Economie

Wereldmunt

De klagers hoor je niet meer, de jammeraars zwijgen en de paniekzaaiers zijn stil. Negen jaar na de invoering van de girale euro en zeven jaar na het verschijnen van het eerste eurobiljet, lijkt de nieuwe munt eindelijk geaccepteerd in Nederland. De eeuwige klaagzang over euro-inflatie en lelijke biljetten is verstomd. Sommige Nederlanders zijn stiekem zelfs een beetje trots op de euro.
Terwijl de kredietcrisis huishoudt op de internationale financiële markten, beschermt de euro de Europese economie voor de ergste uitwassen ervan. Zonder de euro was er nu ongetwijfeld grote paniek geweest op de Europese valutamarkten. Tijdens eerdere crises vluchtten beleggers meestal in de Duitse mark en Nederlandse gulden en verkochten ze zwakke munten als de Franse franc, Italiaanse lire en Spaanse peseta. De centrale banken van die landen moesten dan alle zeilen bijzetten om de afgesproken wisselkoersen op de borden te houden. Rentes moesten omhoog in het zuiden van Europa en omlaag in het noorden. Als dat niet afdoende was, zat er niets anders op dan de zwakke munten te devalueren. Alleen de speculanten op de valutamarkt profiteerden van deze monetaire onrust. Voor de Europese burgers leverde het slechts onzekerheid, hoge kosten en lage economische groei op. Sinds de komst van de euro zijn juist de speculanten brodeloos en is Europa crisisbestendiger geworden.
De hoeder van de euro, de Europese Centrale Bank (ECB), levert daar ook een bijdrage aan. Van alle centrale banken die betrokken zijn bij de kredietcrisis, is de ECB het koelbloedigst gebleken. Al vroeg na het uitbreken van de crisis beseften de bestuurders dat om een ramp te voorkomen, de Europese ban-ken geen gebrek aan geld mochten krijgen. De geldkraan ging in Europa dan ook eerder en verder open dan in de Verenigde Staten.
Op wat problemen bij slecht geleide Duitse landsbanken na, bleven grote rampen bij eurobanken uit. Buiten het eurogebied ging het wel behoorlijk mis. De twee grootste Zwitserse banken UBS en Credit Suisse moesten enorme afboekingen doen. In Groot-Brittannië ging de hypotheekbank Northern Rock failliet, terwijl in de Verenigde Staten de ondergang van zakenbank Bear Stearns de hele bankensector aan het wankelen bracht.
De ECB is gul met geld voor de Europese banken, maar bijzonder zuinig als het om de rente gaat. Terwijl de Amerikaanse Federal Reserve de rente de afgelopen zes maanden halveerde, hield de ECB haar tarief gelijk. Terecht, want met renteverlagingen beloon je financiële markten – die de crisis juist veroorzaakten – terwijl je de deugdzame spaarder straft.
Het gevolg is wel dat door de relatief hoge rente in Europa de halve wereld dollars dumpt en euro’s inkoopt. Daardoor is de wisselkoers van de euro de afgelopen maanden enorm opgelopen. Een euro kost nu zo’n 1,55 dollar – dat is ongekend veel. De Europese exporteurs hebben daar last van. Zij kunnen moeilijker concurreren op de wereldmarkt. Maar het voordeel is dat Europeanen opeens zeer koopkrachtig zijn geworden.
Deze zomer zitten alle vliegtuigen naar de VS overvol, want daar is de euro nog echt een daalder waard. Een nachtje in het Waldorf-Astoria in New York kost nog geen 275 euro. Een verlengde limousine brengt je er vanaf het vliegveld naartoe voor iets meer dan honderd euro. En voor toeristen met een minder patserige smaak is New York nog vele malen goedkoper.
Wie thuisblijft, kan ook genieten van de dure euro. Boeken, cd’s en dvd’s zijn bij Amerikaanse webwinkels onwaarschijnlijk goedkoop. Zo is 176 euro voldoende om het volledige oeuvre van Philip Roth aan te schaffen. Alle 24 boeken, van Goodbye, Columbus uit 1959 tot Exit Ghost uit 2007, voor minder dan 7,50 euro per stuk.
Het succesverhaal van de euro kan de komende jaren nog een verrassend vervolg krijgen. Volgens Harvard-econoom Jeffrey Frankel zou de kredietcrisis wel eens het zetje kunnen zijn dat de euro nog nodig heeft om de dollar van de troon te stoten. Volgens zijn berekeningen is er een serieuze kans dat de euro binnen tien jaar de rol van wereldmunt overneemt.
Dat is slecht nieuws voor de Amerikanen, die de afgelopen halve eeuw dankzij hun monetaire hegemonie op grote voet konden leven. Maar ook voor de enkele overgebleven eurosceptische Nederlanders. Zij hebben dan helemaal niets meer om over te klagen.