Werkvloer

De enige keer dat ik zelf op de televisie figureerde, geinterviewd door Mieke van der Wey (toen nog de Amsterdamse zender AT5), werd me gevraagd in hoeverre leraarschap en stukjesgeschrijf elkaar beinvloedden. Ik wist dat zo gauw niet maar kon nog wel ophoesten het prettig te vinden niet met maar een ding bezig te zijn. En voegde toe dat het er drie waren omdat ik ook huishouden en kinderverzorging bedreef respectievelijk had bedreven. Niet licht vergeet ik de meewarige blik van mijn charmante ondervraagster: ik had een wel lollige, zij het wat calvinistische peer geleken maar ontpopte me plots als softe zeikerd - de mannenbeweging in vermomming want zonder pastelkleurige tuinbroek.

Zelf was ik ook verbaasd dat dat huishouden plots opwelde, want was het in een ver verleden punt van strijd tussen mijn gade en mij en later een idem punt tussen mij, bekeerd, en een onwillige buitenwereld, de discussie erover lijkt maatschappelijk sterk geluwd en bij ons thuis was hij niet-bestaand. De taken waren verdeeld, het kind de deur uit en als je welke interviewgast dan ook naar zijn werk vraagt, bedoel je niet dat hij uitlegt dat hij ’s morgens thee heeft gezet, haren uit de afvoer heeft gepeuterd en de lakens verschoond. Behalve natuurlijk wanneer ‘hij’ een vrouw is die strijdbaar uitlegt dat door thee, haardotjes en lakens er minder meesterwerken uit haar handen en die van vrouwen in het algemeen komen.
Hetgeen nagenoeg volledig klopt. Nagenoeg - omdat de kwaliteit van werk niet volledig, wel deels wordt bepaald door de beschikbare tijd. Dat het de kwantiteit beinvloedt weet ik maar al te goed. Enerzijds houd ik overeind dat ik mijn twee soorten publieke arbeid met meer plezier deed omdat ze niet mijn enige bezigheden waren en het geklooi met kind en in huis ontspannend werkte, anderzijds kwam dat geklooi meer voort uit een combinatie van een op haar rechten staande partner en een besef van gerechtigheid, dan uit een diepgevoelde behoefte tot reiniging van huis en haard en zorg voor de reproduktie van deszelfs bewoners. Het hield me soms af van leuker dingen en van de drie 'banen’ is het de enige die me gegarandeerd tot waanzin zou drijven als ik ertoe werd veroordeeld de andere twee te laten vallen. Zeker is dat carriere en huishouding op gespannen voet staan, dus was mijn lage ambitiegehalte een uitkomst in ons 'moderne’ huwelijk. (Is postmodern dat alle dienstbaarheid gehuurd wordt?)
Deze overpeinzing door twee aanleidingen. De eerste een stuk in de Volkskrant over de feministische generatie en haar dochteren. Aardig, maar ik besefte ook dat langzamerhand meer te lezen is over 'de modelfunctie van Madonna’ en 'mode als uitdrukking van levensgevoel’ dan over de werkvloer waarop de strijd der seksen zich afspeelt: wie ontstopt de afvoer en wie gaat naar de supermarkt? De ander dat ik op mijn zondagochtendse vier kilometers door het Vondelpark een nouveaute zag: man die in fraaie sportoutfit hardlopend zijn kindje in wandelwagentje voortduwde. Dus interpreteerde ik: moeder eist tijd en ruimte - vader combineert plicht en genot. Voor boze lezeressen: de kleine had dolle pret. Waarschijnlijk loopt zijn moeder langzamer.