Wereldbrand

‘Er is met mij echt iets niet in orde’, meent Jozef Erdmann, Oostenrijks handelsreiziger, op 1 januari 1938 gestrand in zijn geboorteplaats, het Sloveense stadje Maribor. Wat komt hij er doen? Wacht hij werkelijk op een handelspartner? Of is dat een voorwendsel om niet te hoeven toegeven dat hij is teruggekeerd om nestwarmte te zoeken? Wie is hij eigenlijk? Misschien wel een spion, oplichter of moordenaar, speculeren de inwoners van Maribor.

In Noorderlicht heeft de Sloveense schijver Drago Jancar (1948) op een sublieme manier de ontreddering beschreven van een man die niet thuis lijkt te horen in een zich voor de apocalyps opmakende wereld. Erdmann, die opbiecht dat hij af en toe de as van de wereld heeft voelen verschuiven, voelt zich aangetrokken tot Margerita, de vrouw van textielopzichter Franjo Samsa. Die affiniteit tussen beiden wekt geen verbazing, want Margerita had alles willen zijn, ‘alleen niet wie of wat zij werkelijk is’. Maar behalve een gehavende identiteit hebben Jozef en Margerita meer gemeenschappelijk: beiden hebben belangstelling voor het paranormale en ze onderscheiden zich ook door een overmatige alcoholconsumptie.
Tegenover Jozef en Margerita staat een wereld die wordt bevolkt door de mensen van het grote en fanatieke gelijk, die met hun rigide standpunten alleen maar zorgen voor oververhitting van het toch al broeierige Middeneuropese provinciestadje. Duitsers zien neer op Slovenen, communisten raken slaags met nationaal-socialisten, Kroaten verachten Serviers, geheelonthouders haten al wat{ drinkt, Slaven en Duitsers verenigen zich in een rassenleer.
De hartstochten die in Maribor oplaaien zijn slechts een afspiegeling van de krankzinnige denkbeelden waarvan Europa de gevangene is geworden. En het noorderlicht, dat begin 1938 in grote delen van Midden-Europa door angstige volkeren wordt opgemerkt, is in Jancars roman niets anders dan de aankondiging van de wereldbrand die in het verschiet ligt. In de ogen van de mensen is het noorderlicht als een waarschuwing voor naderend onheil achtergebleven. Erdmann: 'Waar je ook kijkt, iedereen heeft ogen als van een albinokonijn, alle mensen hebben in hun ogen een rode weerschijn en misschien heb ik zelf ook wel zulke ogen.’
Ook de anders zo tolerante Erdmann gaat niet vrijuit. Op een cruciaal ogenblik laat hij Margerita in de steek. Op een later tijdstip brengt ze met Erdmann nog een nacht door in een barak van een sloppenwijk. Het definitieve afscheid dat volgt op die liefdesnacht is bitter. Van Erdmann moet Margerita de woorden zeggen die hij zal richten tot de persoon bij wie hij voor haar hulp gaat zoeken. Die zin luidt: 'Ga naar die oplichter toe en zeg hem dat ik (Margerita) met jou (Erdmann) in de barakken van Abessinie de liefde heb bedreven zoals ik het met hem nog nooit heb gedaan.’ De tranen staan Margerita in de ogen als ze deze door Erdmann opgedrongen zin uitspreekt. En Erdmann, die stilaan krankzinnig wordt, komt het voor alsof hij met die zinloze vernedering ook de weg heeft bereid voor de dood van Margerita, die door twee gefrustreerde bandieten wordt afgeslacht.
Noorderlicht is een intrigerend boek. De roman roept een schitterend beeld op van een Middeneuropees stadje aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog: het Joegoslavische Maribor, waar de zoete herinneringen aan de platgetrapte bloemen uit de kinderjaren worden weggeblazen door een storm van nietsontziend geweld.