Wereldvoedselbaas

Ja, er is nog steeds honger op de wereld. Maar de nieuwe onderzoeksdirecteur van de Wereldlandbouwraad heeft er alle vertrouwen in dat we dat probleem kunnen oplossen. Zelfs zonder pesticiden. Een interview met Louise Fresco over de volheid van de wereld, de kunst van het managen en het belang van de twijfel.
Louise Fresco, De ondraaglijke lichtheid van de vleermuis. Uitgeverij Prometheus, 204 blz., 334,90
HOE GAAT IEMAND die haar leven en werk in dienst heeft gesteld van het wereldvoedselvraagstuk, om met het dagelijks brood? Prof. dr. ir. Louise O. Fresco gooit zelden eten weg, voert de pitjes van de paprika aan de kippen van de buren, eet alleen Oké-bananen en vindt vlees ‘inefficiënt voedsel’ omdat ze bij zo'n bloot, dood stuk op een plastic schaaltje denkt aan het beslag dat het dier bij leven en welzijn op onze schaarse grond legde.

En hoe wordt iemand wakker die zo goed weet dat ook die dag weer ruim 800 miljoen mensen honger lijden? Niet altijd stralend, geeft ze toe. Maar je kunt er beter wat aan doen, vindt ze. Dus pakt ze haar spullen, verkoopt ze haar huis en vertrekt ze volgende maand naar Rome. Naar de FAO, de landbouw- en voedselorganisatie van de Verenigde Naties, waar zij al eerder werkte en waarnaar ze nu terugkeert als directeur van de divisie onderzoek.
Dertig jaar geleden was de tijd van de Biafra-crisis, van honger in India. En de achttienjarige Louise Fresco realiseerde zich dat het puur geluk was dat zij niet in een sloppenwijk in Calcutta was geboren. Je kunt er maar beter wat aan doen, besloot ze, en ze vertrok naar Wageningen om tropische landbouwkunde te studeren. Een tikje ongewoon voor een meisje. Bovendien was ze geen boerendochter, maar telg uit een keurig, intellectueel gezin met een vader die filosofie doceerde in Leiden. Een dag na haar afstuderen stond ze tot haar knieën in de modder in Nieuw-Guinea om zich voor de FAO te buigen over de ontwikkeling van moerasgebieden aldaar en de rol die krokodillen daarbij speelden. Haar eerste publikatie, herinnert ze zich met een grijns, was een ‘handleiding voor het krokodillenbedrijf’.
Fresco: 'Ik heb altijd gedacht: de tropen, ontwikkelingslanden en China - dàt is waarop je je moet concentreren. Daar vindt negentig procent van de bevolkingsgroei plaats, daar woont straks tachtig procent van de wereldbevolking. Het is te makkelijk om alleen maar aan die veilige delta van Nederland te denken. Vandaag de dag, met onze communicatie, zou de wereldproblematiek je niet mogen ontgaan. Eigenlijk vind ik dat degene die zich alleen op Nederland richt, zich moet rechtvaardigen; niet ik omdat ik me met de tropen wil bezighouden.
Ik wilde iets bijdragen aan de oplossing van de problemen daar. Inmiddels weet ik wat ik op mijn achttiende nog niet wist: het gaat om minuscule druppeltjes op gigantisch gloeiende platen. Maar het is net als met verkiezingen. Jouw stem maakt niets uit, maar als we dat allemaal zouden denken, functioneert de democratie niet meer.’
NU IS ZE 45. Sinds 1991 is ze hoogleraar 'plantaardige produktiesystemen met bijzondere aandacht voor de (sub)tropen’ in Wageningen. Ook is Fresco voorzitter van de Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO), zit ze 'in nog wel honderd clubjes’, zoals raden en adviesorganen, en schrijft ze essays en een column in NRC Handelsblad, waarvan een selectie volgende week in boekvorm verschijnt. En men kan met haar niet alleen praten over de teelt van de zoete aardappel in China, de veredeling van rijstsoorten in India en de gevolgen van erosie, maar ook over de bevolkingsexplosie, de kunst van het managen, de romans van Italo Calvino, de grammatica van het ki-Kongo, de sonates van Schubert en de vraag hoe je in de tropen een aanval van cholera behandelt. Onder andere.
Fresco houdt van de tropen, ondanks de malaria die haar teisterde, de mitrailleur die ze eens tegen haar hoofd gedrukt kreeg, de grote tropenzweren die ze met een theelepeltje moest legen. Ze weet niet precies hoeveel landen ze al bezocht, in ieder geval tientallen buiten Europa, en ze kan ook niet zeggen welk land de grootste indruk maakte. 'Ik kan eigenlijk alles bezingen. De hoogvlakten van Ecuador, de woestijnen. Toen ik voor het eerst in Shanghai kwam, dat eind jaren tachtig al 21 miljoen inwoners telde, was ik ook erg onder de indruk. Shanghai heeft een 24-uurseconomie waarin dag en nacht niet alleen de fabrieken maar ook de winkeltjes draaien. Of als je op het station van New Delhi staat en het lijkt of je met een half miljoen andere mensen op de trein wacht… De volheid van de wereld, die in het jaar 2050 negen of tien miljard bewoners zal tellen, dringt dan erg goed tot je door.’
Zijn de doemscenario’s van Thomas Malthus uitgekomen?
'De bevolkingsexplosie is er gekomen, maar niet de voedseltekorten die hij voorspelde. Het aantal hongerigen in de wereld is afgenomen van 35 naar 20 procent. Afgezet tegen de bevolkingsgroei is er dus zelfs wat verbeterd, al zijn er nog altijd 840 miljoen mensen die te weinig te eten hebben. Dramatische hongersnoden in India en Bangladesh kennen we echter niet meer; India exporteert op dit moment zelfs graan. Dat is een geweldige doorbraak. De groene revolutie heeft ook veel negatieve gevolgen gehad, maar er is nu geen reden om aan te nemen dat er niet voldoende voedsel geproduceerd kan worden, al zal het niet eenvoudig zijn om dat op een ecologisch verantwoorde wijze te doen. De groei van de wereldbevolking leidt tot steeds meer landschaarste, maar Malthus hield er geen rekening mee dat je op datzelfde land meer voedsel kunt verbouwen. In de Filippijnen en in Indonesië haalt men nu al tweeëneenhalf keer per jaar een rijstoogst binnen door het aantal dagen dat het gewas moet groeien te bekorten. De oplossing ligt in meer produceren per eenheid tijd en per eenheid landoppervlakte.’
Maar hoe lang kun je daarmee doorgaan?
'Volgens sommige schattingen kunnen we nog veel meer dan die tien miljard mensen voeden. Maar het zal erg afhangen van ons voedingspatroon. Als wij bier blijven drinken en iedere dag vlees blijven eten en de Chinezen gaan dat ook allemaal doen, dan is er ontzettend veel graan en veel grond nodig. Er is reden voor bezorgdheid als we extrapoleren van ons westerse consumptiepatroon naar de hele wereld. Daarom zouden wij ook moeten beginnen bescheiden aan te doen.’
Is er op dit moment sprake van een voedselcrisis?
'Op enkele plaatsen zijn acute tekorten, zoals nu in Centraal Afrika. En de buffervoorraden zijn wereldwijd wat afgenomen. Maar ik deel niet het pessimisme van het World Watch Institute dat het er nu veel slechter voor staat dan in de jaren tachtig. Als je je realiseert dat nog altijd zo'n veertig procent van de verbouwde gewassen verloren gaat door ziekten of verkeerde opslag, dan moet een veel hoger rendement ook mogelijk zijn als het areaal aan landbouwgrond niet toeneemt. En de uitdaging is nu om dat te bereiken zonder spuitbussen vol pesticiden.
Degenen die acuut risico lopen, zijn de mensen in marginale, ongeorganiseerde staten. Zij moeten het stellen zonder een gezonde overheid die zorgt voor haar burgers en die zo welwillend is om de voorraden te verdelen. In Bangladesh was er tijdens de hongersnood voldoende voedsel, maar het bleef op de kades liggen.’
Wereldwijd zijn er achttien grote onderzoeksinstituten op het gebied van de voedselproduktie, en hun algemene strategie wordt bepaald door de directeur van de divisie onderzoek van de FAO. Per 1 mei is dat dus Louise Fresco. En dat niet omdat Nederland aan de beurt was voor zo'n hoge post binnen de Verenigde Naties, maar omdat de FAO juist haar wilde hebben. Ondanks de niet malse kritiek die ze meer dan eens spuide.
Fresco: 'Ik ben altijd heel kritisch geweest over de Verenigde Naties. Ik heb net weer een stukje geschreven waarin ik pleit voor verregaande herziening van de technische structuur. Desondanks ben ik ervan overtuigd dat de wereld slechter af zou zijn zonder VN. Het is toch een forum waar over culturen en politieke belangen heen belangrijke gesprekken worden gevoerd. En het is van groot belang dat de VN goede technische ondersteuning krijgt van een organisatie als de FAO. Als ik eenmaal daar zit, kan ik natuurlijk niet meer zulke kritische stukjes schrijven. Maar ik moet nu maar eens wat constructieve verantwoordelijkheid nemen.
Het moment is ook goed. De benoeming van Madeleine Albright als minister van Buitenlandse Zaken verandert de positie van Amerika ten opzichte van de VN. Die achterstallige betalingen worden nu hopelijk opgelost, waardoor je met elkaar eindelijk serieus kunt bespreken wat we eigenlijk willen met de VN. En het is fantastisch dat Kofi Annan tot secretaris-generaal is benoemd. Iemand die uit de VN zelf voortkomt en de zwakheden van het systeem kent en die de geloofwaardigheid van Afrika kan vergroten.’
'DE FAO IS de enige plek ter wereld waar wordt bijgehouden hoeveel voedsel er nu werkelijk is, voor hoeveel mensen. Een soort wereldwijd CBS op voedselgebied. Er wordt ook heel strategisch nagedacht over duurzaamheid. Ik wil samen met de Wereldbank uitzoeken hoe we duurzame voedselproduktie in de praktijk kunnen realiseren, hoe je landen kunt helpen om niet alleen voedsel te produceren dat tot verdere uitputting van de grond leidt. Ik zal zelf helaas niet veel onderzoek kunnen doen, maar ik denk dat mijn kracht ook ligt in het identificeren van strategische vragen, in het maken van keuzen voor de lange termijn. Het is belangrijk om dat soort beslissingen zo te nemen dat ze gedragen worden. Daarvoor moet je goed luisteren naar wat mensen vinden. Dat is ook de kunst van het managen: een beslissing nemen die net iets verder gaat dan wat iedereen denkt, maar die wel in die lijn ligt.’
De FAO is nu aan het reorganiseren. Is dat uw verdienste?
'Een reorganisatie valt nooit alleen toe te schrijven aan één Louise Fresco die zegt: heren, zo moet het. Er is al een onderstroom, een gevoel dat er iets moet veranderen, en als jij dan op een elegante wijze een aantal suggesties geeft, kun je wel wat bereiken. Maar dan ben je slechts een stukje hout dat drijft op een golf. Je moet leren die natuurlijke krachten te gebruiken door op het juiste moment te zeggen wat anderen ook al denken. Dat is de manier waarop je invloed kunt hebben.’
Fresco hield zich het afgelopen jaar meer dan ooit met Nederland bezig, als voorzitter van de Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek. Een raad die aan vijf ministers adviseert over lange-termijnonderzoek en kennisvragen op het gebied van ruimtelijke ordening en natuur, en die zich niet alleen buigt over de vraag of er een tweede Schiphol moet komen, maar vooral over de vraag welke kennis nodig is om zo'n besluit te nemen. Het baart Fresco zorgen dat dat op basis van erg weinig kennis gebeurt. 'Van die tunnel door het Groene Hart weten we nog helemaal niet welke effecten die zal hebben op het natuurgebied dat we ermee denken te beschermen. We praten over kustlocaties en een tweede Maasvlakte, maar daar zitten nog geweldige onderzoeksvragen achter. IJburg is ook zo'n voorbeeld: hoe belangrijk is dat nu als natuurgebied? We weten er gewoon te weinig over, en dan krijg je een welles-nietesdiscussie die niet op feiten is gebaseerd. Naarmate we meer naar een referendumdemocratie gaan, zal het probleem van kennislacunes steeds groter worden. Economische effecten worden altijd keurig doorberekend, maar de effecten op de natuur zijn helemaal niet te kwantificeren.’
Bent u pessimistisch over de wijze waarop het milieu mondiaal beschermd zal worden?
'Ik ben optimistischer dan een paar jaar geleden. Want hoewel veel ontwikkelingen nog altijd zorgwekkend zijn, is het milieubewustzijn wel gegroeid. Het is als met het feminisme: twintig jaar geleden was het ondenkbaar dat je overal in de wereld zou horen dat de positie en de rol van vrouwen belangrijk is. Nu is er geen land meer waar je nog het tegendeel hoort beweren. Ook het milieu en de natuur staan tegenwoordig veel zichtbaarder op de agenda’s van burgers en overheden, en in de praktijk is er veel verbeterd.
Alle ecosystemen van de wereld, zelfs ver van de bewoonde gebieden, zijn aangetast. Maar het menselijk vernuft is zo groot dat we de aarde op een of andere manier leefbaar zullen houden door van alles te ontwikkelen, variërend van geluidswallen en hoogbouw tot gescheiden afvalinzameling. Het feit dat we onze flessen in de glasbak gooien, zet misschien niet zoveel zoden aan de dijk, maar het is een belangrijke mentaliteitsverandering. Helaas wordt die niet aan de landbouw verbonden en heeft ecologische landbouw hier nog steeds geen voet aan de grond. Zoals nu bijna niemand nog batterijen in de vuilnisbak gooit, moet het ook not done worden om bespoten groente te eten.
Over de manier waarop wij met voedsel omgaan, kan ik me vreselijk opwinden. Voedsel is de basis van ons bestaan, maar we weten niet eens meer waar het vandaan komt en wat ervoor nodig is. Bijna niemand weet hoeveel graan er van een hectare in Flevoland of in China komt, en wat dat economisch en ecologisch gezien kost. Omdat ons voedsel allemaal bij Albert Heijn ligt en ook goedkoop is, lijkt het gewoon logisch dat het er is. We hebben geen enkele waardering voor de mensen die het produceren. De landbouw wordt alleen maar gezien als lelijk en als de grote vervuiler. Prins Charles heeft het laatst bestaan om te zeggen dat de gekke-koeienziekte een straf van God is! Ik vind het een punt van zorg dat zoiets essentieels in ons leven met zo'n gebrek aan belangstelling en inzicht heeft te kampen.’
ZE KIJKT ZOWAAR verstoord. Doorgaans put Louise Fresco zich uit in nuances, in enerzijds en anderzijds. Ze wil, schrijft ze in haar boek, 'hartstochtelijk’ over alles nadenken. Met twijfel als vertrekpunt, in haar ogen hèt kenmerk van de intellectueel. Maar die lijkt aan de Nederlandse universiteiten uit te sterven, zo schreef ze onlangs in de NRC. Kijk naar zo'n Annemieke Roobeek. Waar half Nederland over deze collega-topvrouw heen valt omdat zij ieder spoortje van bescheidenheid ontbeert, mist Fresco in haar iets heel anders, iets wezenlijkers: de neiging tot twijfel. Roobeek belichaamt voor haar het type van de nieuwe manager-intellectueel die de wereld met een koffertje vol oplossingen tegemoet treedt.
Fresco cultiveert de twijfel; ze kan ook niet voor één politieke partij kiezen. 'De waarheid is nooit een gemiddelde’, zegt ze. 'Maar politiek is ook geopolitiek, het evenwicht tussen landen en machtsblokken, en daar heb ik meer feeling voor dan voor de Nederlandse partijpolitiek. Ik kijk liever vanuit een mondiale invalshoek.
Ik voel me prettig in de rol waarin ik mijn nationaliteit niet hoef te onthullen maar gewoon VN-ambtenaar kan zijn met een neutraal VN-paspoort. Ik moet als ambtenaar boven de landen staan en dat ligt me wel. Het is heel leuk om de bandbreedte van verschillende culturen te bezien en hoe jouw eigen ideeën daarin passen. Zo is het ook het mooiste om een wereldcultuur te hebben waarin ruimte en zorg is voor het eigene, het lokale, maar ook voor een aantal gedeelde waarden. En ach, als deze baan mislukt zijn er nog zoveel dingen die ik graag zou doen. Mijn ideaal is om altijd leergierig te blijven, kennis te vergaren, te lezen, te schrijven.
Voor mij betekent veelzijdigheid passie voor het leven in de ruimste zin. Er is een prachtig Chinees gezegde dat ik mezelf altijd voorhoud: je moet zo leven dat je dezelfde avond kunt sterven maar ook nog duizend jaar voort kunt leven.’