben binnen het gangenstelsel pleintjes ontworpen waaraan de woonkamers liggen. De deuren liggen wat verscholen en er is een soort -voortuin bij. Dat is een veel menselijker benadering die meer privacy met zich meebrengt. Verder heeft de deur naar de kamer toe geen raam zodat er niet naar binnen gekeken kan worden, en de deur kan van binnenuit op slot.’

Hebben de bewakers ook een sleutel van de deuren?

‘Ja, dat moet natuurlijk wel. Stel je voor dat er brand uitbreekt of er wordt iemand ziek – anders kunnen ze niet naar binnen.’

Maar als de bewakers met de sleutel naar binnen kunnen, dan kunnen ze de deur ook van buitenaf sluiten.

‘Eh, ja. Dat is een eis geweest waaraan wij hebben voldaan. Aan ons ontwerp ligt een ruimtelijk programma van eisen van Justitie ten grondslag. -Enerzijds komt dat voort uit het beleid, zeg maar de bejegening van asielzoekers, en anderzijds heb je het bouwkundige gegeven, dus de benodigde oppervlakte en het aantal kamers. Alle ruimten horen bij bepaalde functies, en het geheel heeft een semi-hotelfunctie.’

Van Ruitenburg: ‘Volgens mij komt de eis van de afsluitbare deur voort uit een stukje onzekerheid van het personeel, het trauma van Schiphol-Oost. Ze willen hier in ieder geval ’s nachts de boel kunnen beheersen.’

Dus de bewaker kan de door de asielzoeker gesloten deur van buitenaf openen, maar de asielzoeker kan de door de bewaker afgesloten deur niet van binnenaf openen. Kunt u nog wat verschillen met een gevangenis noemen?

‘Iedere kamer beschikt over eigen douche, toilet en wastafel, verpakt in een prefab-cabine. Want het gebouw is “prefab in prefab”: het is opgebouwd uit prefab-units die ook in andere projecten van Justitie zijn gebruikt. Tussen twee kamers zit een verbindingsmogelijkheid; gezinnen met kinderen hoeven dus alleen maar een deur open te doen om bij elkaar te zijn. De inrichting van het binnenterrein is ook wezenlijk anders dan bij een gevangenis: er is een sportveld, er is begroeiing en de mensen hebben bewegingsvrijheid op het hele terrein. Ze kunnen deelnemen aan een programma en er zijn veel voorzieningen zoals een bibliotheek, een creativiteitsruimte, een stiltecentrum. En verder zijn er natuurlijk geen tralies voor de ramen.’

Nee, want dat zijn spleten van dertig centimeter breed. Daar kan een dunne asielzoeker overigens nog wel doorheen.

Van Ruitenburg: ‘Dat kan niet want er zit gelaagd glas in. Dat is in- en uitbraakwerend materiaal dat sterker is dan wat er voor de Bijlmerbajes is gebruikt.’

Fakkel: ‘Je hebt de keus tussen dit glas en tralies. Maar tralies geeft een heel onvriendelijk karakter aan een gebouw, evenals een hoge muur eromheen.’

Maar er stáát een hoge muur omheen!

Van Ruitenburg: ‘Nee nee, dat is een geluidswal. Oorspronkelijk zou er een hek omheen komen, maar toen moest er van de gemeente een geluidswering van vijf meter hoog omheen. Wij hebben toen besloten die twee zaken te integreren in een scherm waarvan een groot gedeelte transparant is. Het blijft dus in wezen een hek, maar het is iets hoger vanwege het geluid.’

Fakkel: ‘Het gebouw is zijn eigen muur, het is in een ring gebouwd en de openingen zitten alleen aan de binnenplaats. De buitenring moet goed zijn, maar binnen is de veiligheid minder belangrijk omdat je niet met criminelen te maken hebt.’

Het dak is wel lekker laag en plat, heeft u uit sympathie een vluchtweg willen openlaten?

Fakkel: ‘Nou, dan moet je nog altijd eerst op het zes meter hoge dak zien te komen en vervolgens over het scherm of het vijf meter hoge hek van de jeugdgevangenis zien te klimmen. Zij die er komen, moeten er blijven, dat is het uitgangspunt. Justitie wil toezicht blijven houden op de mensen die kansloos zijn maar die toch de procedure willen afwachten. Deze oplossing is nieuw en het is nu nog moeilijk te zeggen of en hoe het functioneert. Misschien mislukt het wel en wordt het een jeugdherberg.’

Hoe heeft de filosoof in u zich van tevoren eigenlijk verdiept in het asielprobleem?

Fakkel: ‘Vanuit de kennis die wij via de media over het probleem hadden en onze eigen visie daarop zijn we kritische vragen gaan stellen, ten opzichte van elkaar als klankbord fungerend. En dan kom je op het antwoord dat het óf het grenshospitium is, óf open grenzen. Maar dat heeft een grote aanzuigende werking; dan krijg je niet alleen politieke maar ook heel veel economische vluchtelingen. Het probleem zit ’m in de economische vluchtelingen; dat is een categorie die in de toekomst proportioneel heel groot gaat worden. Als mens zeg ik: laat maar komen, maar je moet toch ergens een grens trekken.’

VluchtelingenWerk is door Justitie niet betrokken bij het ontwerp. Heeft u wel informatie ingewonnen bij VluchtelingenWerk?

Van Ruitenburg: ‘Nee, de starheid van VluchtelingenWerk zou er alleen maar toe leiden dat ze alles zouden afwijzen. VluchtelingenWerk roept een vrij negatief beeld op als we hierover praten met hen. Eigenlijk zeggen ze: “Het moet niet zo, maar een alternatief hebben we niet.”’

Fakkel: ‘Ik weet niet of het alternatief van de illegaliteit fijner is voor de asielzoekers dan het hospitium. Qua leefbaarheid is dit in ieder geval een verbetering ten opzichte van Schiphol-Oost. Wij hebben zeker geen gewetens-bezwaren.’

Het is ons een beetje gaan duizelen. Is het nou wel of niet een gevangenis? In ieder geval begrijpen we nu iets meer van de gedachte achter dit grenshospitium. Van de ongeveer twintigduizend asielzoekers die jaarlijks ons land binnenkomen, komen er zo’n 3600 via Schiphol. De kanslozen onder hen mogen vanaf volgende week naar het grenshotel, waarbij wordt uitgegaan van ‘een gemiddelde verblijfsduur van drie tot vier weken’. (Maar de procedures duren tegenwoordig gemiddeld toch tweeënhalve maand?) De asielzoekers die tussen 20 maart (de sluiting van Schiphol-Oost) en 7 april binnenkomen, worden zo lang naar gewone, open asielcentra overgebracht. Maar het hospitium is natuurlijk veel comfortabeler, en bovendien vrolijk geschilderd: in ons eigen oranje en in hemelsblauw. Nederland bekent kleur.

Wij blijven nog wel met veel vragen zitten. De jeugdgevangenis en het hospitium lijken uiterlijk sprekend op elkaar, omdat, volgens de architecten, ‘gebouwen op zo’n markante plek niet te veel mogen disharmoniëren’. Maar hebben die kinderen dan geen last van het verkeerslawaai? Waarom kregen zij geen mooie geluidswal van de gemeente maar een echt criminelenhek met prikkeldraad? Misschien omdat zij in een gebouw zitten dat wél bij zijn echte naam wordt genoemd? En wat gebeurt er met de kamers die overblijven in het hospitium? Immers, er is steeds gezegd dat er plaats is voor 120 asielzoekers. Maar er komen 96 kamers. Dat zijn dan toch 192 bedden? Voor wie is dat restant bedoeld? Toen VluchtelingenWerk deze vraag stelde, bleken die 72 slaapplaatsen bestemd voor mensen die al zijn uitgeprocedeerd en voor ‘vluchtgevaarlijken’. Maar gaan de vluchtgevaarlijken dan niet weer de ontsnappingscultuur in het hotel invoeren? Nee, daar krijgen ze de kans niet voor, want ze gaan in een aparte vleugel. En bovendien bestaat het gebouw uit acht afdelingen die eventueel van elkaar kunnen worden afgesloten. Maar binnen het gebouw mocht iedereen toch vrij rondlopen? Wat als de vluchtgevaarlijken en de andere gasten nou samen gaan gymnastieken, of smoezen op de binnenplaats?

Zullen wij nog worden uitgenodigd voor 6 april? Zal er die dag nog iets worden doorgeknipt? Door Kosto hoogstpersoonlijk? Of zal hij er alleen in zijn gedachten bij zijn?

Beeld: Staatssecretaris van Justitie Aad Kosto (Nationaal Archief)