TONEEL

Wereldvrede

Na lezing van het, als altijd, glasheldere commentaar van Hofland in De Groene Amsterdammer van vorige week (‘Het machteloze Westen’) vochten bitterheid en realisme een robbertje in mijn sombermanskop.

En ik dacht aan een act van twee jongens met een krompraattitel die onze erudiete commentator (met lak aan leukigheid) hoofdschuddend op de vlucht zou jagen: George Eran lossen wereldvrede op.

George en Eran werden vrienden via een gemeenschappelijke kennis uit het toneel, ene Hamlet uit Denemarken (leggen zij beter uit dan ik). George Elias Tobal vluchtte ooit uit Syrië, ver voordat zijn landgenoten daar de hand tegen hun wrede president ophieven. Over zijn vlucht maakte hij een paar jaar terug een sterke voorstelling. Eran Ben-Michaël is jood, hij heeft een oma met een bloeddoordrenkte historie en nog een handvol familieverhalen uit Israël. Ze hebben een tijdje gerepeteerd in een broek met drie pijpen (leggen zij ook geestiger uit dan ik) en ontdekten toen dat ze allebei besneden zijn. Zoiets schept een band. Toneelspelen over de band kan, net als ruziënd biljarten, sappige dialogen opleveren. En toneel is niet toevallig hun beroep. Ze werden vrienden en besloten iets te maken over de rotzooi in het land van hun beider volkeren. Op de Parades, Boulevards en Fringes van deze zomermaanden staan de jood en de Arabier nu hun act van een klein uur te spelen.

Ze beginnen losjes uit de pols en goedlachs, in mooi geschreven en pittig geïmproviseerd pingpongtoneel, geregisseerd door Celil Toksöz, overigens een Turk (Geert Wilders c.s. hebben hier inderdaad bijzonder weinig te zoeken). In de eerste twintig minuten vertellen ze over hun vriendschap en hun beider geschiedenis. Tobal is daarin de rauwere acteur. Mooi zweterig werkmanstoneel speelt die jongen. Ben-Michaël is listiger in zijn spel en vilein met een fonkellach, hij geniet van zijn mefistofelische humor. Ze hebben een innemend plezier en laten ons daar gul in delen.

De titel van hun act is tevens een ironische mededeling: George Eran lossen helemaal niks op maar wrijven in een olievlek. Na de speelse aanloop volgt een handvol knellende vragen, wat schrijnende vooroordelen en vooral het opstapelen van wederzijds en deels geleend (of gestolen) leed. Je kunt ook zeggen: na de lach komt weer die klaarblijkelijk overmijdelijke woordkak die het vinden van zoiets als wereldvrede op de schroothopen van pijn en verdriet zo verdomde lastig maakt. De monologen die ze elkaar toebijten, als het ware in hun en onze trommelvliezen kerven, zitten boordevol met dat ellendige stapelen van leedlitanieën, allemaal feilloos geleerd van hun voorvaderen natuurlijk. Ze tonen ook pijnlijk aan hoe hun breed uitgemeten ‘gelijk’ het naar elkaar luisteren ernstig in de weg zit.

Als toeschouwer begin je dan te denken: misschien huist die wereldvrede wel ergens in de zachte krachten tussen de regels van de gemitrailleerde waarheid. En net als je vermoedt (of hoopt): ha, er komt nog wat, komt er helemaal niks meer. En mag je de voorstelling in je eigen kop buiten gaan afmaken. Tussen het altijd net iets te harde gelach van de frivole gelagkamers op de Parades, Boulevards en Fringes waar ze hun voorstelling voor hebben gemonteerd. Waardoor hun act met die kromme titel weer iets hersenknersends krijgt. Als een sterk commentaar van Hofland in De Groene.

Intelligent vakwerk van twee moedige verhalenvertellers, dat is het!


George Eran lossen wereldvrede op is te zien op Parade Utrecht (28 t/m 31 juli), Boulevard Den Bosch (1 t/m 5 augustus), Parade Amsterdam (13 t/m 16 augustus) en het Fringe Festival in Amsterdam (5 t/m 15 september). rast.nl