Heeft China al gewonnen?

Westers schaken vs. oosters Go

De krachtmeting tussen Amerika en China, waar Donald Trump in 2018 mee begon, zal nog tientallen jaren duren. Maar hoe goed kennen de twee rivalen elkaar? De Singaporese denker Kishore Mahbubani stelt de juiste vragen voor de beste strategie.

De skyline van Shanghai, China. 28 augustus © Kevin Frayer / Getty Images

Eén ding is zeker. De geopolitieke strijd die tussen Amerika en China is losgebarsten zal nog wel een jaar of twintig aanhouden. Donald Trump heeft in 2018 het startschot voor de eerste ronde gegeven, maar de krachtmeting zal langer duren dan zijn regeringsperiode. De president heeft Amerika met al zijn beleidsmaatregelen weten te verdelen, op één uitzondering na: zijn handels- en technologieoorlog tegen China. Daarmee heeft hij bij zowel de Republikeinse als de Democratische Partij de handen op elkaar gekregen.

Maar hoewel het establishment het China-beleid van Trump over het algemeen enthousiast heeft gesteund, is het toch vreemd dat helemaal niemand erop heeft gewezen dat Amerika een grote strategische fout maakt door deze krachtmeting te beginnen zonder eerst een brede, wereldwijde China-strategie te ontwikkelen. Wat een verschil met de Koude Oorlog tegen de Sovjet-Unie, waar Amerika zich pas na lang en diep beraad in stortte. De meesterstrateeg die de succesvolle Amerikaanse containmentpolitiek voor de Sovjet-Unie bedacht was George Kennan. Die strategie zette hij voor het eerst publiekelijk uiteen in zijn beroemde essay in Foreign Affairs, geschreven onder het pseudoniem Mr. X en een uitwerking van zijn ‘lange telegram’ uit 1946. Dat schreef Kennan in zijn belangrijke functie van directeur Policy Planning op het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Van september 2018 tot augustus 2019 werd die functie bekleed door professor Kiron Skinner van Carnegie Mellon University. Zij onthulde tijdens een openbare paneldiscussie op 29 april 2019 dat haar afdeling in reactie op de hernieuwde opkomst van China nog altijd een brede strategie probeerde te bedenken die die van haar voorganger, Kennan, kon evenaren. Toen ik bij de buitenlandse dienst van Singapore werkte was het onder meer mijn taak om voor de regering van Singapore stukken over langetermijnstrategieën te schrijven. Van de drie weergaloze geopolitieke grootmeesters van Singapore (Lee Kuan Yew, Goh Keng Swee en S. Rajaratnam) leerde ik dat het formuleren van de juiste vragen de eerste stap is naar een langetermijnstrategie. Als je niet de goede vragen stelt, zul je ook niet de goede antwoorden krijgen. En bovenal leerde ik van Rajaratnam dat het van essentieel belang is om daarbij altijd ‘het ondenkbare te denken’.

In die geest van ‘het ondenkbare denken’ wil ik tien terreinen noemen die vragen oproepen waarmee beleidsplanners aan de slag moeten:

—————

1. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog had Amerika, met vier procent van de wereldbevolking, een aandeel van bijna vijftig procent in het bruto wereldproduct. Gedurende de hele Koude Oorlog kwam het bbp van de Sovjet-Unie nooit in de buurt van dat van Amerika, maar bereikte het op zijn hoogtepunt slechts veertig procent van het Amerikaanse. Zou het Amerikaanse bbp de komende dertig jaar lager kunnen worden dan het Chinese? En zo ja, welke strategische veranderingen zal Amerika moeten doorvoeren wanneer het land niet langer de grootste economische macht ter wereld is?

2. Wat zou de belangrijkste doelstelling van Amerika moeten zijn: de welvaart verbeteren van zijn 330 miljoen inwoners of de toppositie in het internationale bestel handhaven? En stel dat die twee doelstellingen strijdig zijn, welke zou dan voorrang moeten krijgen?

3. Tijdens de Koude Oorlog bleken de hoge defensie-uitgaven van Amerika een verstandige keus omdat ze de Sovjet-Unie, een land met een kleinere economie, dwongen om evenveel uit te geven. Uiteindelijk was dat een van de oorzaken van het faillissement van de Sovjet-Unie. China heeft lessen getrokken uit de val van de Sovjet-Unie. Het land houdt zijn defensie-uitgaven binnen de perken en concentreert zich op de economische ontwikkeling. Is het verstandig als Amerika fors blijft investeren in defensie? Of zou het beter zijn om de defensie-uitgaven en de participatie in dure buitenlandse oorlogen te verlagen en meer te investeren in de sociale voorzieningen en de nationale infrastructuur? Wat ziet China het liefst: dat Amerika zijn defensie-uitgaven verhoogt of juist verlaagt?

4. Amerika heeft de Koude Oorlog niet in zijn eentje gewonnen. Het vormde stevige allianties met zijn westerse partners in de navo en investeerde in belangrijke vrienden en bondgenoten in de derde wereld, zoals China, Pakistan, Indonesië en Egypte. De regering-Trump heeft een America First-beleid aangekondigd en gedreigd om cruciale bondgenoten zoals de EU en Japan, en vrienden in de derde wereld zoals India, importheffingen op te leggen. Kan Amerika een solide wereldwijde coalitie tegen China opbouwen wanneer het tegelijkertijd zijn belangrijkste bondgenoten tegen zich in het harnas jaagt? Was de Amerikaanse beslissing om uit het Trans-Pacific Partnership (tpp) te stappen een geopolitiek geschenk voor China? Heeft China al een preventieve aanval ingezet op een eventuele containmentpolitiek door nieuwe economische samenwerkingsverbanden met zijn buurlanden aan te gaan via de Nieuwe Zijderoute?

Memo aan kameraad Xi Jinping: voorbereiding op de grote strijd met Amerika

5. Het machtigste wapen waarmee Amerika zijn bondgenoten en tegenstanders naar zijn pijpen kan laten dansen is niet het Amerikaanse leger maar de Amerikaanse dollar. Omdat buitenlandse banken en instituties volledig zijn aangewezen op de dollar, heeft Amerika zijn binnenlandse wetten naar hartenlust extraterritoriaal kunnen toepassen en buitenlandse banken enorme boetes kunnen opleggen voor overtredingen van de binnenlandse Amerikaanse wetgeving betreffende de handel met Iran en andere gesanctioneerde landen. Dergelijke Amerikaanse sancties werkten het best als ze werden gesteund en aangemoedigd door multilaterale organisaties zoals de VN-Veiligheidsraad, waarvan de besluiten bindend zijn voor VN-lidstaten. Onder de regering-Trump is Amerika van multilaterale op unilaterale sancties overgestapt en heeft het van de dollar een wapen gemaakt om tegen zijn tegenstanders in te zetten. Is het verstandig om van een mondiale collectieve voorziening een wapen te maken en dat voor unilaterale doelstellingen te gebruiken? Zullen er ooit alternatieven komen voor de Amerikaanse dollar? Is dat de achilleshiel van de Amerikaanse economie die door China kan worden getroffen en verzwakt?

6. Kennan heeft erop gehamerd dat het bij het ontwikkelen van een strategie tegen de Sovjet-Unie voor de Amerikanen van levensbelang was om ‘bij de wereldbevolking in het algemeen de indruk te wekken van een land’ dat binnenlandse successen boekte en een ‘mentale vitaliteit’ bezat. Professor Joseph Nye noemde dat de ‘soft power’ van Amerika. Na 9/11 heeft Amerika de internationale wetgeving en mensenrechtenconventies met voeten getreden en heeft als eerste westerse land foltering weer ingevoerd. De Amerikaanse soft power is flink afgenomen, met name onder Trump. Kan Amerika de ideologische strijd tegen China winnen als het als een ‘gewoon’ land wordt beschouwd, en niet als een ‘buitengewoon’ land?

7. Volgens voormalig veiligheidsadviseur generaal H.R. McMaster staat de strijd tussen Amerika en China uiteindelijk symbool voor de strijd tussen ‘vrije, open samenlevingen en gesloten autoritaire systemen’. In dat geval zouden de vrije, open samenlevingen zich allemaal in gelijke mate bedreigd moeten voelen door de Chinese Communistische Partij. Twee van de drie grootste democratieën op de wereld zijn Aziatisch: India en Indonesië. Maar geen van beide voelt zich op de een of andere manier bedreigd door de Chinese ideologie. Dat geldt ook voor de meeste Europese democratieën. In tegenstelling tot de Sovjet-Unie probeert China de Amerikaanse ideologie niet aan te vechten of te bedreigen. Door de nieuwe Chinese uitdaging te behandelen alsof ze min of meer gelijk is aan de oude sovjetstrategie maakt Amerika de klassieke fout dat het de oorlog van morgen wil uitvechten met de strategieën van gisteren. Kunnen Amerikaanse strategische denkers nieuwe analytische kaders ontwikkelen om de essentie van de wedloop met China te vatten?

8. In een grote geopolitieke krachtmeting is de partij die rationeel en beheerst weet te blijven altijd in het voordeel, niet de partij die zich, bewust of onbewust, laat leiden door emoties. Maar zijn de Amerikaanse reacties op China gebaseerd op gezond verstand? Of op onbewuste emoties? In de westerse psyche bestaat al lange tijd een diepe, onbewuste angst voor het ‘gele gevaar’. Kiron Skinner heeft de krachtmeting met China een wedloop met een ‘niet-blanke’ macht genoemd. Zal een strategisch denker, in de politiek correcte omgeving van Washington D.C., ooit een dergelijk politiek incorrect maar eerlijk punt naar voren kunnen brengen zonder politiek te worden afgebrand?

9. Sun Tzu kwam eens met het volgende advies: ‘Als je de vijand kent en jezelf, hoef je niet bang te zijn voor de afloop van honderd veldslagen. Als je jezelf kent maar de vijand niet, zul je voor elke overwinning ook een nederlaag lijden. Als je noch de vijand noch jezelf kent, zul je in elk gevecht bezwijken.’ Kent Amerika zijn Chinese rivaal? Maakt Amerika bijvoorbeeld een fundamentele beoordelingsfout als het de ccp beschouwt als een Chinese communistische partij? In de ogen van veel objectieve Aziatische waarnemers functioneert de ccp eigenlijk als een ‘Chinese cultuur-partij’. Haar ziel is niet geworteld in de buitenlandse ideologie van het marxisme-leninisme maar in de Chinese cultuur. Een strategisch denker moet vóór alles proberen in het hoofd van de tegenstander te kruipen. Daarom stel ik hier een toetsvraag: in hoeverre wordt het hoofd van een Chinese leider in beslag genomen door de marxistisch-leninistische ideologie en in hoeverre door de rijke geschiedenis van de Chinese cultuur?

10. In On China benadrukt Henry Kissinger dat de Chinese strategie gebaseerd is op het Chinese spel weiqi (beter bekend onder de Japanse naam Go), niet op het westerse schaakspel. Bij het schaakspel gaat het er vooral om de koning zo snel mogelijk te pakken te krijgen. Bij Go om met geduld gebieden te veroveren en zo het spel in je eigen voordeel te laten doorslaan. De nadruk ligt op de langetermijnstrategie, niet op de kortetermijnwinst. Is China dus geleidelijk aan en met geduld terrein aan het winnen waardoor het strategische spel steeds meer in China’s voordeel uitvalt? Heeft de Amerikaanse samenleving de innerlijke kracht en het uithoudingsvermogen om China’s langtermijnspel vol te houden?

Chinese toeristen bij de uitgang van de Verboden Stad, Beijing, 7 oktober © Andy Wong / AP / ANP

In moreel opzicht is het voor de meeste Amerikanen ondenkbaar dat hun vrije, open samenleving een krachtmeting tegen een gesloten communistische samenleving als China zou kunnen verliezen. Ze zijn geneigd te geloven dat het kwaad altijd door het goede wordt overwonnen en dat geen enkel politiek systeem van nature zo goed is als het stelsel dat de grondleggers van de republiek voor ogen hadden. Misschien verklaart dat voor een deel waarom China de afgelopen jaren steeds meer wordt gedemoniseerd. Hoe meer China als schurk wordt neergezet, hoe makkelijker Amerikanen kunnen volharden in het geloof dat ze uiteindelijk van China zullen winnen, ongeacht de kansen.

Heeft de Amerikaanse samenleving de kracht om China’s langtermijnspel vol te houden?

Amerika gaat ook prat op het feit dat het een rationele samenleving is. In veel opzichten klopt dat inderdaad. Het land is erfgenaam van de fantastische geschiedenis van de op rede en logica gebaseerde westerse beschaving. Vanwege zijn sterke markt, uitstekende universiteiten en de hoogst opgeleide elite ter wereld, ging Amerika ervan uit dat het op cruciale gebieden als economische en militaire kracht, intellectuele inventiviteit en morele superioriteit, geen concurrentie van andere samenlevingen te duchten had.

Dat bleek niet te kloppen. De meeste Amerikanen weten niet eens dat het gemiddelde inkomen van de onderste vijftig procent van hun bevolking al dertig jaar afneemt. In 1950 bedroeg de koopkrachtpariteit (kkp) van Amerika 27,3 procent van het bruto wereldproduct, terwijl die van China maar 4,5 procent bedroeg. In 1990, aan het einde van de Koude Oorlog, een glorieus moment, bedroeg dat van Amerika 20,6 procent en dat van China 3,86 procent. Maar vanaf 2018 ligt de Amerikaanse koopkrachtpariteit vijftien procent lager dan de Chinese (18,6 procent). China heeft een heleboel goede westerse voorbeelden overgenomen op het gebied van economie, politiek, wetenschap en technologie. En het Chinese volk is bijzonder getalenteerd. Wanneer de Chinezen terugkijken op de afgelopen tweeduizend jaar, beseffen ze maar al te goed dat de laatste dertig jaar, onder ccp-bewind, de beste zijn sinds China in 221 v. Chr. door Qin Shi Huangdi werd verenigd. Door het samenspel van het eeuwenoude culturele vertrouwen van de Chinezen en alles wat China van het Westen heeft geleerd, beschikt de Chinese beschaving op dit moment over een opmerkelijke energie.

Ik kan gemakkelijk praten over de kracht van de vele beschavingen in Azië omdat ik een typische culturele achtergrond heb. Mijn ouders verlieten Pakistan in 1947 vanwege de pijnlijke scheiding tussen hindoeïstisch India en islamitisch Pakistan. Als kind leerde ik lezen en schrijven in het Sindhi, met zijn Perzisch-Arabisch schrift. Ook mijn naam, Mahbubani, is afgeleid van een Perzisch-Arabisch woord, mahboob, dat ‘geliefde’ betekent. Als ik in de Arabische of Iraanse cultuur kom, voel ik me daarmee verbonden. En ook als ik boeddhistische tempels bezoek in China, Korea en Japan, voel ik een culturele aantrekkingskracht. Als ik in Zuidoost-Azië opvoeringen zie van verhalen uit de Ramayana en Mahabharata die zozeer deel uitmaken van mijn jeugd, voel ik ook daarmee een band.

De belangrijkste multilaterale wereldorganisaties, waaronder de VN, de Wereldhandelsorganisatie (wto), het Internationaal Monetair Fonds (imf) en de Wereldbank, zijn allemaal opgericht toen de Amerikaanse macht op zijn hoogtepunt was. Wat culturele identiteit betreft zijn ze westers georiënteerd, niet Aziatisch of Chinees. Desondanks heeft Amerika er steeds meer afstand van genomen terwijl de rest van de wereld, met name China, juist meer toenadering heeft gezocht. Het is dan ook lang niet zeker dat Amerika de krachtmeting zal winnen. China maakt evenveel kans om uiteindelijk het invloedrijkste land ter wereld te worden.

Hoewel China veel voordelen heeft vanwege zijn omvang en maatschappelijke veerkracht, zou het onverstandig zijn als de Chinese leiders de onderliggende kracht van de Amerikaanse economie en maatschappij zouden onderschatten. De afgelopen jaren heeft China de prijs betaald voor zijn dwaze arrogantie na de wereldwijde financiële crisis van 2008-2009, waardoor de westerse economieën waren opgeschrikt. Maar tien jaar later is Amerika er weer bovenop. Als ik een topadviseur van president Xi Jinping was en ze me zouden vragen om een memo op te stellen over de buitengewoon sterke punten van Amerika, zou dat er zo uitzien:

Geen enkele macht kan China nog vernederen. We zijn goed op weg naar nationale verjonging. Maar we staan nu ook voor de grootste uitdaging voor China’s verjonging. We hadden gehoopt dat het ‘mooie land’ (Amerika) zou blijven slapen terwijl China opstond. Maar helaas is het inmiddels wakker geworden. Het zou een enorme strategische fout zijn om de grote kracht van Amerika te onderschatten. Het Chinese volk is bang voor chaos. Dat is de enige macht die China in het verleden op de knieën heeft gekregen en het Chinese volk ellende heeft gebracht. Amerika verkeert nu overduidelijk in chaos. President Donald Trump is een polariserende en tweedracht zaaiende figuur. De Amerikaanse samenleving is sinds de Burgeroorlog van 1861-1865 nooit zo verdeeld geweest. Chaos zou een teken van zwakte moeten zijn. Maar voor Amerika is het een teken van kracht. De chaos is ontstaan doordat de mensen luidruchtig discussiëren over welke richting Amerika moet opgaan. En de mensen discussiëren zo luidruchtig omdat ze vinden dat zij, en niet de regering, eigenaar van het land zijn.

Door dat besef van persoonlijke zeggenschap heeft de Amerikaanse maatschappij enkele van de machtigste personen op aarde voortgebracht. In veel samenlevingen heeft het hoofd dat boven het maaiveld uitsteekt het zwaar te verduren. Ook in China kennen ze een gezegde dat luidt: ‘Een hoge boom vangt de wind’. In Amerika wordt de hoge boom juist aanbeden. Vandaar dat de meest bewonderde Amerikanen succesvolle personen zijn als Bill Gates van Microsoft, Steve Jobs van Apple en Jeff Bezos van Amazon. Zelfs Mark Zuckerberg en Elon Musk worden nog steeds bewonderd, ondanks alle kritiek op hun bedrijven, Facebook en Tesla. China is na honderd jaar weer opgestaan door toedoen van een ver boven de massa uittorenende figuur als Mao Zedong. De Amerikaanse maatschappij kweekt vele Mao Zedongs.

Het tweede grote strategische voordeel van Amerika is dat het gebruik kan maken van de beste en slimste mensen die er te vinden zijn. Met 1,4 miljard inwoners is de bevolking van China vier keer zo groot als die van Amerika. Maar zoals de wijze Lee Kuan Yew heeft opgemerkt, heeft Amerika de mogelijkheid om de grootste talenten uit de hele wereld aan te trekken. In tegenstelling tot de meeste landen is het land graag bereid om buitenlanders die in Amerika succesvol zijn, als landgenoten te aanvaarden. In China wordt daarentegen geen enkele onderneming of instelling door iemand van buitenlandse afkomst bestuurd.

De Chinese elite heeft oprecht respect voor de buitengewoon sterke punten van Amerika

Het derde grote strategische voordeel van Amerika zijn de sterke instituties. Hoewel de maatschappij gelooft in persoonlijke macht en die ook stimuleert, heeft ze geen vertrouwen in sterke individuele leiders. In plaats daarvan heeft ze vertrouwen in sterke instituties die de samenleving moeten beschermen. Het was werkelijk geniaal van de Founding Fathers van de Amerikaanse republiek om een grondwet op te stellen die voorzag in checks and balances. De democratisch gekozen president en het Congres hebben veel macht. Maar die macht wordt ingetoomd door andere instituties, zoals de meest vrije media ter wereld en het Amerikaanse Hooggerechtshof. Toen het Hooggerechtshof het ‘moslimverbod’ van president Donald Trump ongrondwettig verklaarde, kon Trump het leger niet inzetten om dat besluit terug te draaien, zoals veel presidenten in veel landen wel hebben gedaan.

Onze economie bedroeg altijd een tiende deel van die van Amerika. Nu is dat ruim zestig procent. Ook drijft ons land meer handel met de rest van de wereld dan Amerika. Wij zijn verantwoordelijk voor 10,22 procent van de totale wereldimport en 12,77 procent van de totale wereldexport, de VS hebben een aandeel van 13,37 procent in de wereldimport en 8,72 procent in de wereldexport. Toch wordt in het internationale handelsverkeer de dollar nog altijd voor 41,27 procent van alle transacties gebruikt, terwijl voor de renminbi (rmb) dat percentage op 0,98 ligt. Hoe komt dat? Door het vertrouwen van landen en rijke personen in de dollar. Bij internationale financiële transacties kan de rmb de dollar niet vervangen, want daarvoor zouden we van de rmb een vrij converteerbare munt moeten maken. Dat is op korte termijn onmogelijk.

Het vierde grote strategische voordeel van Amerika zijn de universiteiten, die de beste ter wereld zijn. De Amerikaanse universiteiten hebben de machtigste intellectuele ecosystemen ter wereld gecreëerd. Die cultuur, waarin gangbare opvattingen worden aangevochten en bekritiseerd, leidt op haar beurt weer tot creativiteit en innovatie. Bij het aannemen van wetenschappelijk personeel letten die fantastische universiteiten, zoals Harvard, Yale, Stanford en Columbia, niet op iemands nationaliteit of etniciteit. Ze kiezen gewoon de slimste mensen uit, ongeacht waar die vandaan komen. Het enige land dat wellicht ooit een grotere bevolking zal hebben dan China is India. China zal niet in staat zijn om de grootste talenten uit India aan te trekken. Amerika heeft dat al gedaan en zal dat blijven doen. Daardoor zal er op een dag een symbiotische relatie tussen India en Amerika bestaan. Dan zouden de twee grootste concurrenten waartegen China het in de toekomst wellicht moet opnemen, Amerika en India, elkaar kunnen vinden en gaan samenwerken. We moeten er nu alles aan doen om dat te voorkomen.

Het vijfde grote strategische voordeel van Amerika, dat ook het buitengewone succes van zijn universiteiten verklaart, is de grote beschaving, de westerse beschaving, waarvan het land deel uitmaakt. Vanaf het begin van de menselijke geschiedenis heeft onze beschaving zich met veel Europese beschavingen kunnen meten. Sterker nog, wij hebben meer uitvindingen op onze naam staan dan zij, zoals het buskruit, het kompas, het papier en de boekdrukkunst. Maar nadat het Westen de grandioze Renaissance, de Verlichting en uiteindelijk de industriële revolutie had beleefd, raakte onze beschaving achterop. Dat alles leidde tot de grote eeuw van vernedering na de Opiumoorlog van 1840. Daarom zou het een strategische fout zijn om de kracht en energie van de westerse beschaving te onderschatten. Dat ze onderdeel zijn van de grote westerse beschaving schenkt hun een groot cultureel zelfvertrouwen, zoals ook ons volk cultureel zelfvertrouwen krijgt doordat het deel uitmaakt van onze grote beschaving. Maar Amerika is niet het enige lid van die beschaving. Ook de fantastische landen van Europa behoren ertoe, evenals Australië, Canada en Nieuw-Zeeland. In een geopolitieke krachtmeting zal Amerika dus niet alleen staan. Er bestaat een groot onderling vertrouwen tussen alle leden van de westerse beschaving, met name tussen de Angelsaksische leden waarvan de inlichtingendiensten samenwerken.

Wanneer we, tot besluit, aan onze grote krachtmeting met Amerika beginnen, is het onderschatten van zijn kracht de grootste strategische fout die we kunnen maken. Laten we ons voorbereiden op de grootste geopolitieke krachtmeting ooit. Die zullen we moeten winnen om ons historische doel van volledige nationale verjonging in 2049 te halen.

—————

Kishore Mahbubani

Kishore Mahbubani (Singapore, 1948) werkte meer dan dertig jaar voor het Singaporese ministerie van Buitenlandse Zaken en was een jaar lang – in de periode voor en na de aanslagen van 11 september 2001 – voorzitter van de VN-Veiligheidsraad. Door zijn boeken over de spanningen in de machtsverhoudingen tussen het Oosten en het Westen verscheen hij op diverse lijstjes – zoals die van Prospect en Foreign Policy – van meest invloedrijke intellectuelen.

Dit is een ingekorte bewerking van Mahbubani’s Heeft China al gewonnen? dat deze week verschijnt bij Nieuw Amsterdam, vertaald door Ronnie Boley.

Dit memo mag dan fictief zijn, het geeft volgens mij precies weer hoe de Chinese elite over Amerika denkt. Ze heeft oprecht respect voor de buitengewoon sterke punten van Amerika. Zelfs de oprichter van Huawei, Ren Zhengfei, heeft in het openbaar zijn respect voor het land uitgesproken, hoewel Amerika zijn dochter heeft gearresteerd en zijn bedrijf heeft aangevallen.

De grote geopolitieke krachtmeting is onvermijdelijk omdat de beleidsmakers die hem met hun tactische besluiten zullen aanjagen, veelal een manier van denken hebben waarin alle rivaliteit tussen grootmachten als een nulsomspel wordt beschouwd. Meer inzicht zal niet per definitie tot vrede en harmonie leiden. Op puur ideologische gronden moet elke Amerikaanse regering wel suggereren dat ze sympathie heeft voor de demonstranten in Hongkong die om meer rechten schreeuwen. De Amerikaanse publieke opinie eist dat de Verenigde Staten die demonstraties steunen. Maar een slimme Amerikaanse regering zou de publieke opinie ook moeten afwegen tegen de centrale belangen van de Chinese leiders. Als het om de gebieden gaat die China werden afgenomen toen het land in de negentiende eeuw op zijn zwakst was, mag een Chinese leider geen slappe indruk maken omdat hij dan de kritiek van zijn eigen volk over zich heen krijgt en prompt uit zijn functie zal worden gezet.

Eén statistisch gegeven moeten zowel Amerikaanse als Chinese leiders continu voor ogen houden: er wonen 330 miljoen mensen in Amerika en 1,4 miljard mensen in China. Dat zijn forse aantallen, maar de totale bevolking van Amerika en China samen (1,7 miljard) maakt nog altijd minder dan 25 procent van de wereldbevolking uit. Een groot deel van de resterende 75 procent begrijpt en accepteert inmiddels dat de mensheid op een kleine, verknoopte en bedreigde planeet woont waarvan we allemaal afhankelijk zijn. Daarom valt er van de rest van de wereld weinig tolerantie te verwachten voor extreme of irrationele maatregelen van de kant van Amerika dan wel China. In de Onafhankelijkheidsverklaring eisten de grondleggers van Amerika een ‘gepast respect voor de meningen der mensen’. Als er ooit een moment was om dat advies op te volgen is het nu.