Economie

Wenselijkheid

Spelen inzichten uit de economische wetenschap een rol in beleid? Dat hangt ervan af, bleek afgelopen week. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) werd op het matje geroepen omdat het cijfers uit 2017 had aangeleverd, waarmee het ministerie van Economische Zaken energiekosten had doorgerekend. Het verschil met de cijfers van 2018 bleek zo groot dat koopkrachtplaatjes e door kantelen. Wetenschappelijk geen probleem. Iedere modelvoorspelling gebeurt met de aanname dat er buiten het model niets verandert. Maar de prijs van een vat olie ging in 2017-2018 van 50 naar 75 dollar. Bijzonder is dat niet: begin 2014 stond de prijs ook op 75 dollar, om daarna te dalen naar 30-50 dollar. Het zijn normale schommelingen.

De fossiele energierekening per huishouden gaat daardoor niet honderd maar driehonderd euro omhoog. Goed nieuws, zou je denken: nog meer reden om snel de energietransitie in te zetten. Maar de coalitie zag de bui al hangen. Voor je het weet komt er een energierevolte. Hier moest dus iemand de schuld van gaan krijgen. En dus zagen we een ernstige Buma op ons scherm verschijnen, die debiteerde dat we ‘met dit soort modellen niet kunnen werken’.

Ik vind het juist winst. Het model geeft niet alleen een scenario van de energiekosten na 2017, je kunt er door de vergelijking met wat er echt gebeurde na 2017 ook van leren hoe groot onze kwetsbaarheid voor normale schommelingen van de energieprijs is. Tot zo ver de wetenschap.

De les voor politici is dan duidelijk. Als je wilt vertellen dat de energierekening niet meer dan honderd euro gaat stijgen, maak dan een plan waarin dat ook gebeurt bij normale schommelingen van de olieprijs. De verantwoordelijkheid voor zulke beloftes – en voor de plannen – ligt op het ministerie, niet in een model. Met Buma’s vervolgopmerking dat ‘de cijfers beter op orde moeten zijn’, sloeg hij de plank dan ook mis. Hij had zijn begrip van scenario’s beter op orde moeten hebben.

Waar waren Buma c.s. toen de cijfers naar een CO2-heffing wezen?

De milieubeweging maakte dezelfde fout. Door de economische opleving stootten we in 2017 en 2018 meer CO2 uit dan was geraamd door het PBL in mei 2017. De les daarvan lijkt mij niet op het PBL af te gaan geven, zoals werd gedaan. De les is dat we reductieplannen moeten maken die ook voldoen bij normale fluctuaties in economische activiteit. Een les die je kunt leren als je modeluitkomsten vergelijkt met de realiteit – niet als je modeluitkomsten steeds aanpast, zoals Kamerbreed werd geëist.

Maar goed. Men wil dus uitsluitend met de laatste inzichten werken. Buma wil zich niet laten afschepen met cijfers die een jaar over datum zijn. Uitstekend. Loffelijk. Waar waren Buma en zijn collega’s dan toen de laatste cijfers en inzichten onomstotelijk de kant van een CO2-heffing op wezen? Toen De Nederlandsche Bank, het CPB en de OESO allemaal aangaven dat een CO2-heffing met afstand de beste optie was? Economen zijn het niet vaak eens, maar hierover wel. Nog vorige maand publiceerden 71 Nederlandse economen een brief in de krant waarin ze de heffing bepleitten. Een ‘toonbeeld van schoonheid’ noemde de anders weinig lyrische Ed Nijpels zo’n heffing eind december nog.

En toch: aan vier van de vijf klimaattafels was overeenstemming over een klimaatakkoord, alleen (verrassing!) aan de industrietafel niet. En de industrie kreeg haar zin. Afgelopen zondag werd bekend dat aan die knullige tafel de CO2-heffing zelfs nooit serieus werd besproken.

Voor zulke precieze cijferaars als Sybrand Buma c.s., mensen die zich graag op de laatste stand van de wetenschap baseren, die zich niet laten afschepen met twijfelachtige beweringen of overjarige cijfers, voor hen moet de consensus onder economen toch een opluchting zijn geweest. We weten waar we aan toe zijn, moeten ze gedacht hebben, de analyses wijzen één kant op. We grijpen in. We komen op tv om te zeggen dat we met dit soort tafels niet kunnen werken. Had ik althans verwacht. Maar de nultolerantie voor PBL-modellen geldt blijkbaar niet voor de onzinargumenten van de industrie.

De hoge eis van actuele cijfers en laatste inzichten kwam goed uit toen politici zich op konden werpen als beschermer van de huishoudportemonnee. Hij is nergens te bekennen als het om klimaatwetenschap gaat.