Commentaar: Boudewijn de Groot

Welterusten, mijnheer de troubadour

Allesbehalve stijfjes verliep afgelopen zaterdag het huwelijksfeest van prins Constantijn en diens aanstaande Laurentien Brinkhorst. Een lollige video werd vertoond waarop Johan Cruijff, Jack van Gelder en Willem-Alexander — getooid met pruik — het voetbaltalent van Constantijn ridiculiseerden. Het werkte op de lachspieren van de driehonderd aanwezigen, merendeels Groningse jaarclubgenootjes van Laurentien en Leidse corpsvrienden van de prins. Er was volop muziek. Op hedendaagse TMF-tunes zwierde Beatrix met minister Laurens Jan Brinkhorst door de balzaal, alsof deze helemaal nooit de mening toegedaan was dat de vorstin beter haar politieke taken kan neerleggen om een ceremoniële rol te gaan vervullen. Van de artiesten die het besloten galabal muzikaal mochten opluisteren, sprong vooral de naam van Boudewijn de Groot in het oog. De grijzende bard, door de prins aangekondigd als eregast, werkte, keurig in pak en met Doe Maar-coryfee Ernst Jansz aan zijn zijde, onder luide toejuichingen zijn repertoire af.

In 1966, bij de feestelijkheden rond een ander koninklijk huwelijk, dat van Beatrix en prins Claus, was De Groot nog een hele republikein. Een interviewer vroeg de jonge ster wat hij van het huwelijk vond. De Groot: «Voor mij hoeft het niet. De hele monarchie niet. Ik heb ze nog nooit duidelijk iets nuttigs zien doen.» Interviewer: «Studenten?» «Walgelijke jongens. Vooral corpsstudenten, alleen al het feit dat ze zich afzonderen van de burgerij», aldus De Groot, die in die dagen ter aanvoering van de provo’s het ene protestlied na het andere de hitparade in slingerde.

Nu leven we in een tijd waarin Bob Dylan straffeloos de paus toezingt. Conform die gedachte licht De Groot zijn optreden toe: «In de jaren zestig wist ik weinig van politiek, hoewel ik me vol overgave liet mee sleuren door de tijdgeest en hen die daar luidkeels stem aan gaven. Het was meer een opwindend spel dan een uit politieke overtuiging voortkomende gedrevenheid. Binnen die context vielen ook mijn bedenkingen tegen de monarchie als instituut, niet zozeer het huis van Oranje. Integendeel eigenlijk: ik heb altijd een bepaalde fascinatie gehad voor die familie. En dat zal weer te maken hebben met een oeraspect van mijn karakter: ik word verteerd door nostalgie.»

Hoewel De Groot weet «dat een vorst door erfelijkheid zijn positie inneemt en zijn functie bekleedt» ziet hij daar «niet meer de bezwaren van» die hij vroeger zag. Om die reden heeft De Groot, die twee jaar geleden tevens tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw werd benoemd, het gala van zaterdag «voor geen goud» willen missen.