Stalinistisch kapitalisme als recept

Welvaartsparadijs in Noord-Korea

Het grootste themapark ter wereld op het gebied van de politieke archeologie dreigt te worden aangetast. Ik ben er één keer geweest en het was prachtig: die megamonumenten gewijd aan de Grote Leider van het park, die 22 miljoen gedisciplineerde mensen die er zomaar mochten wonen, die speciale zorg voor de bezoekers. De zorg ging zo ver dat toen ik op eigen houtje het park ging verkennen, ik al ras door de oppassers werd opgespoord en teruggeleid naar het gastenverblijf.

Sinds vorige week is het park het park niet meer. Want Noord-Korea heeft 132 vierkante kilometer van zijn stalinistische grond verkwanseld aan de raskapitalist Yang Bin (39). Sinds afgelopen maandag mag iedereen komen kijken. Een visum is niet nodig.

Een vreemd personage, deze Yang. Geboren in Nanking, Nederlands paspoort. Ging in bloemen en onroerend goed. Met een geschat vermogen van negenhonderd miljoen euro China’s op één na rijkste magnaat. Schonk China een kopie van de Amsterdamse binnenstad. In China verdacht van belastingfraude en andere oplichtingspraktijken. Ontkent geruchten dat hij een bastaard is van de Grote Leider Kim Il Sung en dus een halfbroer van diens zoon en opvolger Kim Jong Il, hoewel dat een aardige verklaring zou zijn van zijn warme relatie met de Geliefde Leider.

Yang Bin moet de stad Sinuiju en omgeving, nu nog een troosteloos gebied pal aan de noordwestelijke grens met China, veranderen in een glanzend welvaartsparadijs. Er komt een hoge muur omheen. Volgens beproefd stalinistisch gebruik moeten de half miljoen Noord-Koreaanse bewoners eruit. Tweehonderdduizend Zuid-Koreaanse en Chinese «experts» komen erin om van Sinuiju een internationale hub te maken.

Op alle gebieden zal de markt kapitalistische enclave excelleren: financieel, commercieel, industrieel, wetenschappelijk, toeristisch, noem maar op. De voorwaarden zijn ideaal: geen in- of uitvoerbelasting, omzetbelasting van veertien procent (tegen 25 tot 33 procent in China), goedkope grond, en natuurlijk spotgoedkope Noord-Koreaanse arbeidskrachten.

Investeerders hoeven voor het Noord-Koreaanse regime niet bang te zijn, want de van Chi na gekopieerde «speciale eco no mische zone» wordt net als Hongkong ook een «speciale bestuurszone», met een verregaande autonomie onder de Chinese gouverneur Yang. Sinuiju wordt een rechtsstaat met een Europeaan als opperrechter, een Amerikaan als politiechef en een vijftienkoppig parlement waarvoor ook buitenlanders verkiesbaar zijn.

Tot zo ver de sensationele plannen. Ze zijn tekenend voor de crisis waarin Noord-Korea zich bevindt na zeven jaar hongersnood en decennia Juche, Kim Il Sungs leer van de zelfvoorziening waaraan zijn zoon heeft bijgedragen door de monumentale Juche-toren in Pyongyang te ontwerpen.

Het was allang duidelijk dat de Geliefde Leider op plannen broedde om zijn boedel te redden en daardoor ook zijn bewind. Sinds vorig jaar heeft hij twee keer in zowel China als Rusland zijn licht opgestoken over economische hervormingen. Deze zomer gingen ze van start met de invoering van het kapitalistische principe «loon naar werken», een monsterdevaluatie van 94 procent en het loslaten van een loon- en prijspolitiek die iedere relatie met de werkelijkheid had verloren.

Maar zonder kapitaal is niets mogelijk. Waar moet dat vandaan komen? Vooral van de drie historische vijanden: Zuid-Korea, Japan en de Verenigde Staten. Het was dus zaak toenadering tot hen te zoeken. De Zuid-Koreaanse president, Nobelvredesprijswinnaar Kim Dae Jung, was opgetogen. Dus kwamen de Noord-Zuid-gesprekken weer op gang en werd besloten de spoor- en wegverbindingen te herstellen. Een van de beide spoorlijnen loopt langs Sinuiju en moet via China aansluiting geven op de Trans-Siberië-expres.

Om geld te krijgen van Japan moest Kim Jong Il eerst met de billen bloot. Hij gaf tegenover de Japanse premier Koizumi toe dat Noord-Korea dertien jonge Japanners heeft ontvoerd — drie stonden er niet op de door Koizumi gepresenteerde lijst — en erkende dat acht van hen niet meer leven. Alsof daarmee de kous af was.

De Geliefde Leider vindt een ander lijstje veel belangrijker: dat waarop Bush de landen van de «as van het kwaad» heeft gezet. Als Noord-Korea niet snel van dat lijstje wordt afgevoerd, komt er geen hond naar Sinuiju, net zomin als iemand investeert in Irak. Vandaar de pogingen van Kim Jong Il om Bush ervan te overtuigen dat Noord-Korea geen schurkenstaat is: het akkoord over de bevriezing van het nucleaire programma blijft geldig, atoominspecteurs zijn welkom, het moratorium op raketproeven wordt verlengd.

Maar Bush wil meer: garanties dat Noord-Korea geen vernietigingswapens exporteert en zijn conventionele troepenmacht terugbrengt. Dat laatste is vooralsnog een haast onmogelijke eis, maar in elk geval is de impasse doorbroken en komt er eindelijk een Amerikaanse on der handelaar naar Pyongyang.

Wat zijn de reële kansen van Sinuiju? De locatie is ongunstig. China schijnt er weinig voor te voelen met de omstreden Yang Bin in zee te gaan, en zonder China wordt het niks. Het politieke klimaat buiten de muren van Sinuiju blijft even weinig aanlokkelijk als immer. Misschien mogen de halfbroers (?) al tevreden zijn als hun geprojecteerde paradijsje, geheel in de stijl van hun bizarre gok, beperkt blijft tot een glanzend casino.