Het multiforme verhaal

Wereld van spiegels

In Christopher Nolans film Inception en Rainer Werner Fassbinders Welt am Draht fuseren de psychologie van romanpersonages, het visuele aan film en de conventies van de game tot een nieuwe vertelvorm - een reflectie van de willekeur van het moderne leven.

STEL JE EEN verhaal zonder een begin voor: je valt midden in de actie zonder te weten waarom dingen gebeuren of wie de mensen in deze werkelijkheid zijn. Dat is typisch een droom. En zo omschrijft ‘droomspion’ Dom Cobb (Leonardo DiCaprio) dan ook de virtuele werelden waarin hij beweegt aan 'dromenarchitect’ Ariadne (Ellen Page). Maar in dit gesprek creëert Cobb tezelfdertijd een beeld van het soort verhaal waarin hij als personage bestaat, namelijk in Christopher Nolans nieuwste film Inception. De eerste scènes representeren eigenlijk het einde of het begin van het einde. Vervolgens verspringt de vertelling tussen verschillende tijden in het verhaal en tussen diverse verhaallagen waardoor er toch één constante uitkristalliseert: het verhaal als droom of nachtmerrie.
Inception is baanbrekend, een kaskraker die een discours opent over nieuwe cinematografische en narratieve vormen en dat allemaal schijnbaar zonder last te hebben van de gebruikelijke scepsis bij critici of aan recette in te boeten. Deze film wil vooral iets zeggen over zichzelf en over soortgelijke films, waarin een nonlineair verhaal met verschillende vlakken wordt verteld. Natuurlijk, het soort fictie waarin personages door verschillende lagen of werelden heen bewegen is niet nieuw. Het is vooral een literaire vorm, meester van de existentiële sciencefiction Philip K. Dick werkte er veel mee, onder meer The Simulacra (1968) of Do Androids Dream of Electric Sheep (1968). En vooral Ubik (1969), waarin de lezer er nooit zeker van is wie in het verhaal levend en wie dood is. Al deze werken hebben ingewikkelde plots en personages gemeen die door steeds veranderende fictieve omgevingen nauwelijks controle hebben over wat er met hen gebeurt of in welke richting hun leven zal bewegen.
In haar boek Hamlet on the Holodeck: The Future of Narratives in Cyberspace (1997) stelt Janet Murray dat deze vertelstijl - zij gebruikt de term 'multiform verhaal’ - iets over de huidige tijd zegt. 'Multiform’ betekent 'een geschreven of gedramatiseerd verhaal, dat een enkele situatie of plotlijn in veelvuldige, in de ervaring van de kijker of lezer wederzijds uitsluitende versies voorstelt’. Volgens Murray laat de grote hoeveelheid multiforme verhalen zien dat wij in de twintigste eeuw zijn gaan verlangen naar de luxe van parallelle mogelijkheden: 'We hebben de behoefte verschillende, tegenstrijdige alternatieven voor mogelijk te houden. De alternatieve versies van de werkelijkheid in het multiforme verhaal zijn inmiddels deel van onze denkwijze, van de wijze waarop we naar de wereld kijken. Deze ontwikkeling kan worden gezien als een reflectie van de natuurkunde in het tijdperk na Einstein of van een seculiere maatschappij in de ban van de willekeur van het leven of van een nieuw raffinement in het denken over het narratieve.’
Toegepast op Inception: het verhaal gaat over een team onder leiding van droomspion Dom Cobb dat ingehuurd wordt door de Japanse industrieel Saito (Ken Wannatabe) om een rivaliserend bedrijf te 'infiltreren’. Hiertoe moet Cobb en zijn team 'inception’ uitvoeren, dat wil zeggen de droom van de zoon van Saito’s tegenstander binnendringen en er vervolgens een idee implanteren dat tot de neergang van dat bedrijf zal leiden. Cobb en het team kunnen dromen betreden door kunstmatig in slaap te raken en vervolgens in die dromen, die tevens vooraf kunnen worden ontworpen en gebouwd, rond te bewegen en te leven alsof het om de echte werkelijkheid gaat. Maar Cobb heeft juist op dit punt een probleem: jaren geleden stierf zijn vrouw Mal (Marion Cotillard) toen ze na een lange tijd in een droomwereld terugkeerde naar de echte werkelijkheid waar ze ervan overtuigd raakte dat ook die omgeving gedroomd was. Om terug te keren naar haar echte wereld, waar haar kinderen op haar wachtten, pleegde ze zelfmoord. Want wie in een droom sterft, keert levend terug naar zijn echte leven.

Zo draait Inception om een hoofdverhaallijn die wordt uitgewerkt in verscheidene versies in verschillende, elkaar wederzijds uitsluitende verhaalvlakken. De kernvraag: welke versie en welk vlak vormen de echte werkelijkheid? Sterker, maakt het dan werkelijk uit? Wat is een droom en wat niet? Of om met Philip K. Dick te spreken: ik ben levend en jullie zijn dood. Of is het andersom? En: doet dat ertoe?
Dick, misschien wel de grootste literaire exponent van het multiforme narratief, had zijn leven lang last van gevoelens van paranoia en verlies en leedwezen, motieven die zijn schrijverschap kenmerkten en die interessant genoeg stuk voor stuk terugkeren in Inception, met name in de wijze waarop droomspion Cobb wordt gedreven door de hunkering naar zijn kinderen, naar een manier om het verleden te herhalen en andere keuzes te maken. Dat kan immers in het multiforme verhaal, in een droom. Janet Murray stelt dat verhaalfragmentatie tot historische fragmentatie kan leiden doordat de verschillende verhaallagen verschillende uitkomsten voorstellen. Implicatie: het verleden kan opnieuw worden opgebouwd zodat er een nieuwe samenhang ontstaat. In Inception zou Cobb kunnen terugkeren naar zijn verleden om zijn vrouw te redden en opnieuw een leven op te bouwen. Vraag: is dat leven dan echt?

HELEMAAL NIEUW IS dit 'raffinement’ in het vertellen van verhalen niet. Flashback. 1973. Een wereld van glas en chroom waarin álles een reflectie en dus niet-bestaand is. Of juist wel? Dat is de Welt am Draht in Rainer Werner Fassbinders gelijknamige tweedelige sciencefictiontelevisiefilm. In de film, gebaseerd op de roman Simulacron 3 van de Amerikaanse schrijver Daniel F. Galouye, ontwerpt professor Vollmer een computer die toekomstige ontwikkelingen kan voorspellen door deze in een virtuele wereld uit te proberen. Wanneer hij een mysterieuze dood sterft, komt zijn opvolger, Fred Stiller (Klaus Löwitsch), oog in oog te staan met de duistere krachten achter de verzonnen werkelijkheid. Stiller worstelt met precies dezelfde vraag als Philip K. Dick (en dus ook zijn personages) en Dom Cobb: ben ik echt en is de wereld nep, of is de wereld echt en ben ik nep?
De invloed van Welt am Draht en vooral de roman van Galouye op sleutelwerken van de multiforme cinema van de laatste dertig jaar is evident, vooral in David Cronenbergs film eXistenZ, over cyberspace en de hunkering naar authenticiteit, en de populaire Matrix-serie van de gebroeders Wachowski. Een boeiend werk met laag op laag is La jetée (1962), Chris Markers korte film over de werking van tijd, en 12 Monkeys (1965), Terry Gilliams ingenieuze hervertelling ervan. Centraal in al deze werken staat het simulacrum, een kopie van iets dat echt bestaat of zou kunnen bestaan, maar waarvan de relatie tussen beeld en object inmiddels zo vervaagd is dat de kopie het ding is. Dit idee keert herhaaldelijk terug in Welt am Draht, waarin Stiller steeds meer overtuigd raakt van zijn gelijk, namelijk dat zijn wereld nep is. Onzin, zegt zijn psycholoog. Je lijdt aan aanvallen van acute paranoia. Wie weet. Maar in een prachtige scène mijmert Stiller overtuigend over de ideeën van Plato en Aristoteles, over de werkelijkheid als een zuiver idee en over materie als iets wat slechts door het denken echt kan worden. Vervolgens brengt de simpele daad van het roken van een sigaret de achtervolgde Stiller verder in problemen. Deze sigaret? Dat is geen sigaret, zegt hij, maar een idee van een sigaret. Echte sigaretten worden namelijk elders gerookt. Elders. Waar dan? In The Matrix is elders zowel hier als daar, zowel in de computer als in de verwoeste steden van de postapocalyptische aarde. De scène waarin Neo (Keanu Reeves), Trinity (Carrie-Anne Moss) en de anderen in een ruimte tussen twee muren schuilen, terwijl de sentinels hen op de hakken zitten, is een perfecte illustratie van de multiforme aard van de film: personages die niet aan een van beide zijden van de muur zijn, maar in de muur, tussen twee vormen, vlakken of verhalen.
In Welt am Draht laat Fassbinder de virtuele wereld eigenlijk nooit echt zien. Wel creëert hij een slim onderscheid tussen personages die als robotten bewegen of stilstaan en figuren, als Stiller, die meer actief zijn. Maar dit onderscheid wordt vervolgens teniet gedaan door bijna iedere scène vol te stoppen met spiegels en andere reflecterende oppervlakten. Misschien representeren de reflecties de verstopte virtuele wereld en vormen de gedaanten in de spiegels de schijnbeelden van de echte personages, of zijn die beelden juist de echte personages.

Die spiegels zijn er ook in Inception. In een scène waarin Cobb voor het eerst aan Ariadne laat zien wat er allemaal mogelijk is binnen een geconstrueerde droom plaatst de jonge architect twee spiegels, ongeveer ter grootte van een bioscoopscherm, recht tegenover elkaar, waardoor het Droste-effect ontstaat: een optische illusie met het beeld als reflectie van zichzelf waardoor er in beide spiegels een almaar kleiner wordend spiegelbeeld ontstaat. In feite gaat het om tenminste drie verschillende verhaalniveaus waarvan geen van alle echt is - een kopie van een kopie van een kopie van een kopie van een kopie, ad infinitum. En op elk van de niveaus kan de film een andere wending nemen, waardoor de grenzen van het verhaal vloeibaar zijn.
Zoals Murray stelt is de ontwikkeling van steeds moeilijkere verhalen direct gelieerd aan technologische innovatie: de drukpers, radio of filmcamera. En nu ook dus de 'narratieve computer’, games dus. Multiforme verhalen rekken juist de grenzen van traditionele media op. Inception is eigenlijk het eerste voorbeeld van een fusie tussen de uitgebreide psychologische omschrijving van personages die mogelijk is in een roman, het overweldigend visuele aan film en de conventies van een computergame, met de droomwerelden als levels waarin van alles mogelijk is en waarin de speler kan bepalen in welke richting het spel wordt gestuurd.
Het leven is dus een narratief met verschillende uitkomsten, met spiegels die kunnen bedriegen. Dat is het probleem. Een droom, een nachtmerrie. Een verhaal zonder een begin. Memento, de film waarmee Nolan in 2000 doorbrak. Lenny (Guy Pierce), de man zonder kortetermijngeheugen, die geen tijd meer kan aanvoelen, achtervolgd door gekmakende gedachten, fluisterend in zijn hoofd. 'Ik moet simpelweg geloven dat er een wereld buiten mijn eigen geest bestaat, ook als ik mijn ogen dichtdoe. Geloof ik dat?’
Ogen dicht.
'En? Is de wereld er?’

Inception is nu te zien. Een gerestaureerde versie van Welt am Draht draait in het Filmmuseum te Amsterdam en is nieuw uit op dvd