MUZIEK-THEATER

Wervelend muziekweekend

25 jaar Stopera

De Stopera mag dan nog steeds niet helemaal mijn lievelingsgebouw zijn, als er als publiek een feestelijke zwerm kleine balletmeisjes over de trappen zweeft, langs felgekleurde beesten van Karel Appel, fraaie operakostuums en schitterende balletjurkjes, die daar zijn tentoongesteld vanwege het feestweekend bij het 25-jarig bestaan van het gebouw, dan ga ik ook een beetje mee-zweven.
Ook en vooral door het programma. Niet alles was geslaagd, maar heel veel wel, bijvoorbeeld het allergrootste spektakel: Yes, We Can Dance. Dansers van Het Nationale Ballet dansen het strakke, soms boze ballet Symfonieën der Nederlanden van choreograaf Hans van Manen op muziek van Louis Andriessen uit 1987. Het staccatoritme wordt overgenomen door negen heel verschillende amateurdansgroepen, van kungfu en flamenco tot Turkse volksdans, Chinese draken en streetdance. Op het laatst is het door danser Ernst Meisner gecoördineerde schouwspel één enorm multicultureel statement: ja, die multiculturele maatschappij, die bestaat en kan ook nog geweldig leuk zijn.
Anderen houden het juist heel klein. In de bar naast de ingang wordt Mozarts Don Giovanni opgevoerd. Drie zangers, drie musici. Zerlina, net getrouwd met Masetto, wordt op, voor en achter de bar verleid door barman Don Giovanni, een prachtig zingende en spelende jonge Russische bariton Iurii Samoilov. Twintig minuten genieten van drie uitstekende jonge zangers van de Opera Studio, geregisseerd door Janneke de Haan.
Een belangrijk aandeel in het weekend heeft de jonge regisseuse Lotte de Beer. Zij heeft de artistieke leiding van het geheel en bewerkte twee grote operaproducties voor jonge mensen en kinderen. Aïda (naar Verdi) vond ik opwindend, maar niet helemaal gelukt. Het idee om de vier hoofdpersonen door vier zangers, vier acteurs en vier dansers te laten vertolken is interessant, maar gaat eigenlijk in tegen de geest van De Nederlandse Opera, die juist laat zien dat - jonge - zangers vaak heel goed kunnen zingen, spelen en bewegen tegelijk. Toch was het geestig het verhaal van de zwarte slavin Aïda in het Egypte van de farao’s te laten voortkomen uit het zingen van de Triomfmars in het stadion en de rommel op een heel Nederlandse Koninginnedag, met heel veel sarcastisch oranje en rood-wit-blauw. De muziek blijft erg mooi, of je hem nu op een draaiorgel hoort of zoals hier door Holland Symfonia onder Otto Tausk. Cabaretière Minou Bosua maakt het als een vertellende hogepriester in verkorte vorm begrijpelijk en actualiseert het tot aan de laatste dag (‘Doe eens normaal, man - dat mag ik zeggen’). De Heerlense sopraan Kelly God zingt een prachtige Aïda en het verhaal van liefde, verraad en trouw ontroert op de een of andere manier toch.
Lotte de Beer bedacht ook een vrolijke aanpak voor Wagners Ring des Nibelungen, die dit overmatig sprookjesepos van vier avonden lang in honderd minuten voor kleine kinderen verteerbaar maakt en voor ouderen heel grappig en soms heel mooi. Een troep padvinders (kinderkoor De Kickers) is met hun twee akela’s (de wat karikurale Arent-Jan Lint en Anne Lamsvelt) verdwaald in het Rijnlandschap en raakt verstrikt in het verhaal van Wagners opera’s. Op een even ongerijmde als ingenieuze manier - en met behulp van het Woudlopershandboek uit de Donald Duck - maken ze het allemaal mee: het stelen van het Rijn-goud, de problemen van Wodan, de verbanning van Brünhilde, de geboorte en de dood van Siegfried en de ondergang van de oude Germaanse goden. Gek genoeg wordt het bizarre verhaal van verraad, diefstal, ontrouw, incest, lafheid en domme overmoed nu een stuk helderder dan in het origineel. Het helpt ook dat de onwaarschijnlijkheden luidop werden benoemd: 'Hoe kan dat nou?’, 'Wat raar!’, 'Jullie zijn gewoon op elkaar!’ Er zijn ontzettend veel kinderen door hun opa’s en oma’s meegenomen en ze mogen meejoelen alsof het om een gigantische poppenkast gaat. Ik vind het hele idee voor herhaling vatbaar. Als het niet elk jaar zou kunnen, dan misschien elke vijf jaar zo'n feestelijk en wervend muziektheaterweekend?