IN HET DONKER Als niemand het ziet

Werkwoorden met guerrilla ervoor

Tuinieren en breien kunnen een pacifistisch oorlogje zijn, iets vrolijks en positiefs.

ER IS een tijd geweest dat ik voornamelijk in het donker leefde. Overdag bleef ik in bed, ging ik niet naar colleges, en eten deed ik ook niet veel. Het was een tijd waarin de telefoon nog tamelijk apart was, zeker als je studeerde, en lang niet iedereen had er één. Ik zeker niet. Als ik wat schrijven moest gebruikte ik mijn Triumph Tippa. Dat schrijven, brieven, deed ik als het donker was. Drinken en naar buiten gaan deed ik als het donker was. De nacht duurt in de winter veel langer dan in de zomer. Het was herfst en winter. Overdag waren mensen mij te heftig, auto’s te snel, bomen te ritselig en neerslag te beangstigend. Ook wilde ik overdag niet drinken en pas na een paar glazen Campari kon ik de mens die tegenover of naast me zat aan. Veel later begon ik te beseffen dat ik me het best voelde als ik andere mensen in bed wist. Dat ik me overdag veel te veel afvroeg. Waar ging iedereen heen? Wat wilden al die mensen? ’s Nachts was ik min of meer alleen, bewust alleen, zelfs als ik met anderen in een late kroeg zat.

Nu vind ik het overdag ook allemaal wel best, al heeft mijn lichaam nog steeds een herinnering aan die nachttijd. Inslapen blijft een ingewikkelde gebeurtenis en als ik niet gericht met iets bezig ben, vind ik het helemaal niet erg om ’s ochtends niet om acht uur op te staan. Allemaal inleiding, het voorgaande. Ik wil het hebben over werkwoorden met ‘guerrilla’ ervoor. Dat zijn over het algemeen bezigheden die zich ’s nachts afspelen, in Nederland dan, en simpelweg om die reden en mijn verleden voel ik daar grote affiniteit mee. Er bestaat in de stad waar ik woon zoiets als guerrillatuinieren. Het uit de eigen stadstuin verwijderen van struiken of vaste planten en die dan, als niemand het ziet, overpoten in de plantsoenen. Als niemand het ziet betekent vaak midden in de nacht. Soms ingegeven vanuit een volle groenbak, soms - en dat is het échte guerrillatuinieren - omdat mensen het met opzet doen om het stedelijk groen te verfraaien en meer divers te maken. Het is verboden; je mag niet zomaar van alles in een plantsoentje zetten. In het woord 'guerrilla’ - verkleinvorm van guerra, 'oorlog’ - zit het betekeniselement 'ongeregeld en inheems’ en dat doet mij het woord gebruiken. Kijk maar eens rond, overdag, in door de gemeente onderhouden groenzones. Altijd staat er wel iets tussen waarvan je denkt: hoe komt die hosta of buxus hier nou terecht? Je zou trouwens het in de geestgronden door bollenrapers moedwillig over de sloot gooien van tulpen- en narcissenbollen, die dan terechtkomen in het talud van de spoordijk, ook guerrillatuinieren kunnen noemen. Dat gebeurt trouwens alleen overdag.

Sinds kort is er een nieuwe, zij het nog voorzichtige rage, die ik hierbij guerrillabreien doop. De mensen die het doen spreken zelf van wildbreien. In Amerika doen ze daar al langer aan, knit graffiti of yarn bombing heet het daar en er is natuurlijk al een website die knit happens heet. Onthaasten. Maar dan een stapje verder: eerst thuis of in groepsverband (er ontstaan steeds meer zogenaamde Stitch & Bitch-clubjes) breien en vervolgens guerrilla voeren op de straat. Brugleuningen lekker warm inpakken, standbeelden van beenwarmers voorzien, brievenbussen behaaglijk inmoffen, van zo'n typisch Amsterdams paaltje een vliegenzwam maken. Het mooist is het natuurlijk als onder dekking van de nacht zoiets gebeurt. Dat de mensen die ’s ochtends vroeg naar hun werk fietsen ineens een geheel ander standbeeld zien dan de dag ervoor. Ik heb er de gemeenteverordeningen niet op nageslagen, kan me voorstellen dat guerrillabreien net zo verboden is als guerrillatuinieren. Ook vandaar het in de nacht verfraaien van dode objecten. Het is allemaal goedmoedig, het is een pacifistische guerrilla die gevoerd wordt, het is iets vrolijks en positiefs. Heel anders dan die nachtperiode die ik ooit gehad heb. Onbegrijpelijk eigenlijk dat ik in die dagen niet op dit lumineuze idee gekomen ben. Nou ja, onbegrijpelijk: ik kon simpelweg niet met pennen en wol overweg. Aan guerrillatuinieren deed ik altijd al groenhartig mee en nu ga ik zeker leren breien.