Welterusten, Anna

Het nawoord van de roman Liever geen applaus voor ik leef van Sander van Leeuwen bestaat uit een verheugende en ontroerend lange opsomming van voornamen die de schrijver uit dank genoemd wil hebben.

Medium vanleeuwen2

Een meer gevestigde auteur zou zo’n uitgebreid informeel netwerk minder gauw in een boek opnemen – waarom eigenlijk niet, zijn er naarmate een schrijverscarrière vordert werkelijk minder vrienden om te bedanken, of is het de ordinaire kwestie van ego en status?

Liever geen applaus voor ik leef straalt hoe dan ook onbezorgd uit dat het een debuut is. Van Leeuwen lijkt zich niet druk te maken om valkuilen of vooroordelen, zijn eersteling gaat gewoon over een jongeman die vastzit, even niet verder komt in het leven. Thomas, zo heet de ik-verteller, is net afgestudeerd (psychologie), maar de overstap naar een volwassen bestaan blijkt nog te groot. Hij woont samen met beginnend juriste Eva, maar de relatie kwakkelt, alles trekt en sleept aan zijn dagen. ’s Avonds maakt hij scholen en andere gebouwen schoon, verder doet hij weinig. Zijn succesvolle oudere broer confronteert hem met zijn falen, met zijn lage zelfvertrouwen. Van Leeuwen neemt flink de ruimte om de lethargie, twijfel en somberheid van Thomas uiteen te zetten. Pagina 12: ‘Ik wist niet wat ik moest doen, wat ik was.’ Pagina 61: ‘Ik werd misselijk van mijn eigen ongelooflijke treurigheid.’ Pagina 90: ‘Ik voelde me in alle opzichten als een pak melk dat over de datum is.’

Depressie is een van de thema’s van de roman. Thomas rouwt nog om de zelfmoord zes jaar eerder van zijn depressieve jeugdvriend Frank. De terugblikken naar hun jonge jaren en vriendschap, hun verfrissend banale avonturen op campings en met meisjes, behoren tot de sterkste passages in het boek. Een andere buitengewoon mistroostige figuur is de Schotse, achttienjarige Anna, waar Thomas op een dag out of the blue een brief van ontvangt. Ze blijkt geboren in het huis waar hij nu woont en vanuit het plaatsje Lochinver schrijft deze Anna hem dingen als: ‘Eentonig. Zo zou ik mijn leven wel kunnen samenvatten. Gezapig, saai, monotoon.’ Ondanks de treurige toon houden haar brieven een levendigheid die Thomas ontbeert en na enig getob begint hij haar terug te schrijven. Haar groeiende wanhoop activeert iets in hem, geeft hem eindelijk een soort van doel.

Om zijn ploeterende protagonist vorm te geven, maakt Van Leeuwen gebruik van korte zinnen, ook de hoofdstukken waaieren zelden uit, geregeld telt een alinea slechts een enkele zin of een enkel woord. Verschillende bladzijden heb ik hardop gelezen, maar ik kon geen opvallend ritme of staccato ontdekken. De taal is duidelijk om te informeren, Van Leeuwen schrijft zakelijke zinnen zonder dat een zakelijke stijl ontstaat. Af en toe bedient hij zich van beeldspraak. Een van de slapende gebouwen die Thomas ’s nachts moet schoonmaken weet hij met de juiste woorden tot leven te wekken, maar het gaat ook wel eens mis. ‘Witte stapelwolken gaven de blauwe hemel kleur.’ Nog een: ‘Ik had het gevoel door een filmset te rijden, zo mooi.’

Van Leeuwen is zich keurig bewust van thema’s en motieven, crisis en catharsis

Achter in het boek staat een lijst met titels van songs waaruit Van Leeuwen regels heeft opgenomen in zijn roman. Een divers gezelschap artiesten, van Supertramp tot Spinvis, de gecursiveerde snippers uit hun nummers lijken iets te moeten verduidelijken in de lopende tekst, iets te moeten verlevendigen. Het zijn moeizame verbanden die, vaak te plechtig of te willekeurig, nauwelijks natuurlijk lijken te ontstaan, alsof een extra, alwetende verteller deze songteksten tussen de gedachten van Thomas plaatst. Een voorbeeld: ‘Ik draaide me om en een tijdje sliep ik zo nu en dan. All day. Staring at the ceiling, making friends with shadows on my wall. (Matchbox 20)’ Ik moest denken aan het laatste, indringende hoofdstuk van Nanne Teppers debuut De eeuwige jachtvelden (1995), waarin de auteur een van zijn hoofdpersonages in gedachten laat vonken op flarden van Shore Leave van Tom Waits. Een overtuigende en onthullende niet-gecursiveerde combinatie van lied en gedachte.

Thomas is dan niet de meest oorspronkelijke romanfiguur, op de beste momenten lukt het Van Leeuwen wel om mededogen op te wekken voor zijn personages die in neerslachtigheid verstrikt raken. Er is geen serieus aanwijsbaar trauma in het spel, iedereen is gezond, heeft bezorgd liefhebbende ouders, toch werkt het leven niet mee. ‘Ik heb het recht niet om me zo triest te voelen’, schrijft Anna. Een gedachte die veel belooft, maar helaas verder geen uitwerking krijgt.

Van Leeuwens roman, zich keurig bewust van thema’s en motieven, van crisis en catharsis, wil volgens mij iets communiceren over eenzaamheid, over rouw, over de last van het verleden. Na een soort afscheidsbrief van Anna vertrekt Thomas naar Lochinver vanuit het gevoel haar te moeten redden. Even lijkt Anna’s verhaal drakerig te eindigen, maar Van Leeuwen weet er een draai aan te geven die, hoewel wat letterlijk uitgesponnen, toch weet te raken. ‘En al was het heel zachtjes, ik hoorde het mezelf toch zeggen: “Welterusten, Anna.”’ Het is in de laatste hoofdstukken dat zo’n zin werkt, alsof Thomas dan eindelijk werkelijk tot de lezer durft te spreken, zonder voorbehoud en onbeholpen literaire filters.


Medium vanleeuwen

Sander van Leeuwen, Liever geen applaus voor ik leef. Meulenhoff, 255 blz., € 18,99, e-book € 12,99