Werkelijk meevoelen

Hanna Bervoets laat vorm en inhoud perfect samenvallen © Prins de Vos

Hanna Bervoets laat in haar romans geen discoursen en registers botsen, introduceert geen nieuwe verteltechnieken of revolutionaire literaire vormen – in feite schrijft ze redelijk traditionele romans met een plot in nadrukkelijk hedendaagse en vlotte taal. En toch is ze een van de voornaamste experimentele schrijvers van Nederland. Bervoets benadert de roman zelf als een experiment, een proeftuin waarin gedragingen, verlangens en gedachtes kunnen worden uitvergroot en onderzocht. In haar vertellingen, die meer dan eens trekken van sciencefiction vertonen, isoleert en vergroot zij steeds specifieke aspecten van de menselijke beleving.

Ook in Welkom in het Rijk der zieken, haar zevende roman, neemt Bervoets een specifieke ervaring onder de loep: het ziek-zijn. De bestanddelen van dit literaire experiment zijn twee parallelle verhaallijnen. In de eerste wordt hoofdpersoon Clay voorgesteld. Hij is een scholier, dertien jaar oud, wanneer hij voor het eerst erge pijn ervaart: ‘Een steek, zo voelt het, constateer je als je die nacht in bed ligt. De pijn komt met tussenpozen, als een morsecode, zeg je donderdagavond tegen je moeder.’ Daarmee begint een langdurige strijd met ongemak en ziekte: Bervoets heeft deze roman vormgegeven als de ziektebiografie van haar hoofdpersonage, waarin de zogenaamde ‘grote koorts’ het keerpunt zou hebben gevormd.

Maar voordat deze gebeurtenis nader wordt toegelicht, introduceert de schrijver een tweede verhaallijn waarin Bervoets in korte, uit dialoog bestaande hoofdstukken een dystopische schaduwwereld oproept: het ‘Rijk der zieken’. Clay ontwaakt verward in deze dreigende omgeving en wordt opgevangen en bijgestaan door een welbespraakte vrouw in een coltrui: de Amerikaanse schrijver en essayist Susan Sontag. Haar werk wordt in de roman meermaals aangehaald, en zo kom je er al snel achter dat het ‘Rijk’ de uitwerking is van een van de metaforen uit haar essay Illness as Metaphor (1978). In die tekst onderzoekt zij hoe de door ziekte verstoorde relatie tussen lichaam en geest via metaforen wordt verhelderd of verduisterd. De wereld waarin Susan de volgzame Clay rondleidt heeft eveneens een metaforische functie: veel van de gebeurtenissen die er plaatsvinden illustreren de ingrijpende psychologische gevolgen van ziekte die in de rest van het boek beschreven worden. Zo moet het feit dat de inwoners van deze wereld een lichaam met zich meedragen, in plaats van dat zij ermee samenvallen, bijvoorbeeld verbeelden hoe zieken zich in werkelijkheid van hun lijf vervreemd kunnen voelen.

Beheerst dompelt Bervoets je onder in het bestaan van een gekweld individu

Deze verhaallijn wordt nooit heel veel meer dan een supplement bij de eerste: de hoofdstukken zijn samen genomen te weinig substantieel om op zichzelf te staan. Bervoets lijkt vooral bezig met het opbouwen en invullen van een nieuw verhaaluniversum, waardoor deze delen eerder aandoen als een inventariserende schets dan als een volwaardige vertelling. De dialogen bevatten regelmatig overbodige uitleg en melige grappen: ‘Wat is je schoenmaat? Gaan we bowlen? Grapjas. Dit is het eerste afgiftepunt: bedekking. Waarom hebben deze schoenen zulke lelijke dikke rode zolen? Traditie. Echt? De zolen hebben een functie, iets ergonomisch met vering. Maar ik denk inderdaad niet dat je zo ooit nog een meisje krijgt. Jezus…’ Misschien moet je een liefhebber zijn van genrefictie om dit soort kwinkslagen te kunnen waarderen.

De eerste verhaallijn is daarentegen zowel ernstiger als geconcentreerder. De plot is verrassend elementair: Clay loopt op een gegeven moment Q-koorts op en lijdt sindsdien aan chronische pijnen. Als gevolg van de obsessieve verhouding met zijn lichaam brokkelt alles daarbuiten af: Clay wordt verlaten door zijn geliefde, Nora, en verliest zijn vrienden en familie uit het oog. Ook wanneer de eveneens zieke Marla zich over hem probeert te ontfermen, lukt het Clay niet om een bestendige relatie op te bouwen; steeds weer staat zijn fysieke pijn hem in de weg.

Meer dan om het verhaal gaat het in Welkom in het Rijk der zieken om de nauwkeurige fenomenologische beschrijvingen van de ervaringswereld van de zieke Clay. Bervoets richt het woord structureel tot de lezer, en nodigt je zo uit om je te verplaatsen in een lichaam dat zich periodiek tegen zichzelf lijkt te keren. Haar relaas is geschreven in lange, pulserende zinnen, die in hun intensiteit het getormenteerde bewustzijn van Clay weerspiegelen. Dat levert een aantal behoorlijk indrukwekkende passages op, die in hun precisie en meedogenloosheid even fascinerend als afschrikwekkend zijn: ‘Je draait je om en voelt een schicht door je schouder gaan, daar is je lijf weer. Je was het, door de adrenaline misschien, heel even vergeten, maar nu vraagt het acuut om aandacht, straft het je achteloosheid af. Vanuit je nek bonkt er iets omhoog richting je achterhoofd en je begint te zweten. Binnen een paar tellen voelt je hele hoofd opgezwollen, uitgezet, alsof er iets naar buiten wil, iets wat je hersenpan van binnenuit probeert open te kraken, een beitel tegen de achterkant van je oogbol zet, jouw oogkassen de poorten naar verlossing.’

Uiterst beheerst dompelt Bervoets je onder in het bestaan van een gekweld individu. Fantasiewerelden of fabels zijn daarbij niet nodig: het is de scherpe schrijfstijl die de lezer werkelijk met Clay doet meevoelen. In die passages laat Bervoets zien welke grote hoogten bereikt worden wanneer vorm en inhoud perfect samenvallen.