Werken aan mezelf en anderen

Ik ken mijn mede-sportsters, ook zonder dat ik hun namen weet. Ik moet niet naast de Griekse terechtkomen, want die schiet niet op.

Kleine Lies is met haar dikke krullen en stevige padvindersstap precies de dochter van vrienden. Alleen heeft deze al een kind, dat ze zo in zijn buggy parkeert dat het naar mama kan kijken. Gothic gaat volkomen op in haar eigen bewegingsspel, met zweverige handgebaren. En dan is er nog de Russin, met haar gebleekte haren en smalle Slavische gezicht. Ze huppelt bangig, alsof ze ieder moment het land uitgezet kan worden.

Dit is een ‘women only’-sportschool, onder leiding van Romilla en Trudy. In het toilet ligt een voorraadje maandverband en tampons. Op het plankje boven de wastafel in de kleedkamer staat deo, en ook liggen er spelden waarmee na het sporten de hoofddoeken weer worden vastgezet.

Het circuit is zo ingericht dat je naar elkaar kijkt tijdens het sporten. Tussen de apparaten liggen kussens waarop je telkens als je een apparaat hebt gedaan een minuut ‘vrij beweegt’. Meestal komt dat neer op ritmisch lopen, joggen, of heupwiegen zoals Honingreet. In het midden is een lege ruimte, waar de echt fanatieken onder ons met de hoepel in de weer gaan.

Ik heb nog maar één keer durven hoepelen, en dat was toen er verder niemand was. Hoe zullen ze mij noemen?

Romilla staat opeens voor me. Of ik mijn schoenen vergeten ben.

Ik voel me betrapt. Ik zit net op zo’n ding waarbij je recht tegen mijn voetzolen aankijkt. En ik weet dat ik niet op mijn sokken mag sporten. Trudy zou het door de vingers zien.

‘Ik wil zo door naar mijn werk’, zeg ik, en probeer er niet bij te hijgen terwijl ik mijn benen spreid en weer sluit, spreid en weer sluit. ‘En anders ben ik de hele dag aan het sjouwen met die schoenen in m’n tas.’

Ik weet niet precies welke spiergroep op dit apparaat wordt aangesproken, maar het is zaak de beweging klein te houden. Anders kan ik morgen niet meer op of om.

‘Kijk’, zegt Romilla. ‘Ik wil iedereen hier op schoenen zien. Als iemand jou ziet, dan is het: o dan kan ik ook wel op mijn sokken. Snap je?’

Ik snap het.

Volgens de stem op de band moet ik door naar het volgende apparaat.

‘Now move to the next station.’

Een soort crosstrainer is dat, ik kan kiezen voor moeilijkheidsgraad 1, 2 of 3. Ik kies 2.

‘Zou ik hier anders mijn sportschoenen in de kast kunnen achterlaten?’ vraag ik al trappende.

‘Nee’, zegt Romilla. ‘Dan heb ik hier morgen een kast vol schoenen.’

Eens in de maand wordt er gewogen en gemeten. Plechtig moment, dat voor iedereen nauwkeurig in het dossier wordt bijgehouden. In het begin keek ik ernaar uit, omdat ik wist dat ik goed bezig was. Nu zie ik er tegenop, vooral als Romilla het doet. Het liefst wil zij erna lang met je doorpraten over de resultaten. Of ik wel genoeg yoghurt eet, vraagt ze dan. Want misschien eten mijn eiwitten mijn spieren wel op.

Trudy handelt alles staande bij de weegschaal af, en ziet het altijd zonnig in. ‘Wat is hier gebeurd?’ vraagt ze als mijn bovenbenen een kwart centimeter geslonken zijn.

Het gewone gewicht is bijzaak. Het gaat om spiermassa, centimeters, vetpercentage. Voor hen die zich voor het eerst laten doormeten, gaat een wereld open. Hello Kitty, spijkerdun, staat gespannen op de weegschaal. Romilla licht de cijfers toe. Ik zie de paniek in de prachtig gewervelde rug van het meisje. Haar stem schiet omhoog: ‘Maar waar zít dat vet dan?’

Het zit er weer op. In de kleedkamer trek ik mijn rok aan, en mijn schoenen. Tegenover me maakt Susan Sontag zich klaar voor de strijd. Ze snoert haar sportbroek om haar middel aan.

‘Heb jij het idee dat het werkt?’ vraagt ze.

Eens in de maand wordt er ­gewogen en gemeten. Plechtig moment

‘Ja’, zeg ik. Stel je voor zeg.

‘Ik heb niet het idee dat het werkt.’

Ze heeft een moe gezicht, intellectueel moe.

En ze vervolgt: ‘Maar ik houd mezelf voor: als ik het niet zou doen zou het nog erger zijn.’

Ik vind het nog wel meevallen hoe ze eruitziet.

‘Ik eet te laat ’s avonds’, zegt ze.

‘En ik drink wijn.’ Ze kijkt me ernstig aan. ‘Romilla zegt dat wijn direct naar je buik gaat.’

‘Misschien moet je wat vroeger eten dan.’

Haar lange donkere haardos bindt ze samen in een staart.

‘Ik heb geen kinderen.’

Ik laat de portee van deze mededeling even tot me doordringen.

‘En ik kan niet maar één glaasje drinken.’

Ik zie haar opeens voor me, thuis.

‘Heb je geen partner?’ vraag ik.

Ze schudt het hoofd. ‘En dan zet ik de televisie aan, en kan ik zomaar een hele fles wegwerken.’

‘Ja’, zeg ik.

‘Ik heb ook geen werk.’

‘Dat je hier staat’, zeg ik. ‘Ik vind het sterk.’

Haar gezicht licht op. ‘Echt?’

‘Ja’, zeg ik. ‘Ik bewonder je.’