Werkplaats

Luc Devoldere, Lucifers bij de brand. € 24,90

Het belangrijkste boek van het afgelopen jaar: Du musst dein Leben ändern (Suhrkamp) van Peter Sloterdijk. Mooiste boek: ex aequo Portret 1989-2009 (Lannoo) van Stephan Vanfleteren, zwart-witfoto’s die het gladstrijkersverbond van nepfotografen te kijk zetten, en Het bedrogen oog (De Harmonie) van Nicolaas Matsier over de wonderlijkste trompe-l’oeils van de Oudheid tot nu. Sterk Nederlands proza: Sprakeloos (Prometheus) van Tom Lanoye, een hartstochtelijk eerbetoon aan zijn ouders, met name zijn moedige, tot het eind toneelspelende moeder.
Maar het boek dat ik hier speciaal op een voetstuk wil plaatsen is Lucifers bij de brand van Luc Devoldere, door niet één Nederlandse krant gesignaleerd, laat staan besproken, hoewel het het scherpzinnigste beschouwende proza bevat dat hier dit jaar is verschenen. Het boek is niet eenvoudig te classificeren. Het gaat om dagelijks bijgehouden geestelijke oefeningen – notities, observaties, overpeinzingen, mini-essays – in de zin van Paul Valéry. ‘Het boek als werkplaats’, noemt hij het in het Woord vooraf, geen dagboek, maar een commentaar op het leven, de dingen en de boeken.
Dat is een gevaarlijk genre, het gebrek aan structuur moet worden gecompenseerd door een hoog soortelijk gewicht van de afzonderlijke fragmenten. Dat lijkt de classicus Devoldere, erudiet als geen ander, moeiteloos te bereiken. Hij betoont zich een streng maar gevarieerd, origineel en precies stilist, wars van pathos en fraseologie, niettemin bewonderaar van Hugo Claus: van hem vertaalde hij bij wijze van hommage een van diens mooiste liefdesgedichten in het Latijn. Hij verstaat de kunst van het bewonderen, die ook altijd een vorm van verwerken en doorgeven is: zonder sentimentaliteit, klefheid of valse zelfverkleining dringt hij door tot het hart van een levenswerk, onder meer dat van Montaigne, Nietzsche, Cioran, Pasolini, Pavese, Marcus Aurelius, Yourcenar, Stendhal, Spinoza, Wittgenstein en Kees Fens.
Bij Fens’ dood: ‘Het blijft onvoorstelbaar dat een geest aan het werk plots stokt en uitdooft, en dat op die bladzijde in de krant – ja, zelfs in de krant – niets meer verschijnt dat afkomstig was van die wendbare, onvoorspelbare geest. (…) Niemand zal nog schrijven zoals Fens. (…) Het is om wanhopig van te worden.’ Maar juist wanhoop laat Devoldere niet toe. ‘Nec spe nec metu’ (‘hoop noch vrees’) luidt zijn stoïsche, aan Filips II ontleende levensmotto, des te scherper zijn de observaties waarmee hij zich inlaat met ook de meest troosteloze en uitzichtloze aspecten van het eigentijdse bestaan.

Luc Devoldere, Lucifers bij de brand. Atlas, 240 blz., € 24,90