Frits Barend

Wereldcoach

Voor de finale in Japan werd doelman Oliver Kahn uitgeroepen tot beste doelman van het wereldkampioenschap 2002. Sterker, hij was zelfs de beste Duitser, waarmee meteen zou zijn bewezen hoe armoedig het Duitse elftal in elkaar stak. Anders kon de keeper niet de beste speler zijn. Het zou in de finale met Brazilië en Duitsland gaan tussen de beste schutters en de beste keeper. En wat gebeurt? De in Nederland bepaald niet populaire Kahn, wiens voorouders ongetwijfeld Kahen heette, wat weer direct afstamt van Cohen, werd zondag 30 juni 2002 van held tot grootste schlemiel van het toernooi. Laten we eerlijk zijn, de link naar Kahen maakt Kahn toch iets minder arisch dan we de hoogblonde keeper in onze slechtste momenten wilden vinden. Mede dankzij Olijfje Kah(e)n werd gebroken met het vooroordeel dat Duitsers altijd terugkomen in de laatste minuut. Dat wisten we al na die legendarische laatste twee minuten van de Europa Cupfinale Bayern München-Manchester United van 1999, toen Manchester in de 90ste en 91ste minuut een 0-1 achterstand omboog in een 2-1 overwinning. Ook toen was Kahn doelman van de Duitsers. De les van de laatste voetbaljaren is dat Duitsland een gewoon land is geworden, dat steeds meer op Nederland begint te lijken. Is dat geen geruststellende conclusie van het wereldkampioenschap?

Ronaldo werd de held van het toernooi. Ronaldo is ook een beetje een kind van ons, spreekt net als zijn teamgenoot Vampeta en net als zijn grote voorganger Romario grappig Nederlands.

Het toernooi werd in Nederland becommentarieerd door Studio Sport. Daar werd Youri van Jan de grote held en in zijn kielzog brak ook Wim Rijsbergen door. Hij werd weer de Wim zoals oude sportjournalisten hem kenden.

Met Piet de Visser en Johan Cruijff toonden deze deskundigen aan dat praten over voetballen na leuke wedstrijden bewijst hoe een prettige bijzaak voetballen kan zijn.

Tegenspraak van de interviewers kregen ze overigens niet, alsof de klacht van de LPF over de NOS al is doorgedrongen tot de vele sportcollegae bij de publieke omroep.

Het dolst kon Louis van Gaal zijn gang gaan bij Studio Spaan. Ongehinderd kon hij Hiddink schofferen door te zeggen dat Korea helemaal niet met drie, maar met vijf verdedigers speelde. Moet aan het televisietoestel van Louis en Truus hebben gelegen.

En aan Ronaldo kon Louis duidelijk zien dat hij nog geblesseerd was. Hoorde dus niet te spelen. Dat maakte de prestatie nog knapper, zou je bijna denken, geblesseerd volgens een toptrainer en op zo’n zwaar toernooi toch uitgroeien tot topscorer en beste speler.

Maar ook Johan Cruijff, die juist houdt van de dialoog, kon ongestoord een stokpaardje berijden. Toen hij de laatste top-5 van Studio Sport mocht vaststellen in zijn tuin in Spanje, haalde hij het grappige doelpunt van de Braziliaan Ronaldinho tegen doelman David Seaman van Engeland eruit en koos voor een doelpunt van zijn lieveling Raúl tegen het op één na zwakste land van het wereldkampioenschap, Slovenië. Als je de Spanjaarden Raúl van Real Madrid en Valeron van Deportiva La Coruña niet in je wereldelftal opstelt, hou dan maar op, zei Johan. Jack van Gelder knikte.

Raúl in vorm hoort inderdaad in elk wereldelftal. Raúl in goede doen is een godsgeschenk. Als ze in Madrid wel eens over aankopen van Barcelona begonnen, had Cruijff altijd zijn antwoord klaar. Eerst was het: wat zeuren jullie, jullie hebben Butragueño. Later werd dat: jullie hebben Raúl toch. Maar in een wereldelftal na een wereldkampioenschap horen spelers die tijdens dat toernooi hebben geschitterd, dus had Johan plaats moeten inruimen voor de Belg Marc Wilmots. Is er iemand die zich een actie van Raúl kan herinneren, Jack en Johan? Dus werd Raúl terecht niet gekozen en kreeg Wilmots ten onrechte niet de waardering die hij verdiende.

De grote winnaar van het toernooi is Guus Hiddink. Het zal voorlopig pijn blijven doen bij veel voetbalprofessoren in Nederland dat die luie, makkelijke levensgenieter voor eeuwig de godheid van het toernooi van 2002 zal blijven. Daarin heeft Cruijff weer volkomen gelijk. Over een paar jaar zal niemand zich nog een wedstrijd van de wereldkampioen herinneren, op z’n hoogst doelpunten van Rivaldo en Ronaldinho en de aan het eerste doelpunt van Ronaldo voorafgaande blunder van Kahn.

De echte voetballiefhebber praat ook nooit over de wereldkampioen van 1974, maar wel over la máquina naranja, de Oranje machine. Zo zal de echte voetballiefhebber zich het laatste wereldkampioenschap vooral herinneren als de doorbraak van het spontane, aanvallende, gedurfde, technisch goed verzorgde spel van Zuid-Korea, met als dramatisch hoogtepunt die fantastische wedstrijd om de derde plaats tegen Turkije. De winnaar van het wereldkam pioenschap van 2002 is dan ook geen speler, maar een coach, Guus Hiddink.