Essay: Tien jaar na de apartheid

Westerlingen, de aarde schudt

Tien jaar geleden werd Zuid-Afrika een democratie. Een waarheidscommissie moest zorgen voor verzoening tussen onderdrukten en onderdrukkers. Voor het Westen is die Afrikaanse vergevingsgezindheid te verfijnd om te begrijpen.

Dit jaar viert Zuid-Afrika het tienjarig bestaan van de democratie. Het land wordt overspoeld door buitenlandse journalisten, filmmakers, schrijvers en academici, die het Tien-Jaar-Democratie-verhaal gaan vertellen. Men probeert niet cynisch te doen over hun enthousiasme.

Uiteraard doet niets het journalistieke hart sneller kloppen dan een aan flarden gescheurd wonder, een valse verzoening. Toon het bedrog! Ga naar de armsten der armen en stel de holle praatjes van de nieuwe zwarte elite en het racistische Afrikaner tuig aan de kaak. In plaats van kritische vragen te stellen over Amerika en de Europese Unie is het eenvoudiger om naar Afrika te vliegen waar de goeieriken nog steeds goed en de slechteriken nog steeds slecht zijn. Vooral als het weer mooi en de wijn geurig is.

Het afgelopen jaar zijn velen van ons, belangrijke en onbelangrijke Zuid-Afrikanen, onophoudelijk gevraagd voor interviews en discussieprogramma’s. Ik herinner me dat ik zat te wachten op een interview met een Iers radiostation in het fraaie hotel waar Bill Clinton verbleef. Het radioteam was zojuist teruggekeerd van Houtbay, een kustdorpje in de buurt van Kaapstad dat niet alleen veel krakers telt maar tevens veel deftige, luxueuze panden met adembenemend uitzicht. De interviewer keek woest. Terwijl zijn assistenten de apparatuur klaarzetten kwam hij kwaad het vertrek binnen denderen.

Hij kwam voor me staan. «Hoe kan dat nu?» vroeg hij woedend. «Interview ik deze zwarte vrouw, die in een hut woont, onder afschuwelijke omstandigheden, analfabeet, straatarm. Ik vraag haar: ‹Wat hebben de verzoening en tien jaar democratie u gebracht?› Zegt ze: ‹Vrijheid en vrede.› Ik zeg: ‹Maar kijk eens hier, kijk hoe u leeft, u heeft niets, een paar meter van hier, kijk naar die villa en de rijke blanken daar.› En weet je wat ze zei? Ze keek me aan en zei: ‹In tien jaar kan niet alles worden rechtgezet wat in driehonderd jaar fout is gegaan.› Dat zei ze. Ik kan het niet geloven. Is ze gek? Is ze achterlijk?»

Hij keek me beschuldigend aan, alsof ik weet heb van een geheime, kwade macht die arme zwarte mensen dwingt verstandige antwoorden te geven. Toen hij vertelde dat achter hem zich een ander radioteam had opgesteld om dezelfde vrouw te interviewen, vroeg ik me ineens af: als de vierde of vijfde blanke mij een microfoon in m’n gezicht duwt en met onverholen afschuw vraagt: hoe kun je over vergevingsgezindheid praten als je nog altijd niets hebt en de blanken nog steeds alles… vroeger of later zou ik beslist antwoorden: «Weet je, ik schaam me. Ik heb een grote vergissing begaan. Ik was zo stom om te vergeven. Nu ik erover nadenk, besef ik dat ik in werkelijkheid de blanken haat.»

Terwijl de journalisten het land afstruinden leek het wel alsof ze heviger geschokt waren door de vredigheid van de armoede dan door de armoede zelf. En wanneer je luisterde naar hun ontmoetingen, besefte je dat zij ervoor zorgden dat veel zwarte mensen zich gingen schamen voor het feit dat ze hadden vergeven en probeerden zich te verzoenen.

Het onvermogen van blanken om te erkennen dat een ander wereldbeeld misschien wel superieur is aan het hunne, komt Afrika bekend voor. Laat me een gedicht van de /Xam voorlezen dat in de negentiende eeuw is opgeschreven. De /Xam vormen een subgroep van de Bosjesmannen of het San-volk. Het gedicht heeft als boodschap: zoals jullie boeken lezen om kennis te verwerven, zo lezen wij onze lichamen. Wij kunnen de gehele kosmos voelen, wij voelen hoe die door onze lichamen vibreert. De Bosjesmannen of San kozen voor een andere manier van zijn. Zij kozen ervoor om heel licht op de aarde te leven. De enige zaken die ze achterlieten waren verhalen en liederen, schilderingen en inscripties van een exquise schoonheid, in welke de mens, aarde, dier en regen samensmelten tot orakels van een betrokken verwevenheid. Niettemin jaagden de blanken op de Bosjesmannen alsof het dieren waren. Ze werden afgeslacht om te dienen als trofeeën.

/Xam-aankondigingen

door //Kabbo

het alfabet van de bosjesmannen is geschreven in onze lichamen

de letters spreken en vibreren

de letters stuwen de lichamen van de bosjesmannen voort

als je ribben beginnen trillen

neem dan je pijlen

omdat je met je lichaam reeds de springbok hebt gezien

je voelt de sensatie van bloed op je dijen en kuiten

alsof je de springbok al op je rug naar huis draagt

alsof de springbok al bloedt op je dijen

dat is waarom ik altijd zwijgend wacht op de woorden van mijn lichaam

ik voel het op mijn schedel als ze de hoorns van de antilope afhakken

ik voel het in mijn voeten als ze rond de hut sluipen

we liggen voor onze schuilplaatsen

we liggen op de uitgestrekte hellingen van de heuvels

het lijkt alsof we slapen

alsof we een dutje doen

maar we lezen onze lichamen

we lezen alles wat daar beneden op de vlakte beweegt

onze knieholtes jeuken

en dan wachten we

en dan komt alles naar ons toe.

(Afrikaner slaapliedje op cassette/cd)

Wiegenlied

Scht-scht eiapopeia

schlafe sanft schlafe ganz

schlafe schwarz geneigt

draussen kreist die Erde so ah und du

so weich gewandet in Blau

lass Wind deine Nasenlöcher erobern

lass Feuer lass Regen deine Haut erobern

Kindchen schwarz kindchen Grasland

Kindchen niemand an nichts je gehalten

Kindchen Brust Kindchen Durst

De opvatting dat het een schande is om te vergeven werd verkondigd vanaf het moment dat de Waarheidscommissie aan het werk ging.

Ik herinner me hoe een Australische academica mij tijdens een van de hoorzittingen over de schendingen van de mensenrechten in het nauw dreef. Haar ogen spuwden vuur: «Wat een afschuwelijke streek hebben jullie blanken met de zwarten uitgehaald, door ze zo te intimideren dat ze deze waarheids- en verzoeningsflauwekul wel moesten accepteren.

Wat jullie nu doen is erger dan de apartheid. Jullie hebben de zwarten zo belazerd en gemanipuleerd dat ze dit hebben geaccepteerd, zonder rellen of uitingen van massaal verzet.» Het leek niet in haar op te komen dat ze hiermee misschien een groep mensen beledigde die zojuist het bijzonder machtige apartheidsregime omver had geworpen.

Sindsdien gaat deze opmerking over het belazeren met de verzoeningsgedachte vergezeld van een andere opmerking. Een tv-producer uit Tel Aviv zei vorig jaar tegen me: «Mijn God, wat een opmerkelijk proces. Ik ben hier om er een documentaire over te maken. Helaas zou het in Israël nooit werken, omdat je christen moet zijn om het voor elkaar te krijgen.»

Twee jaar eerder had een Ierse journalist met tranen in zijn ogen aan mij bekend: «Echt een opmerkelijk proces. Helaas zou het in Ierland niet werken – te veel katholieken, weet je.»

Tijdens een onlangs gehouden conferentie over de invloed van geweld op de taal, merkte een journalist uit de VS op: «Het is prachtig dat zwarte Zuid-Afrikanen kunnen vergeven, maar als wereldmacht hebben wij Amerikanen de verantwoordelijkheid om het onderscheid tussen goed en fout te blijven maken.»

Zo heeft iedereen zijn eigen redenen gevonden waarom het noodzakelijk is anderen te doden. Dat waarheids- en vergevingsgedoe is goed voor zwarte mensen uit de Derde Wereld, maar wij katholieken, christenen, moslims, Amerikanen, joden, Palestijnen doen het niet alleen anders, maar ook beter.

De lijst met mensen die vraagtekens zetten bij het gehele proces van vergeving en verzoening in Zuid-Afrika is behoorlijk indrukwekkend.

Professor Mahmood Mamdani van de Universiteit van Kaapstad suggereerde destijds, toen de Waarheidscommissie werd ingesteld, dat verzoening hetzelfde is als de omhelzing van het kwaad.

Een van de belangrijkste commentatoren met betrekking tot verzoening in Holland, professor Afshin Ellian, onderschrijft de opvatting van Nietzsche dat vergeten (met de bedoeling om te vergeven) een primitieve en onhistorische daad is – men moet worden «wie ein Tier».

Jacques Derrida stelt: «Vergevingsgezindheid is dus dwaas. Het moet, maar op heldere wijze, wegzinken in de nacht van het onbegrijpelijke.» Elders schreef Derrida: «Vergevingsgezindheid zou niet normaal, normatief of normaliserend moeten zijn – het zou uitzonderlijk moeten blijven, en min of meer onmogelijk.»

In zijn essay over vergevingsgezindheid gaat Derrida zo ver dat hij beweert dat Tutu «met evenveel goede wil als verwarring (…) het vocabulaire van boetedoening en vergevingsgezindheid» heeft geïntroduceerd in een institutie die «uitsluitend bedoeld was om politiek gemotiveerde misdaden te behandelen».

Tijdens een lezing voor de Universiteit van de Westkaap zei Derrida dat men het onvergeeflijke niet kon vergeven – tenzij er een wonder geschiedde.

Laat ik dit argument van een andere kant bekijken. De cultus van het individu is een van de meest hardnekkige moderne mythes. Evenals in Robinson Crusoe probeert de westerse verbeelding een individu te creëren dat niet afhankelijk is van welke gemeenschap dan ook. Hoewel Crusoe de man Vrijdag vindt en een nieuwe gemeenschap begint, leeft de mythe van het individu voort als de meest belangrijke voorwaarde voor vooruitgang. Zonder het individu kan er geen ontwikkeling zijn.

De Franse semioticus Dany-Robert Dufour schrijft: «In het huidige tijdperk van de liberale democratie berust, uiteindelijk, alles op het individu als subject – op diens economische, wettige, politieke en symbolische autonomie. Ondanks de meest obsessieve uitingen van zelfbevestiging stuit het streven zichzelf te zijn echter op talloze problemen. Er zijn in de hedendaagse samenlevingen veel tekenen die wijzen op de ‹aantasting van het individu›. Psychische stoornissen, culturele malaise, de toename van geweld en grootschalige uitbuiting zijn vectoren van nieuwe vormen van vervreemding en ongelijkheid.» Hij beschouwt het moderne individu niet als vrij, maar als verloren en verlaten.

Susan Sontags beschrijving van de ruïnes van het menselijk denken houdt verband met obsessieve geringschatting voor een gemeenschap die meer is dan zomaar een nationaliteit:

«Van de intellectuele en creatieve bespiegelingen die in de afgelopen 150 jaar in het ‹Westen› zijn gehouden behoren de beste ongetwijfeld tot de meest ware en krachtige uit het gehele bestaan van de mens (…) de behoefte aan individuele spirituele raad is blijkbaar nog nooit zo dringend geweest.»

Ik wil u een Sesotho-gedicht voorlezen over wat het is om slechts een individu te zijn. Het komt uit een toneelstuk over Senkatana. In dit beroemde Basotho-verhaal vrat de draak Kodumodumo het gehele Basotho-volk op. Hierdoor werd hij zo dik dat hij bleef steken in de bergpassen. Van alle mensen op de wereld overleefde alleen Senkatana. Hij was alleen. Hij kon doen wat hij wilde, hij was vrij, maar met luide stem jammerde hij:

Ik kan mezelf niet vinden

omdat ik niet temidden van anderen ben

waarover zal ik blij zijn als ik helemaal alleen ben?

van wat zal ik worden bevrijd als alleen ik er ben?

waarom zou iets mooi zijn

als alleen mijn ogen het zien?

jij bent het die het ik tevoorschijn roept

het is ik die zichzelf verbeeldt door jou

jij verbeeldt mij

ik kies jou niet uit

dat jij er bent bepaalt mij

we zijn geschapen om bij anderen te zijn

anders zijn we hongerig temidden van grote overvloed

We hebben hier dus te maken met zwarte Zuid-Afrikanen die enerzijds ervan worden beschuldigd dat ze zich hebben laten manipuleren, dat ze primitief, verward, ahistorisch zijn, dat ze zo gek zijn dat ze vergeven en bereid zijn tot verzoening. Anderzijds worden ze voor die verzoening bewonderd, geprezen en beloond door juist die mensen die er zelf nooit aan zouden denken om hetzelfde te doen.

Op zeker moment schonk Frankrijk miljoenen dollars aan de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie, terwijl men op hetzelfde moment een van de oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog, Papon, voor de rechter bracht. Hetzelfde Amerika dat onmiddellijk na 11 september antwoordde met vergelding, gaf miljoenen aan de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie.

Waarom zouden mensen iets prijzen en steunen waarvan ze het niet in hun hoofd zouden halen om het zelf te doen? Toch zeker niet omdat ze denken dat het te moeilijk is? Toch zeker niet omdat ze dachten: je weet dat die zwarte Zuid-Afrikanen superieur zijn aan ons. Zij weten hoe je hun mensen uit die destructieve spiraal van geweld moet halen, maar wij westerlingen zijn te primitief om dat zelfs maar te proberen. Wat is dit anders dan een vorm van racisme? Zwarten behoren te vergeven, maar blanken zouden wraak moeten nemen? Vergevingsgezindheid is voor de «inferieure» naties, wraak voor de «echte» naties.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de wereld een model gepresenteerd dat aangaf hoe men diende om te gaan met onnoemelijk onrecht. Het had twee belangrijke pijlers: alle slachtoffers werden op dezelfde wijze behandeld (dat zou inhouden dat de moeder die haar zoon verloor in de strijd vóór apartheid getuigenis aflegt naast de moeder die haar zoon verloor in de strijd tegen apartheid. Dit betekent dus de erkenning dat mensen elkaar op dezelfde wijze pijn doen). De tweede en meest belangrijke peiler is het gebruik van vergevingsgezindheid als methode om de spiraal van geweld te doorbreken.

Aan het einde van dezelfde eeuw presenteerden de zwarte mensen van Zuid-Afrika een krachtig nieuw model. En het is belangrijk om erop te wijzen dat het de eerste keer was dat de wereld werd geconfronteerd met een echt uitdagend alternatief. Hoewel het werd verwelkomd, geprezen en gewaardeerd, werd en wordt het echter niet gezien als een alternatief dat het waard is om door de Eerste Wereld te worden nagevolgd.

Zoals de journalist en dichter Sandile Dikeni ooit opmerkte: «Wat zwarten zeggen is waardeloos, omdat we zwart zijn. De filosofie waarmee Afrikanen komen wordt behandeld als exotische Afrikaanse maskers – leuk om op te hangen in je huis of om te fotograferen voor een toeristenfolder – maar wordt nooit benaderd met hetzelfde respect als de filosofieën van het Westen.»

Dit soort racistisch gedrag gaat nog verder. Presidenten en staatshoofden die niet zouden aarzelen om andere landen binnen te vallen komen vanuit de gehele wereld om zich te laten fotograferen met de voormalige president Nelson Mandela.

Hoewel ze zelf geen steen op de andere laten om «daders» voor het gerecht te slepen, omhelzen ze Mandela omdat hij degenen die zijn mensen hebben vermoord heeft vergeven.

Waarom? Omdat, en laten we dat met een zekere schaamte toegeven, het Westen woede begrijpt, gefascineerd is door wraak en grote bewondering koestert voor haat.

Als we hier in deze stad zitten, in deze eeuw, vibreren binnen in ons zoveel dingen dat we niet langer weten hoe we naar de sterren moeten luisteren, of hoe we stenen kunnen ruiken, of de lucht aanraken of hoe we in het hart van de hemel moeten kijken. Dat was bij de Bosjesmannen wel anders. In hun duizenden jaren oude bestaan als jagers en verzamelaars kenden zij het geluid van de sterren. Het Westen weet dat pas sinds 1930, toen Jocelyn Bell in Cambridge een enorme radioantenne bouwde waarmee hij naar de sterren kon luisteren. De Bosjesmannen wisten echter:

Wat de sterren zeggen

/Han#kass’o

de sterren nemen jouw hart

omdat ze niet een klein beetje hongerig zijn

de sterren ruilen jouw hart voor het hart van een ster

de sterren nemen jouw hart en voeren het aan het hart van een ster

dan heb jij nooit meer honger

omdat de sterren zeggen: «Tsau! Tsau!»

en de bosjesmannen zeggen dat de sterren de ogen van de springbok vervloeken

de sterren zeggen: «Tsau!» ze zeggen: «Tsau! Tsau!»

ze vervloeken de ogen van de springbok

ik groei op terwijl ik naar de sterren luister

de sterren zeggen: «Tsau!» en «Tsau!»

het was altijd zomer, toen ze zeiden: «Tsau!»

(Zulu-slaapliedje)

Thula thula Mama thula

Samthata sambeka ekhaya

wasuke wakhala wathi hayi Bawo

De vraag is dus: zijn veertig miljoen mensen voor de gek gehouden, zodat ze verder gingen, of hebben we hier te maken met iets wat zo verfijnd en tegelijk radicaal is dat het Westen moeite heeft het te bevatten? Men kan gerust aannemen dat wat hier gebeurd is niets te maken heeft met het christendom, want dan zou het ook in Ierland en de VS hebben gewerkt. In feite staan orthodoxe christenen vaak vooraan in het koor dat om wraak roept.

Evenmin had het iets te maken met de invloed van blanken, aangezien de blanken (en met name de Afrikaners) niet geloofden (en nog altijd niet geloven) in het proces van waarheidsvinding en verzoening. Wanneer ze onder elkaar zijn zouden ze zeggen: wat is er met deze zwarten aan de hand – ze zijn zelfs niet in staat om te haten, en nu moeten wij een land met ze delen.

Het is ook niet erg waarschijnlijk dat een groep van merendeels jonge mensen, die een decennium van massale acties achter de rug heeft, plotseling iets accepteert dat haar helemaal niet aanstaat, enkel en alleen omdat twee oude mannen, Tutu en Mandela, of een of andere blanke, dat zeggen.

Ik zou graag het volgende willen zeggen: als Derrida Tutu alleen ziet als een christelijk leider, begrijpt hij hem niet. Bush vergist zich als hij Mandela ziet als niet meer dan een uitzonderlijke staatsman. Tutu en Mandela zullen beiden de eersten zijn om te vertellen dat hun denken wortelt in de zwarte gemeenschap van Zuid-Afrika. De essentie van wat zij zijn, is de essentie van zwart zijn in Afrika.

De geest van verzoening mag dan voor het Westen nauwelijks te begrijpen zijn, zij werd wel begrepen en onder woorden gebracht door de gebroken en nauwelijks geletterde moeder van een van de Guguletu Seven, wier zoon op beestachtige wijze door de politie was doodgeschoten.

Cynthia Ngewu, de moeder van Christopher Piet, zei: «Dit wat ze verzoening noemen… als ik het goed begrijp… als het betekent dat deze dader, deze man die Christopher Piet heeft gedood, als het betekent dat hij weer menselijk wordt, deze man, zodat ik, zodat wij allemaal, onze menselijkheid weer terugkrijgen… dan ben ik het ermee eens, dan steun ik het helemaal.»

Wat zij wist, en Bush niet, is dat de persoon die iemands zoon doodt dat doet omdat hij zijn menselijkheid kwijt is. Wat zij wist, en Bush niet, is dat het in haar (en zijn) belang is dat de dader geholpen wordt bij het terugvinden van zijn menselijkheid. Wat zij wist, en Bush niet, is dat als je de dader doodt, je de mogelijkheid vernietigt om je eigen menselijkheid terug te vinden. Je laat je samenleving dan verstenen in onmenselijkheid.

De vrouw in de hut in Houtbay schonk dus geen vergeving omdat ze dacht dat ze nu zou krijgen wat de blanken hebben. Ze schonk vergeving omdat ze zag dat de blanken hun menselijkheid hadden verloren, en omdat ze met al hun rijkdom onmenselijk zijn, kan zij niet volledig menselijk zijn. Ze schonk vergeving om de blanken te humaniseren.

De vraag zou dus niet moeten worden gesteld aan de vrouw in de hut, maar aan de blanken in de grote villa’s: wat hebben jullie gedaan om te laten zien dat jullie onder de indruk zijn van het feit dat jullie zo grootmoedig zijn vergeven, en wat doen jullie nu om te laten zien dat jullie langzaamaan jullie menselijkheid terugkrijgen?

Dit is natuurlijk ook een vraag die aan het Westen moet worden gesteld: jullie hebben zoveel bloed aan jullie handen, jullie hebben de halve wereld geplunderd om er zo warmpjes bij te zitten. Jullie hebben reeds lang geleden jullie menselijkheid verloren. En omdat jullie zo onmenselijk zijn, doen wij ons best menselijk te blijven. Jullie hebben ons nodig, niet om uit te buiten, maar om jullie menselijkheid terug te krijgen.

In de christelijke samenleving zijn afschuwelijke dingen gebeurd, en die gebeuren nog steeds. Op dezelfde manier zijn er afschuwelijke dingen gebeurd in Afrikaanse samenlevingen. Maar als de wereld volhoudt dat wat in Zuid-Afrika is gebeurd een wonder was (en dus elders niet echt toepasbaar is), in plaats van te erkennen dat dit een van de grootste morele bijdragen van de twintigste eeuw is, zal zij een stuk armer zijn.

Lofzang

(samengesteld uit Xhosa-, Zulu-, Venda- en Sotho-lofzangen)

de aarde beeft voor de blanken

de dalen brullen groen

alle bergen schudden

machtige naties zijn in verwarring

omdat een klein land onrust brengt

werkelijk, een klein land wringt zich in bochten om los te breken

om opnieuw te vertellen over de gedaante van de mens

om opnieuw te vertellen over het zijn van en met elkaar

de aarde schudt echt

de aarde schudt werkelijk

ik groet je – aarde-die-schudt

ik groet je – Aardschudder

koffie-met-melk-zoon van voorouder Mandela

levendig gloeiende gekleurde huid in het huis van Sokhawulela

bij de gewapende Dlomo, bij Ngqolomsila

de secretarisvogel die zo groot is dat hij op zijn knieën loopt

die zo groot is dat hij het water peilt met zijn poot

ijzeretend ijzer op de plek van Ndaba

de Bijl-die-takken-hakt van de dorenstruiken

die de donkere plaatsen van domheid hakt

hij bezoekt alle richels van de aarde

hij stookt op en de wereld is in beroering

hij steekt als een naald

deze wonderschone man

deze bijzonder wonderschone man uit het huis van Mthikrakra

alle kleden van vuur passen hem

het halssnoer van opperhoofden en de lendendoek van zacht hertenvel

alles past hem

rode oker staat hem, ook al draagt hij het niet

daarom trillen de blanken van bezorgdheid

daarom lopen ze van angst op handen en voeten

wild zaait hij onder hen, hij smoort hen

hij ruïneert hen en keert hen ondersteboven

ik groet je, Aardbever

ik groet Mandela die het voetpad opent dat zo helder schijnt

andere volken noemen hem opmerkelijk

zelfs de imbongi noemen hem: helder-schijnende-open-weg

Afrika straalt stralend door hem

maar de stralen van een nieuw licht worden niet door een ieder verwelkomd

de opkomende zon schroeit de kale hoofden van hen die gemeen zijn

luister hoe hun leegheid rammelt

zie hoe hun hebzucht hen voortdrijft

je ziet slechts hun bulten als ze alles naar binnen schrokken

ze vervuilen het water als ze alles naar zich toe halen

spreek zonder angst, zoon van Zondwa, wees niet bevreesd

vertel de waarheid aan de westerlingen

zij spreken slechts hun eigen taal

zij bezoeken slechts hun eigen mensen

zij kennen geen verhalen van anderen

zij spreken tot anderen alsof dat bundels wasgoed zijn

zij denken dat goud mooier glimt dan vee

zij denken dat de aarde alleen hun schaduw voelt

zij leven als sprinkhanen

de imbongi noemen hen zij-die-niet-in-staat-zijn-om-te-delen

zij-die-gemakkelijk-hun-gemeenschap-negeren

vertel hen de waarheid, mijn leider

omdat zelfs als de dood op je wacht

het leven je zo passend past

je hebt het koninklijke van de zorgzaamheid in je bloed

je bent gekomen om de wereld te vertellen van gerechtigheid

als jij spreekt gaat elk verloren bot in Afrika terug naar zijn oorspronkelijke plaats

laat hun jou horen

o, o, o laat hun jou horen

De afgebeelde foto’s maken deel uit van de fototentoonstelling ‹Moving in Time›, samengesteld door George Hallett, te zien tijdens het Levend Jaarboek van het NiZA op 1 oktober (na 19.30 uur) in Felix Meritis, Keizersgracht 324 Amsterdam, en in het stadhuis (Atrium) van Den Haag van 18 t/m 24 oktober.

Vertaling: Rob Hartmans

Dit is de openingsspeech van het vierde Internationale Literatuurfestival in Berlijn