Groen

Wellust

Waterland, 4 mei. Vlaggen hingen halfstok op de kerktorens van alle dorpen. Een dag waarop de men-sen aan de dood denken. Nooit eerder zag ik zoveel wulpsheid en wellust. In de lucht, in het water en op de grazige weiden, waarin zelfs de anders zo timide pinksterbloem iets ontuchtigs kreeg. Staatsbosbe-heer had het riet gemaaid en elzen- en wilgenbosjes verwijderd, waardoor het uitzicht onbelemmerd was. Langs de boerensloten een orgie van wit en geel, fluitekruid en koolzaad. Koolzaad ruikt bedwel-mend zoet en bevangen vroeg ik me af wat dat wellustige gespartel in de sloten was. Karpers. Buiten-sporig grote, geile karpers paaiden zich suf, hoe smaller en ondieper de sloot, hoe liever het ze was. Kiekendieven botsten hoog in de lucht van pure zinnelijkheid tegen elkaar op, grutto’s loerden begerig naar elkanders kastanjerode borst. En dat koolzaad bleef maar geuren, zo zoet, zo zwaar.
Op het terras van theehuis Het Einde konden mensen niet van elkaar afblijven, iedereen liet zich gaan, mogelijk door dat koolzaad, of anders door de geur van volle mest die boven het waterland hing. In de haven van Marken liepen blote mannen, hun buik zinnelijk vooruitgestoken, vrouwen vraten zakken pa-tat met dikke klodders mayonaise, om wellustig bij te blijven. Paarden rolden met hun benen wijd hitsig van flank op flank in de droge aarde, en als ze alleen in een weiland stonden, knauwden ze, met lullen van een meter lang, aan houten damhekken. Later, op het terras van de oude school in Holysloot, was verbaal menselijk contact volstrekt onmogelijk door plotseling ontwaakte kikkers, die elkaar brullend te lijf gingen. Witte kaarsen van kastanjes priemden als pronte tietjes tussen de zeventallige bladeren uit. Twee woerden verkrachtten ernstig, doch vol overgave een eend. Nóg weer later, een uur of vier na aanvang van deze rondreis, die zo onverwacht tot Priapus-tocht uitgroeide, en ik zwéér dat het de waar-heid is, stond de zuring al één kont hoog, terwijl die bij aanvang in geen velden of wegen te bekennen was. Om 20.00 uur was ik ernstig, maar dit jaar ook een tikje wulps, twee minuten stil.