Burgemeestersverkiezingen in Berlijn

West-rood of Oost-rood?

De burgemeestersverkiezingen in Berlijn van aanstaande zondag staan in het teken van de strijd tussen Klaus Wowereit van de SPD en Gregor Gysi van de PDS. Of Berlijn een homo of een jood als burgemeester krijgt, hij zal hoe dan ook de failliete stad moeten redden.

Je moet toch wat, als christen-democraat na de ondergang. Berlijns vorige burgemeester, de CDU’er Eberhard Diepgen, zag zichzelf in de grauwe Oost-Berlijnse wijk Lichtenberg plotseling Lenin citeren. Hij sprak van kapitalisten die zelfs nog aan de strop willen verdienen waarmee ze worden opgehangen. Daarmee had hij de liberale concurrentie van de FDP op het oog. De lachende derde in Lichtenberg is Gregor Gysi, wiens democratisch-socialistische PDS er, naar verwachting, weer de helft van de stemmen binnensleept.

Voor de Christlich-Demokratische Union zijn de burgemeestersverkiezingen in Berlijn van aanstaande zondag een pijnlijke aangelegenheid. Vooral voor Diepgen. Onder zijn burgemeesterschap kwam dit jaar een aantal schandalen aan het licht die nu juist een zeer kapitalistische verstrengeling van politiek en bedrijfsleven betroffen. De fractievoorzitter van zijn eigen partij, Klaus Landowsky, had als bestuursvoorzitter van een hypotheekdochter van de Berlijnse Landesbank gigantische kredieten verleend aan bevriende projectondernemers voor het opkopen van veertienduizend Plattenbau-woningen. In ruil kreeg Landowsky een flink bedrag aan giften voor de CDU en voor zichzelf. Tegelijkertijd kwamen de miljardenverliezen van de Landesbank, de grootste financier van stadswerken, boven water. De «grote coalitie» van CDU en SPD viel. Maar de sociaal-democratische fractievoorzitter Klaus Wowereit had zich snel en handig van zijn coalitiegenoten gedistantieerd en mocht, tot de komende verkiezingen, een rood-groene minderheids regering gaan leiden.

De affaire-Landowsky was de zwanenzang van de typisch West-Berlijnse bestuurscultuur. Decennialang heerste in de door de geallieerden bezette enclave op DDR-gebied de macht van de dorpspomp: men deed maar wat. Het geld stroomde toch wel binnen. Bonn zorgde voor een onophoudelijke levering van subsidies, goederen en premies voor degenen die in de kapitalistische voorpost Berlijn wilden wonen.

De stad produceerde zelf nagenoeg niets. Ja, een swingend uitgaansleven, gestimuleerd door een politiek actieve voorhoede van kunstenaars, krakers en intellectuelen. Menig jonge man streek in Berlijn neer omdat je daar de dienstplicht mee ontliep. Maar het progressieve leven was de buitenkant: sinds 1975 heerste de CDU. Daarvóór was West-Berlijn een sociaal-democratisch bolwerk. Onder burgemeester Willy Brandt verwierf de SPD in 1963 zelfs meer dan zestig procent van de stemmen. Maar in de gewelddadige naweeën van 1968 ging er iets onherstelbaar fout voor de sociaal-democraten, en van de val van de Muur profiteerde de Berlijnse CDU nog eens extra.

West-Berlijn is inmiddels aangevuld met de voormalige hoofdstad der DDR. De stad is gepromoveerd tot Duitse hoofdstad en regeringszetel en ligt nu in het centrum van het nieuwe Europa. Daarbij heeft Berlijn de status van een deelstaat, een «Land», met een grote bestuurlijke autonomie. Dit alles stelt eisen aan zijn bestuur. Maar ook dit jaar wist Berlijns grote coalitie niet eens de helft van de uitgaven uit eigen middelen te bekostigen. En nu is de stad zelfs min of meer bankroet, mede dankzij het bankschandaal. De vele opgedroogde fonteinen symboliseren de armlastige situatie. Ondanks de komst van het Bonner regeringsapparaat staan honderdduizend woningen leeg. De meeste ambtenaren gingen liever in de Speckgürtel wonen, de groene zone om de stad. Bouwondernemingen gaan aan de lopende band failliet, ondanks de bouwbedrijvigheid in het nieuwe regeringscentrum. De werkloosheid is zelfs voor Duitse begrippen hoog — en niet alleen in de Oost-Berlijnse wijken.

Wie gaat de nieuwe hoofdstad redden? Bij zijn aantreden in juni van dit jaar sprak tijdelijk burgemeester Klaus Wowereit voor de camera’s de woorden: «Ich bin schwul, und das ist auch gut so.» Zijn homoseksualiteit moest maar niet via de roddelbladen bekend worden, vond hij. In de huidige SPD-verkiezingscampagne doet Wowereit het, met zijn charmante uitstraling, wonderbaarlijk goed bij vrouwen van elke gezindte — in «West». Na de aanslagen van 11 september profileert hij zich als de wijze staatsman in wiens armen je je veilig kunt voelen. Maar of deze Berlijnse Boris Dittrich de Oost-Berlijners aanspreekt? Een visie op zijn stad als scharnier tussen Oost en West heeft hij niet. In elk geval heeft Klaus Wowereit voor een gevleugelde uitspraak gezorgd: «En dat is goed zo.»

De nieuwe CDU-lijsttrekker Frank Steffel, een jonge ondernemer met de uitstraling van Balkenende, werd in de media gepakt op zijn onhandige uitspraak dat München «de geheime hoofdstad» en «de mooiste stad van Duitsland» is. Der Spiegel kopte: «Steffel mag München — und das ist nicht gut so.» Frank Steffel begaat blunder op blunder, tot aan racistische uitspraken toe. Al doet hij nog zo zijn best om de CDU-erfenis, een failliete stad, te verkopen als het «financieel rondom gezonde Berlijn», hij blijft de «Kummer-Kandidat» van een kansloze partij. De CDU mag blij zijn als ze zondag van 42 naar 30 procent zakt, en niet verder.

De liberalen van de FDP en de Bündnis-Grünen mogen blij zijn als ze de kiesdrempel halen. De FDP moet in dat geval hopen dat haar Hamburgse zuster niet ondertussen in een rechtse coalitie met de CDU en de rechtspopulisten van «rechter Genadeloos» Ronald Schill in zee is gegaan. Want dat maakt haar Berlijnse profilering als progressief-liberale coalitiepartner nogal ongeloofwaardig. En dan de Groenen — ach, de Groenen. Sinds die partij in de bondsregering zit, heeft ze bij alle verkiezingen verloren: wegens algehele koersloosheid. Nu is ze weer verdeeld over Duits militair ingrijpen tegen het internationale terrorisme, zoals de Bondsregering heeft bepleit. De roemruchte Grüne Daniel Cohn-Bendit strooide zout in de wonde door te roepen dat de grootste helft van de aanhang dit beleid zeer afkeurt. Het zal hem door zijn oude Frankfurtse kameraad, minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer, niet in dank zijn afgenomen.

In Berlijn haalden de Grünen bij de laatste verkiezingen, in 1999, nog negen porcent van de stemmen. De vraag is of de realo’s, die de Bondsregering steunen, weglopen, dan wel de pacifisten. In Berlijn wellicht allebei: de partij komt er namelijk met Sybill Klotz voor de dag. Klotz heeft zich voorgenomen niet aan de «mannelijke debatcultuur» mee te doen. Als de Oost-Berlijnse doctor in de filosofie haar mond al opendoet, komen er slechts bittere dampen uit. Het geestverwante dagblad die Tageszeitung schreef: «Die Berliner Grünen haben eine Klotz am Bein» — een blok aan het been.

Klaus Wowereit heeft eigenlijk maar één echte concurrent: Gregor Gysi. Als de burgemeestersverkiezingen een strijd tussen persoonlijkheden zou zijn, zou de intelligente, met humor bewapende Oost-Berlijnse advocaat winnen. «Kleen und mit feuer», staat op de mini-aanstekertjes die het Gysi-campagne team verspreidt: hun kleine, vurige jood. En de swingende website take-it-gysi.de lijkt, als enige partij-website, gemaakt om jonge kiezers te inspireren. Wowereit heeft het overgrote deel van de linkse Wessi’s achter zich, en Gysi van de linkse Ossi’s. Maar wie verovert het territorium van de ander?

Wowereit ligt voor, maar Gysi voert zijn offensief als de man voor álle linkse Berlijners overtuigender dan de regerende burgemeester. In Oost pareert Gysi, met een schuin oog naar de media, zelfs de verongelijktheid van zijn aanhang: «Ook drüben, in West, leven mensen die geen geld voor de opera hebben!» In het rode Wedding, een van de armste gebieden van de stad (West), staan ze voor hem in de rij. Een obstakel in West vormen zijn DDR-dialecten brabbelende campagnevoerders. Na Gysi’s publieke aanvaring met een ontactische Saks uit zijn team grapte de Berliner Zeitung dat de advocaat, net als zijn SPD-concurrent, maar gewoon voor zijn «zo-zijn» moest uitkomen: «We wachten op de PDS-campagne Mein Freund ist Sachse, und das ist gut so».

Het is het grootste blok aan Gysi’s been: zijn partij. De Genossen van de PDS hebben niet een fractie van de geloofwaardigheid van hun voorman. «Maar herr Gysi, u bent toch niet pds?» hoort de lijsttrekker vaak. Met name het pacifisme dat de PDS na 11 september zo strijdbaar belijdt, zou weleens meer stemmen kunnen kosten dan opleveren. Daarbij helpt de politiek-correcte oproep van de partijleiding om anti-Amerikaanse leuzen even achterwege te laten vermoedelijk weinig. Joachim Gauck, die de afgelopen tien jaar de Stasi-akten formeel beheerde, mocht in Der Spiegel een negatief stemadvies tegen de PDS formuleren: «Tachtig procent van de PDS-leden waren SED-Genossen, die tegen de militarisering van hun maatschappij weinig ondernamen.» Integendeel. Gauck noemde de financiële erfenis van de Berlijnse CDU een «kou tje» vergeleken bij de «tuberculose» die de PDS met zich meedraagt.

Daar staat tegenover dat de PDS als enige partij een visie heeft op de rol van de stad als middelpunt van het nieuwe Europa. In zijn «Berlijnse rede» van vorige maand ontpopte Gysi zich als een ware bruggenbouwer tussen Oost en West. Het moest maar eens afgelopen zijn met die «provinciale benauwdheid en zelfgenoegzame vervilting»: Berliner, schaut auf diese Welt! Hij speelde hoog spel: de «Berlijnse rede» is voorbehouden aan Duitse presidenten op bezoek in de stad. Of het hem helpt? Afgelopen zondag, een week voor de verkiezingen, wist zowat de helft van de Berlijners nog niet op welke partij ze gingen stemmen. Lokale thema’s scoren het beste.

De SPD zal wel als grootste partij uit de Urnengang te voorschijn komen — eindelijk weer. Klaus Wowereit wil het liefste verder regeren met een Ampel-coalitie, een stoplichtregering met geel (FDP) en groen. Als die formatie mislukt, zou Gregor Gysi weleens senator kunnen worden in een rood-rode coalitie. Zijn laatste slimme zet: als contractonderhandelaar wist hij dirigent Daniel Barenboim voor Berlijn te behouden.