Amerika en China op ramkoers

‘Wereldleider’ is enkelvoud

Sinds president Trump sprak van het ‘Chinese virus’ en de ‘kung flu’ zijn de conflicten tussen Washington en Beijing verscherpt: een eindeloze reeks wederzijdse beledigingen, bedreigingen, provocaties, sancties en vergeldingsacties. Het einde van de escalatie is niet in zicht.

Het schip USS Blue Ridge van de Amerikaanse marine bezoekt de haven van Hongkong, 2019 © Anthony Kwan / Getty Images

Zeg niet dat het allemaal de schuld is van corona, Donald Trump en Xi Jinping. Het virus was slechts de rotte kers op een al verzuurde taart, die vervolgens nog verder bedierf. De relaties tussen de twee supermachten waren al behoorlijk verloederd voordat Covid-19 uitbrak, en de wereld was al flink op drift vóór het aantreden van de huidige leiders van Amerika en China. Maar die twee hebben wel alles gedaan om de spanningen te vergroten en de hele wereld in hun machtsstrijd te betrekken.

Sinds Trump begon te spreken van het ‘Chinese virus’ en de ‘kung flu’ zijn de bestaande conflicten tussen Washington en Beijing verscherpt en zijn er haast dagelijks nieuwe bij gekomen. De door Trump ontketende handelsoorlog is slechts het begin geweest van een eindeloze reeks wederzijdse beledigingen, bedreigingen, provocaties, sancties, vergeldingsacties en andere vijandige maatregelen. Vorige week riep minister Pompeo van Buitenlandse Zaken de Chinese bevolking op om zich bij de rest van de wereld aan te sluiten en gezamenlijk het ‘gedrag’ van de communistische partij te veranderen. Het einde van de escalatie is niet in zicht. De Verenigde Staten van Amerika en de Volksrepubliek China zijn volop op ramkoers.

Vanuit historisch perspectief is dat geen verrassing. Een heersende grootmacht legt zich in de regel immers niet goedschiks neer bij de opkomst van een concurrent. Sinds het antieke Athene de hegemonie van Sparta over de Griekse wereld betwistte is de rivaliteit tussen een oude en een nieuwe grootmacht meestal uitgelopen op oorlog. De grote uitzonderingen zijn de Eerste Koude Oorlog (1947-1991), toen de wederzijds gegarandeerde nucleaire vernietiging een oorlog tussen de VS en de Sovjet-Unie voorkwam, en de economische overvleugeling van Groot-Brittannië door Amerika aan het eind van de negentiende eeuw. De Britten zagen toen van een oorlog tegen hun vroegere kolonie af omdat er van dichterbij een groter gevaar dreigde: de opkomst van Duitsland. Wat is de oorsprong van de huidige strijd om de mondiale suprematie? Hoe verloopt de dynamiek van het conflict? En hoe zal het deze keer aflopen?

Het voorspel van de grote Chinees-Amerikaanse confrontatie begon op 11 december 2001, de dag waarop China lid werd van de Wereldhandelsorganisatie wto. Washington juichte. Door het slechten van de tariefmuren zou immers de potentieel grootste afzetmarkt van de wereld toegankelijk worden voor Amerikaanse producten. En daar zou het niet bij blijven: China zou op den duur ook westerse waarden als democratie, persvrijheid en respect voor de mensenrechten importeren. De wto zou net als internet een machtig wapen worden om China tot de liberale democratie te bekeren. Vandaar dat vrijwel niemand in het Westen bang was dat de overdracht van Hongkong aan China slecht zou aflopen. Integendeel, Hongkong zou daardoor juist gaan bijdragen aan de onvermijdelijke democratisering van de Volksrepubliek.

Jaag de Chinezen niet tegen je in het harnas, werd het devies, maar ga met ze in zee. Dat is de beste manier om regime change in Beijing tot stand te brengen. Maar stel dat de communistische partij zou weigeren het superieure westerse systeem te omhelzen? In dat onwaarschijnlijke geval zou ze volgens het Westen in ieder geval minder dictatoriaal worden en zou er dus mee te leven zijn. Amerikaanse politici die vonden dat China hard moest worden aangepakt wegens schending van de mensenrechten kregen van grote multinationals het zwijgen opgelegd, want die verdienden goud aan de verkoop in de VS van de producten van hun vestigingen in China. Wall Street werd het kloppend hart van de Amerikaanse China-politiek.

Ook de Chinese partijleiders juichten op die dag in december 2001, omdat ze terecht hoopten dat China dankzij de wereldwijde export van goedkope producten een economische grootmacht zou worden. Dat was nodig voor het herstel van de oude Chinese grandeur, die door de roofzucht van buitenlandse koloniale machten was geknakt en ook daarna door Mao’s ideologische razernij ver buiten bereik was gebleven. Terwijl de economie explosief groeide, beidde de partij haar tijd en bleven de Amerikanen en andere westerlingen in hun eigen wensdenken geloven dat China braaf zou gaan meedraaien in de door het Westen uitgevonden wereldorde.

Jaag de Chinezen niet tegen je in het harnas, werd het devies, maar ga met ze in zee

De fabuleuze Olympische Spelen in Beijing (2008) hadden even weinig te maken met sport als China’s spectaculaire ruimtevaartprogramma met ruimtevaart. De Spelen vormden de coming out van China als teruggekeerde wereldmacht, de expedities naar de maan en Mars moeten die status bevestigen. De kredietcrisis die in 2008 uitbrak, liet de laatste liberalen in de communistische partij afvallen van hun geloof in de superioriteit van het westerse kapitalisme. Maar het duurde nog tot de tweede ambtstermijn van Barack Obama voordat het de Amerikanen begon te dagen dat China met zichzelf iets heel anders voor had dan zij gedacht hadden. De nieuwe Chinese leider Xi Jinping bleek niet de grote hervormer die veel westerse wensdenkers zich hadden gedroomd. In het binnenland draaide hij de duimschroeven aan, vestigde een eenhoofdige dictatuur, schroefde de bescheiden liberalisering van de economie terug en riep Mao uit tot zijn grote inspirator. En het buitenland maakte hij duidelijk dat de tijd dat China zijn tijd beidde voorbij was.

De snelheid waarmee het China van Xi naar de voorgrond van het wereldtoneel rende was verbijsterend. De oude terughoudendheid verdween, eerst in de daden en sinds kort ook in het taalgebruik. Assertief maakte het herrezen Rijk van het Midden duidelijk dat het geen aanhangwagen van het Westen wenste te worden, maar wereldleider. Deze opmars loopt langs allerlei wegen, maar vooral via de in 2013 gelanceerde Nieuwe Zijderoutes. Dit mondiaal programma van infrastructurele en digitale ontwikkeling, officieel Belt and Road Initiative geheten, moet zo veel mogelijk landen economisch en politiek aan China binden voor de wereldwijde realisering van Xi’s ‘Chinese Droom’.

Ook op het militaire en politieke terrein rukt China op. Een onvolledige opsomming begint met de militarisering van de even strategische als omstreden Zuid-Chinese Zee, waar volgens de VS hun ‘nationale belang’ in het geding is. In de Oost-Chinese Zee laat China voortdurend met lucht- en marine-acties zijn spierballen zien om zijn aanspraken op een paar strategische Japanse eilandjes kracht bij te zetten. De lijn tegen de ‘afvallige provincie’ Taiwan is een stuk agressiever geworden sinds de nationalistische Democratische Progressieve Partij in 2016 is teruggekeerd aan de macht.

De gespannen verhouding tegen India escaleerde in juni van dit jaar tot een vechtpartij in de Himalaya die twintig Indiase soldaten de dood in joeg. Een begin juli gesloten economisch-militair pact met Iran redt de ayatollahs uit hun isolement en kan de geopolitieke kaart in het Midden-Oosten grondig wijzigen. En vorige week heeft China een politiek samenwerkingsverband opgericht met de vijf Centraal-Aziatische landen, die tot verdriet van China’s strategische bondgenoot Rusland steeds meer op Chinese vazalstaten beginnen te lijken.

Net als iedereen verwachtten de Chinese leiders dat Hillary Clinton de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 zou winnen. Als Obama’s minister van Buitenlandse Zaken had zij zich ontwikkeld tot een verbeten China-havik. Misschien op de Israëlische premier Netanyahu na was dan ook geen enkele leider in de wereld zo opgelucht over de verkiezing van Donald Trump als Xi Jinping. Zeker, Trump had in zijn verkiezingscampagne China de schuld gegeven van ongeveer alles wat er in Amerika mis was, maar daarvan raakten ze in Beijing niet onder de indruk. Als president zou hij wel bijdraaien, net als al zijn voorgangers die in hun campagne tegen China tekeer waren gegaan.

Die regel leek ook deze keer op te gaan: de kersverse president Trump kwam naar Beijing en werd door Xi als een vorst behandeld. Trump, altijd gevoelig voor pluimstrijkerij, bombardeerde Xi tot zijn grote vriend. Trump houdt immers van dictatoren. De Noord-Koreaanse tiran Kim Jong-un verklaarde hij na een ontmoeting die alleen voor de fotografen was bedoeld zelfs zijn liefde. Zijn vriendschap en liefde zijn niet beantwoord en hebben niets opgeleverd.

Trump, altijd gevoelig voor pluimstrijkerij, bombardeerde Xi tot zijn grote vriend

Met het oog op zijn herverkiezing begon Trump in 2018 een handelsoorlog tegen China, dat met oneerlijke, agressieve praktijken die zich van internationale regels en intellectueel eigendom niets aantrokken Amerika zou hebben leeggeplunderd. Het toelaten van China tot de wto, zei de president, was de rampzaligste vergissing die de Verenigde Staten ooit hadden gemaakt. De verstomming van het Amerikaanse gejuich uit 2001 is niet met Trump begonnen. Ze begon in 2008, toen China met een gigantisch stimuleringspakket de nationale gevolgen van de financiële wereldcrisis te lijf ging. Een stortregen van spotgoedkoop geld daalde selectief neer: weinig op het midden- en kleinbedrijf en veel op de staatsbedrijven. Deze machtsbastions van de communistische partij konden daardoor hun Amerikaanse en andere buitenlandse concurrenten gemakkelijk uit de markt prijzen.

Het buitenlandse bedrijfsleven kreeg het nog moeilijker toen China vanaf 2012 de rekening voor het stimuleringspakket gepresenteerd kreeg: industriële overcapaciteit, krimpende groei, een berg van onbetaalbare schulden als erfenis van vaak volkomen onnodige infrastructurele projecten. Veel staatsbedrijven kregen bij gebrek aan nieuwe levensvatbare projecten geen opdrachten meer. Dat was een van de voornaamste drijfveren achter de opening van de Nieuwe Zijderoutes. De ontwikkelingslanden die zich bij dit megaprogramma aansloten konden rekenen op Chinese leningen, die ze moesten gebruiken om Chinese staatsondernemingen van hun overproductie af te helpen of Chinese bedrijven te contracteren voor de uitvoering van projecten. Niet-Chinese bedrijven hadden het nakijken. Voor buitenlandse banken gold hetzelfde: in China kregen ze, in strijd met de wto-afspraken, nauwelijks een poot aan de grond, terwijl ze in ontwikkelingslanden steeds meer concurrentie kregen van Chinese staatsbanken.

Het antwoord van de regering-Obama op de Chinese territoriale, economische en financiële expansiedrang was tweeledig: de militair-diplomatieke ‘zwenking naar Azië’ en de optuiging van het Trans-Pacific Partnership (tpp), een vrijhandelspact van de VS met elf landen aan weerszijden van de Grote Oceaan. China hoorde daar niet bij, want het was de bedoeling de Volksrepubliek economisch zo te isoleren dat ze zou liberaliseren en met hangende pootjes bij de tpp zou aankloppen – en daarmee de Amerikaanse hegemonie zou accepteren.

Dit opzetje ging niet door. Niet door toedoen van China, maar van Trump. Direct na zijn ambtsaanvaarding blies hij de tpp op, want hij houdt niet van multilaterale samenwerkingsverbanden. Hij probeerde China op een andere manier klein te krijgen: door een handelsoorlog. De ene tariefmuur na de andere werd opgetrokken, waarop China prompt reageerde met de bouw van eigen muren. Het heeft de Amerikaanse consumenten miljarden dollars gekost, terwijl de gewraakte Chinese methoden om handel te drijven niet noemenswaardig zijn gewijzigd. Na uiterst moeizaam overleg werd begin dit jaar een deal gesloten over de minst controversiële aspecten van het handelsconflict. Deze ‘eerste fase’ voorziet in de extra aankoop door China voor tweehonderd miljard dollar aan Amerikaanse landbouw-, energie- en industriële producten. Vanwege de economische fall-out van de pandemie gaat dat hoogstwaarschijnlijk niet lukken.

Presidenten Donald Trump en Xi Jinping ontmoeten elkaar in Trumps verblijf Mar-a-Lago in Palm Beach, Florida. 6 april 2017 © Doug Mills / The New York Times / ANP

Trump wil nog altijd de eerste Amerikaanse president worden die China op de knieën heeft gedwongen. Maar zijn plan om van de handelsdeal met Beijing een paradepaardje te maken voor zijn herverkiezing is volledig de mist in gegaan. Zodra hij ter verhulling van zijn onzalige aanpak van Covid-19 begon te spreken van het ‘Chinese virus’ zijn de toch al ongezonde relaties tussen Amerika en China razendsnel verder verziekt. Sinds het aanknopen van de betrekkingen in 1979 zijn ze nog nooit zo slecht geweest. De tot voor kort onmogelijk geachte ontkoppeling tussen Amerika en China, die financieel-economisch, technologisch, wetenschappelijk en anderszins nauw met elkaar verweven waren, is in volle gang. Tegelijk klinkt er over en weer dreigend sabelgekletter.

Een handelsoorlog met China kostte de Amerikaanse consumenten miljarden

De Chinezen proberen de handelsdeal, het enige Amerikaans-Chinese compromis, te redden, maar Trump heeft zelf gezegd dat hij voor de ‘tweede fase’ van de deal geen belangstelling meer heeft. Hij heeft geen paradepaardjes meer over, tenzij door een wonder de Amerikaanse economie zich snel herstelt. Maar gelukkig voor Trump is er een bittere vijand. Zijn verkiezingscampagne gaat steeds meer over China. Hij is de man die de perfide Chinezen mores zal leren, en Joe Biden, zegt hij, is de kandidaat van Beijing.

Trumps vijandschap tegen China is puur opportunisme. Toen hij nog hoop had op het sluiten van een voor de VS voordelige handelsdeal vertelde hij Xi dat hij het helemaal eens was met diens harde aanpak van de protestbeweging in Hongkong en met de opsluiting van een miljoen Oeigoeren in hersenspoelingskampen. Pas nadat het inhakken op China verheven was tot Trumps belangrijkste campagnethema zag hij reden om sancties af te kondigen. In het geval van de Oeigoeren zijn deze gericht tegen Chinese functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de terreur in de kampen en de gedwongen sterilisatie van vrouwen en tegen de bedrijven die van de dwangarbeid profiteren. Volgens mensenrechtenorganisaties zou dan bijna de hele mode-industrie met sancties moeten worden getroffen. De economische voorkeursbehandeling van Hongkong is afgeschaft, een maatregel die Hongkong een stuk harder treft dan China. En er zijn sancties uitgevaardigd tegen de personen en instanties die verantwoordelijk zijn voor de repressie in het kader van de draconische nationale veiligheidswet die Beijing Hongkong heeft opgelegd.

Trumps strategie heeft maar één leidend beginsel: alles wat China kan irriteren, indammen en vernederen is goed voor zijn campagne, ongeacht de vraag of het ook goed is voor de Verenigde Staten. De China-haviken die Trump omringen, zoals de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie en Justitie, de nationale-veiligheidsadviseur, de fbi-directeur en Trumps belangrijkste handelsadviseur, laten zich leiden door hun afkeer van de Chinese communistische partij en hun angst dat Amerika door China economisch, technologisch en militair wordt overvleugeld. Omdat ze zich geen multipolaire wereld kunnen voorstellen, laat staan een wereld waarin Amerika niet meer de eerste viool speelt, hebben ze besloten de pijlers waarop Xi Jinping de wereldmacht China wil bouwen stuk voor stuk te vernietigen en China zo veel mogelijk schade toe te brengen.

Het bekendste en waarschijnlijk meest verbeten offensief gaat tegen Huawei (letterlijke betekenis: ‘Chinese prestatie’). Dat Huawei, formeel een particulier bedrijf, via zijn apparatuur spionage zou bedrijven is nooit aangetoond. Wel staat het vast dat het een bevel van de partij om te spioneren onmogelijk zou kunnen negeren. Maar het gaat de Amerikanen niet in de eerste plaats om het beschermen van de nationale veiligheid. Wat ze met hun wereldwijde offensief tegen Huawei vooral voor hebben, is de uitschakeling van een bedrijf dat een centrale rol speelt in China’s project om de technologische wereldhegemonie over te nemen.

Het volgende doelwit is TikTok, een vooral bij de jeugd razend populair platform voor korte video’s dat eigendom is van een andere Chinese techreus, ByteDance. In deze wereldwijd ruim twee miljard keer gedownloade app zou een geheim luikje zijn ingebouwd voor het doorgeven van de data naar Beijing. Alweer is daarvoor geen bewijs, maar bewijzen doen niet meer ter zake.

De anti-Chinese maatregelen volgen elkaar in een sneltreinvaart op. In de VS opererende Chinese bedrijven die een gevaar zouden vormen voor de nationale veiligheid en de mensenrechten zijn op een zwarte lijst gezet. Vestigingen in China van Amerikaanse bedrijven worden geprest te vertrekken – een pressie waarvan vooral Vietnam profiteert. Wall Street wordt onder druk gezet om beursgenoteerde Chinese bedrijven te verjagen. Voor allerlei categorieën wordt het verkrijgen of verlengen van een visum lastig of onmogelijk, zoals Chinese wetenschapsmensen, studenten en journalisten en personeel van Chinese techbedrijven. Zelfs wordt een visumverbod overwogen voor de 92 miljoen leden van de communistische partij en hun familieleden. Het Fulbright Programme voor wetenschappelijke uitwisseling is voor China en Hongkong stopgezet.

Trumps strategie: alles wat China kan irriteren en vernederen is goed voor zijn campagne

De eerste grote diplomatieke aanval is sinds vorige week een feit: de gedwongen sluiting van het Chinese consulaat in Houston op beschuldiging van economische spionage, visumfraude en illegale propaganda-acties. Daarop volgde de sluiting van het Amerikaanse consulaat in Chengdu, want China betaalt de Amerikaanse maatregelen met gelijke munt terug.

De partij probeert het conflict beheersbaar te houden, maar kan zich vanwege het opgeklopte chauvinisme van veel Chinezen niet veroorloven zwak over te komen. Het wachten is op de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november. De partij heeft een favoriet, en dat is niet Joe Biden. Ook in de Democratische Partij zijn immers geen sinofielen meer. Iedereen ziet China als de vijand, of, wat mooier klinkt maar hetzelfde is, strategische concurrent. Alleen hebben de Democraten een China-strategie, terwijl die van de Republikeinen zich beperkt tot het uitdelen van zo veel mogelijk klappen. Als Biden wint, zal hij proberen de VS economisch en politiek op orde te brengen en Amerika’s bondgenootschappen en internationale rol te herstellen, om dan in de lijn van Obama-Clinton te pogen China een halt toe te roepen. Beijing prefereert Donald Trump, want die is alleen maar uit op deals, hij vervreemdt Amerika van zijn bondgenoten en verdeelt de westerse wereld.

Toch moet Xi Jinping niet al te veel op die verdeeldheid rekenen. Vóór corona kon hij nog profiteren van een zekere Europese goodwill. Weliswaar had de EU China gedefinieerd als een ‘systeemrivaal’, maar ze wilde met die vijand toch zo veel mogelijk zaken doen, en niet worden meegezogen in de draaikolk van de Amerikaans-Chinese confrontatie. Het begon mis te gaan toen de partij de uitbraak van de corona-epidemie aan het zicht probeerde te onttrekken en klokkenluiders het zwijgen oplegde. Het ging verder mis toen China met een agressieve mondkapjesdiplomatie en een antidemocratisch propaganda-offensief zichzelf een heldenrol in de virusbestrijding toedichtte. En het ging helemaal mis toen China de coronacatastrofe aangreep om het vuur in oude conflicthaarden – de Zuid-Chinese Zee, Taiwan en het grensgebied met India – flink op te stoken, terwijl de repressie in eigen land nieuwe hoogten bereikte: tegen de Oeigoeren, tegen de laatste critici van het systeem, tegen de tot de Chinese orde geroepen Hongkongers.

Chinese diplomaten en woordvoerders begonnen een taal uit te slaan die qua agressiviteit niet onderdeed voor die van de Amerikaanse haviken. De nieuwe wereldmacht is snel beledigd. Iedere kritiek wordt afgewezen en geldt als onduldbare inmenging die voorbeeldig moet worden afgestraft. Behalve met haar traditionele vijanden heeft de Volksrepubliek op dit moment scherpe conflicten lopen met onder meer Canada, Australië, Groot-Brittannië en Zweden. China’s lange arm laat zich overal gelden, vooral om kritische geluiden te smoren en om invloed te krijgen op universiteiten, in de media en in politieke partijen.

Maar Xi lijkt zijn hand te hebben overspeeld. Hij heeft in te korte tijd te veel vijanden gemaakt. Ook Europa heeft zich grotendeels van China afgekeerd. Zelfs Boris Johnson, die China tot zijn belangrijkste post-Brexit-handelspartner had gebombardeerd en begin dit jaar Huawei nog welkom heette, is afgehaakt. Uit woede over de overweldiging van Hongkong, de verkapte genocide op de Oeigoeren en vooral onder Amerikaanse druk heeft hij Huawei de deur gewezen en gekozen voor de VS.

Zijn deze opgehoopte spanningen nog onder controle te houden? De meest dramatische ontlading zou een oorlog zijn, waarin ook de bondgenoten van beide wereldmogendheden betrokken zouden worden. Een wereldoorlog dus. De militaire strategen houden er rekening mee, het gezond verstand doet dat echter niet, omdat zowel Amerika als China over de atoombom beschikt.

Maar er is een verontrustende militaire escalatie aan de gang in de Zuid-Chinese Zee, waar de laatste tijd voortdurend Amerikaanse vliegdekschepen, oorlogsbodems en spionagevliegtuigen laten zien dat ze de Chinese claim op vrijwel het hele zeegebied niet erkennen. Deze maand hebben de VS die aanspraken officieel verworpen. Daardoor kunnen landen als Vietnam en de Filipijnen, die hun eigen deel van de zee opeisen, verzekerd zijn van Amerikaanse steun.

Washington wil zijn oude bondgenoten in Europa en Azië militair inschakelen om het hoofd te bieden aan de ‘Chinese dreiging’. Minister Pompeo heeft zojuist opgeroepen tot een ‘alliantie van democratieën’ tegen ‘Frankenstein’ China. De Quad (voluit: Quadrilateral Security Dialogue), bestaande uit de VS, Japan, Australië en India, wordt uitgebouwd tot een militaire organisatie die China in het Indo-Pacificgebied moet indammen. Taiwan is een andere potentiële brandhaard. Nog maar een handjevol Taiwanezen wil hereniging met China, die echter niet weg te denken is uit de Chinese Droom van Xi Jinping. De uitvaardiging van de nationale-veiligheidswet voor Hongkong is misschien een generale repetitie geweest voor de ‘bevrijding’ van Taiwan.

Het meest waarschijnlijke scenario voor de intense rivaliteit tussen Amerika en China is een nieuwe Koude Oorlog – die eigenlijk al begonnen is. Maar het wordt geen kopie van de Eerste Koude Oorlog. De ideologische tegenstellingen zijn nu minder scherp. De inzet van de krachtmeting is niet meer Europa. China heeft (nog) niets dat op het Warschaupact lijkt. Economisch waren Amerika en de Sovjet-Unie werelden van elkaar verwijderd, China en het Westen zijn (nog altijd) economisch met elkaar vervlochten. Van het destijds onomstreden Amerikaanse leiderschap over het ‘vrije Westen’ is tegenwoordig geen sprake meer. Vanwege die verschillen is de overtuiging van Amerikaanse beleidsmakers dat ze weten hoe je een Koude Oorlog moet winnen weinig doordacht. Maar overeenkomsten zijn er zeker. Met inbegrip van de kans dat er ook deze keer bloedige, zinloze proxy-oorlogen worden uitgevochten.

Laten we een vergelijk niet bij voorbaat uitsluiten, want de noodzaak tot internationale samenwerking is groter dan ooit. Maar dan moet eerst bij de twee dolgedraaide wereldmachten de rede terugkeren.