Werkloze WO'ers op de Arbeidsmarkt

AMSTERDAM - De Carrièreweek, een initiatief van studentenorganisatie ‘Make a Move’, werd onlangs in Amsterdam georganiseerd. Ruim vijfhonderd ambitieuze studenten maakten via workshops, presentaties en individuele gesprekken kennis met bedrijven als Coca Cola, Rabobank, Google en McKinsey. De studentenorganisatie hoopt met de Carrièreweek de ‘kloof tussen studenten en bedrijven te overbruggen’ en ondersteunt jongeren bij hun oriëntatie op de arbeidsmarkt. Het belang van dergelijke evenementen neemt toe naarmate de arbeidsmarkt steeds krapper wordt en het aantal afgestudeerde WO'ers steeds talrijker.

Terwijl veel bedrijven zich door de crisis zwoegen, op de rand van faillissement staan, personeel ontslaan en sollicitatiestops aankondigen, wordt de arbeidsmarkt maand na maand overspoeld met afgestudeerde WO'ers. In het vorige studiejaar waren er al ruim dertigduizend WO'ers afgestudeerd en naar verwachting wordt dit aantal overtroffen gedurende het huidige studiejaar. Tegelijkertijd is het werkloosheidspercentage onder afgestudeerde WO'ers in twee jaar tijd verdubbeld naar acht procent.

D e kloof die de Carrièreweek wil dichten tussen student en arbeidsmarkt is door deze ontwikkelingen niet meer dan een druppel op een gloeiend hete plaat. Er is een serieus probleem ontstaan. Het lijkt welhaast een taboe om pessimistisch te zijn over de baankansen van universitair geschoolden. De vraag is echter waar en bij wie de verantwoordelijkheid ligt om de kloof te dichten. En vooral: hoe kan er een brug worden geslagen tussen arbeidsmarkt en de werkloos thuiszittende WO'ers?

U it een onderzoek van Make a Move, uitgevoerd door de Intelligence Group, komt naar voren dat het selecte aantal deelnemers van de Carrièreweek positief gestemd is over hun kansen op de arbeidsmarkt. Van de ondervraagden verwacht 95% binnen zes maanden na afstuderen een baan te hebben gevonden en rond de 2647 euro bruto te gaan verdienen. Het merendeel van de deelnemers aan de Carrièreweek heeft een economische, bedrijfskundige of technische achtergrond en ambieert een baan binnen het bedrijfsleven. Bij het maken van hun studie- en carrièrekeuze lieten ze zich vooral leiden door hun perspectief op de arbeidsmarkt. ‘Ik had graag literatuurwetenschappen of kunstgeschiedenis willen studeren, maar waar had ik dan in hemelsnaam moeten werken?’, vraagt economiestudent Michael (26) zich af terwijl hij geduldig wacht op de bedrijfspresentatie van Randstad. Een groep omstanders luistert mee en grinnikt om zijn opmerking. In een andere zaal neemt high potential Lex (23) een slok van zijn koffie. Hij heeft zo een individueel gesprek met de recruiters van een bank en gebruikt de Carrièreweek vooral om zich te oriënteren op het bedrijfsleven. 'Je moet keihard knokken voor een topbaan en oriëntatie hoort daar bij. Het is een illusie om te denken dat je de enige bent met een indrukwekkende CV. Veel afgestudeerden uit mijn omgeving vinden het lastig om een baan te krijgen’.

M aurits (24) studeerde Europese Studies en toont zich vanuit een andere insteek kritisch over zijn kansen op de arbeidsmarkt. 'Het aantal studenten en afgestudeerden binnen de geesteswetenschappen neemt fors toe. Dit bemoeilijkt het vinden van een baan in sectoren die toch al niet bekend stonden om hun vraag naar nieuw personeel. Het is om deze reden ook wenselijk dat er vanuit Den Haag wordt ingegrepen en het aantal toelatingen binnen de geesteswetenschappen sterk wordt verminderd. Daarnaast’, vervolgt hij, 'zouden bedrijven en instellingen nadrukkelijk meer open moeten staan voor afgestudeerden uit de niet-economische, niet-technische hoek. De personeelsselectie van bedrijven is nog steeds te gefixeerd op technici, bedrijfskundigen en economen, terwijl mensen met een alfa of gamma achtergrond specifieke kwaliteiten herbergen die, frustrerend genoeg, worden genegeerd.’

D e personeelsselectie van bedrijven is alom vertegenwoordigd op de Carrièreweek. Een van hen is recruiter en management trainee Karel Raymakers van Unilever, één van de meest populaire bedrijven op de Carrièreweek. Hij verklaart dat de multinational zich bij haar zoektocht naar universitair geschoold personeel niet beperkt tot specifieke studieachtergronden, maar juist de persoon en zijn motivatie centraal stelt. 'Unilever is erg geïnteresseerd in mensen die zich naast hun studie hebben ontwikkeld. Nevenactiviteiten zoals een in het oog springende bijbaan, stage, bestuurs- of buitenlandervaring zegt vaak meer over een persoon dan zijn of haar specifieke studiekeuze. Afgelopen jaar hebben we bijvoorbeeld tientallen WO'ers met verschillende achtergronden aangenomen voor onze traineeships’.

H oe positief de gedachte achter de Carrièreweek ook is, het correspondeert niet met de alarmerende cijfers die de Universiteit Maastricht in 2012 publiceerde over werkloosheid onder afgestudeerde WO'ers. In de periode 2008-2011 steeg het percentage werkloze WO'ers van 4 naar 8 procent. Een groot gedeelte van hen is afgestudeerd in een studie die valt onder de maatschappij- en geesteswetenschappen (studies van het type Gedrag en Maatschappij, Taal en Cultuur). De roep om een oplossing wordt daarom steeds luider onder de studenten met een niet-technische, niet-economische achtergrond. Ze dreigen echter te worden vergeten en overstemd door het oorverdovende geschreeuw om beta’s: technici, vaklui en mensen met cijfermatig, economisch inzicht. Hoe komt iemand die afgestudeerd is in de alfa- of gamma-wetenschappen aan een baan, terwijl de sectoren die daarbinnen vallen massaal korten op hun uitgaven en personeel? Hoe speelt de overheid daar op in? Iemand omscholen die door recentelijk ingevoerd beleid ruim tienduizend euro moet betalen voor een tweede specialisatiemaster lijkt onzinnig. Met het beschuldigende vingertje wijzen naar afgestudeerden die (on)bewust voor een studie kozen die geen kansen biedt op de arbeidsmarkt lijkt op mosterd na de maaltijd. Het kwaad is dan al geschied. Een afgestudeerde WO'er zonder kans op de arbeidsmarkt is een werkloze WO'er. Iemand die niet alleen een probleem voor zichzelf heeft gecreëerd, maar ook voor de overheid. Het is toch immers niet zo dat de verdubbeling van het werkloosheidspercentage het resultaat is van verkeerde studiekeuzes, maar van overheidsbeleid binnen de context van een verslechterde economische situatie? Heeft zij daarom niet een verantwoordelijkheid te nemen ten aanzien van de werkloze WO'ers?

T weede kamerlid voor de VVD, Anne-Wil Lucas, en D66-kamerlid Paul van Meenen geloven niet dat de overheid de oplossing kan bieden voor werkloosheid onder bepaalde groepen afgestudeerden. Wel zouden studenten volgens hen meer informatie moeten hebben over het arbeidsmarktperspectief van een studie. Van Meenen ziet vooral oplossingen in een strenger selectieproces bij alfa-studies, terwijl bèta studies volgens hem extra moeten worden gepromoot. Lucas focust zich meer op de studiekeuzes van de student zelf. Ze vervolgt: 'de overheid neemt ongeveer 80% van de opleidingskosten voor haar rekening. Helaas hebben we de afgelopen jaren gezien dat veel studenten kiezen voor een 'leuke’ studie en zich te weinig afvragen met welke studie ze straks een goede baan kunnen vinden. Dat moeten we zien te veranderen. Het sociale leenstelsel helpt daarbij en zal bijdragen aan een verschuiving naar studierichtingen met een groter arbeidsmarktperspectief, omdat het terugverdienvermogen van een studie relevanter wordt. Daarnaast wordt het voor studierichtingen waar een overschot dreigt op de arbeidsmarkt mogelijk om de instroom te beperken’.

O pvallend is de ruime aandacht voor de weeffouten van het Nederlandse educatiesysteem. Minder aandacht wordt geschonken aan directe oplossingen voor het inkrimpen van het percentage werkloze WO'ers. Van Meenen stelt dat alleen bedrijven banen kunnen creëren, niet de overheid. De overheid kan het de werkgevers volgens hem wel makkelijker maken door lagere administratieve lasten en lagere belasting op arbeid te heffen. De vraag is echter of bedrijven wel de bereidheid hebben om banen te creëren ten tijde van economische krapte. Op de vraag of Unilever open zou staan voor een door de overheid geïnitieerd project, waarbij bedrijven worden verplicht en gesubsidieerd om meer stages en 'werkervaringplekken’ aan te bieden aan de steeds groter wordende groep afgestudeerden, reageert Raymakers met een zekere huivering. 'Alsof we studenten moeten aannemen omdat ze zielig zijn? Nee, een dergelijk project werkt verstikkend en zal de marktwerking verstoren. Unilever neemt bovendien al veel meer afgestudeerden aan dan andere grote bedrijven in Nederland’.

S tudent en overheid hebben een gezamenlijk belang in het reduceren van de werkloosheid. De overheid verliest forse belastinginkomsten, verspilt haar investering in studenten, verspilt denk- en werkcapaciteit, verliest productiviteit en werkt een zogenaamde braindrain in de hand, terwijl het wel opdraait voor eventuele uitkeringen en bijstand voor de afgestudeerden. Het is lastig, maar niet onmogelijk, om het huidige aantal werkloze, afgestudeerde jongeren zo snel mogelijk aan een baan te helpen. Een blik over de landsgrenzen heen leert bovendien dat met enige creativiteit, bereidwilligheid en pragmatisme er al veel mogelijk blijkt.

I n China constateerde men dat zo'n 30% van de jaarlijkse lichting afgestudeerden werkloos thuis zit. Alle pragmatische registers werden vervolgens opengetrokken om dit percentage in te dammen. Zo werden er stageprogramma’s en inhouse trainingen voor één miljoen afgestudeerden gecreëerd en promootte de regering ondernemerschap onder studenten door een nationale ondernemerschapcompetitie. Frankrijk vergrootte de financiering van stageplekken bij bedrijven en breidde het aantal on-the-jobtrainingen uit. Om de aansluiting tussen universiteit en arbeidsmarkt gemakkelijker te laten verlopen, koos de regering voor een pakket aan subsidies en bonussen voor bedrijven die studenten de kans geeft om werkervaring op te doen. Australië heeft een soortgelijk systeem en geeft deelnemende bedrijven zelfs een voorkeursbehandeling bij overheidsgefinancierde infrastructuurprojecten. Nog niet genoeg inspiratie? In Canada kent men een soort gildenstructuur. Canadese jongeren die in een bepaalde sector willen werken, moeten aan specifieke kwaliteitsvereisten voldoen. Tegelijkertijd krijgen zij volop de kans om zich binnen bedrijven te profileren. In dit voorbeeld gaat het om ambachtsberoepen. Waarom zou dit niet voor universitair geschoolde jongeren kunnen gelden?

D e internationale voorbeelden laten zien dat het mogelijk is om door middel van een publiek-private samenwerking de kloof tussen arbeidsmarkt en afgestudeerden te kunnen verkleinen. In navolging van het Midwinteroverleg zou het kabinet er dus goed aan doen om verder te polderen met werkgevers, vakbonden, universiteiten en studenten over deze thematiek. Ons land kan het zich niet permitteren om in tijden waarin het financiële kapitaal wegvloeit het denkkapitaal van de toekomst te verwaarlozen. De boodschap is duidelijk: Make a Move!


Guido van Gorp was werkzaam in de industrielobby in Brussel. Hij volgt momenteel een postmaster dagbladjournalistiek aan de Rotterdamse Erasmus Academie.