Wennen aan de wende

Afgelopen vrijdag. Een nostalgisch verjaarspartijtje van een oude Genosse in het oosten van Berlijn. Plaats: het bescheiden cafe- restaurant van het Karl Liebknechthaus, hoofdkwartier van de PDS, de opvolger van de voormalige Socialistische Eenheidspartij van Duitsland. Aan de muur hangt een opgespannen varkensvel waarop het bebrilde gelaat van de vroegere DDR-leider Honecker is geschilderd. Ooit een geschenk van kolonel Mengistu Haile Mariam, de dictator van Ethiopie, vertelt een van de aanwezigen me - maar ik hoef me niet te generen om feest te vieren onder de blik van Honecker; daarvoor hangt hij te ostentatief als voorbeeld van de nieuwe ‘ironisering van de DDR’ naast een blaasinstrument waar vroeger bij arbeidersdemonstraties op werd geblazen. Echt vrolijk wordt het partijtje niet, al roept een van de feestredenaars verheugd dat er nu tenminste weer marxisten in de Bondsdag zitten - wie had dat vijf jaar geleden kunnen denken?

’s Avonds zie ik op dezelfde plek een programma met liedjes en satire uit de DDR onder de verontschuldigende titel: Auch wir hatten was zu lachen. Erg grappig is het niet, maar als ik na afloop van oost naar west onder de Brandenburger Tor door wandel, verheugt het me toch dat iemand probeert eer te bewijzen aan de ironie van de geschiedenis.
Vijf jaar geleden, op 9 november 1989, sloeg een enorme menselijke vloedgolf de Berlijnse Muur aan stukken. Vervolgens werd wat toen nog het IJzeren Gordijn heette volkomen weggespoeld. Het bleek dat de Sovjetunie onder Gorbatsjov niet meer bereid was zijn imperium gewapenderhand te verdedigen. In augustus 1991 probeerden de oude communisten in Moskou het tij nog te keren, maar de augustuscoup leidde er uiteindelijk toe dat ook Gorbatsjov zelf het veld moest ruimen om plaats te maken voor Jeltsin. In twee jaar tijd leek elk reeel bestaand socialisme van de aardbodem weggevaagd, op het autoritaire vrije-marktcommunisme in China, de communistische monarchie in Noord-Korea en de droeve restjes van de Cubaanse Revolutie na.
Intussen zijn in veel Oosteuropese landen - Polen, Hongarije, Bulgarije, Roemenie - al weer ex-, post- of neosocialistische partijen aan de macht gekomen. Bij vrije democratische verkiezingen bleken velen teleurgesteld te zijn of op zeker te gokken. Maar ook alle ex-communisten zeggen nu voor hervormingen, democratie en de markteconomie te zijn.
West-Europa heeft intussen een nieuwe Muur opgebouwd tegen de menselijke stroom uit het oosten. Het nationalisme is daar en hier opgevlamd. Een oorlog in Europa blijkt wel degelijk mogelijk, zonder dat EU, Navo of VN er veel aan toe of af weten te doen. De geschiedenis bleek allerminst ten einde, zoals Fukuyama had voorspeld. Zij raakte juist hopeloos op drift, en de gevolgen van de nieuwe instabiliteit zijn nog allerminst uitgewoed. Voor een bestandsopname is het na vijf jaar dan ook nog te vroeg.
Voorlopig zijn de gevolgen van de Wende dan ook nauwelijks positief te noemen. Uit een overzicht van Le Monde Diplomatique blijkt dat de armoede in Oost-Europa tussen 1989 en 1992 enorm is toegenomen. In Rusland leeft nu 61 procent van de bevolking onder de armoedegrens (in 1989 was dat 16 procent); in Bulgarije steeg de armoede van 14 tot meer dan vijftig procent, in Polen van 25 naar 43 en in Tsjechie van 4 naar 25 procent. Het Bruto Nationaal Produkt daalde in alle Oosteuropese landen tussen 1989 en 1992 drastisch (van 17 procent in Polen tot 43 procent in Albanie). In Polen begon het in 1993 voorzichtig weer te groeien en voor 1994 wordt er in meer landen enige groei verwacht. De werkloosheid is echter nog altijd heel hoog (met uitzondering van Tsjechie, waar het beleid socialer is dan Klaus wil toegeven). In Rusland is de levensverwachting, vooral van mannen, met sprongen gedaald. In Roemenie steeg volgens The Guardian het sterftecijfer in drie jaar met vijftien procent. De misdaad nam enorm toe; in Bulgarije bijvoorbeeld met vierhonderd procent sinds 1989.
Dit alles was misschien nog te verwachten bij de overgang van een centraal geleide naar een vrije-markteconomie. Maar andere dramatische politieke gebeurtenissen die plaatsvonden als bijprodukten van het veranderingsproces, lijkt niemand te hebben verwacht en lang niet iedereen te hebben gewenst. De hereniging van Duitsland was in 1989 geheel en al van de agenda verdwenen. Maar toen het hek van de dam was, ging het als het ware in een ruk door. Achteraf vraagt Barbel Bohley, toen de belangrijkste voorvechter van de burgerrechten, zich in een discussie in Der Spiegel wanhopig af waarom ze dat helemaal niet hadden voorzien en hoe het kon gebeuren dat de CDU van Helmuth Kohl met de winst ging strijken: ‘Das regt mich bis heute wahnsinnig auf.’
Is die Duitse eenwording nog een proces met positieve kanten, elders vielen plotseling hele landen uit elkaar. De bevolking van Tsjechoslowakije was in meerderheid tegen de splitsing van hun land. Die werd door Klaus in Tsjechie en Mec>pa108<iar in Slowakije in 1992 echter toch doorgedouwd, ook tegen de wens van president Havel in. Geen van beiden duldde enige tegenspraak.
Nog dramatischer was het uiteenvallen van de Sovjetunie na de augustuscoup van 1992. Omdat de coupplegers vooral het Sovjetrijk bijeen hadden willen houden, was het blijkbaar logisch dat het na het neerslaan van de staatsgreep definitief uit elkaar viel. Talrijke plaatselijke potentaten en gangsters zagen hun kans schoon, ettelijke oorlogen en oorlogjes en een enorme verarming zijn het gevolg.
Het ergste is natuurlijk de bloedige oorlog in Joegoslavie als gevolg van het uiteenvallen van het land. Ook hier waren het vooral politici en militairen die hun kans schoon zagen en daarom de nationalistische kaart speelden.
De wereld van voor 1989 ziet er vanuit het perspectief van 1994 niet mooier uit dan hij was. In Oost-Europa voelen velen zich nu toch vrijer. Anderen profiteren van de nieuwe mogelijkheden en misschien levert dat op den duur ook voor de rest van de bevolking wat op. Maar de wereld van na 1989 heeft afschuwelijke trekken gekregen, die bij het vallen van de Muur niet te voorzien waren of in elk geval nauwelijks werden voorzien. We waren verandering ontwend geraakt. Tijdens veertig jaar Koude Oorlog was verandering in Europa nauwelijks mogelijk, nu vliegen de brokstukken van het verleden ons hardhandig om de oren.
Wij zijn het volk, riepen de demonstranten in Berlijn. Dat werd al snel Wij zijn een volk. En dat werd later soms weer, als in een karikatuur: Wij zijn volkomen verschillende volkjes, die het recht hebben iedereen die anders is te onderdrukken en weg te jagen.
Ik durf niet te voorspellen hoe de wereld er over nog eens vijf jaar uit zal zien. Maar niet zoveel fraaier dan nu, ben ik bang.