Welkom in belgie

BRUSSEL - Een kille en regenachtige donderdagavond. Zoals elke doordeweekse avond verlaten tienduizenden de stad waar ze werken maar niet wonen. Een van de uitvalswegen loopt langs het befaamde Klein Kasteeltje. Vroeger werden hier jongemannen gekeurd voor militaire dienst. Nu is het monumentale gebouw in hartje Brussel het bekendste opvangcentrum voor vluchtelingen in België. Een week geleden stonden hier ‘s avonds tientallen kandidaat-vluchtelingen op zoek naar een bed voor de nacht. Salvador Garcia, medewerker van het centrum: 'Het zijn dramatische keuzen. Er verblijven nu 520 mensen op een capaciteit van vijfhonderd. Voor echte noodopvang hebben we 24 bedden. Dat is niet veel. Deze week sliepen er mensen in de sportzaal en de ontvangsthal, en nog moesten we mensen wegsturen. U begrijpt dat dat moeilijk is als een vader zijn huilende kind voor je neus houdt en zegt dat hij al vier dagen geen slaapplaats had.

Sinds een half jaar wordt de Dienst Vreemdelingenzaken overspoeld met aanvragen. Veel Kossovaren of mensen die zich daarvoor uitgeven. Om vijf uur ’s avonds krijgen de vluchtelingen een treinticket in handen gedrukt om af te reizen naar een ver weg gelegen gemeente in Vlaanderen of Wallonië en zich daar te melden bij de sociale dienst (OCMW), die de opvang moet regelen. Ze raken natuurlijk direct verdwaald.’
In het Klein Kasteeltje kunnen mensen die net in België zijn aangekomen een nacht slapen, om zich de volgende morgen om acht uur bij de dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) te melden. Daar kan het door de drukte tot drie maanden duren voor het allereerste gesprek plaatsvindt. Ondertussen slibben het Klein Kasteeltje en andere opvangcentra dicht met wachtende vluchtelingen.
NA MAANDEN van groeiende problemen ontstond vorige week dinsdag een nieuwe crisis toen bleek dat er voor 340 mensen geen opvang was. Alle centra en zelfs de daklozenopvang zaten vol. Aan directeur Leo Pleysier van het Klein Kasteeltje ligt het niet. Hij wees de overheid de afgelopen maanden regelmatig op de noodzaak om de opvangcapaciteit te vergroten. Garcia: ‘Het duurt allemaal erg lang. Vluchtelingenbeleid, daar win je geen stemmen mee, hè.’
Tijdens de crisis vorige week besloot Artsen Zonder Grenzen in de vergaderzaal in het Brusselse hoofdkwartier veertig bedden te plaatsen. Anouk Delafortrie, woordvoerster van AZG België: 'Er is door de overheid niet vooruitgedacht. Het tekort dateert al van maanden. In september hebben wij de alarmbel nog maar eens geluid. In de nieuwe asielnota van 3 oktober voorzag de regering nieuwe urgentie-opvang. Een maand later is er nog niets. Intussen slapen hele families met kinderen op straat.’ De laatste weken vond de politie regelmatig verdwaalde asielzoekers in metrostations. Op deze koude donderdagavond zal er genoeg plaats zijn: werknemers van het openbaar vervoer van de hoofdstad staken.
IN HET KLEIN KASTEELTJE kunnen ze deze avond weer even ademhalen. Want om acht uur gaat een nieuwe noodopvang open, op tien minuten lopen van het Kasteeltje. Twee mannen die uit Kossovo zeggen te komen, krijgen een plattegrond. 'Gaat u daar maar slapen.’ Het blijkt een lugubere blokkendoos, stijl-Ceausescu. Het initiatief komt van het Rode Kruis en de sociale dienst van de stad Brussel. Christophe en Jeffrey, twee pubers van zeventien en vrijwilligers van het Rode Kruis, zitten achter een tafel in een neonverlichte, kale garageruimte te wachten op asielzoekers. 'Ja, het is wat geïmproviseerd, er is nog geen verwarming’, zegt Christophe. Boven staan brancards met wollen dekens van het Rode Kruis gereed. 'Bedden plaatsen mocht niet van de brandweer.’
In de zaal zitten nog maar twee stelletjes: Valentina, Volon, Driton en Mevlyde, vier hip geklede tieners uit Rohovec, Kossovo. De vier zijn via Albanië, Italië en Frankrijk naar België gereisd. 'Belgium beautifull!’, klinkt het naïef in moeizaam Engels. Ze laten foto’s zien. 'Kijk dit is mijn klas’, zegt Valentina. Ze wijst de leraar en zo'n tien leerlingen aan en haalt een wijsvinger langs haar keel. Ze laten foto’s zien van gelukkiger tijden en hun huizen. 'Finish. Burn.’ Waar hun families momenteel zijn, weten ze niet. Maar morgen om acht uur moeten ze zich melden bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Samen met tientallen anderen.
Om half acht ’s avonds stopt een autobus naast de Rode Kruis-garage. Twee rijkswachters uit Jabbeke melden zich met 27 verkleumde Kossovaren. Opgepakt op een parkeerplaats langs de E40, waar ze in vrachtwagens probeerden te klimmen. 'Ze willen naar Engeland omdat ze daar niet zo snel teruggestuurd worden’, zegt een van de rijkswachters terwijl de Rode Kruis-pubers de namen van de Kossovaren, families met kinderen, checken. 'Het is triestig. Ze hebben de vorige nacht in de vrieskou doorgebracht en ze zijn er niet best aan toe. Zes kinderen hebben een beginnende longontsteking.’
'Ze vragen hulp, maar er is nergens hulp’, zegt de rijkswachter onbedoeld dramatisch. Op de inmiddels beruchte parkeerplaats pakte de rijkswacht van Jabbeke dit jaar al zo'n vijhonderd Kossovaren op. Meestal zonder papieren. Gedumpt door mensensmokkelaars. De rijkswachters zijn gefrustreerd omdat ze in de praktijk zelf maar moeten zien wat ze met de vluchtelingen doen. De Dienst Vreemdelingenzaken geeft de asielzoekers meestal een bevel om binnen vijf dagen het land te verlaten. Hetgeen natuurlijk niet gebeurt. Terugsturen kan niet, omdat het land in oorlog verkeert. Daarom besloot de rijkswacht van Jabbeke vrijdag om samen met het gemeentebestuur en de sociale dienst zelf de opvang van de Kossovaren op zich te nemen totdat de Dienst Vreemdelingenzaken een alternatief heeft. 'De rijkswachter wordt Barmhartige Samaritaan’, kopte De Standaard zaterdag.
EIND SEPTEMBER was de rijkswacht nog kop van jut, nadat de jonge Nigeriaanse Sémira Adamu een dodelijke hersenbloeding kreeg toen ze in het vliegtuig met een kussen was gesmoord door enkele rijkswachters die haar onder dwang naar haar land moesten terugbrengen. Er dreigde een regeringscrisis, mede door het aftreden van de minister van Binnenlandse zaken Louis Tobback. 'De slechtste dag uit mijn politieke bestaan. En ik heb er al een aantal gehad’, zei Tobback.
Om de crisis te bezweren kwam de regering op 3 oktober met een asielnota. Hoewel het asielbeleid niet fundamenteel wijzigt, moet het uitzetten van afgewezen vluchtelingen 'menselijker’ en de inhoudelijke behandeling van asielverzoeken bij de Dienst Vreemdelingenzaken beter. Ruim een maand later blijkt de crisis, net als in andere Europese landen, hardnekkig.
Luc De Smet, sinds anderhalf jaar hoofd van het commissariaat-generaal voor de vluchtelingen, beleeft drukke tijden. Het commissariaat-generaal is de instantie die uiteindelijk beslist over de asielaanvraag. 'Door de drukte neem ik geen vakantie dit jaar. We zijn het verplicht om goed werk te leveren. Na een niet-ontvankelijkverklaring van DVZ kunnen we dit advies overnemen ofwel verder onderzoek doen. Afgelopen jaar steeg het aantal dossiers waarbij we bijkomend onderzoek doen met dertig procent. Het is toch onmogelijk in enkele weken een goede beslissing te nemen. We moeten zo zorgvuldig en snel mogelijk werken.’
Zondagavond om elf uur is De Smet bereikbaar op zijn kantoor. 'Ik heb de afgelopen maanden voortdurend alarmsignalen uitgezonden. In juli schreef ik naar de minister dat er maatregelen genomen moesten worden: meer personeel voor DVZ én meer opvangplaatsen. Maar ja, ook bij DVZ wachtte men af. Met het bekende sneeuwbaleffect. De achterstand bij DVZ bedraagt nu 7000 aanvragen. In juni kregen kandidaat-vluchtelingen briefjes in de hand gedrukt met “Please come back in november”. Behalve dat het onbehoorlijk bestuur is, nodig je zo mensenhandelaren uit om hier nog meer mensen te droppen.’
VOLGENS DE SMET stijgt het aantal asielaanvragen sinds mei elke maand met ongeveer 300. In mei waren het er 1192, in september 2504 en oktober zo'n 2800. De twee vorige jaren lag het gemiddelde op duizend aanvragen per maand. De Smet deed onlangs voorstellen om een paradox te realiseren: de procedures versnellen én de kwaliteit van de behandeling van aanvragen drastisch verbeteren. Trefwoorden: humanitair, pragmatisch en niet naïef. Er kwam nog geen reactie van de overheid.
Waarom laat de politiek zich, net als in andere Europese landen, zo overdonderen? De Smet: 'Er is overal sprake van wat men refugee-fatigue noemt, vluchtelingenmoeheid. Regeringen hopen maar dat het aantal aanvragen de volgende maand vanzelf zal afnemen. Maar er zijn nu eenmaal altijd push-factoren zoals de oorlog in Kossovo, en pull-factoren zoals de veiligheid en rijkdom in West-Europa. Sinds de Europese emigratiestop in 1974 neemt de druk op de asielprocedures almaar toe.’ De commissaris-generaal is het eens met de roep om een geharmoniseerd Europees immigratiebeleid, maar heeft gezien de huidige praktijk geen al te hoge verwachtingen: 'De ervaringen met de verdragen van Schengen en Dublin zijn niet hoopgevend.’
De Smet ziet ook dat de al te beperkte definitie van 'de vluchteling’ geen oplossing biedt. Want volgens de Geneefse conventie zijn Kossovaren of Bosniërs die op de vlucht zijn voor oorlogsgeweld lang niet altijd 'echte’ vluchtelingen. 'We hebben een Europees ontheemdenstatuut nodig, compleet met een verdeelsleutel, vaste criteria over duur van verblijf, en afspraken over wie wat doet en wat betaalt. Maar ja, gezien de hoge werkloosheidscijfers ligt dit zeer gevoelig, niet in het minst bij de vakbonden.’
DE NIEUWE socialistische minister van Binnenlandse Zaken Luc van den Bossche stelt zich intussen op als een hardliner. Hij trekt zich niets aan van het toenemende maatschappelijke protest en stelt dat 'de meerderheid van de bevolking misschien wel een nog repressiever asielbeleid wil’. Van den Bossche reageerde woedend op zijn collega-minister Reginald Moreels, die in De Morgen verklaarde dat hij de eisen van het actieplatform 'Nationale beweging voor de regularisatie van mensen zonder papieren en vluchtelingen’ volkomen legitiem vindt. Die beweging eist een verblijfsvergunning voor illegalen die al langer dan vijf jaar in het land verblijven of drie jaar in een asielprocedure zitten.
Eind september zochten illegalen hun toevlucht tot een kerk in Luik en sindsdien volgden kerken in Brussel, Verviers en Antwerpen. Daar opende rector van de universiteit Ufsia, Carl Reyns, zijn kapel voor enkele tientallen 'sans-papiers’. 'Vluchtelingen zijn de melaatsen van deze tijd’, klonk het vanuit de Ufsia. De Ufsia lanceerde een academische mobilisatie en een aantal professoren bood vluchtelingen onderdak in hun eigen huis aan. 'Het was de logica zelve. Soms moet een universiteit zich engageren, voor verandering pleiten daar waar het misloopt’, zei Reyns. Kardinaal Daneels, de christelijke vakbond ACW en verschillende CVP-politici steunen het verlenen van het kerkasiel. De Ufsia bepleit onder meer een regularisatie, binnen zes maanden tijd, voor alle vluchtelingen die vijf jaar in België wonen, te beoordelen door een onafhankelijke commissie, én een (tijdelijke) B-status voor vluchtelingen uit conflictgebieden.
HET VLAAMS BLOK kwam al verscheidene malen demonstreren met leuzen als 'Adieu illegalen, gedaan met betalen’, en het bezette dit weekend onder leiding van boegbeeld Philip Dewinter het rectoraat van de Ufsia. Ook minister Van den Bossche is niet blij met de druk van de kerken en universiteiten. Al liet hij weten de kerken niet manu militari te willen ontruimen. Gezien de nu al weken voortdurende crisissfeer zou dat bepaald onverstandig zijn. Het zou een impuls kunnen geven aan de betoging op 14 november in Brussel, waarvoor de illegalen en sympathisanten hun schuilplaatsen zullen verlaten.
In de grote onverwarmde Begijnhofkerk, hartje Brussel, brengen zo'n vijftig illegalen - vooral Congolezen, Koerden en Algerijnen - hun tijd al twee weken wachtend door. Antoine, Congolees, is niet bijster vrolijk, maar toch hoopvol: 'We hebben in ieder geval de aandacht gevestigd op het feit dat we bestaan. Liever dit dan nog eens acht jaar in de illegaliteit leven. Terugkeren is voor ons onmogelijk. Het is oorlog in Congo!’
Antoine maakt zich zorgen om de zestien kinderen in de kerk: 'Het wordt steeds kouder. Ik vrees voor de kinderen.’