Intensive Care 3 a.m.

Werkvisites van De Dood

Mooie ruismomenten, dat is een karakteristiek begrip in het oeuvre van Carina Molier. Toneel als het zorgvuldig sprokkelen van momenten van pure schoonheid is niet haar piece of cake. Het leven zit vol ruis, toneel mag dat ook hebben.

WE ‘ZWEVEN’ om de muren van het denkbeeldige ziekenhuis heen en kijken door het raam van een eenpersoonskamer op de afdeling intensive care. Daar is een klein half uur eerder een man gestorven, gewassen en afgelegd. 'Afleggen’ is een woord dat volgens Van Dale negentien betekenissen heeft, een daarvan is 'het lichaam van een gestorvene bekleden met een doodsgewaad’. Na die handelingen is het lichaam met een laken bedekt. Dan komt de moeder van Iris, een jonge leukemiepatiënte in kritiek stadium van chemotherapie, die kamer binnen. Ze is weggevlucht van de pijn van haar dochter, ze is zo'n moeder die 'er’ steeds 'bij’ wil zijn, maar ook een moeder met een pijnlijk talent voor de verkeerde teksten op het foute moment en een zeldzaam gebrek aan tact. Nu loopt ze de sterfkamer in, ziet de roerloze gestalte onder het laken en kan haar nieuwsgierigheid niet bedwingen.
Actrice Mieneke Bakker is op de set, ik sta buiten het decor en kijk haar door het raam recht in het gezicht wanneer ze deze tekstloze scène speelt, eigenlijk een reeks achter elkaar geschakelde beslissingen met een vraagteken. Is dat een dooie? Wie is het? Even kijken misschien? Van wie is dat portret op het nachtkastje? Mag ik hier iets doen? Mag ik iets kleins veranderen?
Minutieus - ook zo'n prachtig uitgestorven woord, dat betekent: 'tot in de kleinste onderdelen afdalend’ - zie je de toneelspeelster stap voor stap zoeken naar wat haar personage intuïtief al weet. Ik kijk samen met nog enkele toeschouwers op aanraakbare afstand hóe ze dat doet. De afloop voelen we aankomen, we observeren het verloop. Elders op de set overheerst een teringherrie, soort feestje, op de grote schermen is wat wij hier meemaken helemaal niet te zien. Dát we het zien is stom toeval en ook weer niet, want resultaat van permanent blíjven wandelen rondom de set en het zich daar ontrollende drama.
Welkom in de zeldzaam geconcentreerd geënsceneerde toneel- en beeldwereld van Carina Molier. Welkom ook in Intensive Care 3 a.m. in het geheel voor deze gelegenheid verbouwde en verspijkerde Derlon Theater in Maastricht. Dat theater herbergt een zaal van 35 bij vijftien meter en 6,5 meter hoog. Bij binnenkomst ziet het publiek meteen dat de tribune (voor tweehonderd mensen) eruit is gehaald en vervangen door een soort Big-Brother-huis, een geheel opengewerkte interieurconstructie met overal camera’s, voorstellende een ziekenhuisafdeling voor intensieve verpleging. Aan een lange smalle gang zien we een ontvangstruimte met balie (plus de mengtafels van de beeld-, geluid- en lichttechnici, die we op de vingers kunnen kijken), een behandelkamer en drie patiëntenkamers, eentje voor een patiënt die van geen ziekte wil weten, de middelste voor een spoedopname, daarnaast ligt de 21-jarige Iris. Als we daar omheen wandelen, zien we een bredere gang, uitlopend op een balie, een ontvangsthal en een kantoorachtige ruimte, naast een trappenhuis met overloop naar enkele bovenruimtes, waaronder de werkkamer van de chef-de-clinique.
De gebeurtenissen in die bovenruimtes nemen we waar via schermen die deels de wanden van die ruimtes zijn. Aan de uiteinden én tegenover de lange smalle gang met de patiëntenkamers zijn grote publieksruimtes gebouwd, waar je even kunt gaan zitten. Er wandelen gedurende de twee uur durende voorstelling maximaal zo'n honderd toeschouwers rond. Het eerste ruime kwartier is er de verwarring die hoort bij een dergelijke voorstelling: je krijgt als publiek simultaan én achter elkaar geschakeld brokstukken van een vertelling voorgeschoteld, waarin een paar feiten vast staan. De pr-mevrouw van het ziekenhuis, Paula, heeft een filmploeg (regisseur, assistente, twee cameramannen) toestemming gegeven om in de kliniek materiaal te draaien voor een documentaire. Brian, chef, internist en oncoloog, is vooraf niet op de hoogte gesteld, waardoor de film op voorhand onder spanning staat, een spanning die midden in een turbulente nacht, zo rond drieën, fataal ontploft. De chemotherapie voor Iris’ leukemie bevindt zich in een kritiek stadium en slaat onvoldoende aan, in haar buurt zijn steeds haar moeder en haar vriend Meysam en de camera’s komen ook nogal vaak langs, wat extra spanning geeft. Bij Jan-Kees, een patiënt met darmkanker, zijn uitzaaiingen geconstateerd, hij steekt zijn kop in het zand van zijn werk en heeft van de patiëntenkamer een kantoor gemaakt. Bij hem in de buurt zijn steeds zijn vrouw en zijn zoon. Leo, een midden-zeventiger, die we al vooraf aan de voorstelling uiterst moeizaam in het café zagen rondscharrelen, is binnengebracht met prostaatklachten die veel ernstiger blijken dan aanvankelijk leek. Hij is alleen, weduwnaar.
Midden in de voorstelling wordt Butros, een twintigjarige Syriër, via de spoedeisende hulp binnengebracht met een zware mescalinevergiftiging, waarschijnlijk een overdosis. Dat zijn tijdbommen die achter elkaar tot ontploffing worden gebracht dan wel in stilte imploderen. Er staan zeventien toneelspelers op de set, waaronder enkele vaste acteurs van Toneelgroep Maastricht en een flink aantal derde- en vierdejaarsstudenten van de Toneelschool aldaar, waar ook een van de twee cameramannen vandaan komt. De voorstelling is een onderdeel van het project Jonge Wilden voor aanstormend toneeltalent.

CARINA MOLIER (1959), die in de voorbije jaren meer actief is geweest als filmmaker dan in het theater, heeft met haar voorstellingen in de jaren negentig en aan het begin van deze eeuw een persoonlijke schriftuur ontwikkeld met eigenzinnige thema’s. Of het nu haar fascinatie betrof voor de leden van de band Velvet Underground, haar liefde voor de schrijver Godfried Bomans of haar interesse voor experimenten met drugs en performance, steeds opnieuw maakte ze voorstellingen als bezweringsrituelen voor angsten die ze tijdelijk (en niet alleen voor de duur van de voorstelling) tot de onze probeerde te maken. Zonder haar publiek met iets op te zadelen, zonder pretenties ook, met veel humor, zorgvuldig van timing en opbouw, en uitgevoerd met een virtuoze exactheid en een goed oog voor detail.
Tegen het einde van het tijdperk van Gerardjan Rijnders als artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam (1987-2000) maakte ze daar twee in het oog springende voorstellingen, Ruigoord I - de geboorte, over transcendentale ervaring toegespitst op reïncarnatie, en Ruigoord II - een virtuele dood, over het geënsceneerde sterven, met prominente rollen voor Rijnders zelf, Joop Admiraal, Hugo Koolschijn, Lotte Proot, Janni Goslinga, Celia Nufaar en Arie de Mol - die laatste is nu artistiek leider van Toneelgroep Maastricht en voornaamste producent van Intensive Care 3 a.m.
Regisseur Molier indertijd over de Ruigoord-voorstellingen: 'Wat de kijker te zien krijgt is een nagespeelde versie van het werkproces. Alles ligt precies vast, maar het moet de schijn hebben van een losse, spontane gebeurtenis. Daar worstel ik steeds mee: hoe bewaar ik de suggestie van chaos, met al die mooie ruismomenten, zonder dat het een troebele soep wordt? Zoals Patty Smith ooit zei: I want to express the inexpressible.’
'Mooie ruismomenten’, dat heb ik altijd een karakteristiek begrip in het oeuvre van Carina Molier gevonden. Toneel als het zorgvuldig sprokkelen van piekervaringen en momenten van pure schoonheid, dat is niet haar piece of cake, dat interesseert haar niet, dat doen anderen sowieso beter. Het leven zit vol ruis, toneel mag dat ook hebben. Maar het moet effectieve ruis zijn, tranches de vie die aan het leven ontfutseld worden. Chagrijnen typeren het werk van Carina Molier als een variant van reality-tv binnen het toneel, maar dat is aantoonbare onzin. De werkelijkheid wordt in haar voorstellingen altijd verhevigd, op de spits gedreven, naar de rand van een afgrond gejaagd, of juist vertraagd, verstild, uitvergroot, of even uit haar context gelicht.
Haar voorstellingen hebben een hoog documentair karakter, het zijn sterke tijdsbeelden, heldere portretten van mensen die haar intrigeren, krachtlijnen in het leven waar ze al zoekend de vinger achter probeert te krijgen, niet gepresenteerd als alwetend commentaar maar juist vanuit een nieuwsgierige kijk op de overlevingsdriften van mensen. Dat is in Intensive Care 3 a.m. niet anders.
Als de basisingrediënten voor de spanning zijn uitgestald, wordt er onder de simultaan gespeelde afzonderlijke scènes een traag opzwepend ritme gemonteerd, dat ons via casual crosstalk langzaam voert naar het bonkende hart van de nacht, het spookuur in het ziekenhuis, de rafelranden tussen waken, sluimeren en slapen, de kieren die de ingang vormen voor de werkvisites van De Dood. De mensen die waken bij de zieken verdwalen op die momenten in het pulserend territorium van hun grootste angsten en zweterigste toekomstvisioenen. Twee verpleegsters ontdekken langzaam maar zeker dat de juist binnengebrachte Leo Olthof (1939) veel zieker is dan iedereen aanvankelijk dacht. Hij sterft heel stilletjes, terwijl aan het ziekbed van de 21-jarige Iris in de kamer ernaast een paar relaties ontploffen. Dat alles, en veel meer, is zo zorgvuldig en tegelijk zo hoekig en rauw in beeld gebracht dat je als toeschouwer zelf je eigen nieuwsgierige camera wordt, gretig inzoomt en panoramashots maakt.
Er wordt door in het toneelspelersvak getrainde vaklui als Hans Trentelman (oncoloog), Hans van Leipsig (darmkankerpatiënt), Ingrid Wender (pr-vrouw) en Ger Mendel (stervende) op het scherp van de snede gespeeld. Ze worden omringd door prachtige jonge talenten van de toneelschool, zoals Stefanie van Leersum (Iris), Saman Amini (Meysam, de vriend van Iris), Majd Mardo (de mescalineslikker Butros), en Abudullah El Baoudi (in de rol van de filmregisseur Shariff). Speciale vermelding verdienen het onheilspellende geluidsdecor van Gary Shepherd en de twee vinger- en voetvlugge camerajongens Klaas Boelen en Martijn Klink. De achtergronden van alle personages zijn te volgen op een speciale website, www.intensivecare3am.nl, waarop je ook door de set kunt bewegen.
De voorstelling kan vooralsnog niet reizen en is dus alleen in Maastricht te zien, en ook nog maar kort. Ik zou zeggen, jury van het Theaterfestival, directie van het Holland Festival, spring in uw snelle bolides en zorg dat u erbij bent. Intensive Care 3 a.m. verdient in 2012 een reprise in de Randstad.


Derlon Theater, Plein 1992 nr. 15, Maastricht, 2 t/m 6 november, 20.30 uur (zondagmatinee om 16 uur), 043-3503050, www.toneelgroepmaastricht.nl (2 en 4 november zijn al uitverkocht)