Dramaserie: ‘Bir Baskadir’ en het Turkije van vandaag

Werelden komen samen

Turkse series zijn over de hele wereld populair, omdat de verhalen meer herkenning oproepen dan die uit Hollywood. Bir Baskadır, nu te zien op Netflix en een groot succes, laat dat goed zien.

Öykü Karayel als Meryem in Bir Baskadir © Foto’s Netflix

Laten we beginnen op een markt in Marrakech, bij een verkoper van kruiden en specerijen. Zo een die als je een seconde voor zijn kraampje blijft staan naar je toe komt, een hand geeft, niet meer loslaat en ondertussen vragen begint te stellen. Where are you from, sir? What is your name? Echt? En waar komt die Arabisch klinkende naam dan vandaan? Met Nederland als antwoord neemt hij nu geen genoegen, en pas als hij Turkije hoort, begint hij te lachen en namen op te dreunen waarvan pas in tweede instantie begint te dagen dat het geen voetballers zijn, zoals dat normaal gesproken gaat in het buitenland, maar personages uit de Turkse televisieserie Aşk-ı Memnu (‘Verboden liefde’).

Huh, wat is dit?

Terug in de riad doet zich iets soortgelijks voor en medewerker Hassan vertelt dat ‘zelfs hij’ de serie kijkt over de ingewikkelde liefdeslevens van Behlül, Bihter en Adnan. En Hassan is niet de enige, blijkt als het internet wordt geraadpleegd: over de hele wereld (in ruim veertig landen) is de serie uitgezonden, veelal nagesynchroniseerd en veelal een hit.

Het is exemplarisch voor de populariteit van Turkse series. The Guardian becijferde in 2019 in een longread met de veelzeggende kop ‘How Turkish TV is taking over the world’ dat dankzij de internationale verkoop en het wereldwijde kijkerspubliek Turkije op de tweede plaats staat na de Verenigde Staten in wereldwijde tv-distributie – met naast het Midden-Oosten een enorm publiek in Rusland, China, Korea en Latijns-Amerika. En voor de duidelijkheid: met ‘Turkish TV’ worden series bedoeld (die daar dizi heten) en geen spelprogramma’s of talentenjachten. Of het nou een liefdesepos, een kostuumdrama over het Ottomaanse Rijk of een misdaadserie is, van één ding is de kijker verzekerd: een constante stroom van intriges en cliffhangers en afleveringen die gerust twee uur kunnen duren.

Een jonge vrouw met een hoofddoek loopt door een ruraal gebied, het is mistig en op de achtergrond zie je een moskee. Er holt een hond langs, ze klimt een pad op, weer die hond, ze blijft wandelen en steekt dan een snelweg over zodat je weet dat het gebied waar ze verblijft bij de stad hoort. Ze stapt een bus in, stapt een bus uit, gaat een luxe appartement binnen, wisselt haar schoenen voor een paar sloffen, begint een keuken op te ruimen, loopt naar haar tas, pakt er iets uit en… valt flauw.

De vrouw met de hoofddoek zit in het volgende shot wat onwennig tegenover haar psychiater, Peri, van wie in een oogopslag te zien is dat ze in alles het tegenovergestelde is van haar patiënt: rijk, hoogopgeleid, werelds. De vrouw met hoofddoek kijkt af en toe naar de grond, naar de muren om haar heen, lacht wat verlegen en vraagt dan: ‘Moet ik wat doen, zuster?’ Praten, wat kletsen, waarover ze maar wil, zegt haar behandelaar. Meryem, ze heeft zojuist haar naam gezegd, is hier omdat ze soms flauwvalt en de artsen hebben ondanks allerlei onderzoeken geen fysieke oorzaak gevonden. De eerste keer dat ze het bewustzijn verloor was op een bruiloft, de tweede keer tijdens een verlovingsfeest en daarna nog een keer toen ze thuis naar een televisieprogramma keek waarin werd gehuwd. Maar geen zorgen, zegt Meryem, ze is niet ‘je weet wel, depressief’. Ze begint over Sinan, de man waar ze thuis schoonmaakt.

Vlak daarna zit psychiater Peri tegenover haar vriendin en supervisor Gülbin, behoorlijk in de war en boos op zichzelf vooral. Ze probeert het echt, zegt ze, maar het lukt haar gewoon niet: echt contact maken met conservatieve patiënten, en al helemaal niet als het een vrouw met een hoofddoek is. Het komt door alles wat al sinds haar kinderjaren in haar hoofd is geplant, ‘deels door mijn ouders, natuurlijk’. Die namen haar in de zomervakanties mee naar mondaine steden als Londen en Parijs en een vrouw met een hoofddoek ‘was als een monster voor mijn moeder’.

Turkije heeft een brugfunctie tussen Oost en West – zelfs letterlijk

Het zijn de openingsscènes van Bir Baskadir, de nieuwste Turkse hitserie (in het Engels verschenen onder de naam Ethos), te zien op Netflix. Het is een mozaïekvertelling, die qua opzet wat weg heeft van de Oscarwinnende film Crash uit 2004; het gaat over totaal verschillende levens uit allerlei sociale lagen van de bevolking die elkaar per toeval raken in de stad waar ze wonen, Istanbul in dit geval. Meryem is de centrale figuur waar bijna alle andere personages mee in aanraking komen. Ze woont bij haar broer Yassin, een oud-commando die haar in huis orders geeft – ‘geef thee, genoeg gepraat’ – en zijn gezin, dat naast twee kinderen bestaat uit zijn vrouw, die niet praat en suïcidaal is doordat ze het slachtoffer is geweest van seksueel geweld.

Dan heb je Sinan, de rijke maar ongelukkige player wiens huis Meryem schoonmaakt, en zijn vele scharrels, onder wie een soapactrice en supervisor Gülbin, die zelf uit een Koerdisch gezin komt, waarin niet iedereen blij is met haar liberale levensopvattingen. Dan heb je nog de hodja, de ‘alwetende’ geestelijke aan wie Meryem maar geen toestemming durft te vragen voor haar bezoekjes aan haar psychiater, en zijn lesbische dochter die nog in de kast zit en op zoek is naar een vrijer en letterlijk onbedekt leven.

Defne Kayalar als Peri © Foto’s Netflix

Bir Baskadir is prachtig en kleurig gefilmd, met verstilde scènes waarin ineens alleen wat kleding aan een waslijn wappert, of vertraagde beelden van de skyline van Istanbul met wolkenkrabbers en enorme hijskranen als symbool van een stad in de steigers en melancholische Turkse muziek uit de jaren zeventig en tachtig. Elke aflevering eindigt met beelden van Bosphore (1964), een korte documentaire uit een reeks van zes waarin de Franse filmmaker Maurice Pialat op zoek ging naar de tegenstellingen in Turkije tussen tradities en moderniteit.

Bir Baskadir is zo’n serie waarvan een heel land ineens in de ban is. Vlak na verschijning en lang daarna was het het gesprek van de dag. Omdat de serie in alles gaat over het Turkije van vandaag, een gepolariseerde samenleving, en omdat iedereen iets van zichzelf herkent door de alledaagse ontmoetingen en dialogen.

Een goed Nederlands voorbeeld van zo’n serie die ineens boven zichzelf uitsteeg is De luizenmoeder. Daar keken op een gegeven moment ruim vijf miljoen mensen naar. Zeker, de serie was grappig, maar ze was vooral zo populair omdat ze heel knap de tijdgeest wist te vatten in alledaagse situaties. Er werden grappen gemaakt op of rond een schoolplein – wie herkent zich daar niet in – waarvan een deel van het land het goed vond dat ze ‘eindelijk weer eens’ werden gemaakt, terwijl er ook een (kleinere) groep was die vond dat het misschien toch te kwetsend was. Kortom, er waren voor- en tegenstanders.

In Turkije is er iets soortgelijks aan de hand met Bir Baskadir. De serie is eigenlijk op geen enkele manier vergelijkbaar met De luizenmoeder, behalve dat ze in alles een portret van het Turkije van vandaag is en de kijker ook met de eigen vooroordelen wordt geconfronteerd. Waar in Nederland diversiteit vraagt om meer kleur in series, slaat dat in Turkije een andere kant op. Als Peri met haar moeder televisie kijkt, verzucht die laatste: ‘Dit is weer nieuw, dat in alle series een vrouw met hoofddoek moet zitten.’ Het schetst het beeld van het Turkije dat we kennen: dat van een totaal verdeeld land waarvan grofweg de helft voor een seculiere overheid is en de andere helft heeft gekozen voor de al ruim een decennium zittende, conservatieve machthebbers. En wat Bir Baskadir doet, en wat in werkelijkheid steeds moeilijker lijkt, is die werelden samen laten komen.

Wat in de serie aan de kijker wordt overgelaten, en wat voor de Turkse Netflix’ers prima te volgen is maar voor de internationale misschien wat minder, is waarom de moeder van Peri – en eigenlijk die hele generatie – zo weinig moet hebben van conservatieven en zelfs op ze neerkijkt: zij hebben gevochten (soms letterlijk) voor de vrijheden die nu weer langzaamaan worden ingeperkt. Dat is aan de andere kant ook weer de kracht van de serie: regisseur Berkun Oya laat het de kijker doen met alledaagse situaties en dialogen zonder ergens heel expliciet of politiek te worden.

Ergens in aflevering drie valt de kijker in een monoloog van Hilmi, die verliefd wordt op Meryem en uit dezelfde conservatieve kringen komt. Hij zit met twee andere mannen aan een tafel in een typisch Turks theehuis, om hen heen wordt rummikub gespeeld. ‘De meesten zeggen dat mensen zichzelf moeten ontwikkelen. Dat godsdienst beknellend kan zijn. Neem Jung nou, de Zwitserse wetenschapper. Hij zegt dat het niet om de islam gaat of bijvoorbeeld het Oude Testament of de bijbel. Hij zegt: “Het gaat om het geloof in iets hogers.” In dat opzicht is het belangrijk. Het gaat erom dat je een individu wordt. Als je goed oplet hoor je dat ik het niet heb over individualisering. Ik heb het over een individu worden. Het wordt het sociaal onbewuste genoemd. Het collectief onbewuste, zoals Jung het noemt.’ Dan wordt hij afgeleid door Meryem, de ster van de serie die ontegenzeggelijk slim is maar ook een aandoenlijke naïviteit over zich heeft die ook psychiater Peri (maar ook de kijker) soms weer even met beide benen op de grond zet.

Het succes zit ’m er ook in dat bijna iedereen naar elkaar toe probeert te bewegen. Ondanks de enorme polarisatie zoeken ze toenadering, en al gaat het met horten en stoten, ze blijven elkaar horen en met elkaar praten. Uiteindelijk blijkt uit de sessies dat Meryem vooral flauwvalt in situaties waarin ze niet weet om te gaan met haar verlangens naar een man, moet Peri aan de slag met haar vooroordelen omdat ze wordt geconfronteerd met Meryem, komt de suïcidale schoonzus Ruhiye bij zinnen als ze de confrontatie met haar verkrachter aangaat.

Het aantrekkelijke van Turkse series, en dat geldt ook voor Bir Baskadir, is dat de kijker een ander narratief krijgt voorgeschoteld dan bijvoorbeeld in Hollywood, zeker in een tijd waarin nieuwe en diverse verhalen in trek zijn. Het zijn dezelfde thema’s als in de grote Angelsaksische series en films, alleen deze keer in een setting die herkenbaarder is voor iemand die niet in een rijk westers land leeft. En daarvoor is Turkije het ideale land. Het is precies de brugfunctie die het – zelfs letterlijk – heeft tussen Oost en West.

Hilmi zegt tegen zijn vrienden in het theehuis dat we in zekere zin allemaal dat collectieve onbewuste delen. De ene mens wordt geboren in Turkije, zegt hij, de andere in Iran of Uruguay, maar als iemand een godsdienst of een ideaal zoekt, vindt hij die altijd. En is er een verschil in wat je kiest? Ja, natuurlijk, zegt Hilmi tegen een vriend die nee schudt. De inhoud is anders. De gebeden zijn anders, maar… En dan wordt hij afgeleid, want Meryem loopt langs, iemand weet dat zij het zusje van de commando is, die lange Yassin, waar waren ze gebleven. ‘O ja, het collectieve onbewuste’, zegt Hilmi. ‘In deze tijd zou het absurd zijn om het te verwerpen.’