Westen kijkt toe

Eerst, een paar maanden geleden, heeft het Westen zich volstrekt door de Arabische revolutie laten verrassen. Niemand, zelfs niet de meest visionaire deskundige, heeft eind vorig jaar ook maar een vermoeden geuit dat het nu met de Tunesische en Egyptische dictators voorgoed gedaan is, dat in Libië een burgeroorlog woedt, in Syrië op gezag van Bashar al-Assad dagelijks bloedbaden worden aangericht, in Jemen en Bahrein de regimes wankelen. Geen inlichtingendienst heeft die geweldige volksbeweging voorzien, geen WikiLeaks heeft er toespelingen op gemaakt. Gezien de gigantische problemen die deze uitbarsting van de lente veroorzaakt, dienen we, dunkt me, onze geheime diensten eens krachtig te reorganiseren. Om te beginnen.
Nadat duidelijk was geworden dat we hier te maken hebben met een historische beweging, vergelijkbaar met de ineenstorting van het sovjetrijk in 1989, ligt het voor de hand dat we ons afvragen hoe we die kunnen bevorderen. Maar misschien, afgezien van de historische betekenis, gaat iedere vergelijking mank. Tegen het einde van de jaren tachtig werd het steeds duidelijker dat het sovjetrijk aan zijn eigen economische zwakheden en organisatorischeachterstand ten onder zou gaan. In Amerika werd de discussie beheerst door de vraag hoe a soft landing from the Cold War moest worden bereikt. Gelukkig was daar Michael Gorbatsjov, die na een overgangstijd van glasnost en perestrojka zich bij het onvermijdelijke neerlegde. Noodzaak tot militair ingrijpen was er voor het Westen niet. De Arabische wereld heeft geen Gorbatsjov.
Het Westen kan zich tegenover de Arabische massa’s in opstand wel schuldig voelen, omdat het met de bedreigde of afgezette dictators in ruime mate heeft gepacteerd. Ook met Kadhafi, die we ertoe in staat hebben gesteld zich van terrorist tot olieleverancier te ontwikkelen. Door de revoluties zijn de tijden plotseling radicaal veranderd. Maar wat zou het Westen dan onder deze nieuwe omstandigheden moeten doen? Op de ouderwetse manier militair ingrijpen? Na de ervaringen in Afghanistan en Irak heeft de hele publieke opinie in Amerika en Europa genoeg van dergelijke avonturen, en terecht. De praktijk heeft bewezen dat we ons op deze manier in uitzichtloze landoorlogen begeven. En de toestanden die daaruit zouden ontstaan, zouden bovendien contraproductief werken omdat ze zouden doen denken aan het koloniale tijdperk dat een halve eeuw geleden in het Midden-Oosten is afgesloten. We blijven voor de Arabieren verdacht.
Er is voor ons nog een reden tot enig zelfonderzoek. Sinds een paar decennia wordt het imago van de Arabische wereld hier in toenemende mate vereenzelvigd met dat van het islamisme, het moslimterrorisme, de sharia, godsdienstige onverdraagzaamheid zo genadeloos mogelijk in de praktijk gebracht. Na alle ervaringen met de Taliban, de absolute terreurdaad van 9/11, de foto van het Afghaanse meisje met de afgesneden neus op het omslag van Time is dat geen wonder. In het Westen wordt deze systematische middeleeuwse wreedheid politiek geëxploiteerd. Een naamloze dominee uit Florida wordt opeens wereldberoemd nadat hij een exemplaar van de koran heeft verbrand, waarna Afghaanse fanatici een paar westerlingen doodschieten. Er wordt niets mee opgelost, maar voor een deel van de publieke opinie wel bevestigd dat alle moslims onmensen zijn.
Intussen is de anti-islam in veel westerse landen een stevige grondslag voor invloedrijke politieke stromingen geworden. In Frankrijk mag geen boerka meer worden gedragen. In Duitsland heeft de ex-bankier Thilo Sarrazin met zijn boek Duitsland heft zich op een geweldige bestseller geschreven. Nederland is in afwachting van wat de film Fitna II zal brengen en of daarmee eindelijk het probleem van de islamisering zal zijn opgelost. Intussen blijven we elkaar in razernij te lijf gaan over de vrijheid van meningsuiting.
Is deze Arabische revolutie ook zo'n bewijs van de triomf der islamisering? Nee, integendeel. Daar zijn de massa’s in opstand gekomen om te eisen wat in de westerse democratieën tot de rechten van iedere burger hoort: politieke vrijheid, arbeid, een redelijke mate van welvaart. De opstandelingen bedienen zich van de modernste westerse middelen: Twitter, Facebook, ze kijken naar de televisie van Al Jazeera. De massa’s zijn draadloos en digitaal gemobiliseerd. Ook deze ontwikkeling, een pure verwestering, is in het Westen door niemand voorzien.
Onze begeleiding van de Arabische revolutie toont niet alleen onze betrekkelijke machteloosheid, maar heldert misschien ook een paar misverstanden op. Niet wij worden hier geïslamiseerd; de Arabieren zetten nu de volgende stap in het proces van verwestering. Maar ze doen dat in samenlevingen die een aanmerkelijk andere structuur hebben en die ook hun coherentie ontlenen aan de bindende kracht van de godsdienst. De politieke emancipatie verloopt traag maar onweerstaanbaar en is vol risico’s. Het is een onbevredigend drama, maar veel beter kan het niet.