Toneel: ‘ASSAD’

Westers privilege

Dunya Khayame, Gökhan Girginol en Eeke Boonstra in ‘Assad’. Tekst en regie Jan Hulst en Kasper Tarenskeen © Sanne Peper

Vlak voordat in het voorjaar van 2011 de opstand van de Syrische bevolking tegen het regime van Bashar al-Assad uitbrak, publiceerde Vogue een sterk staaltje nitwitjournalistiek. Journaliste Joan Juliet Buck schreef een kritiekloze ode aan de ‘stijlvolle’ first lady van het land, Asma al-Assad, waarin ze volledig voorbijging aan de structurele misstanden die tot de protesten leidden. Het schrijnendste aan de situatie is nog dat als even later de burgeroorlog niet was uitgebroken, het stuk waarschijnlijk relatief onopgemerkt was gebleven – een van de vele voorbeelden van blind exotisme en etnocentrisme die de westerse blik op het Midden-Oosten kenmerkt.

Jan Hulst en Kasper Tarenskeen gebruiken het incident als aanleiding voor hun nieuwe voorstelling ASSAD. De schrijvers/theatermakers maken er in hun stukken een gewoonte van om het (geo)politieke te verweven met het hyperparticuliere. In eerdere voorstellingen als Scheeps-Horeca (over ons nog altijd nagalmende koloniale verleden), De Ilias (een Jarhead-achtige modernisering van de moeder aller oorlogsverhalen) en Buut, de naderende dood! (over het constante gevoel van sluipend onheil dat zich van onze tijdgeest meester heeft gemaakt) sneden ze complexe onderwerpen aan zonder daarbij de banale persoonlijke overpeinzingen van hun hoofdpersonages uit het oog te verliezen.

Hetzelfde gebeurt in ASSAD: Joan Buck heet hier Jane, ze is een beginnend journalist in plaats van een door de wol geverfde hoofdredacteur en ze wil juist naar Syrië uit idealistische overwegingen om de wereld te tonen dat het Midden-Oosten ‘meer is dan woestijn’. Dunya Khayame speelt Jane als een oppervlakkige doch geëngageerde jonge vrouw die met meer dadendrang dan verstand van zaken haar stempel op de wereld drukt. Hulst en Tarenskeen beperken zich in ASSAD echter niet tot het westerse perspectief. Ze voeren tevens twee Syrische broers op, archeoloog Viktor (Gökhan Girginol) en gevechtspiloot Sayid (Chiem Vreeken) die in de sterkste scène van het stuk in de clinch liggen over hun verhouding tot hun regering. Hier komt het hypermoderne absurdisme van de teksten van Hulst & Tarenskeen het best tot z’n recht: door de Syrische personages in westerse millennial-speak met elkaar te laten praten onderstrepen ze de vervlechting van ‘oost’ en ‘west’ en persifleren tegelijk hun eigen westerse blik.

Dit laatste wordt benadrukt door de geïnspireerde casting van de Turks-Belgische Girginol. Zijn hoekige speelstijl en tekstbehandeling contrasteren sterk met de Amsterdamse hipsterdialogen die de makers hem in de mond leggen, en die frictie is een van de spannendste onderdelen van het stuk. Zeker als Girginol ook nog de rol van Vogue-hoofdredacteur Anna Wintour voor zijn rekening neemt levert dat vuurwerk op. In zijn handen wordt Wintour een monsterlijke belichaming van westers privilege, meer begaan met realpolitik en economische belangen dan met enige vorm van medemenselijkheid.

Ik miste in ASSAD enigszins de ongrijpbaarheid van het eerdere werk van Hulst & Tarenskeen: vanwege de helderheid van de betekenis kruipt het stuk minder onder de huid. Desalniettemin past de duister-absurdistische insteek van de makers uitstekend bij de thematiek: hun voorstelling laat westers privilege op schrijnende wijze contrasteren met de onmenselijke gehaktmolen van de Syrische burgeroorlog.


ASSAD, Hulst & Tarenskeen in coproductie met Frascati Producties en Toneelgroep Oostpool & de Coproducers, t/m 20 maart op tournee