Welkom solzjenitsyn!

Hoe groot de verleiding ook is, het is mij onmogelijk kwaad te spreken over Alexandr Isajewitz Solzjenitsyn, want hij is een held van onze tijd, al zijn reactionaire, slavofiele sentimenten ten spijt.

Mijn held is niettemin veeleer de eenvoudige, ongeletterde soldaat Tsjonkin, de schepping van Solzjenitsyns collaga-dissident Vladimir Vojnovitsj.
Hij is op zijn beurt de collega van de brave soldaat Schwejk, met boerenslimheid het totalitarisme en militarisme trotserend, vormgegeven in superieur humoristisch proza.
Alexandr Solzjenitsyn, na twintig jaar weer aan de boezem van Moedertje Rusland teruggekeerd, kan er vast niet om lachen.
Zou hij ooit Vojnovitsj’ futuristische roman Moskou 2042 hebben gelezen? Daarin wordt de hoofdrol gespeeld door Sim Simyts Karnavalov, een rijzige figuur, met kromme rug, ingevallen wangen en ijzeren tanden. Waarom schrijft hij zijn boeken eigenlijk met een afgekloven pen, stekend in zo'n ouderwetse inktpot? ‘Met zo'n snertding’, antwoordt Karnavalov snijdend, 'en met nog veel ergere rotzooi is de hele wereldliteratuur geschreven.’ Eigenlijk heeft hij geen tijd voor zijn bezoeker. 'Ik heb viereneenhalve minuut voor je,’ - en hij drukt de timer van zijn Seiko-horloge in. Hij ziet inmiddels niets meer in de democratie. 'Drekmocratie!’ brult Sim Simyts Karnavalov. 'Er is niets goeds in de democratie! De veelgeprezen democraten zijn allang aan het uiteenvallen, ze gaan kapot, zij zijn tenonder gegaan aan weelde en pornografie!’
Aldus naar eigen zeggen de beste schrijver ter wereld. 'Kijk eens hier. Als ik zeg dat ik de beste schrijver ter wereld ben, is dat onbescheiden. Als ik zeg dat ik dat niet ben, is dat een onwaarheid.’
Uiteindelijk keert hij na twee decennia naar het heilige Rusland terug, gestoken in een witte tuniek, een witte broek, boven witte laarzen, gezeten op een ongetwijfeld witte schimmel. 'Zweer je voortaan alleen mij te dienen en vastberaden te strijden tegen de communistische veelvraten en de slurpende pluralisten?’ vraagt hij aan de grenswacht. 'Jazeker, vadertje!’ antwoordt de man.
Zo te zien was Vojnovitsj dus niet zo gelukkig met de oeverloze morele pretenties van de man die - hij heeft het toch maar voor elkaar gekregen! - met zijn portret van de Goelag Archipel een wereldrijk heeft opgeblazen.
Solzjenitsyn is inmiddels begonnen aan een duizenden kilometers lange tournee door zijn vaderland teneinde de laatste restanten van het communisme op de mestvaalt van de geschiedenis te deponeren. Daarbij zij hem Gods beste zegen gegeven, die hij hard nodig zal hebben in een natie waarin inmiddels de maffia regeert, een brood het veelvoud kost vergeleken met de tijd waarin Stalin en Brezjnev de dienst uitmaakten en de criminele mores regelrecht lijken te zijn geimporteerd uit het land waarin de schrijver twee decennia lang in ballingschap heeft geleefd. Moedertje Rusland en Uncle Sam, frere et compagnon van elkander. Wat een ellende!
Solzjenitsyn is inmiddels vijfenzeventig en een nieuw boek, zegt hij, valt van hem niet meer te verwachten. Hij is met andere woorden definitief uitgeschreven. Uitgeschreven over een natie die je, als idealist en moralist, met stomheid slaat.