Werkvloer (2)

Zie ik een jogger die zijn peuter in een wagentje voortduwt, verbind ik er gedachten over ‘s mans huwelijk en de stand van de emancipatie aan (zie vorige week). En maalt er zoveel door de kop dat deel twee zich opdringt. Mijn studenten worden steeds jonger. Dat denk ik natuurlijk omdat ik steeds ouder word maar het is ook objectief waar: de gemiddelde leeftijd in de propedeuse is gedaald en via zestien-, zeventienjarigen krijg ik de groeten van hun moeders die nog bij ons gestudeerd hebben. Zij het dat die heel wat ouder waren toen ze in de bankjes zaten. Wat weer niet gek is omdat juist vrouwen destijds een inhaalmanoeuvre verrichtten. Het betreft de sociale sector, ooit met woningopzichteressen begonnen als vrouwenterrein, in de jaren zeventig door mannen geinfiltreerd vanwege de maatschappelijke mogelijkheden en pretenties, en inmiddels, met gedaalde status, weer hoofdzakelijk meidengebied.

Toch is er veel veranderd. Van de meisjes met wie ik, jaren vijftig, geschiedenis ging studeren haalden er weinig het doctoraal, wat niets met vermogens en alles met huwelijken te maken had. Vaak was dat niet bedoeld en gevolg van hoe dingen nu eenmaal lopen - maar optelsom van individuele geschiedenissen mondt uit in statistiek die sociale verhoudingen blootlegt. Soms was het opzet en werden studiestad en studentenvereniging mede door ouders uitgekozen met het oog op geschikte partners. Vertel ik dat nu, dan ontstaat in de collegebanken hilariteit: niets ontbreekt het mijn pupillen aan het ewig Weibliche maar ze zitten daar om een vak te leren en dat uit te gaan oefenen. Ook als maar een klein deel zichzelf als ‘feministisch’ ziet. Dus gaan de meesten het vaak niet langer als politiek ervaren of benoemde gevecht om de taakverdeling tegemoet. En ik dacht aan het onze. En herinnerde me een centraal punt. Omdat ik voornamelijk aardige en redelijke vrienden heb, kwam het weinig voor dat de legitimiteit van de partnereis ter discussie werd gesteld. Natuurlijk waren wij van harte bereid boodschappen te doen - dus of de ander maar wilde zeggen wat we moesten halen. En schoonmaken? Ook geen punt: zeg maar wat. Bij dat laatste kwam de complicatie dat de troep- en vuiltolerantie van mannen hormonaal bepaald leek, want die bleek beduidend hoger dan die van de geliefden.
Verwant daarmee nachtelijk gehuil van de kleine. Om de beurt het bed uit is gerechtigheid. De praktijk hield in dat zij wakker werd en in toenemende woede wachtte tot hij het zou horen. Tot hij het bed werd uitgetrapt, in halfslaap de baby verschoonde en in tevreden gesnurk verviel terwijl zij tot het ochtendgloren de adrenaline voelde razen.
Moederinstinct? M'n neus: het draait om verantwoordelijkheid. Die je niet leert maar voelt. Al valt dat voelen te leren. Ik ken de stand van zaken op dit terrein niet. Je hoort er ook minder over. En complicatie is dat de soften onder ons niet de meest begeerde partners zijn. Andere complicatie: ooit schreef Hedy d'Ancona in De Groene dat alle taken tussen de geslachten verdeeld dienden. Ze schreef er niet bij dat dan geen van beiden minister kan worden.