Wereldorde wat was er ook alweer fout aan het kapitalisme?

Het begin van 1998 lijkt het aangewezen moment om stil te staan bij een oude boezemvijand van links: het kapitalisme. Bewijst de Aziatische schuldencrisis niet wat in De Groene en elders vele decennia lang - met wisselende overtuiging - is beweerd over de zogenaamde vrije markt, namelijk dat zij gedoemd is ten onder te gaan aan haar eigen tegenstellingen?

Het linkse antwoord op zulke vragen luidde steevast: ja. Vorige generaties ‘linksen’ en 'progressieven’, die nogal eens de Geschiedenis in pacht meenden te hebben, zouden er wel raad mee hebben geweten. In werkelijkheid wist de geschiedenis wel raad met hen. Het enige juiste antwoord is natuurlijk: nee. Zolang het bestaat, heeft het kapitalisme zich door al zijn zelfveroorzaakte crises heen geworsteld. Alle alternatieve ontwikkelingsmodellen - van het sovjetcommunisme tot en met het boeddhistische autarkiebeginsel - zijn aan hun eigen tegenstellingen gecrepeerd, maar het kapitalisme bleef overeind. Het heeft zich gehandhaafd in nazi-Duitsland, in fundamentalistisch Iran en in de voormalige Sovjetunie, en het triomfeert tegenwoordig nota bene in communistisch China. Niets wijst erop dat het stelsel zijn tijd heeft gehad.
Het is niet zozeer te vroeg om het kapitalisme de wacht aan te zeggen, alswel te laat. Het oefent op miljarden wereldburgers een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Zodra ze de kans krijgen, stemmen ze (desnoods met hun voeten) voor het marktbeginsel en niet voor om het even welke vorm van collectivisme. De voorbeeldfunctie van het Westen speelt daarin ongetwijfeld een belangrijke rol. Nergens ter wereld heeft ooit een zo grote burgerlijke, godsdienstige, materiële en intellectuele vrijheid bestaan als in het huidige centrum van de kapitalistische wereldorde. De reden daarvan is dat het kapitalisme voor het eerst in de geschiedenis een scheiding tussen economie en bestuur heeft aangebracht. Dat deze scheiding niet volledig is, en dat de staat vaak de belangen van maatschappelijke elites behartigt, doet hier niets aan af. Waar het om gaat is dat afwijkende meningen, alternatieve wijzen en oppositionele activiteiten kunnen gedijen omdat zij niet economisch afhankelijk zijn van de overheid. Het kapitalisme is het enige economische stelsel dat zich verdraagt met de persoonlijke vrijheid van het individu.
Het produceert bovendien welvaart in ongekende mate en heeft in het Westen de voorwaarden geschapen voor de parlementaire democratie, de welvaartsstaat, het algemeen onderwijs en de emancipatie van vrouwen. Uiteraard zijn die doorbraken niet alleen of in hoofdzaak te danken aan het kapitalisme, maar het heeft ze wel mogelijk gemaakt. En het is last but not least een dynamisch stelsel. Voortgedreven door de onstuitbare drang tot accumulatie van kapitaal schept het onophoudelijk nieuwe producten, technologieën en organisatievormen en ondergraaft het alle gevestigde zekerheden en autoriteiten. Die revolutionaire magie zal zijn uitwerking niet gauw verliezen.
Maar het laissez faire-principe heeft onverdraaglijke schaduwzijden. Het genereert welvaart en armoede tegelijk, het zaait naast vrijheid ook onrecht, dood en verderf. Nu het op wereldschaal heerst, vormen zijn excessen op grote en kleinere schaal een ernstiger bedreiging voor de beschaving dan communisme of fundamentalisme. Dwingender dan de vraag of het kapitalisme de jongste crisis overleeft, is daarom de vraag of de mensheid erin zal slagen om de ontketende kracht van de vrije markt te leren beheersen.
Het afgelopen jaar bewees weer het onvermogen van voor- én tegenstanders om greep te krijgen op dit reëel bestaande kapitalisme. Om met de voorstanders te beginnen: de wijze waarop markten functioneren, voldoet niet aan hun 'rationele’ verwachtingstheorieën. Telkens neemt het kapitaal een loopje met de neoklassieke analysen en de prognoses van IMF, Oeso of Wereldbank. Nog in oktober 1997 constateerde het IMF dat de liberalisering van de wereldeconomie 'de investeringen, de groei en de welvaart vermeerdert’. Nu ziet datzelfde IMF zich gedwongen om een hulppakket van meer dan honderd miljard dollar voor de zwaarst getroffen sche economieën samen te stellen, omdat anders het financiële wereldstelsel zou instorten.
Het ideologisch tekort van links is nog schrijnender. De sociaal-democraten en vakbonden onderschrijven het neoliberale discours, de laatste marxisten zijn zo aangeslagen door de wereldwijde zegetocht van het kapitaal dat ze hun eigen bestaan niet eens meer dialectisch kunnen verklaren. En de wereld herbergt weliswaar talloze protestbewegingen tegen milieuvervuiling, armoede, illegale wapenhandel en andere uitwassen van de vrije markt, maar die bewegingen vinden elkaar niet in gezamenlijke uitgangspunten die recht doen aan de ernst van de mondiale wanorde.
Is het mogelijk om zo'n supranationale strategie te ontwerpen? Ja, misschien. Misschien is er een toekomst weggelegd voor een pragmatische visie die enerzijds recht doet aan de vrijheidsdrang en creatieve destructie waaraan het kapitalisme zijn populariteit dankt, en die anderzijds in staat is de ergste excessen uit te bannen. De Britse econoom en journalist Will Hutton heeft een behartenswaardige bijdrage geleverd met zijn concept van de stakeholder society. Dat is een samenleving die economisch gedrag binnen bepaalde maatschappelijke grenzen beloont en grensoverschrijdende activiteiten afstraft, zodat de werking van de markt ondergeschikt wordt aan het algemeen belang, en niet andersom.
Zo'n politiek vergt uiteraard een eerherstel voor de staat als belichaming van het algemeen belang, gevolgd door een formidabele inspanning op internationaal niveau. Toch ligt er ook op supranationaal niveau al geruime tijd een voorstel in deze zin: de Tobin-tax, vernoemd naar de econoom en Nobelprijswinnaar James Tobin, die heeft geopperd om een wereldwijde belasting van 0,1 procent op alle kapitaaltransacties te heffen. De meeste speculatieve transacties zijn hierdoor niet langer winstgevend, serieuze investeringen wel. De verwachte opbrengst van 166 miljard dollar kan worden aangewend voor een mondiaal fonds om de armoede te bestrijden. De aarde verandert daardoor niet op slag in een paradijs, maar een dergelijke wereldbelasting zou, gegeven de heersende economische wanorde, een reuzenschrede vooruit zijn.